Recensie: Jacco Gardner – Cabinet of Curiosities

jacco gardnerErgens op het wereldwijde net kwam ik de volgende omschrijving tegen voor Jacco Gardner: ‘Dutch son of Syd Barrett.’ Aan de ene kant begrijp ik die omschrijving wel. Als middelbare scholier luisterde Jacco op een dag naar The Piper At The Gates Of Dawn, het debuutalbum van Pink Floyd, waar ene Syd Barrett toen de leadsinger was. De jonge Gardner was direct verkocht. Hij schoof z’n Rage Against The Machine- en andere rockalbums opzij en begon zich te verdiepen in deze psychedelische jaren ’60 muziek. Zulke muziek wilde hij zelf ooit ook maken. Nu op 24-jarige leeftijd lijkt dat hem gelukt met Cabinet of Curiosities
Hoewel… Ik luisterde zelf weer eens naar The Piper At The Gates Of Dawn en ik hoorde toch ook aanmerkelijke verschillen met de muziek van Gardner. Pink Floyd is toch een stuk psychedelischer, of moet ik zeggen: bizarder? Het is freakier en bovendien is het veel meer gitaargericht, terwijl in de muziek van Gardner de toetsen de hoofdrol voor zich opeisen en het geheel ook gepolijster is. Pink Floyds tweede album – ook nog met Syd Barrett – A Saucerful of Secrets is wel meer toetsgericht. Daar lijkt Cabinet of Curiosities dan ook wat meer op. Zelfs de hoes lijkt een inspiratiebron geweest te zijn. Alleen is de hoes van Pink Floyd een stuk waziger, terwijl die van Jacco Gardner juist heel realistisch is, surrealistisch welteverstaan. Dat is eigenlijk ook wel weer het verschil tussen beide albums: op A Saucerful of Secrets staan behoorlijk ‘wazige’ en uitgesponnen stukken, terwijl Cabinet of Curiosities zich beperkt tot liedjes van 3 à 4 minuten, met een kop en een staart.

Jacco GardnerKortom: de invloed van Syd Barrett en de vroege Pink Floyd op Gardner mag er dan geweest zijn, deze hoeft niet overdreven te worden. Als we dan toch moeten labelen, valt er eerder aan een ander (aanverwant) stempel te denken. Het is ook een behoorlijk oud stempel (meer dan 40 jaar bestaat dit genre al): dat van de zgn. ‘baroque pop’. Andere benamingen voor dit genre zijn ‘psychedelische pop’ of ‘sunshine pop’. In dit genre gaan pop, rock en klassieke muziek met elkaar een verbond aan. Deze muziek is psychedelisch, melancholiek en ingetogen. Guuz Hoogaerts, alias ‘Guuzbourg’, maakte een mooie Spotify-lijst met tientallen liedjes uit dit genre. Je vindt hier The Zombies, Soft Machine, Billy Nichols en vele andere bekende en onbekende grootheden. Die lange Spotify-lijst wordt aangevoerd door Jacco Gardner zelf! En inderdaad: zijn muziek past naadloos bij al die grootheden uit de jaren ’60.

Betekent dit dan dat het weinig oorspronkelijk is? Doet zich hier weer de roemruchte ‘copy-paste-methode’ voor? Heeft dit de mottenballensmaak van de retro? Ach, die discussie vind ik eerlijk gezegd niet zo interessant: mooi is mooi en goed is goed. En Cabinet of Curiosities ís goed. Het album bevat 12 parels. Nee, liever gebruik ik de metafoor van 12 diamanten, want elk liedje heeft zoveel kanten, die beurtelings oplichten. Het zijn werkelijk rijke en gelaagde liedjes, met zoveel mooie details. Vooral de toetsenpartijen zijn fabelachtig mooi: mellotron, klavecimbel en orgel. Daarnaast is er ook klokkenspel, fluit, strijkers, gitaar en drums in allerlei varianten te horen. Bijna alles is door Gardner zelf ingespeeld, multi-instrumentalist als hij is. Alleen drummen kan hij niet, omdat zijn studentenkamer te klein was voor een drumstel. Jos van Tol kwijt zich op dit instrument trouwens prima van zijn taak. Jan Audier, een ‘studiotovenaar’ uit de jaren ’60, kwam, zag en hoorde dat het goed was. Alles bij elkaar zorgt voor een tijdloze sfeer.

