Concertverslag: The Shins (Paradiso Amsterdam, 21 augustus 2012)

Een concert bezoeken is voor mij veel meer dan alleen muziek live beluisteren. Ik laad me ervoor op, d.w.z: ik luister nog eens wat albums van de betreffende artiest of band, ik trek een favoriet t-shirt aan en dan reis ik af. Zo’n reis vind ik al een belevenis. Neem de reis van gisteren: van Nieuw-Vennep naar de Weteringschans in Amsterdam. Dat is geen lange reis, maar in de trein naar station Amsterdam-Zuid zag ik al van alles. Het meest vielen mij een vijftal keurig geklede en gekapte dames op. Ze waren druk aan de praat. Er werd regelmatig gegiecheld, alsof ze op schoolreisje gingen. Wat bleek: ze waren op weg naar het concert van Leonard Cohen in het Olympisch Stadion. Ik dacht: Wat is er gebeurd in de wereld? De vroegere minstreel, die met z’n luisterliedjes tegen het establishment beukte en tegelijk de revolutionairen de taal van de liefde leerde; hij treedt tegenwoordig – strak in het pak en met hoofddeksel op – op voor keurige dames en heren…
Onze wegen scheidden, want ik pakte de tram naar muziektempel Paradiso, alwaar één van mijn favoriete bandjes ging optreden: The Shins.

Het voorprogramma werd verzorgd door Violens, een band uit New York. Ik kan hier kort over zijn: ze maken frisse gitaarpop, zowel in de lijn van The Strokes als The Smiths. Helaas was de interactie met de toen nog halfvolle zaal minimaal. Dat kwam m.i. ook, omdat de zang te ver naar achteren was gemixt. Het meest was ik onder de indruk van de drummer die lekker felle en snelle partijen uit zijn trommels roffelde, maar verder was het toch vooral het ene oor in en het andere weer uit.

Toen was het tijd voor de hoofdact: The Shins. Ik zei al: een concert bezoeken houdt voor mij meer in dan alleen maar muziek live beluisteren. Ik pleeg ook graag om mij heen te kijken, beter gezegd: mensen te observeren. Er waren er genoeg in Paradiso. Veel vrouwen. Jonge vrouwen. Mooie vrouwen. En juist dat vrouwvolk reageerde eigenlijk het meest enthousiast tijdens het concert… Nu kom ik niet wekelijks in concertzalen, maar zoveel meisjes had ik nog nooit gezien bij een concert. Volgens mij heeft dat alles te maken met The Shins. Deze band – en vooral haar voorman zanger/gitarist James Mercer – weet vaak een gevoelige snaar te raken. De liedjes kennen mooie melodieën, hebben een soort merkwaardige opgewektheid (terwijl het tekstueel nogal donker kan zijn) en gaan over zaken, die meisjes zeker ook interesseren. Tot zover mijn theorie over het meisjesgehalte bij dit concert.
Er waren ook andere mensen: verschillende ouderen. En dan bedoel ik echt 55-plussers. Volgens mij heeft dát te maken met het feit dat het oeuvre van The Shins een hoog klassiek popgehalte heeft: je hoort er The Beatles, The Beach Boys en vele andere beroemde klassieke liedjessmeden in terug. James Mercer beheerst ook als weinig anderen het genre van het drie-minuten-liedje.
En dan heb je ook nog altijd die eenzame liefhebbers: ze gaan in hun eentje naar zo’n concert, ze bewegen niet zo druk, ze kletsen niet oeverloos, ze zitten niet eindeloos hun telefoon te checken; nee: ze genieten. En dat valt er genoeg bij The Shins. De eerlijkheid gebied te zeggen dat het laatste album Port Of Morrow (2012) behoorlijk tegenviel, maar de drie voorgaande albums Oh Inverted World (2001), Chutes Too Narrow (2003) en Wincing The Night Away (2007) zijn stuk voor stuk klassiekers, gevuld met parelachtige en puntige gitaarpop.

Maar hoe zouden die liedjes live klinken? Ik had The Shins nog nooit live gezien. Eigenlijk hield ik mijn hart vast. Van diverse kanten had ik vernomen dat The Shins live vaak tegenvielen: saai en regelmatig tenenkrommend vals gezongen. Bovendien had Mercer zijn complete band voor het laatste album ontslagen en allerlei gastmuzikanten in dienst genomen. Zou het authentieke Shins-geluid niet verloren zijn gegaan?
Gelukkig bleek van dit alles helemaal niets. De band trapte af met Kissing The Lipless, dat heerlijke liedje van Chutes Too Narrow. Op plaat is dat al een fijn uptempo liedje, maar hier ging er nog een flinke scheut gas bij. Het deed me bijna naar adem happen. The Shins ging in hetzelfde tempo door met Caring Is Creepy. Vervolgens kwam één van de weinige echt sterke liedjes van het nieuwe album: Simple Song. Kortom: het was een geweldige start.

