Concertverslag: North Sea Jazz 2012 (vrijdag)

Voor de vijfde keer op rij toog ik gisteren, dit keer in het goede gezelschap van vrouwlief, twee broers en een goede vriend, naar het North Sea Jazz Festival. Vorig jaar ben ik twee avonden geweest, dit jaar één keer – en voor mij stond bij voorbaat vast, dat de vrijdag ditmaal de ware avond zou zijn. Een optreden van Van Morrison meemaken, die kans wilde ik niet aan mij voorbij laten gaan.

Het programma was weer rijk gelardeerd en dat maakt het soms lastig kiezen. Zo heb ik John Hiatt, Michael Kiwanuka en Blitz The Ambassador aan mij voorbij laten gaan, hoewel ik ze erg graag had willen zien.
Het eerste optreden waar ik naar toe ging, was dat van the artist in residence, Joshua Redman, samen met Vince Mendoza en het Metropole Orkest. Gastoptredens waren er van Luciana Souza en Lilian Vieira (van het Nederlandse Zuco 103). Het was prachtig. De zaal werd ondergedompeld in een overweldigend bad van muziek; zeer sfeervol en met veel aandacht voor Bossa Nova. Het Metropole Orkest excelleerde, maar overvleugelde soms de mooie stem van de frêle Vieira.

Het volgende concert was dat van Van Morrison. De Ier heeft een beruchte live-reputatie als knorrige mopperkont en die indruk wekte hij af en toe inderdaad. Knorrig naar zijn bandleden wel te verstaan, want met het publiek was er geen enkel contact. Eerlijk gezegd: mij boeit dat niet zo heel erg, ik kom vooral voor de muziek. Het gemopper op de band (sax, trombone, orgel, bass, drums, percussie, gitaar, keyboard) was wat de muziek betreft volledig onterecht, want wat een enorme klasse werd daar tentoongespreid! Er werd ongelooflijk strak gespeeld; werkelijk subliem. Op de stem van Van The Man zit nog steeds geen spoortje sleet en met soulvolle souplesse zong hij zijn eigen materiaal (waarvan gelukkig niet al te veel van zijn geijkte hits), maar zette hij ook een aantal standards op Morrisonesque wijze naar zijn eigen hand (Fever, A Foggy Day, Unchained Melody): nummers werden uitgerekt, er werd (schijnbaar) geïmproviseerd, Van gooide er enkele typisch onnavolgbare poëtische declamaties tussendoor en zorgde bij mij voor kippevel toen hij zong time is running out… for everybody en daar, aangemoedigd door het publiek, op voortborduurde. Echt geniaal.

Het optreden kende enkele hilarische momenten. Zo had hij op een gegeven moment ruzie met zijn mondharmonica. En het gebrek aan contact met het publiek werd pijnlijk zichtbaar, toen de geluidsapparatuur het af liet weten en de zaal niets meer hoorde. Van en zijn band, voorzien van oorplugjes, hadden het niet in de gaten en gingen onverdroten door. Toen de apparatuur weer werkte, barstte een luid gejuich en applaus los. Van leek even verrast, maar vertrok geen spier. Wel leek het incident zijn stemming positief te beïnvloeden. Hij begon een praatje over de Engelsen, die hem grumpy vinden, maar het waarschijnlijk zelf zijn. En zo veranderde de grumpy old man in een vrolijke troubadour, die helemaal in zijn element was. Maar nogmaals, wat een band. Met name trombonist Alistair White was virtuoos.

Opvallend vond ik dat het geluid in de grootste zaal, de Nile, een stuk beter leek dan vorig jaar. En het leek trouwens ook minder druk dan vorig jaar, wat de doorstroom verbeterde. Zeer aangenaam!

Die doorstroom voerde mij naar de Congo, waar de James Carter Organ Trio optrad. Ze brachten een dampende jazzset. Maar het denkbeeldige dak van de tent ging er pas echt af toen Gregory Porter mee kwam doen. Met zijn diepe en krachtige stem, zijn gerichtheid op het publiek en zijn intense beleving van de muziek is Porter echt een podiumbeest. Hij swingt, schudt en buigt zijn lichaam; hij klapt en hij gromt, hij slaakt oerkreten, hij scat onnavolgbaar en zingt dan ineens weer vol warmte een gevoelige ballad. Het samenspel met de drie begeleidende muzikanten (sax, orgel, drums), die allemaal evenveel aandacht kregen, was geheel in lijn met de beste jazztradities en perfect.

Tijd voor een hapje op de Central Square, waar we naar livebeelden van Jill Scott keken, die in een vervreemdende act een soort cabaret opvoerde en een naar perziktaart ruikende deodorant voor het scrotum aanprees.

Daarna alweer het laatste optreden van de avond. In mijn eentje toog ik naar Robert Glasper Experiment. Zij zijn de sensatie van het moment; worden bestempeld als de jazz van de toekomst. Hun debuutalbum Black Radio (recensie volgt later op Mousique) is in superlatieven ontvangen en staat momenteel nummer drie in de Billboard Top 200. Dat een hele reeks hippe grootheden uit de r&b en hiphop in de rij stonden om daaraan mee te werken, zegt wel wat.
Op North Sea stond een vierkoppige band. Glasper zelf zat achter de piano. De extravagante Casey Benjamin speelde sax en was voortdurend in de weer met een vocoder. Bassist Derrick Hodge heeft sinds kort een een eigen contract voor een album bij het befaamde Blue Note label, zo werd trots gemeld. Op drums speelde Mark Colenburg. De muziek die ze maakten, was veel minder toegankelijk dan de urban fusion op Black Radio. Dit was vooruitstrevende, experimentele jazz. Het veelvuldig gebruik van de vocoder pakte soms goed uit (bijv. bij een gevoelige cover van Time After Time), maar werkte vaker op de zenuwen. Een deel van het publiek trok het niet en verliet na een paar nummers de zaal. Een groter deel was echter zeer enthousiast. Glasper keek voortdurend boos, maar dat was waarschijnlijk part of the act, waarin hij op ironische wijze de spot dreef met het gangster image van veel hiphoppers. Al met al vond ik het een indrukwekkend concert.

