Recensie: Swans – The Seer

Hij mocht nog één keer… Broeder H., alias ‘de meelmuis’, erelid van Zondagsschool Laat de kinderen tot Mij komen uit Waddinxveen, hij zou nog één keer het kerstverhaal vertellen. Hij had dat al jarenlang niet meer gedaan – hij was intussen de 80 gepasseerd – maar het bestuur had in zijn ondoorgrondelijke wijsheid besloten dat ‘de meelmuis’, eh broeder H. nog een laatste keer de kerstgeschiedenis uit de doeken mocht doen.
Die kans greep hij met beide handen aan. Hij had zich in zijn onafscheidelijke driedelig zwarte kostuum gehesen. En daar begon hij te vertellen met zijn kenmerkende piepstem. Hij nam een lange aanloop…

Hij begon letterlijk aan het begin van de Bijbel, met de schepping en de zondeval. Vervolgens vertelde hij over andere hoofdpersonen uit het Oude Testament, zoals David en de profeten. Intussen waren we bijna een half uur verder en hij was nog steeds niet in Bethlehem! Het werd een kakafonie aan gehoest, gedraai, gescheur van pepermuntpapier, kindergehuil, boos gefluister van ouders, snurkende opa’s en wat al niet; maar broeder H. ging onverstoord door. Totdat hij eindelijk na 50 minuten de herders bij de kribbe liet knielen… De beste man werd niet geroyeerd als erelid – hij zou ook nog maar een paar jaar leven – maar dit was wel zijn allerlaatste kerstvertelling.

Ik moest aan dit legendarische voorval denken terwijl ik in de auto – op weg naar een predikbeurt; jawel! – The Seer, het nieuwe dubbel(!)album van Swans draaide. Deze band schuwt namelijk de lange aanloop ook niet. Het duurt vaak vele minuten voordat er in de nummers daadwerkelijk gezongen wordt en het punt gemaakt. Op A Piece Of The Sky neemt het ‘intro’ zelfs ruim 15 minuten in beslag! Toch gebeurt er in zo’n aanloop vaak teveel spannends dat de luisteraar hetzelfde lot als de hoorders bij ‘de meelmuis’ beschoren is.

Jan Willem Broek stelde ergens in de comments op deze site voor om Swans om te dopen tot ‘Fenix’ of ‘De kat met negen levens.’ De band stopte namelijk meermalen, om toch elke keer weer door bandleider Michael Gira gereanimeerd te worden en weer een nieuwe plaat uit te brengen. Voor een uitstekend overzicht verwijs ik graag naar Jan Willems recensie alhier. Twee jaar geleden kwam Swans opnieuw tot leven – na 13 jaar radiostilte! – met het album My Father Will Guide Me Up a Rope to the Sky.
Opperzwaan’ Gira noemde in een interview de nieuwste worp The Seer ‘a culmination of the past 30 years.’ Dat is een rake typering, want hier komt alles, wat Swans in die 30 jaar muzikaal te berde heeft gebracht, samen.

The Seer is geen makkelijke plaat geworden. De luisteraar wordt regelmatig behoorlijk beproefd, maar het is een meeslepend werk geworden en regelmatig ook overdonderend en adembenemend. Neem het openingsnummer Lunacy. Een slepende rif trekt je mee. Vervolgens wordt er even ingehouden en daarna zingt Gira samen met o.a. Alan Sparhawk en Mimi Parker (van Low) over het beest in de mens. Nee, heel vrolijk is de tekst niet. Maar het folkachtige fluitje is dan juist weer vertederend. Vervolgens wordt de muziek zwaarder en wordt als een mantra eindeloos Lunacy gezongen. Opnieuw wordt er ingehouden en is er een prachtige Lowiaanse verstilling, waar meermalen klinkt: Your childhood is over. De toon is gezet!
Mother Of The World is grootser in klankpalet en wisselingen. Hier mag drummer Thor Harris (voorheen Shearwater) ook flink losgaan. De ritmes hebben hier meer dan iets tribaals. In de meeslepende zang, die pas na zeven minuten inzet, herhaalt Gira telkens de laatste lettergreep, wat aanstekelijk werkt.

