Recensie: British Sea Power – Machineries of Joy

british sea power albumSoms spreekt een albumhoes boekdelen. Dat geldt wat mij betreft zeker voor die van het nieuwe album van British Sea Power. We zien er een vervaarlijk uitziende ijsbeer en een lieftallige, kek gekleedde dame in een liefdevolle pose. Dit drukt voor mij op perfecte wijze de muziek van BSP uit: aan de ene kant maakt deze band uit Brighton (UK) ruige en opzwepende rock – ook live is het soms een woeste chaos op het podium, met een hoop takken en verkleedpartijen – maar aan de andere kant maakt BSP ook ingetogen en lieflijke liedjes, die zwaar leunen op de folk.
Hun discografie laat ook een opeenvolging van deze beide kanten zien. Debuutalbum The Decline of British Sea Power (2003) is vooral heel energiek en behoorlijk ruig. Men klinkt daar als Modest Mouse in zijn begindagen: ongepolijst en springerig. Toch zijn ook hier al de nodige ingetogen liedjes te vinden. Op opvolger Open Season (2005) slaat de weegschaal juist door naar de rustigere nummers. Het geheel is een stuk gepolijster en ook lyrischer. Alsof men de snelweg verlaten heeft voor zo’n mooie Engelse landweg. De klapper maakte BSP daarna met Do You Like Rock Music? (2008). Dit album werd vooral bekend door hit(je) Waving Flags. De titel zegt het al: hier is het weer de (indie)rock die de klok slaat. De gedrevenheid en samenzang doen regelmatig sterk aan Arcade Fire denken, zonder dat BSP zijn eigen(zinnig)heid verliest. Misschien wel het allermooiste album van BSP volgt daarna: Man of Aran (2009). Hier wordt nagenoeg niet gezongen. Het is een lange, uitgesponnen soundtrack die ze maakten bij een stokoude stomme film over een vissersgemeenschap op een Iers eilandje. Ook zonder de filmbeelden is de muziek trouwens beeldend genoeg in zijn mengeling van postrock en folk. Ingetogen- en gedrevenheid british sea power livewisselen hier elkaar af. Het voorlaatste album Valhalla Dancehall (2011) is weer een echt rockalbum. Vooral de eerste helft en het slot zijn bijna punkachtig ruig.

