Recensie: De Sint Willebrord Sessies Vol. 1 – Sporthuis Hubert

‘Wielrennen is de mooiste sport die er bestaat; het is een pure levensvorm. Je hebt je tegenstander binnen handbereik, je kunt zestig kilometer per uur halen als je je tegenstander gebruikt, en hij jou, terwijl je in je eentje veertig kan. Voor de eindstreep maak je als het ware het hele leven mee met alles erbij: misdaad, elkaar oplichten, net-doen-alsof, toneelspel, maar ook echt-ervoor-gaan.’

Maarten Ducrot, oud-wielrenner/commentator

Precies terwijl het grootste wielerspektakel weer op volle toeren draait – ik heb het natuurlijk over de Tour de France – komt er een alleraardigste cd uit vol met wielerliedjes.

Het album is een initiatief van de Bikewriters. Dit zgn. ‘collectief van fietsende schrijvers en schrijvende fietsers’ kreeg het lumineuze idee om een cd uit te brengen met wielerliedjes. De opbrengst zou gaan naar Tour for Life van Artsen zonder Grenzen. De drijvende kracht achter dit initiatief was Bert Wagendorp (o.a. vaste columnist van De Volkskrant), samen met Dirk Jan Roeleven en Nando Boers. Excelsior Recordings werd bereid gevonden het album uit te brengen. Singer songwriter JW Roy, een grootheid uit de Nederlandse Americana, en Frans Hagenaars, vaste producer uit de Excelsior-stal,  zouden de productie doen. Verder zou een aantal Nederlandse en Belgische zangers gevraagd worden een liedje te leveren en op te nemen. De studio werd ingericht in Sporthuis “Hubert” in Sint Willebrord. Deze werkplaats van mechaniker Hubert van Hoydonck was niet meer in gebruik, maar eigenlijk nog steeds een ‘mekka voor wielerliefhebbers’. Het Brabantse plaatsje Sint-Willebrord wordt trouwens ook wel ‘wielerhoofdstad van Nederland’ genoemd. Daar komen immers wielerlegenden als Wim van Est en Wout en Rini Wagtmans vandaan. Aldus geschiedde. In een kleine twee weekjes stonden alle 14 nummers op de plaat.

Het eerste nummer Niet-wielrenners zet direct de toon. We horen een lichte drumslag. Daarover heen leest schrijver Tim Krabbé voor uit zijn ultieme wielerroman De Renner:

Meyrueis, Lozère, 26 juni 1977. Warm, bewolkt weer. Ik pak mijn spullen uit mijn auto en zet mijn fiets in elkaar. Vanaf terrasjes kijken toeristen en inwoners toe. Niet-wielrenners. De leegheid van die levens schokt me.