Even kunnen we ademhalen met The Wolf, waar Gira met een zeer spaarzame begeleiding – gitaar en wat ruis – opnieuw over het beestachtige zingt. Het is een korte en aangrijpende folksong.
Daarna komt het pièce de résistance van het album, het titelnummer. Werkelijk alles wordt hier uit de kast gehaald. Een keur aan instrumenten komt aan bod: doedelzakken, strijkers, koperblazers, een dulcimer, enz. Na een eindeloos intro, dat lijkt op het stemmen van een orkest voordat het de partituur gaat volgen, komt er lijn in: eindeloze drones en basale drums (je waant je op een galei) leggen een tapijt neer. Swans laten vooral hier horen hoe monotonie ook tot kunst kan worden verheven. De percussie wordt vervolgens sneller en inventiever en dan zingt Gira zijn enige verstaanbare regel: I see it all, I see it all. Wat hij ziet, wordt niet duidelijk, maar ik vermoed aan de muziek te horen, dat het duister en apocalyptisch is… Laag over laag wordt gestapeld. De drums worden mokerslagen, de bekkens worden afgeranseld, totdat er weer even rust indaalt. Maar dat is bedriegelijk, want daarna komen er een soort donkere bromtonen – drones waar Sunn O))) een patent op heeft, maar ook een band als Neurosis lijkt niet ver weg. Een mondharmonica klinkt eindeloos, als een soort misthoorn. Nog één keer trekt Gira van leer. Het zijn onverstaanbare klanken. In het tekstboekje staat undecipherable obscenities. In ieder geval ben je na 32 minuten helemaal murw.
Gelukkig dat daarna die ziener in wat rustiger vaarwater terugkeert en je even op adem kunt komen. The Seer Returns is een fraaie country blues, maar dan wel op z’n Swans: met vervreemdende strijkers en wereldmuziekinvloeden. Oud-Swanlid Jarboe zingt hier een aardig stukje mee. De tekst is weer behoorlijk apocalyptisch.
Daarna komt misschien het meest ontoegankelijke en compromisloze nummer. Het is de instrumental Ave. B Blues. Men denke hier niet aan een gevoelig bluesnummer, maar aan een gruwelijke vorm van free jazz, waar John Zorn patent op heeft, met door merg en been gaande blaasinstrumenten en percussie als geweerschoten. Eerlijk gezegd word ik er elke keer weer kriegelig van, hoe vaak ik het ook geprobeerd heb. Voor mij dus een skipnummer.
Gelukkig eindigt de eerste schijf met het prachtige The Daughter Brings The Water. Hier hoor je de country noir van Angels Of Light, een ander project van Michael Gira, terug. Het deed met ook erg denken aan Castanets. En dan zijn we nog maar op de helft.

Cd 2 begint met het prachtige Song For A Warrior. Een glansrol vervult hier Karen O, de stoere en prettig gestoorde voorvrouw van Yeah Yeah Yeahs. Hier blijkt ze ook op een hele gevoelige manier te kunnen zingen in dit fraai gestileerde country liedje. Eén zin eruit bleef bij me hangen:

Some people say,
God is long dead,
but I heard

something inside you,
with my head to your chest.

Wat een zin! Opnieuw speelt hier verder de metafoor van het licht een belangrijke rol. Het licht tegen de duisternis, de duisternis van de oorlog hier. Sowieso is die lichtmetafoor leidend op heel het dubbelalbum. Niet zo vreemd ook bij iemand van wie een andere band Angels Of Light heet…

In het volgende nummer Avatar wordt het intieme weer achterwege gelaten. Kerkklokken klinken en langzamerhand ontspint het ‘liedje’ zich tot een duizelingwekkende (post)rocker. Ik moest hier sterk aan Godspeed You! Black Emperor denken, maar dan met zang. De percussie aan het eind is overweldigend.
Vervolgens komen er nog twee lange nummers: A Piece Of The Sky (19 minuten) en The Apostate (23 minuten). Persoonlijk vind ik dit teveel van het goede. Wat mij betreft had het bij Piece Of The Sky mogen blijven. Dat is een raadselachtig nummer met aan het begin een minutenlang durende zachte noise – alsof Machinefabriek aan de knoppen zit. In werkelijkheid blijkt het de geluidskunstenaar Ben Frost te zijn, die ‘fire sounds (acoustic and synthetic)’ laat horen. Vervolgens komt er een soort ambientachtige melodie die langzaam door cello’s en andere instrumenten overgenomen wordt. Ach, het is ondoenlijk om hier alle wisselingen te beschrijven. Het is een rijk caleidoscopisch nummer met een raadselachtige tekst:

In the now that is not
on a ladder to god
On a mountain stripped bare
With your hand in my hair
Behind the face of the sky
on a disappearing line
Are you there?