Mercer, maar ook de rest van de band, had het duidelijk naar zijn zin. Het publiek – de meisjes en de rest – reageerde erg enthousiast. Even zakte het een beetje in met Bait And Switch – een minder liedje van Port Of Morrow – maar de band herpakte zich met mijn favoriete Shins-nummer: Saint Simon. Hier vond zelfs even een stukje community singing plaats. En toen daarna ook nog eens knaller Phantom Limb van het podium gelanceerd werd, kon mijn avond eigenlijk al niet meer stuk.
Maar het mooiste had The Shins voor het laatst bewaard. Eerst volgde een prachtig klein gehouden New Slang, misschien wel het bekendste nummer van de band. De lichten werden zachter en opeens zag ik in volle glorie die drie gebrandschilderde ramen recht boven het podium, restant uit de tijd dat Paradiso nog een kerk was. Samen met de hemelse klanken van New Slang (!) gaf dit een mystieke lading.

Deze bleef bij het extra lange intro van Sleeping Lessons – dat fraaie nummer waar Wincing The Night Away mee begint. Mercer schreef de liedjes van dit album voornamelijk ’s nachts. Noodgedwongen ook, omdat hij tobte met extreme slapeloosheid. Prachtig werd het intro van Sleeping Lessons nu uitgesponnen. Toetsenist Richard Swift speelde die eenvoudige, doch doeltreffende tune. Gitariste Jessica Dobson toverde sferische akkoorden uit haar snaren. Drummer Joe Plummer (ook van Modest Mouse) liep langzaam over het podium om bij elke zangmicrofoon belletjes te laten horen en nog één over ander vaag instrument. Bassist Yuuki Matthews hield zich erg gedeisd. Zodoende kwam de aangrijpende zang van Mercer naar voren. Na zo’n minuut of twee barstte het nummer open om uiteindelijk in een heerlijke pot noise te eindigen.
En weg waren ze. En weg bleven ze. Nog nooit heb ik zo lang moeten wachten op een toegift. Wat bleek: alle bandleden kwamen met een tapbiertje het podium op. Dat moest blijkbaar eerst nog geschonken worden! Het wachten werd wel beloond: een fraaie uitvoering van September, ook een liedje van het laatste album, dat Mercer schreef voor zijn vrouw. Vervolgens kwam er een zweverige versie van het titelnummer Port Of Morrow. Hierbij moet wel de kanttekening gemaakt worden dat The Shins niet op hun best zijn als er geïmproviseerd wordt. Vooral gitariste Jessica Dobson wist zich geen raad met die ruimte en aandacht. Zij is een prima dienende gitarist, maar moet nog groeien in een leidende rol.
Het slotnummer hoorde ik niet helemaal meer, omdat ik mijn trein moest halen. Daar zag ik de keurige dames niet meer, alsmede geen enkele Cohen-fan. Blijkbaar was de oude man langer doorgegaan. Dat siert hem dan weer…
In ieder geval waren mijn verwachtingen m.b.t The Shins niet alleen ingelost, maar zelfs overtroffen.

Advertisements

20 gedachtes over “Concertverslag: The Shins (Paradiso Amsterdam, 21 augustus 2012)

  1. Ik wist niet dat dit één van je favoriete bandjes was, Kees.
    Leuk verslag. Die achtergrondinfo is ook altijd erg prettig om te lezen. Dat draagt altijd erg veel bij aan zo’n concert.
    Ik kan niet wachten om dinsdag Sigur Rós in deze zelfde zaal te zien spelen.

    • Ach, ik heb wel de nodige favoriete bandjes ;-), maar verbaast het je dat ik – geen mooi meisje, geen 55-plusser, maar wel een eenzame muziekliefhebber – The Shins goed vind? Ken jij zelf The Shins? Zo ja, wat vind je er van?

      Sigur Rós zal wel een belevenis worden. Hoewel, té hoge verwachtingen kunnen de teleurstellingen des te groter maken (uit de Verzamelde Wijsheiden van CornelisB) …

      • Het verbaast mij niet dat je The Shins waardeert. Alleen ken ik enkel het laaste album. Dat vond ik wel lekker weg luisteren, maar verder ook helemaal niet bijzonder. Dat geef jij zelf dan ook wel toe. Maar op basis daarvan was ik verbaasd dat het bij je favoriete bandjes hoort.
        Ik heb hoge verwachtingen van Sigur Rós, maar dat komt ook door de locatie. 🙂

      • Qua locatie zal er natuurlijk ook weinig veranderen: Paradiso vind ik met afstand de mooiste concertzaal van Nederland, die ik ken.

