recensie: Adrian Crowley – i see three birds flying

Volgens Ryan Adams (interview in Rolling Stone, 2005) was Adrian Crowley toen de beste singer-songwriter die niemand kende. Volgens mij is dat nog steeds zo, althans: ik had nog nooit van de beste man gehoord. Wonderlijk eigenlijk, want sinds zijn debuut in 1999 (A Strange Kind) heeft de Ier toch al weer vijf studioalbums op zijn naam staan; en aan die indrukwekkende rij wordt dan nu I See Three Birds Flying toegevoegd.

Crowley maakt rustige, ingetogen liedjes, warmbloedig en melancholisch. De basis is (electrisch) gitaar, piano, en slechts hier en daar bas en drums. Daarentegen wordt veelvuldig gebruik gemaakt van strijkers; viool, viola, cello. Af en toe wordt dat best dik aangezet en dat versterkt het melodramatische karakter van de liedjes. Je hoort invloeden van jaren `70 artiesten als Nick Drake en Leonard Cohen duidelijk terug, maar meer nog doet Crowley me denken aan Bill Callahan, met zijn triestige teksten, sobere orchestratie en donkere bariton. Qua stemgeluid hoor je ook wel vergelijkingen met de zanger van Noah And The Whale, en dat is nog niet zo gek: op het moody The Morning Bells is dat bijvoorbeeld goed te horen als hij in een wat hoger segment gaat zitten met zijn stem.

Liefhebbers van dit soort singer-songwriter muziek zullen waarschijnlijk direct na de eerste tonen van opener Alice Among The Pines verkocht zijn. Maar de mooiste liedjes moeten dan nog komen. Zoals The Saddest Song, een sterk staaltje meta-songwriting. Crowley beschrijft hier het proces waarin hij probeert `the saddest song in the world’ te schrijven. Overtuigender had hij het niet kunnen doen. Crowley bewijst zich sowieso een begenadigd songwriter/verhalen verteller. Hij heeft de gave om gebeurtenissen en gevoelens op een simpele maar doeltreffende manier te beschrijven, nooit oppervlakkig of voor de hand liggend, altijd poëtisch, vaak met een originele invalshoek en vaak met verwijzingen naar andere liedjesschrijvers (zoals Leonard Cohen in At The Starlight Hotel).

Op de meeste songs houdt Crowley de instrumentatie bewust zo sober mogelijk, waardoor zijn stem (zijn belangrijkste wapen) gedragen wordt door de muziek in plaats van dat de muziek teveel aandacht naar zich toe zou trekken. Op At The Starlight Hotel wordt het iets steviger met studiomaatje Stephen Shannon op bas en David Hingerty op drums. Juliet I’m In Flames is misschien wel het meest indrukwekkende liedje op het album. Het begint met de indringende en intrigerende stem van Crowley en een sobere electrische gitaar, maar ontaard gaandeweg in een filmische crescendo. De tekst is onheilspellend: ` Juliet I’m in flames , carrying dangerous cargo, steer well clear of me… seven seconds, i count the gaps, between lightning and thunder crack, this fair warning i give you, take heed’.

Het mooiste stukje tekst (en tevens de naamgever van het album) zit echter in Fortune Teller Song: `i see three birds flying, one will steal your rings and one will make you sing and one will lead you home’. Alleen deze zin al maakt dit album de moeite waard.
Een album op te koesteren en langzaam te laten rijpen

release: 27-09-2012 (Chemikal Underground/Konkurrent)

Advertenties

24 gedachtes over “recensie: Adrian Crowley – i see three birds flying

  1. Mooie recensie, Peter!
    Ik heb het plaatje zelf ook in bezit en kan jouw woorden helemaal beamen. Schitterend album, helemaal passend ook bij dit jaargetijde: triest en troostvol tegelijk.