In the then that was now
In the now that is not
In our names we forgot
In a thought we just lost
We become what we choose
We are stumbling fools
Who are not there

Wie is die You uit het eerste couplet: God, de geliefde, de luisteraar? Van zulke open teksten houd ik wel.
Als het hier bij gebleven was, was The Seer voor mij misschien wel dé plaat van het jaar geworden (oké, daar zou ik die stuurloze instrumental Ave. B Blues voor de koop bij nemen), maar nu sturen Gira c.s. ons het bos in met The Apostate. Dat is niet alleen 23 minuten lang, maar het dreunt ook maar oeverloos door. Daar komt bij – Wim noemde het hier op Mousique al eerder – dat de tekst volstrekt ridicuul is. Ik heb weinig behoefte om te citeren. De banale kosmische erotiek slaat m.i. echt totaal de plank mis. Jammer.

Maar ik eindig positief. Want de andere kant is, dat ik dit jaar geen plaat hoorde die me zo bij de kladden greep, die twee uur lang zo’n totaalervaring biedt, waar zoveel aan te ontdekken valt. De keur aan instrumenten, de geweldige gastenlijst (een aantal noemde ik al, maar denk ook aan Grasshopper (Mercury Rev), leden van Akron/Family, Bill Rieflin (Ministry, Swans, R.E.M.), Devendra Banhart, enz. enz.) en de variëteit aan stijlen: rock, (post)metal, postrock, ambient, psychedelica, free jazz, noise, postpunk, alt. country, drones, freefolk, soundscapes, enz. enz. Dat is een wezenlijk verschil met broeder. H., alias ‘de meelmuis’. Hij liet de oogjes toevallen, de Swans doen de ogen opensperren: van verbijstering en verwondering.

Advertenties

34 gedachtes over “Recensie: Swans – The Seer

  1. Wow, wat een prachtstuk Kees! Hoewel ik altijd het idee heb dat Gira diep in de hel zit en naar boven staart of er echt niks anders is. Maar hij stelt vragen en dat is altijd goed.

    In The Apostate slaat hij de plank niet mis vind ik, hij brengt abstractie aan. In een schilderij is het soms ook een bevreemdende wirwar, maar hang je er woorden aan dan slaat hij de plank mis? De Swans zijn begonnen als band die enkel op bassen beukte, hetgeen nog altijd terug te horen is in de monotone ritmes en genadeloze oerkracht. In feite doet hij hetzelfde met die woorden in dit nummer. Voor mij geeft het de tijd me te focussen op de power maar ook de wanhoop (van de afvallige) die er van het nummer uitgaat; haast delirant. Woorden zijn maar woorden en hebben net zoveel waarde als je diezelf toedicht.

    Leuk dat je Ben Frost ook noemt. Volgens mij is hij in z’n eentje (vanuit IJsland) verantwoordelijk voor heel veel essentiële werken tegenwoordig.

    Als ik overigens kijk naar wat ik de mooiste Swans albums vind moet je terug in de tijd, maar deze is wel het meest indrukwekkende. Je verwacht dat een 58-jarige man inmiddels de schoonheid uit het leven weet te etaleren, maar hij heeft een heel andere kijk op de wereld, zoveel is duidelijk. Hij trekt de lijn tussen zin en waanzin, schoonheid en lelijkheid…ja en dan is het aan de luisteraar welke kan je op kijkt/luistert.

      • 🙂
        Mooie reactie, JW. Ik kreeg op de FB-pagina van Mousique ook al een reactie van iemand die het voor ‘The Apostate’ opnam. Ik had al een vermoeden dat ik met mijn oordeel tegenovergestelde reacties zou oproepen, maar dat is ook het leuke van Mousique: op een mooie manier redetwisten over de Musica in al z’n facetten.
        Je zegt ‘woorden zijn maar woorden’. Dat is denk ik wel het verschil tussen hoe jij en ik muziek luisteren. Ik ben nu eenmaal tekstgericht, niet alleen beroepsmatig, maar in heel mijn zijn. Die woorden die Gira hier gebruikt, overschrijden bij mij de grenzen van hoe ik God en onze werkelijkheid zie. Bovendien vind ik het ook veel te plastisch en te weinig poëtisch. In tegenstelling tot die prachtige tekst van ‘Song for A Warrior.’
        Je omschrijft trouwens wel erg mooi Gira’s kijk op de wereld.

