Recensie: Tweemaal ‘Eenmaal Oranje’

Mousique is een muziekblog. De andere kunsten komen hier hooguit in de kantlijn, tussen de regels of in de comments ter sprake. Dit keer wil ik wederom een uitzondering maken voor de kunst der letteren, in combinatie met de muziek. Dat heeft alles te maken met een boek dat dezelfde titel heeft als de cd. Ze zijn ook nauw aan elkaar verbonden. Niet toevallig kocht ik ze ook tegelijk én kreeg ik ze samen uitgereikt van de auteur en de muzikant. Het betreft het boek Eenmaal Oranje van Karel Smouter en Remko den Boef en de gelijknamige cd van Meindert Talma.

Karel Smouter en Remko den Boef – Eenmaal Oranje

Een aantal jaar geleden kregen de journalisten Smouter en Den Boef het lumineuze idee om een boek te schrijven over voetballers die maar één keer in hun carrière voor het Nederlands elftal waren uitgekomen. Hiervoor moest niet alleen literatuurstudie worden gedaan – de voetbalhistoricus Matty Verkamman mag hier niet onvermeld blijven – maar werden ook vele interviews gedaan. Nu stond niet iedere ex-international daar om te springen. Neem onze eigen bondscoach Bert van Marwijk (voor zolang hij dat nog is). Hij weigerde iedere medewerking aan dit boek. Maar een beetje journalist laat zich daar niet door tegen houden. Teamgenoten uit die tijd waren wel bereid om hun verhaal te doen. En zo ontstond het prachtige beginhoofdstuk De Koning van het Gilde der eenmalige internationals. Het gaat grotendeels over de oefenwedstrijd Joegoslavië-Nederland waar van Marwijk mocht beginnen in de basis, naast een aantal andere ‘mindere goden’ van de toenmalige Nederlandse voetbalwereld. Velen uit de basiself van toen waren ziek, zwak of misselijk of hadden gewoon geen zin in zo’n oefenwedstrijdje.
Van Marwijk speelde wel, maar speelde niet goed. Heel Nederland speelde als een ‘natte krant’. Men verloor dan ook kansloos met 3-0. Kees Kist was tijdens de wedstrijd zijn gouden kettinkje verloren. Na afloop van de wedstrijd gingen de neo-internationals dat sieraad zoeken. Iedere grasspriet werd bekeken, maar het ding werd niet gevonden. Het is aanleiding voor de schrijvers om er een prachtige vergelijking op los te laten: ‘Een verlaten stadion met zestien jongens op zoek naar een verloren kettinkje. Het is een mooi beeld voor hoe het kan verkeren, ook in de voetballerij. Je bent je leven lang op zoek naar de heilige graal en net als je het gevonden hebt, ben je het alweer verloren. Maar die dag waarop je de graal vond en – voor even – mocht vasthouden, dat blijft de dag van je leven. Of in elk geval de dag waarop de hele wereld telkens maar weer terug blijft komen.’
In het boek komen allerlei eenmalige internationals aan bod. De opbouw van het boek is naar gelang de positie in het veld: eerst de keepers, dan de verdedigers en de middenvelders en tenslotte de aanvallers. Zo las ik over de – mij onbekende – keeper Jan Ruiter. Hij voetbalde in de jaren ’70. Hij was niet bescheiden over zichzelf: ‘wat Johan Cruijff kan met zijn voeten, kan ik met mijn handen.’ Dat hij toch maar één keer mee mocht doen, had volgens hem alles te maken met Raymond Goethals. Die coach van het Belgische Anderlecht, waar Ruiter toen tussen de palen stond, had de Nederlandse bondscoach Jan Zwartkruis gesommeerd Jan Ruiter niet meer te selecteren. Zie hier een drama in een notendop. Zulk kleinmenselijk leed kom je vaak genoeg tegen in Eenmaal Oranje. Smouter en Den Boef zijn ook meesters in het naar boven krijgen van zulke tragiek.
Tegelijk is het geen loodzwaar boek geworden over alleen maar teleurstellingen en gekwetste ego’s. Neem verdediger Romeo Zondervan. De auteurs beschrijven smakelijk hoe deze inmiddels volledige kale Surinamer – vroeger had hij een woest afrokapsel mét snor – hoe hij nu aan een stuk doorratelt over o.a. het opknappen van oude auto’s, de financiële crisis en de Arabische lente. Over van alles dus, maar nauwelijks over zijn tijd bij Oranje. En als hij over die tijd begint te praten, dist hij vooral smakelijke verhalen op, zonder rancune.
Nee, dan aanvaller Willy Lippens. Eigenlijk was hij Duitser, maar toch als Nederlander genaturaliseerd. Toch bleven vele medespelers hem als ‘rotmof’ bestempelen. Berucht is een scène waarbij Rinus Israël in de bus naar De Kuip de schlagermuziek liet uitzetten. ‘Kan die rotnazizender uit!’ riep hij terwijl hij Lippens aankeek. Nu verzucht Lippens dat hij toen uit het team had moeten stappen en alsnog Duitser had moeten worden: dan was hij wereldkampioen geworden in 1974 en had hij wel respect gekregen, want scoren kon hij!
Ik kan eindeloos doorgaan met het schetsen van zulke verhalen. Eenmaal Oranje staat er vol mee. Dat maakt het voor de echte voetballiefhebber – om maar een Duits woord te gebruiken – een ware Fundgrube! Ik kwam er vele spelers in tegen die ik niet kende, maar waar wel een prachtverhaal aan hangt. Er blijkt zelfs een eenmalige bondscoach geweest te zijn in de persoon van Jan Rab (what’s in a name!). Tegelijk is het boek ook voor niet-voetballiefhebbers zeer genietbaar. Dat komt allereerst omdat Smouter en Den Boef een goede schrijfstijl hebben. Het leest heerlijk weg en tegelijk overstijgt het aan alle kanten het clichématige van veel sportjournalistiek. Nee, deze hoofdstukken zouden zo een plekje verdienen in een literair sporttijdschrift als Hard Gras! Maar dat Eenmaal Oranje zelfs voor voetbalhaters goed te verteren is, komt vooral omdat het in feite over het leven gaat. Het leven met z’n verwachtingen, teleurstellingen, overwinningen, drama’s en humor. Die eenmalige internationals worden als mensen van vlees en bloed getekend. Dat is een kunst, zeker in een tijd waarin voetballers soms niet meer lijken dan levende plakplaatjes…