      • Paradiso is ook mijn favoriete concertzaal. Net niet te groot, mooi geluid en een prachtig gebouw.

        Sigur Rós heb ik er één keer gezien, maar dat viel erg tegen. Het was alsof er een cd op stond. Goed geluid, maar echt nul interactie met het publiek waardoor het niet tot leven kwam. Hopelijk voor jou Daan doen ze dat nu anders….

  2. heb ze gisteren gezien. Was benieuwd na veel positiefs gehoord te hebben over Shins.
    Vond het echter vlees noch vis. Zwakke melodieën, geen persoonlijkheid, niet boeiend. Vergelijkingen met Beatles en Beach Boys in zoverre misplaats, dat de Shins geen echte muziek maken. Woorden als ‘pareltjes’ en ‘gevoelig’ zijn misplaats en ingegeven door de wens om ze mooi te vinden.

    • @Eddy, kende jij The Shins al voor dit concert? M.a.w. is je mening over The Shins alleen gebaseerd op dit concert? Ik vraag dat omdat ik het oeuvre van The Shins grotendeels ken, in album-vorm dus. Mijn typering van hun liedjes als ‘gevoelige parels’ is vooral op die eerste drie albums gebaseerd. Dat hier de melodieën zwak zouden zijn, kan ik dan ook niet met je eens zijn. Neem dit liedje:

      Dat is zo melodieus. Let op de details en de meerstemmige zang. Hier durf ik zeker wel de vergelijking te maken met Beach Boys of Beatles. O.k. live klinkt het minder gepolijst, maar het scherpe randje waardeer ik dan juist wel.
      En over de persoonlijkheid van Mercer: hij is geen Dave Grohl of Morrissey, maar juist dat bescheidene van hem waardeer ik wel: laat de muziek maar spreken. Die is in het geval van The Shins sterk genoeg. Vind ik dus…

      • Beste Cornelis, ik vind het wel lief dat je het (op een prettige manier en zonder verwijt) voor the Shins opneemt. Laten we het maar op een verschil in smaak houden. Ik snap (denk ik) wel waarom jij dit nummer melodieus vindt en ‘knap’ qua meerstemmigheid. Maar mij raakt ook dit niet, en ‘raken’ is voor mij eigenlijk het belangrijkste criterium in muziek (maar ook in kunst, mensen etc.). Dat the Shins nog 4 mensen la-la-la-la laten zingen maakt het nog niet mooi. Ik vind het niet écht’, een beetje gemaakt, bedacht, alsof ze op de kunstacademie de opdracht hebben gekregen om een gevoelig liedje te maken. Maar nogmaals, kennelijk raakt het jou wel, ik wil je best geloven. Inderdaad ken ik the Shins alleen van het concert (en beetje YouTube). Om je een indruk te geven van wat ik wel mooi vind (en om de indruk van negatief cynisme enigszins weg te nemen: ik word nog steeds geraakt door de stemmen van the Byrds, Seals and Crofts, Dandy Warhols en Gerry Rafferty, de melodieën van Nilsson, Nils Lofgren, Soft Machine, Beck en Sufjan Stevens, de sound van Goldfrapp, Todd Rundgren, Townes van Zandt en Foo Fighters, etc.
        Van de Beach Boys vind ik de hits helemaal niet zo leuk (ook Good Vibrations niet), maar wel heel erg van de LP’s Surf’s Up en Holland. En de Beatles zijn gewoon zoals muziek moet zijn. Maar bij de Shins voel ik niks, behalve een met de luistertijd oplopende irritatie. Ze doen me nergens aan denken, maar tegelijk vind ik ze toch ook niet origineel. Voor mij dus vlees noch vis, geen smaak. Sorry. Laten we maar gewoon elk blijven genieten van onze eigen muziek.

      • Eddy, een steekhoudend en vooral waardig (de ruimte die je de muzikale opponent laat om de eigen smaak te proeven) betoog. Met passende (muzikale) voorbeelden. Het valt echter te betreuren dat een zo fraai betoog aan kracht inboet door het noemen van Dandy Warhols, Beck en de sound van Goldfrapp. : -)
        Daarnaast, ‘raken’ als criterium? Het is van belang maar niet van het grootste belang. Immers, daarmee zou alle ‘onbegrepen kunst’ in een oogwenk van de baan zijn?!