Weer verzameld, evalueerden we de avond. Ik hoorde van de anderen enthousiaste verhalen over zingende Roma, over een stomende Sven Hammond Soul, over een swingende Caro Emerald, over een groot discofeest met Chic en Nile Rodgers, over Dianna Reeves die de show van Terri Lyne Carrington kwam redden, over een familie die stinkende eieren zat te eten in het publiek en over een fantastisch hiphopoptreden van Blitz The Ambassador.

Zo bleek ook deze vrijdageditie van North Sea Jazz 2012 weer een gedenkwaardige. Met voor mij als hoogtepunt het optreden van Van The Man, die toch wel in mijn top drie van bezochte concerten komt. Op naar volgend jaar! En natuurlijk de andere dagen volgen op Nederland 3 en bij Radio 6.

NB Foto’s opklikken voor groot. De foto’s zijn niet allemaal van zeer goede kwaliteit, maar best redelijk voor een handcameraatje zonder flits, toch?

Advertisements

18 gedachtes over “Concertverslag: North Sea Jazz 2012 (vrijdag)

  1. Heerlijk verslag, Daniel! Vooral hoe je dat concert van Van the Man beschrijft: prachtig.
    Helaas zat er dit jaar toch geen North Sea Jazz voor me in vanwege te drukke bezigheden. Maar jouw impressie doet het toch weer erg kriebelen. Wie weet volgend jaar…

  2. Dank! Enne…gewoon blokken in je agenda die hap! 🙂 Lijkt me erg leuk om met meerdere mede-Mousiquanten te gaan! Peter krijgen we ook wel zo gek. En als Wim hoort dat Otis Taylor vorig jaar op NSJ stond en in september optreedt in de nieuwe NSJ-club in 020, gaat-ie de volgende keer misschien ook wel de line-up bekijken 😉

      • Nee, wel een hele grote joint. O nee, daarachter ging Snoep de Hond verscholen.

      • Als het minder duur zou zijn en jullie ook een keer mee zouden gaan naar Snoeiharde Shit, overweeg ik het.;)
        Leuk geschreven overigens, Daniel!

  3. Nee hoor, Snoop was er niet. Maar, zoals ik al vaker heb betoogd, er zijn ook kleine zalen. En Peter met jouw liefde voor jazz, wereldmuziek en jaren 70/80 funk, disco en soul, moet dit toch een walhalla voor jou zijn.

  4. ik ga al sinds 1977 elk jaar naar NSJ maar met name sinds de verhuizing naar Rotterdam vind ik dat jazz op zich zelf vrij ondergesneeuwd is geraakt. het gaat meer om commerciele namen vaak uitgearrangeerde artiesten, veel te veel pop en rockblues en/of weirde experimentele muziek. jammer deze teloorgang en leuk voor al die mensen die graag disco willen horen van chic en of afgezaagde polderpop soul funk van onze candy, Op zich niets mis mee maar ik zie ze liever op andere gelegenheden maar niet op een jazz festival pur sang…waar is het toch misgegaan met de programmering de afgelopen jaren ? vernieuwing ? niet bepaald, commercie ? dat is het…hoppakee grote naam Lenny Kravitz…jaaaaa lekker jazz vernieuwend….est ist vorbei die alte zeit in Den Haag….

    • Ha Polleke,

      Wist niet dat jij een NSJ-ganger was! En een purist ook nog, zo te lezen. 🙂 Ik snap wel wat je bedoelt, maar ik vind die verbreding juist geweldig. Ik laat de meeste concerten in de grootste zalen ook aan mij voorbij gaan, want er valt daarnaast genoeg te genieten. Er wordt gewoon echt goede muziek gemaakt door klassemuzikanten en het festival ademt nog steeds jazz. Als je niet naar Lenny Kravitz wil, ga je toch naar Gregory Porter? Of naar Ron Carter? of naar Melody Gardot? Of Esperanza Spalding? Of Tony Bennett? Of Joshua Redman? Of Erik Vloeimans? etc. etc.

      Den Haag heeft het nog wel geprobeerd met een kleiner festival, maar dat heeft het niet gehaald, helaas. Dan maar naar Lantaren/Het Venster zeker?

  5. oude jazz, oude funk, oude soul, inderdaad.
    ik zou niet weten wat tegenwoordig `hot’ is en eerlijk gezegd doet het me vaak ook niet zoveel. maar nogmaals: te groot, ik kan niet zo goed tegen mensenmassa’s.

  6. Ik blijf het proberen: op NSJ staan niet alleen artiesten die nu ‘hot’ zijn, maar er is veel respect voor het verleden en er staan altijd ‘ouwetjes’ geprogrammeerd. Bovendien staan er ook veel onbekende artiesten (er zijn 1000 muzikanten actief!). Wat je op TV ziet zijn vooral de grote namen die in de grootste zalen optreden.
    En Metropolis is toch ook massaal?

  7. @Daan: tnx Daan, maar ik denk dat ik van snoeiharde shit niet vrolijk wordt; ik neem aan dat dat over metal gaat?

  8. Pingback: 4 x black music: Robert Glasper Experiment, James Carter, Cassandra Wilson, Christian Scott « mousique.nl

Reacties zijn gesloten.