Nu zou elke niet-wielrenner vervolgens af kunnen haken. Ook bij het lezen van deze recensie. Toch zou ik die overhaaste conclusie niet trekken. Natuurlijk kan enige kennis van en vooral liefde voor de wielersport behulpzaam zijn bij de waardering van de volgende liedjes. Toch sluit ik me geheel aan bij de uitspraak van Maarten Ducrot. Wielrennen gaat ten diepste over het hele leven. Niet voor niets is geen sport zo vaak in poëzie verwoord als juist de wielersport. Dus al om die reden is dit een luisterenswaardig album!
Na het korte intro van Tim Krabbé, waar JW Roy trouwens voor een heerlijk muzikaal tapijtje zorgt, komt het eerste echte liedje: Ik kom hier boven van Guus Meeuwis. Guus Meeuwis???? Toen ik deze cd voor het eerst in de auto draaide, riep mijn dochter dit ook en haar ogen stonden wijdopen van verbijstering en afschuw. Ze dacht dat ik gehersenspoeld was, omdat ik Guus Meeuwis draaide. Ik die een zender als 100 % NL haat met een volkomen haat… Toch is dit gewoon een mooi liedje van Guus. Zou het te maken hebben met de al genoemde JW Roy, die meeschreef en -componeerde? Of is het de oprechte wielerliefde van Meeuwis die het beste in hem naar boven haalt?
Hoe dan ook, met Meeuwis en Roy hebben we twee Brabanders te pakken. Sowieso is het Brabantse gehalte van het album vrij hoog. De plek des opnames is oer-Brabants. En Brabo Gerard Maasakkers doet ook mee. Zijn liedje Karavaan is een mooie verbeelding van al die toerfietsers die elk weekend de pedalen ronddraaien. Na één keer zing je het liedje zo mee.
Zo’n meezinger is ook de single Kampioenen. JW Roy wordt in het aanstekelijke liedje vergezegeld door het zgn. ‘Huberts Wielerkoor’, met o.a. klasbakken als Johan van der Velde, Rini Wagtmans, Peter Winnen, Michael Boogerd en Koos Moerenhout. Commentator van Radio Tour de France, Gio Lippens, raffelt in moordtempo alle Nederlandse en Belgische wereldkampioenen op. Leuk gedaan!
Over Belgisch gesproken. De mij volstrekte Belgische zanger Sam Valkenborgh zingt in het gelijknamige nummer over Eddy Merckx. Het is in de vorm van een wat trage blues. Het Vlaamse dialect doet wel naar het tekstboekje grijpen. Ook wordt er een beetje verkrampt gezongen. Een minpuntje op de cd.
Zo halverwege de cd valt ook op dat de muziek wat bedaagd is. Kwaadsprekers zouden het ‘ouwe lullenmuziek’ kunnen noemen. De nadruk ligt op country, blues, folk en vaudeville. Behoorlijk tussen de lijntjes gespeeld ook. Precies op dat moment komt het liedje De Eeuwige Belofte. Hoewel, liedje… Ik zou het eerder een poëtische, filmische en muzikale parel willen noemen. Het begint met een Calexico-achtige sound. Daarover begint Peter Winnen te vertellen of moet ik zeggen: declameren? Spoken word is het, van  een prachtig poëtisch gehalte. Peter Winnen was niet alleen een begenadigd klimmer, maar ook een goed schrijver. Hij vertelt over een bergrit, die dramatisch eindigt. Tegelijk is het een hommage aan wijlen Jean Nelissen, de Bourgondische wielercommentator, die vroeger bij de Tour zo schitterend kon vertellen. Het refein is een collage van kleurrijke uitspraken van Nelissen:

Af en toe zwemt een forel mee met de kopgroep
Dit is een kruiswegstatie, mensen
Onze eeuwige belofte oogt superbe
We gaan nog wat beleven
met onze illustere landgenoot
Zijn moeder komt uit Venlo
en zijn vader is al lang dood
De kazen van de streek zijn
onbeschrijflijk

De Belgische troubadour Guido Belcanto geeft met Elefantino een mooie ode aan Marco Pantani, de Italiaanse klimgeit, die niet om kon gaan met de roem. Een andere Belg – heden woonachtig in Amsterdam -, Ivo Victoria is vooral bekend als schrijver. Hij blijkt ook niet onverdienstelijk te kunnen zingen. In het gevoelige Rij, renner alleen werkt hij de metafoor van het wielrennen mooi uit.
Natuurlijk kan Alex Roeka op dit album niet ontbreken. Roeka schreef namelijk ooit het misschien wel mooiste wielerliedje in de vorm van De Rode Vod. Helaas kiest Roeka niet voor dit nummer, maar voor Verlangen naar de koers. Dat is een beetje een drammerig en weinig beklijvend liedje.
Dat een beetje carnavalesk liedje ook wel kan blijven haken, bewijzen Frank Lammers en Joost Prinsen met Het leven is een kermiskoers. De smartlap die het liedje in het begin lijkt te zijn, zet je op het verkeerde been. Lammers en Prinsen houden namelijk vervolgens een aangrijpend én vermakelijk gesprek – in de vorm van een soort talking blues – over een journalist en een zoon van een markant wielrenner. Drama en komedie gaan hier hand in hand.
De Kift gaat op zijn onnavolgbare wijze in deze stijl door, in A Capella, een liedje over een anonieme Italiaanse wielrenner. Tegenwoordig schept hij voor een strandtent de schelpen voor de spaghetti di mare bij elkaar …
Dat wielrennen over het hele leven gaat, zelfs ‘een gelijkenis is van meer dan aards geheimenis’, dat blijkt ook uit een drietal prachtnummers die over de dood gaan. Rick de Leeuw zingt in Als eerste ontroerend over Wouter Weylandt, de Belgische wielrenner die vorig jaar verongelukte in de Ronde van Italië. De beginregels hakken er al direct in: ‘Toen het leven plots vol in de remmen kneep, waar dacht je aan…?
Freek de Jonge kan niet zingen. Dat is genoegzaam bekend. Maar schrijven kan hij wel. De tekst van Het leven is een kermiskoers van Lammers en Prinsen is al van hem. Zelf praatzingt hij zich door het prachtige lied Niemand kan het winnen van de tijd heen. Een bergetappe blijkt uiteindelijk symbool te staan voor het leven, waarin niemand het van de tijd wint. Onze tijdelijkheid en sterfelijkheid worden zo wel aan de ziel gelegd. Wat was Freeks vader ook alweer?!
Het album eindigt ingetogen met Aan de meet van JW Roy. Althans, de tekst is van Raymond van het Groenewoud. In dit fraaie liedje – dat orgeltje! – wordt de balans van het leven opgemaakt en zelfs voorzichtig gemijmerd over de dood:

Ik heb zowat elke rit verloren
en toch denk ik, ik ben gereed
want als je sterft, word je herboren
ik zal zo blij zijn aan de meet

Een hoopvol einde van een mooi en sympathiek album. Wie het aanschaft, steunt daarmee gelijk ook dat prachtige project Tour for Life. Meer hoef ik toch niet te zeggen…

26 gedachtes over “Recensie: De Sint Willebrord Sessies Vol. 1 – Sporthuis Hubert

  1. Ik heb niets met wielrennen. En nog minder met dit soort muziek.
    Niettemin goed dat er op mousique ook ruimte is voor dit.

    • Ik dacht dat jij wel van een rondje fietsen hield…
      In mijn brede smaak (van Mastodon tot Guus Meeuwis dus :-)) is er wel degelijk plaats voor zulke mooie projecten.Trouwens, mocht je de muziek niet zo apprecieren dan zou je nog eens naar de teksten kunnen kijken. Vooral die van Rick de Leeuw en Peter Winnen zijn echt prachtig: pure poezie!

      • een nagelaten reactie:
        die teksten zijn best goed inderdaad, maar als ik poezie wil pak ik wel een gedichtenbundel uit de kast (en zet een plaatje van Nils Frahm of Olafur Arnalds op…).
        en nogmaals: ik heb niets met wielrennen (fietsen doe ik graag maar dat mensen daarnaar willen kijken achter hun tv-scherm dat heb ik nooit begrepen – hetzelfde geldt voor voetbal trouwens – sterker nog: voor sport in het algemeen – ik weet het, ik ben saai) ;-o

      • Tja, wat moeten wij van deze dingen zeggen?
        Saai zou ik je niet willen noemen. Sportliefde – ook in observerende zin – heeft iets van een mysterie. Moeilijk uit te leggen aan buitenstaanders. Jij bent het bewijs!
        Natuurlijk kun je ook poëzie lezen bij een ander muziekje. Dat doe ik ook geregeld. Maar gedichten over sport kunnen wel een toegevoegde waarde zijn. Neem deze over de legendarische wielrenner Bahamontes, een erkende klimgeit:

        Bahamontes’ hemelvaart

        Kwam de klimmer
        Bahamontes
        tot de haarspeld
        aangeklommen
        rolt de klimmer
        Bahamontes
        van zijn zadel
        rolt hij af op
        het ravijn stelt
        hij ineens
        de vraag is dit
        hier eigenlijk
        parcours kan dit
        niet even goed
        de Straatweg zijn
        met wat voor waar-
        borg ben ik ooit
        op weg gegaan
        het duurt nog maar
        een tel dan ben ik
        zaliger
        zal ik dan van
        mijn levensdag
        nooit weten of
        zij boven voor
        mij klaar staat de
        Huez met haar
        massages en
        haar flesjes en haar
        veel te strakke
        tricots och och
        fluitend ben ik
        zonder waarborg
        weggegaan ach
        waarom ben ik
        na een uurtje
        niet gekeerd terug
        naar het koele
        klaterende
        dal het mossig
        pleintje met de
        parasollen
        sorbets icetea
        want daar was daar
        moet daar is
        geweest een iemand
        die mij vasthield
        bij mijn zadel
        mij het zetje
        gaf dat moet
        er was een laatste
        duw hij gaf de
        laatste die de
        eerste was ik
        keek niet om maar
        zag wel in de
        ooghoekbocht dat
        in de wirwar
        van de start een
        rug de massa
        in verdween ik
        was op weg ik
        vraag waarom was
        ik op weg wat
        wist ik van de
        aankomst als ik
        aan kwam en wat
        kan ik weten
        van de aankomst
        zonder aankomst
        zonder iemand
        zonder ja de
        iemand die mij
        toen het zetje
        gaf het laatste
        dat het eerste
        was hoe zal ik
        weten wie hij
        was hij kent mijn
        wil hij weet waar-
        om ik klom waar-
        om ik wilde dat
        ik klom want o
        alleen als ik
        gewild heb dat
        ik klom als ik
        gewild heb dat
        hij mij daar toen
        het zetje gaf
        het laatste dat
        het eerste was
        pas als ik mij
        dat zetje geef
        alsnog die zet
        misschien ben ik
        dan wie ik ben
        degeen dus die
        uit klimmen ging
        ik Bahamontes
        zonder waarborg
        klimmen ging ik
        klom ik zonder
        en er was geen
        iemand anders
        dan de iemand
        die mij zegde
        Bahamontes
        zegde hij zeer
        onverstaanbaar
        Bahamontes
        klim.