  2. Bedankt voor deze recensie, Peter. Ben blij dat deze man wat meer aandacht krijgt. Zelf had ik er ook nog nooit van gehoord, maar ik ben erg onder de indruk van deze plaat. Zou zo maar eens hoog in mijn jaarlijstje kunnen eindigen.

    • Ik bedacht mij net nog dat ik dit zoveel beter vindt. Ik zal er proberen achter te komen hoe dat komt (weet niet hoeveel luisterbeurten daarvoor nodig zijn 😉 )

      • Eerlijk gezegd vind ik de productie van Bill Fay (Jeff Tweedy!) net iets spannender…
        Maar dit is lyrischer. Kiezen vind ik dus lastig.

  3. Mijn recensie in Heaven 6, 2012:

    Fantastische fantasierijke folk

    Wie het opmerkelijk vindt dat een man van folk als Adrian Crowley heeft getekend bij Chemikal Underground, het Schotse label van Aerogramme, The Unwinding Hours en Arab Strap, zal wellicht minder verbazing tonen als hij hoort dat Crowley voor een eerder album in 2002 naar het Chicago van producer Steve Albini toog. Mogelijk dat zijn liefde voor het werk van Albini de reden is dat de muziek van Crowley hier en daar doet denken aan een postrockband als Mono. Om precies te zijn: als Bill Callahan die door Mono wordt begeleid. Na het schitterende Season Of The Sparks (2009) brengt Chemikal Underground nu ook I See Three Birds uit. Het is het zesde album van Adrian Crowley. De vergelijking met Callahan mag trouwens geen misverstanden opwekken, zij behelst alleen de voordracht en bariton. De in Glasgow geboren en tegenwoordig in Dublin residerende Crowley is op de keper beschouwd namelijk een traditionele folkzanger. Zijn liedjes zijn even sober als somber van toonzetting, ook al gebruikt hij strijkers, drums en elektrische gitaren op vergelijkbare wijze als Richard Hawley en kennen ze niet zelden het magische dat de Schotse en Ierse folklore kenmerkt. Omdat ik niet weet of I See Three Birds uiteindelijk even goed zal blijken te zijn als Season Of The Sparks (een liedje van het kaliber als The Beekeepers Wife of Squeeze Bees heb ik nog niet gehoord – terwijl ik dit schrijf lijkt mijn oor, dat Juliet I’m In Flames beluistert, deze bewering te ontkrachten) is een warme aanbeveling voor beide albums op zijn plaats. Daarnaast moet ikzelf nu eindelijk eens werk maken (ondertussen wijst mij oor nu op From Champions Avenue To Misery Hill en moet ik dat oor opnieuw gelijk geven) van de aanschaf van het veelgeprezen Long Distance Swimmer (2007) dat deze twee platen vooraf ging.

    • Mooie recensie, Wim, die ook nieuwsgierig maakt naar de rest van ’s mans discografie.
      Kleine aanvulling: Chemical Underground bracht ook de eerste (en niet de minste!) platen van Mogwai uit. Dat lijkt me voor dit label ook niet onbelangrijk.

  4. Jawel (Mogwai), maar niet relevant voor de muziek van Crowley. Vandaar. Aerogramme daarentegen…

    • Aha, Aergramme in het rustiger vaarwater bedoel je dan… Daar kan het ook behoorlijk stormen en bulderen… Bij Crowley is het daarentegen bijna bladstil…

  5. Dat laatste is niet helemaal waar Kees, de wind weet niet zelden storm te ritselen op de albums van Adrian Crowley. De stilte van een zaagblad.

