la liste week 4

Peter

Sir Ian: II
18-01-2014 (eigen beheer)

Afgelopen zaterdag presenteerde Sir Ian (aka Bart Hoevenaars) in de Waalse Kerk in Rotterdam zijn tweede album (simpelweg getiteld: II). Hoevenaars (voorheen frontman van Mono), bracht in 2010 zijn solodebuut Apathology uit, een rijkelijk georchestreerd westcoast-achtig indiepop-album dat een logisch vervolg was op zijn werk met Mono en dat goed werd ontvangen. Op II kiest Hoevenaars voor meer ingetogenheid; bijdragen zijn er van o.a. Mink Steekelenburg (Half Way Station) op piano, Cary Da Costa (El Pino & The Volunteers) op lapsteel, zangeres Janna Haring (Lulu Bir), violist Auke Triesschijn (Mark Lotterman) en trombonist Efe Erdem (Hipnotik Orchestra). Broer Jos Hoevenaars (o.a. The New Earth Group) speelt een riedel mee op bas en deed de eindmix voor het album.

De 70’er jaren softrock van Sir Ian wordt steeds meer pretentieloze maar uitstekende singer/songwriter muziek. En af en toe, zoals in Don’t Get Me Wrong – waar de zang van Hoevenaars en Janna gevoelig samenkomen, of in Hey That’s No Way – waar de piano van Mink al net zo fluweelachtig klinkt als de tokkelende gitaar en de stem van Bart, weet hij bij mij een gevoelige snaar te raken.

James Vincent McMorrow: post tropical
13-01-2014 (Vagrant)

McMorrow slaat met zijn tweede album dapper nieuwe wegen in. Zijn debuutalbum deed vooral denken aan Bon Iver (heel erg zelfs), Patrick Watson en Jeff Buckley; voor mij was het een echt groeialbum dat ik pas echt ging waarderen nadat ik de man live had gezien. Op Post Tropical verruilt de Ierse singer/songwriter de sombere melancholische toonzetting van het debuut voor zonnige vrolijke songs, daarbij gebruikmakend van veel electronica (al blijft het allemaal overwegend ingetogen en kom je eigenlijk maar weinig beats tegen). De vrolijke cover met pastelkleuren, tropische palmen en een flamingo spreekt wat dat betreft boekdelen. De manier waarop het album geproduceerd is en de stembehandeling doet me erg denken aan wat James Blake doet, al kan McMorrow absoluut niet als een clone van Blake gezien worden. Qua sfeer blijft hij nog het dichtst bij Patrick Watson in de buurt. Hoe dan ook: Post Tropical is een eigenzinnig, gedurfd en bijzonder album, dat echter net als het debuut hoogstwaarschijnlijk wat rijpingstijd vereist. Dat was bij mij in elk geval wel het geval.

Dum Dum Girls: too true
27-01-2014 (Sub Pop/Konkurrent)

Waarschijnlijk is het een hipster ding om je te laten inspireren door dode Franse fin-de-siecle dichters als Rimbaud, Baudelaire en Verlaine. Bob Dylan, Patti Smith, Jim Morrison, David Bowie, en vele van hun volgelingen, allemaal zochten ze in die richting, en nu dus ook Dee Dee Penny van Dum Dum Girls. Het zal allemaal wel, maar wat doet de muziek van dit derde album? Dum Dum Girls schuift steeds meer op van een lo-fi bandje naar degelijke studioproducties. Too True is een echt gitaaralbum, waar invloeden van jaren `80 en jaren `90 gitaarbands terug zijn te horen, van The Cure en Echo & The Bunnymen tot Cocteau Twins en Siouxsie & The Banshees (al noemt Dee Dee de laatste vooral zelf als inspiratie en hoor ik het niet meteen terug). Dum Dum Girls heeft met Too Ture een meer dan degelijke shoegaze plaat gemaakt. Het album bevat vrijwel alleen maar sterke songs. Toch is het muzikaal allemaal niet zo erg spannend meer wat er gebeurd.