        (Willem Jan Otten, Bahamontes’ hemelvaart; uit de bundel Welkom – oktober 2008)

    • Overigens houd ik best van een rondje fietsen, maar wielrennen daar loop ik niet echt warm voor. Ik kijk wel eens het laatste half uur van de Tour de France, maar dat is het dan. Meer ter info dan dat het me iets doet. Dit zal mijn cd ook niet worden, al schrijf ik zoals eerder betoogd geen artiesten af. En zoals Peter zegt, goed dat het een plek krijgt en kan hebben!

      • 🙂
        Vooral die laatste zinnetjes van jullie beiden, daar voel ik me erg door bemoedigd!
        Ik vind de heroïek van wielrennen – ja, in mij schuilt ook een romanticus – veel groter dan bij de meeste andere sporten. Ik bedoel: 3500 kilometer in drie weken fietsen: ga er maar aan staan. Ook kan ik erg genieten van de tactiek of juist de woeste aanvalsdrift.
        Bovendien vind ik wielrennen ook zo’n sport, zoals boven verwoord, waar de mooiste sportgedichten over gemaakt zijn (Herman de Coninck, Willem Jan Otten, Willie Verhegghe, om er maar een paar te noemen). Iemand als Wilfried de Jong schrijft er trouwens ook prachtig over in proza-vorm.
        En laten we zijn schitterende filmpjes voor Holland Sport niet vergeten:

      • Voetbal is óók leuk… Maar daar lopen toch een stuk meer verwende jongetjets rond, om maar eens wat te noemen.
        Ik dacht ook nog: die liefde voor het wielrennen – en de Tour in het bijzonder – gaat bij mij al heel lang terug. Als 10-jarig jongetje bleef ik op vakantie al thuis (als we voor de 33-ste keer bij de Lemelerberg zouden gaan wandelen) om naar Radio Tour de France te luisteren. Juist via de radio naar zo’n Touretappe luisteren heeft iets magisch: je ziet het voor je geestesoog gebeuren en als je dan enthousiaste verslaggevers hebt als wijlen Theo Koomen of huidige Gio Lippens, wordt dat alleen maar mooier. Ik kan me nog zeer levendig de winst van Peter op Alpe d’Huez herinneren (Bernard Hinault die steeds dichterbij kwam….).
        Ook zijn er van die liedjes – we moeten tenslotte ook een beetje back on topic – die via Radio Tour de France een onuitwisbare indruk op me maakten en mijn zomerhit werden. Ik denk aan deze:

        Of deze van vorig jaar:

        En natuurlijk die heerlijke finishtune, die al zo lang meegaat:

      • De Tour is jouw doping!
        Wielrenners zijn dan misschien niet verwend, maar de dopingschandalen zijn aan de orde van de dag….dus bij elke goede prestatie vraag ik me iedere keer af of er niet weer iets gebruikt is. Armstrong is ook de hemel in geprezen; wat nu als hij toch gebruikt heeft? Heb je mooi 7 tours naar iets gekunstelds gekeken…

      • Oh gut, gaan we de dopingpraktijk er weer bijhalen. Moeten we bij voetbal dan ook supporterrellen, exorbitante spelerssalarissen en gokpraktijken mee laten wegen in de waardering??
        Maar laat ik er serieus op ingaan. Doping is fout. En iedereen die er zich mee in heeft gelaten is strafbaar. Goed om het te blijven onderzoeken. Tegelijk: de belangen zijn zo groot en de zwaarte van de koers zo immens, dat ik het ook wel kan begrijpen dat sommigen naar de pot met verboden middelen grijpen. Waarmee ik het niet goedkeur. Maar ik ben ook maar een mens…

      • Nou ja jij begint over verwende voetballers….en quote natuurlijk dat wielrennen een “pure levensvorm” is. Ik kan gewoon niet tegen onrecht….dus als 7 Tour de Frances de mist in zijn gegaan hierdoor, want daar komt het dan op neer, vind ik dat best schokkend. En Andy Schleck zal toch ook niet blij zijn dat hij achteraf de winnaar van de Tour 2010 is geworden?