    • Ik zei ook: bijna bladstil. In dat bijna zit jouw ritselende storm of suizende zaagblaad…
      Vandaag hoorde ik dat de dichteres Inge Lievaart overleden is. Dat zal te maken hebben met die metaforen waarin ik nu gevangen ben…

      WACHTENDE

      Verstild en ingetogen
      nadromend staan de bomen
      in het herfstmilde licht
      de bladtooi van hun kruinen
      hoe uitgedund en bruin al
      recht naar omhoog gericht

      de winden zullen komen
      de stormen hen doen kreunen
      het is al bijna tijd –
      wachtende staan de bomen
      tegen het licht te leunen
      van binnen reeds bereid

  6. Prachtig, die twee laatste zinnen! Dan kan dit er ook wel bij. Steve Adey heeft het opgenomen voor zijn nieuwe album The Tower Of Silence.

    And you can pray, pray and pray for Life.
    But know my friend, my dearest friend, please know this,
    That Life is but Death’s own right-hand man.
    In every piece of his own left-hand business.

    • Ook ernstig prachtig! Heeft Steve Adey een nieuwe? Net zo mooi als die ene met die schitterende cover van ‘I see a darkness’?

  7. Dan kan deze recensie uit Heaven 4, 2011 er ook nog wel bij:

    Steve Adey
    These Ressurctions (Grand Harmonium)

    Sterke ep als voorproefje

    In mijn recensie van All Things Real, het sterke debuut van de Schotse singer-songwriter Steve Adey, schreef ik dat in zijn muzikale wereld verdwazing en gekte afwezig zijn. Anders dan mensen als Bill Callahan en Will Oldham, wiens I See A Darkness hij coverde, is Adey nooit cynisch. Eerder is er sprake van een berusting die aan filosofische overpeinzing grenst. Ook met Shelter From The Storm deed Adey iets bijzonders. Waar Dylan nog loopt te hijgen van de lange reis en zijn natte jas en hoed met ongeduld op de stoel gooit, wandelt Steve Adey rustig binnen. Overigens bevat dit debuut, door Eric van Domburg Scipio ooit omschreven als ‘een zeer welkom nieuw Schots folkgeluid’, ook eigen composities. These Resurrections is een ep die voorafgaat aan het later te verschijnen tweede album van Adey. Producer Calum Malcolm laat de sombere overpeinzingen over oorlog en relationele teloorgang klinken alsof John Cale bij Blue Nile zingt. Wat meer bezonnen dan bijvoorbeeld Adrian Crowley, maar net zo mooi.

    • Nou Wim, je two cents zijn ook weer binnen! 😉
      Maar ik herinner me die woorden nog over zijn versies van Shelter From The Storm en I See A Darkness. Ik blijf de originelen trouwens ook koesteren hoor.

  8. Zal ik mijn recensie dan ook maar….. 🙂
    Mooie recensie, al heeft de cd geen rijpingstijd nodig bij mij.

    Maar nu we allemaal mannen aan het rondstrooien zijn, hier een nieuwe vrouw aan het firmament die ook fraaie muziek maakt:

    • Wat mij betreft plempen jullie al die recensie hier neer hoor. Ik heb jullie immers lief, beste muziekhoeders!
      Alleen wat die Andrea Ochtendgloren betreft, dat weet ik niet helemaal. Het eerste liedje begint mooi, maar wordt me al snel te theatraal (dat clipje met die gekke maskers is in die zin tekenend…). Het tweede liedje is wel erg schoon… Dus ik ben ambivalent. Meer dan deze nummers heb ik ook niet gehoord. Ik heb zóveel te luisteren…

  9. Daar ben ik wel voor, strooien met nieuwe vrouwen…
    Tweede liedje van mevrouw Dawn is aardig. Ze doet me – een weinig, maar toch – denken aan Jennifer Terran. Die heeft overigens een nieuw album: http://jenniferterran.bandcamp.com/
    Net zoals – strooi, strooi, strooi – Sara Jackson-Holman. Cardiology is haar tweede album.

  10. Pingback: Le Guess Who 2013 « mousique.nl

  11. Pingback: Eurosonic-Noorderslag (9 t/m 12 januari 2013) « mousique.nl

  12. Pingback: mousique’s jaarlijst 2012 | mousique.nl

Reacties zijn gesloten.