3x ‘black music’: Bibb, Porter, Sandé

Nou, ik ga maar vrolijk verder met mijn zelf gecreëerde nieuwe traditie van het bespreken van drie nieuwe ‘zwarte’ cd’s.
Ditmaal gerijpte wijsheid van een in Stockholm wonende Amerikaan die muziek maakt uit het Diepe Zuiden, een jazztalent op leeftijd en een nieuwe Britse r&b-ster.

Eric Bibb – Deeper In The Well
Eric Bibb kent een groeiende schare fans. En dat is hem zeer gegund, want de man maakt mooie liedjes, die hij met veel gevoel brengt. Dat Bibb een kundig muzikant is, staat buiten kijf. Al zijn songs zijn van een grote ambachtelijke klasse. Zie hier mijn eerdere recensie van Booker’s Guitar. Deeper In The Well is vergeleken met die cd, een stap voorwaarts. Dit album kent wat meer variatie, zowel qua muzikale stijlen als instrumentatie. Waar Bibb vroeger vooral het accent legde op akoestische blues, zijn die blues op Deeper In The Well rijkelijk gelardeerd met roots, gospel, folk, country en wat southern flavor zoals cajun. Het klinkt allemaal prettig luchtig en vriendelijk. Maar het is té goed gedaan om bij in slaap te vallen. Het warme zuiden van de VS komt met Bibb tot leven in je cd-speler. Gastmuzikanten dienen overtuigend met gitaren, dobro, banjo, harmonica, fluit, mandoline en viool de warme stem van Bibb, die niet alleen beeldende liedjes schrijft, maat zelf ook volgens de beste bluestradities ‘vertellend zingt.’ Die verhalen gaan over de diepten van het leven, maar zijn ook gericht op verzoening en hoop. Bibb pende een groot deel van zijn songs zelf neer, maar covert hier ook een paar Taj Mahal-songs. Opvallend is de Dylan-cover The Times They Are A Changin’. Bibb is er altijd goed in geweest om doodgecoverde nummers weer tot leven te wekken. Het is een prachtige, ‘spannende’ uitvoering, met eigen tekstuele invulling en slechts begeleid door banjo en veegdrum. Ook de ‘funky’ opener Bajou Belle mag er zijn. Maar ach, eigenlijk heeft ieder nummer zijn eigen charme. Wie Bibb teveel vindt kabbelen, heeft nooit goed geluisterd. Honderd keer liever dit, dan bijvoorbeeld Jack Johnson.

Gregory Porter – Be Good
Gregory Porter is een korte tijd een grote jongen binnen de jazzwereld geworden. Binnenkort is hij voor de tweede achtereenvolgende keer te bewonderen op North Sea Jazz. Niet dat hij niet al lang meedraait in de muziekwereld, integendeel. Maar het is een beetje het verhaal van Charles Bradley. Pas op latere leeftijd bracht Porter zijn debuutcd uit: Water, in 2010. Dat album kreeg lovende kritieken en katapulteerde Porter richting jazzstardom. Vergelijkingen met Sinatra en Natt King Cole werden getrokken. In die hoek moet je inderdaad denken. Want wat Porter maakt, is vocal jazz van niveau. Ook weer op zijn tweede album, Be Good. De genoemde vergelijkingen vertellen echter ook dat je niet teveel vernieuwende muziek moet verwachten. Wat Porter goed kan, is zingen. Hij heeft een prettige, warme bariton en is onmiskenbaar begenadigd met een enorm zangtalent. Maar dat talent wordt wel veilig ingevuld. Op voorkant van het album staat Porter met een typisch petje op zijn hoofd en een kwast in zijn hand, als een schilder die aan een meesterwerk gaat beginnen. Wat Porter maakt is een prachtig, warm jazzschilderij, maar het is meer Rien Poortvliet dan Rembrandt, als je begrijpt wat ik bedoel. Dat neemt niet weg dat het erg prettig luisteren is. Een prima plaat voor op de achtergrond, met veel kalme nummers. Soms bijna té kalm, zeker als je weet wat Porter allemaal kan en live doet met zijn stem. Zoals het een jazzartiest betaamt, wordt er veel ruimte overgelaten voor de instrumentatie en zijn er diverse solo’s. Zo kunnen de nummers straks op het podium van Nort Sea Jazz prima improviserend gespeeld worden. Het is jammer dat het pas tegen het einde van de cd echt los gaat. Daar wordt het uptempo, spannend, horen we pas ten volle het bereik, de kracht en souplesse van Porter’s stem. Met name in de spetterende nummers Bling Bling en Work Song. De cd eindigt dan weer ingetogen, met een verrassend mooie versie van de standard God Bless The Child. Wel een aanrader dit, voor wie van toegankelijke, soulfulle vocal jazz houdt.