En dan is er nu Machineries of Joy. De titel ontleende de band rechtstreeks aan een verhalenbundel van Ray Bradbury met dezelfde titel. Sowieso is BSP een band die graag uit de literatuur en de andere kunsten put. In die zin maken ze ook een vorm van ‘library rock’.  Terug naar die veelzeggende hoes. Het titel- en openingsnummer laat ons vooral de lieftallige kant zien. In die zin is de mooie videoclip ook alleszeggend: een schone dame die door het pastorale Engelse landschap fietst… Het intro van dit nummer behoort trouwens tot de allermooiste die ik dit jaar hoorde: zachte gitaarfeedback gelardeerd met een mooie keyboardpartij, waarna de drums invallen en eenvoudige gitaarakkoorden de basis neerleggen waaroverheen zanger Yan zijn fraaie vocals neerlegt. Hij heeft niet de allermooiste zangstem, maar het licht klagende karakter geeft die genoeg eigenheid. Laten we daarbij de viool van nieuw bandlid Abi Fry niet vergeten en het fraaie refrein:  We are magnificent machineries of joy/ We are magnificent machineries of joy/Machines of joy, and then some/Machines of joy, and then some.
K Hole tapt vervolgens uit het ruige vaatje. Het begint met iets dat op een oerschreeuw lijkt en vervolgens davert er een fijn rocknummer over ons  heen, waar met name de bas lekker zwaar is. Yan schreeuwt intussen de longen uit zijn lijf. Dit nummer is helemaal in de lijn van het vorige album Valhalla Dancehall. Maar waar daar de ruige nummers nog weleens leden aan een zekere stuurloosheid, heeft dit liedje wel richting.
Daarna mag de ‘beer’ even zwijgen en komt letterlijk de vrouwelijke kant aan het woord, want Abi Fry zingt op tedere wijze het prachtige Hail Holy Queen. De titel doet vermoeden dat dit een Maria-lied is, maar niets is minder waar: het schijnt te gaan over een Franse vrouwelijke bodybuilder die een carrière-switch maakte naar de erotische cinema. Tja… In ieder geval druipt de melancholie hier als massage-olie uit de speakers!
U raadt het al: in Loving Animals wordt het tempo opgeschroefd en is de muzikale sfeer weer een stuk ruiger. Het nummer doet me erg denken aan Sonic Youth: de manier van zingen van Yan, maar ook de (hier licht) overstuurde gitaren. Tegelijk biedt de vrouwelijke stem op een zachtaardige wijze van repliek.
british sea power bandWhat You Need Most is een prachtige ballad – een waar rustpunt na het anarchistische voorgaande nummer. De stem van Yan doet me hier trouwens hier erg denken aan Terry Scott Taylor van Daniel Amos in zijn rustige liedjes: wat een tederheid! Tegelijk zit er ook in deze ballad genoeg spannends verborgen: de vervreemdende geluidjes, de lyrische strijkers en de tremolo-gitaar.
Monsters of Sunderland begint met een soort merkwaardige Specials-achtige kornet-partij gebaad in dub, waarna er opeens een rocksong ala Waving Flags losbarst. Het is gewoon een heerlijke rocker: euforisch en opzwepend.
Als de lente nu niet losbarst met Spring Has Sprung dan weet ik het niet meer! Het is één van de absolute hoogtepunten van het album. Het nummer begint met het geluid van iemand die a.h.w. naar een radiofrequentie zoekt en die niet kan vinden. Tegelijk heeft het ook veel weg van het geluid van pasgeboren vogeltjes: het ware lentegeluid, voortgebracht door een machine. Zie daar de albumtitel! Goed, genoeg geassocieerd: het nummer is prachtig opgebouwd en bloeit open als een narcis van Coleridge…
Vervolgens wordt de afwisseling van ingetogen en ruig losgelaten. De laatste drie nummers Radio Goddard, A Light Above Descending en When A Warm Wind Blows Through The Grass zijn allen van het rustige, tedere en bijzonder melodieuze soort. Alsof BSP een soort deken (of moet ik zeggen: berenvel?) over je heen legt, waaronder het heerlijk wegdromen is.

Kortom: tot dusverre was Man of Aran mijn favoriete BSP-plaat, maar die moet nu echt gaan strijden met Machineries of Joy. Sterker nog: dit album is ook sterk genoeg om de strijd aan te gaan voor een prominente plek in mijn jaarlijstje…

Advertisements

8 gedachtes over “Recensie: British Sea Power – Machineries of Joy

  1. Dat Man Of Aran was een van de mooie parels voor mij om te ontdekken tijdens onze laatste mousique avond. Dit nummer klinkt inderdaad prachtige, maar de rest van het album (niet alles) is mij iets te stevig. Maar zeker goed, ik snap dat het voor jou een jaarlijstkandidaat is, Kees.

    • Ik denk dat er maar drie echt stevige nummers op staan – naar mijn maatstaven dan hè – de nadruk ligt in dit album op het melodieuze en meer ingetogen geluid.

      • misschien heb ik het te snel geluisterd, dat kan. maar Man Of Aran (niet representatief voor de band) vind ik echt geweldig!

      • Mooi om te horen dat je Man of Aran zo waardeert. Alleen is dat album wel een beetje een buitenbeentje in het oeuvre van BSP. Qua dromerigheid vind ik Machineries of Joy én Open Season er nog het meest in de buurt van komen…

  2. Mooie recensie Kees!
    Ik vind het helemaal geen stevig album (naar mijn maatstaven dan weer) en voor het eerst een BSP album dat ik helemaal goed vind. Man Of Aran mag een buitenbeentje zijn, maar ook dat is er één die ik nog ga aanschaffen. Machineries Of Joy is denk ik een ideale instapplaat geworden en nu ik aan het consuminderen ben ga ik het op die soundtrack na er ook bij laten.

    • Dank JW. Dan ben ik benieuwd of je Man of Aran ook helemaal goed vindt… 😉
      Dat ik alle albums van BSP heb, komt eerlijkheidshalve ook, omdat ik ze voor niet al te veel kon aanschaffen. Dat is wel geen consuminderen, maar wel slim inkopen doen 🙂

    • nog eens goed geluisterd: met die stevigheid valt het inderdaad wel mee. toch prefereer ik de dromerigheid van Man Of Aran.

Reacties zijn gesloten.