Meindert Talma en de Rode Kaarten – Eenmaal Oranje

De soundtrack bij het boek is gemaakt door Meindert Talma. Hij werd hiervoor zelf door Smouter en Den Boef benaderd. Talma zei snel ja. Hij had al eerder liedjes over een sporter gemaakt. Op het album Kriebelvisje staat een prachtig nummer over de bokser Rudy Koopmans.
Voor de uitvoering van de voetballiedjes kreeg Talma steun van een aantal muzikanten, waarbij uiteindelijk Laurens van de Meulen (gitaar), Henk Veenstra (bas), Corneel Canters (drums) en Jolien Middelweerd & Irene Wiersma (zang) de Rode Kaarten vormen. Hiermee treedt Talma nu ook op.
Talma blijkt een echte voetbalkenner te zijn. Neem het openingsnummer De Koning van de Kluts. In dit vrolijke nummer wordt een eindeloze rij voetbalbijnamen opgelepeld – De Spijker, Goudhaantje, de Man van Glas, De Goede Beul, de Witte Socrates, enz. enz. – daar moet je echt kennis van zaken voor hebben! Die voetbalkennis blijkt ook uit het heerlijke nummer Voetballers met Baarden en Snorren, dat aan de al genoemde Romeo Zondervan is opgehangen. De coupletten bestaan uit een soort spoken word versie m.b.t. voetballers uit de jaren ’70 en ’80 die getooid waren met baarden en snorren. Hoogtepunt is de beschrijving van de bekerwedstrijd PSV-Fc Wageningen (1-6!), waarbij het elftal van Wageningen maar liefst uit negen baardapen en twee snordragers bestond (en een slager, een bouwvakker, een monteur, een gymnastiekleraar en twee grafdelvers). De droogkomische wijze waarop Talma dit – oorspronkelijk een gedicht –  oplepelt, maakt het eigenlijk tot een soort vorm van cabaret. Gelukkig zet Talma zulke geweldige teksten niet om in die obligate middle of the road-muziek die al die zingende cabaretiers doorgaans bezigen. Talma wendt verschillende muziekstijlen aan: rock, blues, folk, pop en zelfs het levenslied.
Een mooi voorbeeld van een avontuurlijke muzikale vorm is Ik maak geen fout. Dit liedje gaat over de doelman Theo Snelders die al één keer het doel had verdedigd van het Nederlands elftal. De tweede keer zou tegen West-Duitsland zijn, een beladen wedstrijd. Snelders werd bevangen door (faal)angst. Het liedje begint met een ritmisch geblazen scheidsrechtersfluitje waaroverheen spooky geluiden worden gelegd. Daaroverheen zingt/praat Talma in de ik-vorm over de hersenspinsels van Snelder. Het refrein van die talking blues verwoordt Snelders’ probleem, dat in feite voor iedere keeper geldt, im Nutzen:

Je staat eenzaam tussen de palen en je weet: een keeper mag niet falen.
Een klein foutje kost misschien je team de zo gewenste overwinning.

Tegelijk gaat dit liedje eigenlijk over meer dan alleen de particuliere angst van doelverdedigers. Het raakt de universele angst om niet te falen, om niet alleen gelaten te worden. Zoals Een vrouw van 39 juist over onvervuld verlangen gaat, getooid in een zweem van erotiek, terwijl het opgehangen is aan recordinternational Edwin van der Sar. U weet wel: met die grote handen en die grote… oren.
Het is een prachtig elftal liedjes geworden. Dat prachtige zit ‘m niet zozeer in de stem van Talma. Althans: als u onder prachtig ‘zuiver en teder’ verstaat. Nee, hier thuis worden ze stapeldol van Talma’s donkere, niet geheel zuivere en met een flink Fries accent klinkende stem. Ach, in mijn muziekcollectie bevinden zich ook stemmen van de heren Cohen, Dylan, Waits en Oldham. Geen van hen bezit over een ‘Idolsachtig’ stemgeluid, maar wel over genoeg eigenheid en karakter. En daar gaat het om!
Het knappe is dat ieder liedje van Eenmaal Oranje ook zijn eigen sfeer heeft. Hier mag ook de naam van producer Pim van der Werken (van o.a. Silence is Sexy, Eins, Zwei Orchestra, Jesus & The Christians) niet onvermeld blijven. Hij heeft de liedjes allure meegegeven, waarbij ik regelmatig moet denken aan de schwung van De Kift, Mumford & Sons en Arcade Fire. Luister naar de arabische twist die Marokko of Nederland meekrijgt, de huiveringwekkende strijkers in 1000 stukken en de melancholische synth in de alternatieve smartlap Uit liefde voor Lena. Met name de blazersarrangementen – die Van der Werken bedacht – zijn prachtig. Heel mooi blijkt dit in het liedje Noemt u mijn naam maar niet. Dit handelt over een eenmalige international die liever niet meer genoemd wilde worden, omdat hij eigenlijk nooit van voetbal heeft gehouden. Veel meer genoot hij van het spelen op de trombone in de fanfare… En dan die heerlijke melancholische blazers: glimlachen en slikken tegelijk!

Misschien nog meer dan bij het boek moet bij deze soundtrack gezegd worden, dat dit ook heel goed te verteren is voor hen die weinig tot niets hebben met het edele spel met de leren knikker. Daarvoor bevatten deze liedjes teveel menselijke tragiek, humor en muzikaliteit.
Ooit zei Theo Reitsma over de elf Oranjespelers die in 1988 Europees kampioen werden: ‘dit is een goed stel hoor!’ Ik pas deze woorden graag toe op de elf liedjes die Eenmaal Oranje sieren én op het boek en de cd tezamen!

Advertisements

14 gedachtes over “Recensie: Tweemaal ‘Eenmaal Oranje’

  1. Mooi verhaal Kees, Talma heeft mijn hart nog niet veroverd, maar wellicht komt dat nog. Wel een heel leuk concept, als ik het boek eens in de bieb zal zien neem ik het zeker mee !