Emeli Sandé – Our Version Of Events
De ontdekking van 2012? Misschien wel, voor mij althans. Our Version of Events is haar debuutcd, maar Emeli Sandé was bij collegae in de muziekwereld al een bekende naam. Ze schreef songs voor en met Alicia Keys, Susan Boyle, Leona Lewis en trad op in het voorprogramma van Coldplay. Sandé komt uit Schotland. Ze studeerde medicijnen, maar brak die studie af voor een muzikale carrière. In december 2011 won ze de Brit Award Critics Choice als hét talent voor 2012. En talent heeft ze. Niet alleen heeft ze echt een DIJK van een stem, maar de popsongs die ze schrijft zijn van grote kwaliteit. Wat voor de cd van Gregory Porter geldt, geldt echter ook voor Sandé: het wordt allemaal wel erg veilig ingevuld/geproduceerd en de meeste tracks zijn ballads. In dit geval wel heel mooie powerballads, maar misschien iets te veel van het goede. Net als bij Porter zijn ook hier de uptempo nummers het meest spannend, ook omdat Sandé daar echt iets toevoegt aan de r&b-scene. Heel duidelijk is op nummers als Heaven (de eerste single en een enorme hit in de UK), Daddy en Next To Me haar Britse achtergond te horen. De nummers haken aan bij de dubstep-rage, een typisch Brits fenomeen, en roepen door de snelle beats herinneringen op aan de breakbeat, drum ’n bass, triphop en garage van groepen als Massive Attack, Portishead, Tricky, Miss Dynamite. Dit zijn echt interessante songs en het is jammer dat het er maar zo weinig zijn. De melodieuze ballads zijn commercieel en glad geproduceerd, maar Sané weet mij toch te overtuigen door haar stem. Ook de teksten zijn van een hoger niveau dan gebruikelijk in dit genre. De lyrics van een nummer als Where I Sleep spreken mij bijvoorbeeld aan door de eerlijkheid en de trefzekerheid waarmee ze haar postmoderne generatie schetst en hoe ze haar eigen plek daarin weet te verwoorden:

See the times are changing,
and I’m sure of nothing, that I know
Except this is us, and this is love,
and this is where I’m home

In a world that’s breaking,
where nothing is for keeps,
Oh, this is us, this is love,
and this is where I sleep
this is us, this is love,
and this is where I sleep

I’m from a generation undecided
I’m restless and I can’t help changing things
But in all the noise and the excitement,
your love is all that will remain

I said all of my goodbyes to ego
I gambled all I got, there’s no plan B
It’s the first time that I’ve learned to let go
It’s the only place I feel, only place I feel like me
Hey yeah

Afrondend: ik vind het een heerlijk cdtje. Van deze drie besproken cd’s, is dit toch de eerste die ik aanschaf.

Tot slot weer drie clipjes, met het risico dat één clip een verkeerde indruk voor een heel album kan wekken:

16 gedachtes over “3x ‘black music’: Bibb, Porter, Sandé

  1. Vooral die Bibb kan mij wel bekoren.
    Die Porter is mij te glad en miss Sandé, daar krijg ik jeuk van. inderdaad: een dijk van een stem, alleen jammer van die muziek 😉

  2. Emeli Sandé is de enige die me dan wel aanspreekt, van die middelste krijg ik een epileptische aanval en de eerste is me wat gewoontjes. Emili doet me sterk denken aan de eerste van Massive Attack en nog meer aan de platen van hun zangeres Shara Nelson (check die eens als je die niet kent). Daarnaast hoor ik ook Nicolette er wel in…

    • Ha, wat een verschillende reacties. Dat bewijst al weer dat Daniel in ieder geval iets prikkelends heeft gedropt!
      Ik vind Bibb wel mooi, maar ook niet zo heel opvallend. Porter brengt lekkere jazz, maar is wel heel erg retro en Sandé heeft ook wel een mooie stem.
      Ja, Shara Nelson zong echt prachtig op Blue Lines en Nicolette deed dat op Protection. Wat zijn dat toch ook fijne platen!! Wel een stuk spannender dan deze van Sandé, maar ja: bij Massive Attack hadden we het toen wel over een geweldig soundsystem!

  3. @ Peter: idd een goede stem, die Rebecca Ferguson!

    @ JW: Shara Nelson, inderdaad, goeie vergelijking! Nicolette ken ik niet goed.

    @ Kees: check dit clipje ook eens. Er verschijnen van die dancenummers uiteraard ook weer allerlei remixen.

  4. Hier twee akoestische live-versies, één van het geciteerde nummer ‘Where I Sleep’ en de ander is ‘My Kind Of Love’

  5. Wow, klinkt goed zeg! En ook nog met een (politieke) boodschap. Wel veel meer underground dan Sandé, die duidelijk op de mainstream mikt.

  6. Ja, dit is ook schitterend! De kracht (voor anderen juist de zwakte) van Emeli, is dat ze toegankelijker is dan bovenstaande artiesten. Ze maakt gewoon puike en meeslepende popliedjes, met een kop en een staart. En ze heeft daarbij een fenomenale stem. Maar ik kan me voorstellen dat liefhebbers van het huidige dubstep en het vroegere werk van Massive Attack etc. het te poppy en muzikaal te weinig spannend vinden.

  7. Heb nog even overwogen om Sonnymoon te bespreken, maar ik heb te weinig verstand van electronica en dit kun je toch ook niet echt meer scharen onder ‘zwarte muziek’. Maar het zal de liefhebbers zeker aanspreken!

  8. En hier hun bewerking van een nummer van Drake. Op één of andere manier toch ook wel echt soulful:

Reacties zijn gesloten.