recensie: Overseas

overseasHet probleem met de meeste zogenaamde `supergroepen’ is dat ze meestal niet veel meer zijn dan de som der delen. Zo vond ik de Noorse supergroep The National Bank best aardig, maar niet beter dan een willekeurig album van Thomas Dybdahl of Jaga Jazzist. Atoms For Peace bracht eerder dit jaar een aardig plaatje uit, maar ik hoorde er geen Red Hot Chili Peppers in terug, en het ontsteeg ook het niveau niet van de betere Radiohead albums of zelfs Thom Yorke’s solowerk. Over Monsters Of Folk (waar Will Johnson ook al bij betrokken was) begin ik hier maar helemaal niet.
Goede uitzonderingen als The Postal Service en bijvoorbeeld ons `eigen’ The Spirit That Guides Us (die laatste is de status van supergroep natuurlijk wel ontgroeit na een hele reeks puike albums) bevestigen die regel.

Natuurlijk ging mijn bloed iets sneller stromen toen ik in april de aankondiging vernam dat David Bazan (Pedro The Lion), Will Johnson (Centro-matic, South San Gabriel) en de broers Bubba & Matt Kadane (Bedhead, The New Year) de handen in een zouden slaan onder de naam Overseas, maar ik dacht ook: eerst maar eens afwachten of deze zogenaamde `supergroep’ daadwerkelijk een meerwaarde gaat bieden.
Ik ben misschien niet geheel onbevooroordeeld, David Bazan en Will Johnson behoren namelijk tot mijn persoonlijke top 10 van favoriete songwriters, zeker in de americana hoek. De broertjes Kadane ken ik minder goed, ik heb alleen twee platen van The New Year in huis, wat toch prima voorbeelden van slow-core zijn, ook al een door mij gekoesterd genre. Overseas moet dan ook wel in mijn straatje passen, dat kan niet anders; maar: biedt deze bundeling van krachten ook meerwaarde, dat bleef de grote vraag.

Inmiddels kunnen we hier een voorzichtig voorlopig oordeel over vormen, nu ik de plaat meermaals heb kunnen beluisteren, zowel op mp3-formaat in de oortjes onderweg, als in de auto en thuis in optima forma op de hifi-installatie. Overseas is 1+1+2=meer dan 4.

overseas-bazan-johnsonHet album begint met Ghost To Be, waar Johson met zijn raspende stem vocaal mag openen. De broers Kadane bepalen voor een belangrijk deel en op prettige wijze de sound. Redback Strike zou zomaar een Bazan song kunnen zijn, zij het dat niet hij hier zingt maar wederom Johnson. De liedjes zijn voor Bazan begrippen trouwens aan de korte kant, de helft van de nummers blijft onder de drie minuten en slechts een track is langer dan 4 minuten. Bazan mag in Old Love dan eindelijk los en ik kan er niets aan doen: dit liedje steekt meteen een schouderbreedte uit boven wat ik tot nu toe hoorde. Dat kan persoonlijke voorkeur zijn, maar Bazan heeft wel dat `haunting’ in zijn stem, waardoor eenvoudige songstructuren met gemak 7 minuten volgehouden kunnen worden zonder aan spanning in te boeten. Hier moet hij het op de helft van die tijd voor gezien houden en dat geeft eigenlijk niet. Het maakt dat dit album vaart houdt, maar uiteindelijk wel op net iets meer dan 30 minuten afklokt, wat aan de korte kant is.
Op HELLP gaat Bazan verder, het is een wat ingetogener nummer, een mooi rustpuntje. Op Lights Are Gonna Fall (ook downtempo, lekker dromerig) neemt Johnson het stokje weer open en begin ik steeds meer gecharmeerd te raken van deze estafette. Deze zo uiteenlopende stemmen doen het goed naast elkaar op een plaat, en de broers Kadane zorgen desondanks voor continuïteit. Here (Wish You Were) is weer voor Bazan en dit is dan het langste nummer op de plaat. De samenzang is prachtig. We zijn inmiddels wel in erg rustig vaarwater aangekomen. Gelukkig komt met The Sound Of Giving Way weer wat vaart en pit terug, met een pittig ritme, een heerlijke fuzzy gitaar en de warme stem van Johnson. Hoewel elk liedje op dit album de moeite waard is vind ik dit weer een van de hoogtepunten. Dat geldt zeker voor Down Below: met heerlijk gitaarwerk, een bijna machinale ritmesectie en de klagende stem van Bazan roept het herinneringen op aan het beste uit de 90’s altrock. Op Came With The Frame zeurt Bazan nog even door (I go to sleep on an airplane, I wake up on the fall; I show my body to millions, I face my feelings alone) en sluit Johnson het album of met het stemmige All You Own, de tweede helft van het nummer is instrumentaal.

Als de laatste tonen wegsterven blijf je vol verwachting in stilte achter. De stilte waarin een indrukwekkend album nazindert. De stilte ook van verwachting: stel dat Overseas meer is dan een `supergroep’, meer dan een `gelegenheidsproject’, en dit is slechts een begin, wat gaan deze mannen ons dan nog meer voor moois voorschotelen in de toekomst. Het gerucht gaat in elk geval dat de heren al weer bezig zijn aan een vervolg.

release: 12-06-2013 (Undertow)

8 gedachtes over “recensie: Overseas

  1. Dit klinkt heerlijk zeg!🙂 Pedro the Lion hoor ik er zeker in terug, maar het heeft mij ook erg nieuwsgierig gemaakt naar meer van Will Johnson en die twee broers.

  2. Een puik album! Ik vind trouwens de liedjes waarin Bazan zingt wel het mooist…

  3. Oe, hier moet ik zeker meer van horen….ik ben zelf dan weer helemaal waas van Bedhead en The New Year (topgitaarbands), waar de invloed inderdaad goed terug te horen is in het bovenstaande voorbeeld. Fijne recensie, al deel ik je analyse over Atoms For Peace dan niet (Flea is er voor het ritme bijgehaald en niet om een RHCP geluid bij te dragen, maar enfin).

    Daan: Bedhead en The New Year klinken veelal alsof Joy Division postrock is gaan maken en dan wat minder neerslachtig. Hoewel als ze hen coveren….

    maar verder….vrolijk wordt het nergens

    • Joy Division heb ik me nooit in verdiept (ja, sorry). In Bedhead heb ik inmiddels een zeer fijne slowcore-band ontdekt. Transaction de Novo vind ik een prachtige plaat. Welke platen zijn nog meer aanraders?
      Deze Overseas vind ik trouwens ook erg geslaagd. Ben ook een Bazan-liefhebber, maar ik vind de nummers waarop hij minder expliciet aanwezig is eigenlijk net zo mooi.

    • Ja, absurd met die Amerikanen tegenwoordig.
      Maarre… Bedhoofd is zeker een fijne band; kende ik helemaal niet.

Reacties zijn gesloten.