    • Misschien is zijn ‘Nu geloof ik wat er in de Bijbel staat’ meer in jouw straatje. Daarin waagt Talma zich aan vertolkingen van stokoude liedjes uit de roemruchte box van Harry Smith: The Anthology of American Folk Music.’ Dat is echt prachtig gedaan. Vast op Spotify te vinden…

      • inderdaad wel meer mijn ding dat authentiek wat er in zit, bij koning van de kluts overheerst toch het melige voor mij, en dat kolderieke clipje maakt het niet veel serieuzer. Maar ik ga dat album nu geloof ik, toch nog wel eens volledig beluisteren.

      • Koning van de Kluts is zeker kolderiek, maar met het verhaal uit het boek ‘Eenmaal Oranje’ erbij, wordt het ook anders…
        Er staan trouwens ook genoeg minder kolderieke nummers op ‘Eenmaal Oranje’:
        – Een vrouw van 39
        – Ik maak geen fout
        – Noemt u mijn naam maar niet
        – 1000 stukken
        – Uit liefde voor Lena.
        Maar goed, ontdek het zelf maar 😉

  2. Schitterend verhaal!
    Als ik voetbal leuk vond om te lezen zou ik nu naar de winkel rennen, ja of fietsen. Meindert Talma vind ik altijd wel vermakelijk, al zou ik er niets van hoeven hebben. Leuk om live te zien. Maar Toevallig kocht ik ze ook tegelijk vind ik dan niet zo toevallig.

    Maar die twee media heb je fraai bij elkander gebracht Kees!

    • Dank JW. Ik zal niet ontkennen dat enige liefde voor voetbal wel erg helpt om dat boek nog extra te waarderen. Maar nogmaals: het zijn ook prachtige kleinmenselijke verhalen, met compassie, humor en een scherpe pen beschreven. Mij dunkt dat Talma wel in het verlengde van Weerthof ligt… Maar daar zul jij en Michiel zelf wel weer anders over denken… 😉

  3. Pingback: Concertverslag: Meindert Talma en de Rode Kaarten (Paradiso Amsterdam, 9 juni 2012) « mousique.nl

  4. Tja, wat moeten wij van deze dingen zeggen.
    ik ben het met JW eens: ALS ik van voetbal zou houden zou ik nu naar de winkel rennen. ieder zo zijn hobby’s he. die Talma vind ik wel boeiend, maar zou niet snel een cd van aanschaffen. een live-concert lijkt me dan weer wel heel leuk. bij sommige artiesten is dat gewoon zo, en ik denk dat voor mij Talma er zo een is. als ik de cd zou kopen zou ik het w.s. nooit draaien..

    • Ach, hier thuis moet ik de cd ook in eenzaamheid draaien – gek worden ze er van! Wacht, ik heb één medestander in de vorm van de jongste dochter. Die wil dat haar vader voor haar een exemplaartje brandt… (Uit de mond van kinderen, enz.)

  5. Mooi geschreven weer! Ik vond de cd van Talma erg geinig. Vraag me nog wel af of de liedjes me nog zo gaan aanspreken dat ik het ook daadwerkelijk aanschaf. Ik vind ze voor nu vooral erg ludiek en een mooi antwoord op de oppervlakkig meelalliedjes. Ook wel goed dat het faalaspect eens belicht wordt! Dat slaat een brug met de realiteit in de rest van het leven.:) En we kunnen de liedjes ook na zondag gewoon nog luisteren.;)

  6. Kees, ik ben blij dat ik door deze, overigens wonderschone, bijdrage van jou op de hoogte blijf van een onderwerp waar ik nooit een cent aan zou uitgeven 🙂
    Ik vrees dat ik je recensie veel leuker vind dan de producten zelf…
    Wat dat betreft lijkt me ‘Nu geloof ik wat er in de Bijbel staat’ een stuk beter. Dat is toch die cd die we bij jou thuis hebben gehoord?

    • ‘Nu weet ik wat ik’ in ieder geval mee ga nemen op het Mousique-avondje! 😉
      Dank voor de waardering.
      En ja, ik liet een aantal nummers van ‘Nu geloof ik wat er in de Bijbel staat’ horen samen met de bekende ‘rode box’…
      Ik ben juist heel erg blij met deze troostliedjes in deze barre tijden voor een voetballiefhebber!

Reacties zijn gesloten.