        Wat vind jij trouwens dan het mooiste Swans-album?

  2. Ik denk dat ik de periode met Children Of God, The Burning World en White Light From The Mouth Of Infinity het mooist vind.

    Ik ben overigens soms ook tekstgericht, maar niet altijd. Natuurlijk ben je beroepsmatig ook met teksten bezig en die teksten omarm je. Maar dan nog blijf ik bij de stelling dat teksten net zoveel waarde hebben als je ze zelf toedicht. Ik kan gemakkelijk mijn andere wang eh oor toekeren als de tekst me niet hoeft te raken. Bij Gira heb ik altijd het idee gehad dat hij enorm twijfelt over het al dan niet bestaan van God. En op de momenten dat hij moe, wanhopig wordt van de gedachten waar hij niet uitkomt, beukt hij erop los.

    • Kijk nu zijn we bij de hermeneutiek: de duiding en vertolking van teksten. Ik zie het net iets anders dan jij denk ik. Teksten hebben ook een intrinsieke waarde, ongeacht wat ik er voor waarde aan toedicht. Het mooiste is natuurlijk wel als de horizon van mijn levensverhaal en verstaansduiding samensmelt met de horizon van de tekst. Dan is er de klik, de verlichting, het geraakt worden. Dat het bij ‘Song For A Warrior’ wel gebeurt bij mij en niet bij ‘The Apostate’ zegt natuurlijk vooral in dit geval iets over mijn horizon…
      Die twijfel hoor ik zeker bij Gira: niet alleen tekstueel, maar ook muzikaal inderdaad. Wederom mooi gezegd, JW!

      Ik ga die oude Swans-platen eens checken, want eerlijk gezegd kende ik de band maar vaagjes. Door jouw prachtige recensie ben ik nieuwsgieriger geworden en ben ik (voor het grootste deel) voor ze gewonnen.

      • Ik zou beginnen met de laatste 2, daarna Children Of God, de plaat waar Jarboe haar intrede doet en waar de overgang van de oude naar de nieuwe Swans plaats vindt. Samen houden ze er ook het fijne Skin en World Of Skin op na.

        en ook deze single verschijnt dan:

      • Hier heeft iemand Gadamer gelezen! 🙂
        Ben nou wel benieuwd naar de tekst van dat nummer.
        Mooie recensie, met een erg vermakelijke intro. Dat de namen Alan Sparhawk en Mimi Parker hier genoemd worden, heeft mijn nieuwsgierigheid wel extra gewekt natuurlijk!

      • En jij hebt blijkbaar ook Gadamer gelezen (of op z’n minst van gehoord) 😉
        En broeder H. alias ‘de meelmuis’ moest eens weten dat hij zou figureren in een recensie van een band die het wit om zijn neus nog witter had doen trekken…
        Swans is wel een band die je moet leren luisteren: geduld en uithoudingsvermogen zijn vereist. Maar dat is jou wel toevertrouwd 🙂

      • JW, bedankt voor die stroom aan liedjes. Ik zal ze als die wolf op de cover verorberen…

  3. Jan Willem, dat zijn stuk voor stuk fraaie liedjes. Heb je nu de rustigste uit die platen gekozen? Ik dacht dat de vroege Swans – of is dit de middenperiode? – zo compromisloos waren. Maar dit is best heel melodieus en gebalanceerd. Doet me ook behoorlijk aan Nick Cave denken (waarschijnlijk is het andersom: is Cave door Swans beïnvloed). Prof help me even met de historiciteit en invloeden…
    Die cover van Joy Division is zelfs bijna 4 AD-achtig, als je begrijpt wat ik bedoel.

      • Woh, dit is inderdaad een stuk heftiger… Apart dat dit een hit was op de dansvloer. Zijn er geen beelden van hoe jullie dat deden met die buigingen? 😉
        Die andere Swans-nummers doen me meer. Dus dat had je wel goed ingeschat.

