A.P.K: vier favoriete jazz albums


Juist terwijl Daniel (onze enige andere jazz-liefhebber) een officieuze mousique-sabatical geniet kan ik het niet laten een paar jazz-platen voor het voetlicht te halen. De meeste klassieke jazzplaten (zoals Kind Of Blue van Miles of A Love Supreme van Coltrane) zijn al zo vaak besproken, dus daar waag ik me maar even niet aan. Het leek me juist leuk om eens een paar minder bekende platen te nemen, en dus maar eens door mijn platenkast gegaan en er een paar van mijn favorieten uit gehaald: achtereenvolgend bespreek ik vier albums van Oscar Peterson Trio, Humphrey Littelton, Ben Webster en Jan Garbarek.

The Oscar Peterson Trio: we get requests

Oscar Peterson is absoluut een van de grote jazz-pianisten. Ik heb een paar albums van de man in huis. De man heeft zo ongelofelijk veel opgenomen in allerlei verbanden (alleen tussen 1945 en 1962 al bijna 400 tracks), dat het ondoenlijk is om alles te verzamelen. Deze plaat is echter heel bijzonder in meerdere opzichten.

Lees de lemma/review in Allmusic maar niet, want dat doet de plaat geen recht. Een middelmatige Peterson wordt het album daar genoemd. Ja, het is zeker iets heel anders dan de brute kracht die op b.v. de `Exclusively for My Friends’ serie is te horen of het completere geluid met een vierde muzikant zoals op meestwerk Plus One (met trompettist Clark Terry). We Get Request is anders, toegankelijker, commerciëler zo je wilt.

Maar tegelijk is het ook de laatste plaat met het beste combo waarmee hij ooit gewerkt heeft (met drummer Ed Thigpen en bassist Ray Brown) en na vijf jaar samenwerking klinkt dat als een geoliede machine. De (instrumentale) plaat is opgenomen in 1964 en voornamelijk gevuld met populaire liedjes uit die tijd, waaronder bossa tunes als Girl From Ipanema en Corcovado, maar ook het niet minder bekende The Days Of Wine And Roses en People. Dit lijkt geen aanbeveling, maar toch wordt het geen muzak, integendeel: het trio geeft een geheel eigen interpretatie aan de liedjes en de fantastische ritmische timing en subtiele speelstijl maken de plaat weliswaar niet tot een meesterwerk (het is geen invloedrijke mijlpaal plaat) maar zeker tot een jazzalbum van grote klasse.
Daarbij is de bezetting ook relatief bijzonder: piano, staande bas en drums, that’s it. Op veel jazzplaten hebben blazers een hoofdrol, hier niet. En het is ook niet nodig; het geheel swingt als een tierelier en beurtelings nemen Peterson, Thigpen en Brown de lead; steeds sluit dat naadloos op elkaar aan. Nergens overheerst de een de ander, nergens loze opvulling, elke noot is op zijn plek. Je hoort een trio dat volledig in balans is en een Peterson die ingetogener speelt dan ooit. Dat maakt dat deze plaat een aangename rust uitstraalt.

Jazz is een muziekstijl die je moet leren waarderen en sommige albums zijn erg moeilijk en ontoegankelijk; het kan jaren duren voor je het wat latere werk van b.v. Coltrane enigszins kunt begrijpen. We Get Requests is een album dat ik ook aan niet-jazz-liefhebbers van harte zou aanbevelen, omdat het zo toegankelijk is. Maar pas op: het zou maar zo kunnen dat je erdoor aangestoken wordt en de dringende behoefte krijgt om je meer in de jazz te gaan verdiepen, op zoek naar nog meer van deze onweerstaanbare schoonheid…

Humphrey Littleton – take it from the top

Nog zo’n wat minder bekend en toch heerlijk jazz-album uit mijn platenkast: take it from the top van Humphrey Littleton. Littelton (aka Hump) was een groot bewonderaar van Duke Ellington en de trompettist heeft gedurende zijn carrière dan ook heel wat Ellington composities (ook minder bekende) opgenomen. Deze plaat is een eerbetoon aan Ellington. De A-kant bevat alleen instrumentale tracks met een hoofdrol voor de trompet; ik wordt er niet heel lyrisch van, maar het is wel lekkere muziek. Dan kant B, heel anders: ineens komt de mij volslagen onbekende zangeres Elkie Brooks om de hoek kijken, en die maakt indruk op me. Wat een prachtige stem, en dan die big-band achtige muziek eronder. Caro Emerald, eat your heart out! Brooks was eigenlijk een rock en r&b zangeres, maar hier ging ze opeens jazz doen. En dat doet ze zeer verdienstelijk. Ik zou niet kunnen zeggen of deze plaat nou top-of-the-bill in het genre is (daar ben ik te weinig kenner voor). Ik kocht de plaat ooit op een tweedehands platenmarktje (ik weet niet waarom), maar heb daar dus geen spijt van. Gewoon: lekker!