        En haal erbij wat je wilt bij voetbal. Ik ben geen groot fan, mede doordat het inderdaad ontsierd wordt door rellen, vandalisme, aggressie en dom gedrag…

      • Die quote is trouwens wel van iemand die een warm pleitbezorger is van het zgn. ‘nieuwe wielrennen’: geen doping, geen oortjes en dus meer eerlijkheid en spanning in de koers.
        Ik ben het met je eens dat het voor Schleck niet leuk is om na dato op zo’n manier Tourwinnaar te worden. Tegelijk vind ik die broertjes Schleck ook weer bijzonder irritant. Beetje dubbel dus 😉
        Intussen blijk je er toch aardig wat van af te weten, gij homo universalis!

  2. Sportheroïek gecombineerd met literatuur, film en muziek: ik kan daar erg van genieten. Wielrennen en schaatsen doet me dan weer nét iets minder dan bijv. atletiek (de loopnummers), boksen, voetbal en baseball. Maar zo’n project als bovenstaande kan ik zeker waarderen. Mooie bijdrage Kees!

    • Mooie reactie, Daniel.
      Jij met je voorliefde voor het levenslied zou ook wel eens van deze cd kunnen genieten. Hij staat nog op de Luisterpaal.
      Voor alle duidelijkheid: ik heb weer meer met wielrennen dan met schaatsen. Alhoewel dit natuurlijk een erg mooi liedje over schaatsen is:

  3. Otis Taylor is mijn nieuwe muziekheld. Hij heeft een mooi bluesnumer geschreven over zijn vader. Zwarte wielrenners, die zie je niet vaak. En dan ook nog één die weigerde om op zondag te rijden. Mooie torie, of niet?

    • Ja, goed hè. Hoor je dat heerlijke Zeeuwse accent van deze gast?
      Dat brengt me op Nuff Said, een redelijk onbekend Zeeuws bandje, maar vele malen beter dan Bl(a, bla)öf. Hier uit de soundtrack van ‘Wilde Mossels’ dit in meerdere opzichten lekkere nummer. Wat heeft dit met sport te maken? Niet veel, maar ze scheuren wel lekker op motoren!

  4. Je bekeringsdrang is weer flink aanwezig, Kees! 🙂 Ik ben bang dat dit ook niet echt iets voor mij is. Ik vind de Tour helemaal niets aan. En qua muziek: dat Guus Meeuwis ineens gewaardeerd wordt, maakt het allemaal ook niet zo overtuigend. Zonder flauwekul: ik denk best dat ik wat van deze muziek zou kunnen waarderen. Maar het staat door de hele thematiek toch iets te ver van mij af.
    Over sport in het algemeen: ik doe er niet aan en ik kijk er niet naar. Toch heb ik tijdens het EK een uitzondering gemaakt (niet alleen voor Nederland). Dan gaat het plotseling toch boeien. Zo erg dat ik laatst droomde dat ik keeper was in een belangrijke wedstrijd (misschien is het de invloed geweest van Meindert Talma). Bizar! Het kan dus toch snel gaan met dat sport.
    Overigens: leuk geschreven, Kees.

    • Ach, ik vond vroeger metal ook helemaal niets aan en je ziet wat er van gekomen is (om maar een willekeurig onderwerp te noemen). Dus ik houd hoop voor jou! En mijn waardering voor Guus Meeuwis betreft dit particuliere liedje. De rest van zijn oeuvre staat niet in mijn kast en komt er ook niet in :-).
      Maar als jij dromen gaat over grootse voetbaldaden dan wens ik je daarnaast nog vele zoete nachten toe, van stuiteren over de kasseien, rijden in een mooie waaier of zelfs winnen op Alpe d’Huez, voortgestuwd door al die juichende landgenoten…

Reacties zijn gesloten.