      • Beste Eddy, dank voor je uitvoerige reactie. De typering ‘bedacht’ bij de liedjes van The Shins had ik nog nooit gehoord. Het zou te maken kunnen hebben dat zij je niet raken – waardoor de muziek blijkbaar alleen de ratio raakt en niet het hart. Toch kan ik zo een lijst bands opnoemen die ook behoorlijk ‘bedachte’ muziek maken: Talking Heads, Field Music, Roxy Music en eigenlijk Sufjan Stevens ook wel. Ik heb persoonlijk ook weinig tegen muziek, die meer voor het hoofd dan direct voor het hart is. Daarnaast is mijn smaak ook vele malen breder dan The Shins (check maar even wat ik hier op Mousique gerecenseerd heb ;-)). The Birds, Townes van Zandt, Sufjan Stevens en ook Goldfrapp (maar dan eigenlijk alleen het eerste album Felt Mountain – prachtig) zijn mij ook allen lief, voor hoofd én hart…
        En The Beach Boys zijn inderdaad veel meer dan een singlesband. Juist hun albums zijn prachtig: Pet Sounds, Smile, Surf’s Up en Sunflower bijvoorbeeld. Kortom: we delen ook genoeg.
        Wims opmerking over het geraakt worden als enige echte criterium deel ik ook. Je vindt The Shins niet origineel. Nu denk ik dat originaliteit na tientallen jaren populaire muziek best lastig is… 😉

        En Wim, volgens mij was jij degene die ooit behoorlijk lyrisch was over Wincing The Night Away…. (in de taal van het politieke debat:) Je bent toch niet aan het draaien geslagen…?

      • Ja, Kees, nog steeds een mooie plaat (hun beste, denk ik weleens). Maar om eerlijk te zijn bespeurde ik enige slijtage toen ik n.a.v. dit draadje het tweede album weer eens draaide…

      • Ik heb genoeg pogingen ondernomen – in concertverslag en in de discussie met Eddy – om de schoonheid van deze plaat te benadrukken. Misschien kan ene Bram B. je beter overtuigen… 😉

      • Ik vind “raken” wel degelijk een goed criterium. Onbegrepen kunst kan je toch ook raken? En het hoeft echt niet altijd zo te zijn dat het je ontroert. Intrigerende muziek kan je ook raken.

        Bedachte muziek snap ik dan weer niet zo goed, want alle bands die je (Eddy) noemt hebben het vooral bedacht. Anders hebben we het over improvisaties. Maar gemaakt, gekunsteld dat snap ik beter.

        Laat ik over The Shins vooral zeggen dat ik Paradiso een heel mooie zaal vind 🙂

  3. Ik had even gemist dat ze naar Nederland kwamen. Jammer want nog nooit live gezien. Maar hoe ik het toch iedere keer ook weer probeer: Chutes too Narrow is het wat mij betreft nog steeds niet overtroffen. En dat komt vooral door Pink Bullets:

    When our kite lines first crossed
    We tied them into knots
    And to finally fly apart
    We had to cut them off.

    Since then it’s been a book you read in reverse
    So you understand less as the pages turn
    Or a movie so crass
    And awkwardly cast
    That even I could be the star.

    I don’t look back much as a rule
    And all this way before murder was cool
    But your memory is here and I’d like it to stay
    Warm light on a winter day

    • Hoi Bram, ik heb het bedoelde liedje er maar even bijgeplakt, zodat we het ook kunnen horen (en zien zelfs via de clip). Dank voor je mooie opmerkingen en je pleidooi voor dit prachtige liedje!
      Chutes Too Narrow blijft ook wel mijn favoriete Shins-album, hoewel het wel op de voet gevolgd wordt door Wincing The Night Away (ooit getipt door ene Wim B…), juist vanwege de donkere sfeer. Chutes… is het dagalbum; Wincing… het nachtalbum. Beiden zijn me dus erg lief.

  4. Het laatste album valt me wat tegen, maar Wincing the Night Away draai nog altijd graag. Het duurde trouwens wel even tot dat kwartje viel. Heerlijk in de auto. Ook Broken Bells is een aanrader; Mercer participeert daarin met Danger Mouse.

      • Mooie aanvulling, Stephan. Natuurlijk heb ik Broken Bells ook. Er staan een paar prachtige liedjes op, waaronder High Road inderdaad en ‘The Ghost Inside’ en vooral het laatste nummer The Mall & Misery (dat intro!!), maar in zijn geheel had ik er meer van verwacht. Vooral omdat het om een samenwerking van twee zulke klasbakken gaat. 1 + 1 maakte hier geen 3…

      • Ik moet inderdaad bekennen dat ik niet meer wist of Broken Bells in de kast staat, terwijl ik bij Wincing the Night Away geen twijfel had. Voor de duidelijkheid: beide albums staan in de kast. Conclusie: The Shins doet me meer.

      • Aan die conclusie valt niets af te dingen. Ik wist wel dat ik Broken Bells in de kast heb staan, maar ik draai The Shins een stuk vaker. Concerten van Broken Bells schenen ook niet zo bijzonder te zijn (heb ik van horen zeggen en niet uit eigen ervaring).

Reacties zijn gesloten.