Ben Webster – ben op zijn best

Samen met Lester Young (Prez) en Coleman Hawkins (Hawk), wordt Ben Webster (Frog) gerekend tot de grote swing tenorsaxofonisten. Zijn bijnaam Frog, of ook wel The Brute, dankt hij aan het raspende geluid dat hij kon maken bij sommige uithalen. Tegelijk staat hij bekend om zijn warme en intieme stijl bij ballads. Een veelzijdig saxofonist dus. Deze plaat (ben op zijn best) is zijn laatste studioplaat, en in Nederland opgenomen. Ben woonde toen bij zijn hospita, mevr. Hartlooper in Amsterdam. Deze plaat wordt ook wel de Albert-Heijn plaat genoemd, omdat de plaat in opdracht van de winkelketen is gemaakt. Hij werd voor 4 gulden 95 verkocht in de filialen van AH en was binnen 2 weken uitverkocht. Het moest een goedkope plaat worden, dus werd er flink bezuinigd op de onkosten, met als gevolg dat er alleen rechtenvrije klassiekers op staan, zoals Ida Sweet as Apple Cider, Deep River en Nobody’s Knows the Trouble I’ve Seen.

Ben, die o.a. bij Fletcher Henderson en Duke Ellington speelde, is zelf vooral beïnvloed door Coleman Hawkins. Op zijn beurt heeft hij weer andere jazz-grootheden als Archie Schepp en Scott Hamilton en Bennie Wallace beïnvloed. Vanwege drankproblemen kwam zijn carrière wat in het slop, maar toen hij naar Europa kwam groeide zijn populariteit weer. Vanwege zijn verblijf en optredens in ons land begin jaren 70 is hij nog steeds erg populair in Nederland.

Deze plaat is gemaakt met een aantal Nederlandse klasse-muzikanten uit die periode: Ray Kaart (trompet), Herman Schoonderwalt (altsax), Ruud Brink (tenorsax), Cees Slinger (piano), Rob Langereis (bas) en John Engels (drums). Dat de plaat met een beperkt budget is gemaakt is niet af te horen aan de muziek zelf, die is gewoon geweldig. Een mooi voorbeeld van swing, voor zwoele zomeravondjes bv…

Jan Garbarek Group – Dresden

Ook een groot saxofonist, maar dan voornamelijk op de sopraan, is de Noor Jan Garbarek. Persoonlijk ben ik meer gecharmeerd van tenorsax en trek ik (oneerbiedig gezegd) dat hoge piepgeluid van een sopraan over het algemeen wat minder. Daarbij komt dat Garbarek soms zeer vage en semi-spirituele platen heeft gemaakt, waar ik me niet altijd even goed in kan inleven. Soms neigt het behoorlijk naar zgn new-age ook al zou ik het zeker geen kitsch noemen.

Deze live-registratie (op cd) van een concert in Dresden uit 2007 echter is fenomenaal. Het is meeslepend, ruimtelijk, experimenteel, extatisch hier en daar. Garbarek speelt hier samen met de Braziliaan Yuri Daniel (bas), de Fransman Manu Katché (een van de grootste drummers uit de jazz en wereldmuziek) en de Duitser Rainer Brüninghaus (piano). De opnamekwaliteit is echt fantastisch, alleen aan het applaus is te horen dat het om een live-optreden gaat.

Ik denk dat het juist het live-aspect is dat deze plaat zo geweldig maakt. Door met een relatief traditioneel combo te werken op een impro-basis krijgt de muziek van Garbarek (die normaliter toch wat neigt naar vaagheid en cheesyness) een heerlijke bite, een lekkere groove en voldoende afwisseling. Een fenomenale live-plaat.

3 gedachtes over “A.P.K: vier favoriete jazz albums

  1. Wow Peter, ja hier moet ik toch ff op reageren natuurlijk. Een viervoudige-jazz-APK! Mooie besprekingen; twee ervan heb je me thuis al eens laten horen en die andere twee kom ik ook nog wel eens checken! Ik ben vooral erg benieuwd naar die laatste!

  2. Blijkbaar ben ik geen jazz-liefhebber. Dat wist ik niet ;-). Maar het is wel waar, bij het geweld van een viervoudige APK, moet ik deemoedig een stapje achteruit doen, want ik ken alleen Jan Garbarek een beetje. Van hem heb ik ook de mooie samenwerking met The Hilliard Ensemble ‘Officium’, waarbij de vier mannen prachtige Latijnse en stokoude religieuze muziek zingen, alwaar Garbarek om- en overheen improviseert op zijn sax. Een fraai album, uitgekomen op het legendarische ECM-label. Eigenlijk geniet ik meer van zulke crossovermuziek dan van pure jazz.
    Wel leuk dat hier ruimte voor is op Mousique (dat krijg ik immers ook altijd te horen als ik weer met één of ander Nederlandstalig (sport)project kom…)

Reacties zijn gesloten.