  4. Niet alleen de meelmuis en swans zijn experts in lange intruducties, dhr. van den Berg kan er zelf ook wat van!
    Zonder gekheid, een prachtige recensie Kees, en een intrigerende plaat. Ik hou wel van zware muziek moet ik zeggen, maar dit vind ik wel erg heftig. Tot nu toe heb ik het nog niet aangedurft om me er in te verdiepen, maar na deze recensie ga ik dat zeker doen…

    het is wel smullen momenteel voor de liefhebbers van post-rock, met nieuw werk van deze oude rotten, van Godspeed You! en van Hammock (om eens een paar grote namen te noemen).
    Nog iemand plannen om die laatste twee te gaan bespreken?

    • Haha, ik was ook de enige die niet zat te klieren bij ‘de meelmuis’…
      Ik heb wel eens een preek gehouden, waarbij de intro een derde van het geheel duurde…
      Die postrock-grootheden luister ik wel, maar recenseer ik niet. Ik ga voor The XX en John Coffey, om maar eens wat uiteenlopends te noemen.

    • Ik heb inmiddels via slinkse wegen die GY!BE ook gehoord, maar het is niet direct de plaat waar ik op hoopte. Natuurlijk wilde ik ook niet hetzelfde als voorheen, maar op dit moment ontgaat me de essentie van de terugkeer nog. Wat jij peTer? (dit zonder iets van je recensie prijs te geven hoor)

  5. of ik er een recensie aan ga wagen, ik denk het niet hoor JW, dus ik kan je best mijn bescheiden mening over de nieuwe GY!BE verklappen:

    wat mij betreft een album GY!BE waardig, maar het bevat weinig nieuws, de ophef/hooggespannen verwachtingen na 10 jaar snap ik wel maar vertekenen de werkelijkheid een beetje. in werkelijkheid is het een album dat weinig toevoegt imho.

    • Ook ik ben in eerste instantie niet heel erg onder de indruk van de nieuwe GY!BE. Ik mis echte spanning en meeslepende melodieën. Doe me dan maar Hammock.
      Zo, is dit kort gezegd, of niet?!

      • Zeker kort. Godspeed had altijd dat filmische, die je volledig absorbeerde en meesleepte tot de altijd fijne erupties. Maar nu is het vooral hard, het gaat nergens heen, maar goed ik zal hem nog een paar keer draaien…wie weet

  6. ik zit du moment trouwens naar the seer te luisteren (had er nog niet veel meer dan een quickscan aan gewaagd) en het moet gezegd: wow!

  7. Kees, ik heb je advies nodig.
    Je vindt dat het nummer ‘Apostate’ uit oeverloos gedreun bestaat. Ik heb dat gevoel eigenlijk bij een groot deel van deze plaat. Ik vind die eerste helft een hele klus om te luisteren. Een aantal nummers vind ik erg mooi (Lunacy, Song for a Warrior, Avatar, A Piece of the Sky). Het doet me soms denken aan GY!BE en aan de sfeer van Woven Hand. In alle eerlijkheid: denk jij, als mijn persoonlijke goeroe, dat ik aan het gedreun (van bijvoorbeeld het nummer The Seer) moet wennen of denk je dat het toch niet helemaal mijn ding is.

  8. Of heb je mijn advies nodig, Daan?

    Ik had het eerst niet willen doen, maar nu er een broeder in muzikale nood verkeert, timmer ik toch maar een stelling tegen een deur. Uit Heaven 6, 2012.