Kees

Deafheaven – Sunbather
2013 (Deathwish Music)

deafheaven coverMijn weeklijstje bestaat dit keer uit louter zware metalen. Eerlijkheidshalve heb ik dit genre niet altijd bemind: het was me te extreem, zowel muzikaal als tekstueel. Totdat ik ontdekte dat ook hier zoveel diversiteit is: niet elke metalband koketteert met het satanische en een goede grunt of scream heeft ook z’n charmes: de intensiteit ervan raakt mij intussen vaak recht in mijn middenrif. Bovendien geeft deze muziek mij vaak ook energie, zoals de spinazi bij Popeye. En het zit vaak genoeg ook bijzonder ingenieus in elkaar: de tempowisselingen, de verschillende maatsoorten, de complexe ritmes, enzovoort.
Goed, genoeg algemene introductie. Het metalalbum van 2013, dat ik vrij laat ontdekte, maar nochtans mijn jaarlijst haalde, is Sunbather van Deafheaven. Uiterlijk gezien doet het geheel helemaal niet aan metal denken: de cover is knalroze en de bandleden zien er eerder uit als natuurkundestudenten dan als metalheads. Maar als voorman George Clarke z’n scheur opentrekt en z’n ijselijke screams laat horen, weet je het snel genoeg. De gitaarmuur die daarbij opgetrokken wordt, is ook bijzonder indrukwekkend. Toch is de band ook niet voor één gat te vangen, want evengoed zit er heel veel tederheid in sommige passages. Je hoort ook veel postrock-invloeden, alsmede post-metal en shoegaze. Kortom: het is een album vol kruisbestuivingen. Ik heb de plaat album intussen vele malen beluisterd en ontdek nog steeds nieuwe perspectieven.


Ulver: Messe I.X-VI.X
2013 (Kscope)

ulverDe nieuwste worp van Ulver heeft op het eerste gehoor heel weinig met metal te maken: hier geen scheurende gitaren, geen dubbele bassdrums en blasts, geen grunts of screams, en ga zo maar door. Nee, het lijkt meer op zware symfonische en klassieke muziek. Toch is Ulver van oorsprong een Noorse (black)metalband. Maar ze hebben zich steeds verder doorontwikkeld en zijn opgeschoven richting een soort mix van klassiek, ambient, rock en jazz. Als invloeden noemt de band zelf: Gorecki’s 3e symfonie, Mahler, Holst, krautrock en synthesizermuziek uit de jaren ’70, Kraftwerk, John Carpenter, Tin Drum, Terry Riley en St. Johannes van het Kruis. Ik bedoel maar…
Aan dit album lag een samenwerking met een operakoor en filharmonisch orkest ten grondslag. Deze live-opnamen zijn in de studio vervolgens weer bewerkt. Het is een intrigerend en duister werk geworden, waar je echt voor moet gaan zitten, maar dan heb je wel wat!


Stryper: No More Hell To Pay

2013 (Frontiers Records)

stryperNa zulke zware en best ingewikkelde muziek als van Ulver krijg ik altijd weer heel veel zin in gewone liedjes. Stryper grossiert sinds de jaren ’80 binnen het genre in ijzer(!)sterke liedjes met een kop en een staart. Neerbuigend werden ze gerekend tot de zgn. ‘hairmetal’, vanwege hun geföhnde kapsels. De strakke geelzwarte leren pakken deden er ook al niet veel goed aan. Ach, er is genoeg buitenkant aan de metal. Laten we ons op de inhoud richten en die is op het nieuwe album van Stryper meer dan oké: de falsetstem van voorman Michael Sweet waar geen krasje op gekomen is; de dubbele gitaarlagen, fijne riffs en spetterende solo’s van Sweet en Oz Fox en de fraaie meerstemmige koortjes van Sweet, Fox en Timothy Gaines. Kortom: het is als vanouds en tegelijk niet bedaagd. De boodschap van de teksten is misschien soms wat al te eenvoudig; maar bij Stryper kan ik dat altijd hebben: daarvoor gaat mijn hoofd al te veel heen en weer, schuddend op de strakke maat en het aanstekelijk gehalte van de nummers.

4 gedachtes over “la liste week 4

  1. Eindelijk een bespreking van Sunbather op mousique! wat een plaat he…
    dat Stryper dat is toch een uber-guilty-pleasure hoor, Kees; wat een edelkitsch zeg, altijd al gevonden…

    • Bij Stryper leg ik de nadruk op het eerste deel van het woord dat jij als kwalificatie gebruikt. Die cover van The Doobie Brothers is bijvoorbeeld al zo goed gedaan:

  2. Dat liedje van Dum Dum Girls klinkt trouwens best fijn – jij maakte zelf vorige week de vergelijking met Warpaint, wat toch wel een wat andere stijl is, maar goed: bij DDG hoor ik een echt liedje (het lijkt warempel Stryper wel🙂 )
    Die vorige EP van DDG was trouwens ook erg fijn (had ik die niet ooit besproken in een weeklijst?)

Reacties zijn gesloten.