Het voert te ver om hier ieder nummer te bespreken. Graag haal ik een paar liedjes uit dit ‘rariteitenkabinet’ naar voren:
– Het openingsnummer en single Clear the Air is al direct een hoogtepunt. De roffelende drums, de strings, het klokkenspel en de melancholische fluit vormen de opmaat voor die mooie zangmelodie, die in werkelijk perfect jaren ’60-Engels gezongen wordt. Het gaat over het verlangen naar kleur in het leven, want wee je gebeente dat het grijs blijft…
The One Eyed King opent met een akoestische gitaar en klinkt als een volmaakt folkliedje, dat langzaam verandert in zo’n barokpop-pareltje.
– Bij de openingsmaten van Where Will You Go zou ik zweren dat ik naar een nummer van The Charlatans of The Stone Roses zit te luisteren. Alsof de Madchestersound uit de jaren ’90 weer helemaal terug is…
– Het titelnummer is een fijnzinnige instrumental, dat door de kirrende kinderstemmetjes ook iets spookachtigs krijgt.
Summer’s Game vormde een perfecte sountrack bij de afgelopen warme en zonnige dagen:

Summer dreams are in the air
Some place but I don’t know where
I feel I’ll find her pretty soon

Tegelijk druipt het nummer muzikaal ook van de melancholie. Juist die dubbelheid maakt het intrigerend.
– The Ballad of Little Jane is van grootse schoonheid. De toetsenpartijen rollen over elkaar heen. Sommige muzikale frases deden me erg aan Misophone denken trouwens. Ook tekstueel: het gaat over een eenzame vrouw, die maar wacht op Mr. Right (!), die nooit verschijnt.


Gardner als Nederlandse zoon van Syd Barrett… Er is veel op af te dingen. Tekstueel gezien zie ik nog wel de nodige overeenkomsten. Ook Gardner zingt graag over de natuur, vreemde dieren en sprookjesfiguren. Dat heeft natuurlijk veel weg van escapisme: deze wrede werkelijkheid ontvluchten in je eigen droomwereld. Barrett had daar ook nog chemische middelen bij nodig; Gardner heeft ergens in een interview gezegd dat voor hem de muziek genoeg is. Ik houd hem daar graag aan en hopelijk zal dat nog tot veel fraaie muziek leiden. Dit wonderbaarlijke debuut stemt in ieder geval hoopvol!

Advertenties

9 gedachtes over “Recensie: Jacco Gardner – Cabinet of Curiosities

  1. Daar is ie dan eindelijk: de lang verwachte Gardner recensie op mousique! mooi gedaan Kees, en ook ik begin dit album steeds meer te waarderen. Je moet er van houden, natuurlijk, maar het zijn inderdaad stuk voor stuk ijzersterke songs.
    Maar popmuzikanten die beweren nooit drugs te (hebben) gebruik(t)(en) geloof ik net zo min op hun blauwe ogen als wielrenners die zeggen dat ze geen doping hebben gebruikt…

    • Haha, Jacco Gardner als de Michael Boogerd van de popmuziek…
      Zelf houd ik wel erg van ‘druggy’ muziek zonder me ooit aan de chemische middelen of zelfs het groene kruid gewaagd te hebben. Het kan dus wel 😉

      • Ik heb het nooit gesnapt, de combinatie muziek en drugs. artiesten gaan er over het algemeen vooral aan ten onder, die troep heeft al teveel jong talent in de kiem gesmoord…

      • Snappen doe ik het wel: het is ook een vorm van escapisme. Maar ik heb helaas ook gezien wat het kapot maakt. Ik bedoelde meer dat muziek die behoorlijk ‘drugsgerelateerd’ is – ik noem maar wat: Spacemen 3, Spiritualized, Massive Attack en Dub – ik toch vaak erg mooi vind.

      • Ha, vandaag draaide ik het album in een auto vol met vrouwen, variërend van twee dochters tot mijn vrouw en haar oudste zus. Alleen de laatste was erg enthousiast: ‘wat een mooie volle en melodieuze muziek… Ik ben weer helemaal terug in mijn jeugd.’ De middelste dochter riep juist: ‘kan die rare muziek uit?!’ en mijn vrouw: ‘hoe lang duurt het nog met die mafketel?’ Tja…

  2. Mooie recensie Kees, en die reactie van de vrouwen in je auto is herkenbaar. Mij wordt met regelmaat gevraagd of die rare/nare muziek uit mag 🙂

  3. Pingback: Jacco Gardner – cabinet of curiosities | Peter's finest vinyl albums

Reacties zijn gesloten.