    Ja! Tja…

    Swans is terug. Nadat Micheal Gira de no wave band in 1997 ontbond en met Angels Of Light een zevental albums opnam (waaronder het lovend ontvangen We Are Him uit 2007), blies Gira het gevleugelde gezelschap in 2010 nieuw leven in met My Father Will Guide Me Up A Rope To The Sky. En nu is er The Seer. Een onruststoker en oproerkraaier van een album. Knoestig en onwrikbaar. Overdonderend en ongenaakbaar. Wegwerpen wil je het, bij tijden. En dan ineens toch een innige omarming. Het is teveel (The Wolf gaat zo’n dertig minuten aan de haal!) en te lang. En toch: je luistert naar de gloeiend hete smeltkroes van no wave, slowcore, blues en folk. Nog altijd bestaat Giras muziek uit eindeloze monotone beschouwingen te midden van het eindeloze geluid van een drietonige deurbel. The Seer verschilt dan ook alleen van alle voorgangers (Swans en Angels Of Light) door het enorm oprekken van de composities. Dat levert een dubbelcd op die bij vlagen monumentaal (A Piece Of the Sky) is, maar even zo vaak bombastisch aandoende gebakken lucht. Gira is geen groot liedjesschrijver, zijn werk drijft op een gedrevenheid die, het moet gezegd, je in the end zelden onberoerd laat. Het door Karen O (Yeah Yeah Yeahs) gezongen countrydeuntje Song For A Warrior mag dan een opvallende plaats op The Seer innemen, op de keper beschouwd is het een niemendalletje. Wel bijzonder is Lunacy, het samen met Alan Sparhawk en Mimi Parker van Low gezongen eerste liedje. Het is een uitzondering. Ach, misschien valt The Seer helemaal niet te kwalificeren als mooi of lelijk en heeft The Seer hetzelfde effect als een performance van Marina Abramović: een door fascinatie opgestuwd verlangen van afkeer.

    • Wim, bedankt voor je recensie! 🙂
      Kees is volgens mij een weekend weg. Hij heeft al erg lang niet meer gereageerd. Ik vind het wel verwarrend worden nu ik de mening van de goeroe van mijn goeroe ken. 😉

  9. Inderdaad, Daan: ik was een weekendje weg. Naar Brugge welteverstaan. Het is trouwens ook wel eens goed om niet direct te reageren…
    Ach, de verwarring begrijp ik wel. Wim typeert de plaat van Swans ook best goed: hij heeft iets ongrijpbaars, buiten vaste categorieën vallend. Dat maakt dat dubbelalbum voor mij ook zo indrukwekkend. Wim kan dat gebakken lucht noemen. Ik heb veel liever deze lucht, dan veel gemetselde muziekjes, die helemaal niets met me doen.
    En Daan, dat dreunende is niet permanent op The Seer. Er zit ook genoeg subtiliteit en anderssoortige muzikale invallen bij.
    Eén opmerking nog n.a.v. Wims laagdunkende bedoelde opmerking over het ‘niemendalletje’ Song For A Warrior. Ik stond in Brugge bij het standbeeld van Guido Gezelle, de man die het mooiste natuurgedicht mét inhoud schreef, over een ‘niemendalletje’ van een insect: ’t Schrijverke… Zo hoor en beleef ik ook ‘Song For A Warrior”…

  10. Haha, een oude schrijver erbij halen…. Zo kan ik het ook. Heb je het beeld van Juan Luis Vives ook gezien? En Hans Memling in het Sint Jan?
    By the way, zo laagdunkend was die opmerking niet bedoeld hoor. Ik vind het gewoon een matig liedje, niet meer en niet minder.

    • Inderdaad, zo kun jij het zeker ook… Hoeveel filosofen, schrijvers en kunstenaars heb jij er al niet bij gehaald in je honderden recensies? 😉
      Hans Memling hebben we zeker gezien: prachtig!!
      Dat beeld kan ik me niet zo herinneren, wel het bezoek aan brouwerij De Halve Maan met een prettig gestoorde gids… En natuurlijk de Straffe Hendrik! (en varkenswangetjes!)

      • Ha die brouwerij ben ik ook geweest! De varkenswangetjes zijn gelukkig aan me voorbij gegaan. Voor de rest schaar ik me achter de uitleg van Kees!

        En om Oscar Wilde maar eens te quoten mbt de Swans (en in feite natuurlijk mijn hele muziekcollectie):
        “My tastes are simple: I am easily satisfied with the best.”

        Verder ben ik een bescheiden mens! 😉

      • Die varkenswangetjes heb ik niet bij de Halve Maan op hoor… Waar wel verklap ik je nog wel een keer… 🙂
        Mooi citaat van Oscar Wilde… Ook helemaal niet elitair of zo… 😉
        Trouwens, wat zag ik heel veel in Brugge rondzwemmen in de zgn. ‘rijen’? Inderdaad:

  11. Pingback: mousique’s jaarlijst 2012 | mousique.nl

Reacties zijn gesloten.