Julianna Barwick – nepenthe

doc069.11183v4Er zijn van die gerechten, waarbij ik moeilijk kan stoppen met eten. Lasagne is zo’n gerecht. Je kunt mij daar echt voor wakker maken. Ik vind het ook een leuk gerecht om te bereiden: een laagje goed gevulde saus, lasagnebladen, weer een laagje saus, lasagnebladen, enz. enz. (hoe hoger hoe beter!).
De muziek van Julianna Barwick heeft iets van lasagne. Ze is gelaagd. Kern daarvan vormen de stemloops die ze opneemt met haar looprecorder en over elkaar heen stapelt. Dit klinkt als een soort meerstemmige en etherische koorzang.  Iemand omschreef deze muziek als volgt: ‘Dankzij de schoonheid van haar stemgeluid en de grootse harmonieën die ze daarmee opbouwt, doet haar muziek vaak denken aan een soort lo-fi versie van Enya en Clannad, als die geproduceerd waren geweest door Brian Eno.’

Barwick bracht haar eerste platen uit in eigen beheer. Toen werd ze ontdekt door Sufjan Stevens. Hij contracteerde haar voor zijn label Ashtmatic Kitty. Daar kwam het wonderschone The Magic Place (2011) uit. Deze titel zou je kunnen laten slaan op haar slaapkamer, waar het hele album middels de genoemde looprecorder werd opgenomen Maar haar muziek zelf heeft ook iets sprookjesachtigs en escapistisch in de positieve zin van het woord: je kunt er heerlijk mee weg zweven.
Intussen is Barwick alweer verhuisd naar een ander label: Dead Oceans. Ze verhuisde voor haar nieuwste album ook tijdelijk fysiek. Ze toog naar IJsland. De studio was geen slaapkamer meer, maar die van Alex Somers. Hij is de letterlijke en muzikale partner van Jónsi, voorman van Sigur Ros. Somers charterde nog een stel IJslandse muzikanten: gitarist Róbert Sturla Reynisson (Múm), het strijkkwartet Amiina en het meisjeskoor The Teen Girl Choir. Bijzonder is dat de moeder van Julianna Barwick ook een kleine gastrol vervult.

julianna barwick loopsDeze uitbreiding komt het totaalgeluid van Barwick alleen maar ten goede: de lasagne is nog smakelijker geworden. De pianoflarden, de strijkers, de lichte elektronica en de ijle meisjesstemmen geven het een nog rijkere smaak. De stemloops van Barwick zelf vormen echter nog altijd de kern. Gelukkig maar, want die zijn ook zo onaards mooi. Het openingsnummer Offing is alleszeggend: in een gedragen tempo worden de stemloops over elkaar heengelegd. Eigenlijk heeft het wel iets weg van wat Stars of the Lid met hun gitaarloops doen. ‘Offing’ betekent ‘verschiet’. En dat roept het ook bij me op: verlangen naar iets wat nog voor je ligt, een droom die nog niet uitgekomen is, een weg die nog begaan moet worden.
Het is werkelijk ‘muziek der verbeelding’, want het zijn voornamelijk woordloze melodieën die Barwick zingt. De enige tekst die ik kon ontdekken vinden we op het derde nummer, One Half. Maar die tekst bestaat meer uit twee  mantra’s die eindeloos herhaald worden:

I guess I was asleep that night
Was waiting far
I guess I was asleep that night
Was waiting far
I guess I was asleep that night
Was waiting far
I guess I was asleep that night
Was waiting far

I was waiting here
Come around me
I was waiting here
Come around me
I was waiting here
Come around me
I was waiting here
Come around me
I was waiting here

Ach, herhaling is sowieso een procedé dat Barwick vaak hanteert. Niet voor niets worden minimal music en ambient ook vaak als genres genoemd om haar muziek te typeren. Maar het wordt nergens saai. Het is wel onthaastende muziek. Ik mag het graag draaien op zondagavond – na gedane arbeid – languit met de benen op de bank, een goed boek in de hand en een dito glas binnen handbereik. (een bordje lasagne mag natuurlijk ook)

Release: augustus 2013 (Dead Oceans/Konkurrent)

7 gedachtes over “Julianna Barwick – nepenthe

  1. Ik vind dit een waanzinnig mooi album! Dat Jónsi-, Alex-, Amiinageluid hoor je er goed in terug. Een een briljante metafoor, die lasagne. Mooi geschreven.🙂

  2. Mooi bordje… eh verhaal Kees ga m binnekort ook maar es beluisteren. ben nu naar een mooie ambient verzamelaar aan het luisteren, waarvan binnenkort een recensie.

Reacties zijn gesloten.