Recensie: Mastodon – The Hunter

ik kan hem niet zien,
ik kan hem niet zien,
maar ik voel hem achter mij staan.
hij is misschien rakelings langs mij gegaan.
hij sluipt op zwarte geruisloze voeten onzichtbaar
achter het leven aan.
hij is weergaloos laf:
hij valt aan in den rug;
hij durft niet recht tegenover mij staan;
ik zou zijn schedel te pletter slaan.
ik heb nu nog, nu nog, een wild ontemberaar
verlangen naar bloed.

Uit Doodsstrijd van H. Marsman

Metalband Mastodon heeft iets met monsters. Neem alleen al hun albumcovers. Leviathan (2004) wordt gesierd met een afbeelding van een verwoestende witte walvis. Inderdaad, dit album is gewijd aan Moby Dick, de ‘hoofdpersoon’ uit de gelijknamige roman van Herman Melville. De mythische benaming voor deze wraakzuchtige potvis is Leviathan, die we als oermonster uit de Bijbel kennen. De voorkant van Blood Mountain (2006) kent een driekoppig monster en de cover van het laatste album The Hunter (2011) bestaat uit een drietongig monster, dat een kruising lijkt tussen een draak en een eland. Mastodon voldoet in die zin aan alle clichés als het over een metalband gaat: de albumcovers alleen al zijn niet voor watjes… En men schuwt het groteske en gruwelijke niet.
Dat geldt dus ook voor het mythische. Met enige fantasie zou je hun opeenvolgende albums kunnen typeren als conceptalbums rond de vier elementen: Remission (2002) gaat over het vuur, Leviathan over het water, Blood Mountain over de aarde en Crack The Sky (2009) over de lucht. En The Hunter? De vier elementen zijn immers vergeven. Volgens vaste Mastodon-volgers wendt de band zich dit keer tot de Chinese mythologie. En daar kent men ook nog het element van het hout. Nu is die monsterkop van de cover inderdaad uit hout gesneden en een draak is ook zo Chinees als Babi Pangang…

M.i. gaat The Hunter vooral over de dood. Eén van de aanleidingen daarvoor was de dood van een familielid van één van de bandleden. Tijdens een jacht(!)partij kreeg de man een hartstilstand en overleed. Het huiveringwekkende titelnummer – tevens rustpunt op de plaat – gaat hier over. Tegelijk is de dood zelf ook een jager die ons achterna zit, op ons loert en ons uiteindelijk allemaal te grazen krijgt. Het Refrein is Hein, bedacht Bert Keizer ooit al. In het openingsnummer Black Tongue – wat een knaller is dat! – wordt die jagende dood angstaanjagend verklankt en verbeeld:

You can run to the sea
You can run to the forest
You can hide
But You’ll never escape

De mens kan zelf de dood ook ter hand nemen. Murderballads zijn al zo oud als de Crossroads… Ook Mastodon bedient zich van dit genre in Curl The Burl – alwaar de zang een beetje naar het saaie neigt; toch wat merkwaardig bij een murderballad! – en in Bedazzled Fingernails – hoor ik daar geen vocoder in de verte? die kan ik dan meer plaatsen bij een koele moordenaar…
Die jager des doods maakt vele slachtoffers. De profeet Ezechiël werd daar eens mee geconfronteerd in het visioen van het dal der dorre doodsbeenderen. Mastodon lijkt hierdoor geïnspireerd in Dry Bone Valley: één van de prijsnummers van het album: met het bijna klassieke begin, de majesteitelijke drums en de prachtige symfonische zang.

Nu zou de aandachtige lezer kunnen denken dat The Hunter een loodzwaar album is. Gelukkig strooit Mastodon ook met genoeg luchtigheid en humor. Wel een beetje apartje humor, dat moet gezegd. Wat dacht u van een inktvis die geen vrienden heeft? (Octopus Has No Friends) en de moederborst die blijft trekken (Thickening)? Daarnaast is er ook de alomtegenwoordige natuurmetaforiek die meer kleur geeft buiten de donkere dalen van de dood.
Maar het loodzware wordt sowieso muzikaal verlicht door een waar amalgaan aan stijlen. Van oorsprong rekenen we Mastodon tot de sludge metal: afgeleid van de doom metal: afwisselend traag en snel, duister en agressief, vet en vies. Maar Mastodon is tot een spons geëvolueerd, die allerlei andere stijlen opgezogen heeft en naar de eigen hand heeft gezet. Denk daarbij aan de stoner rock (bekend van bands als Kyuss en Queens Of The Stone Age). Maar sinds Blood Mountain en vooral Crack The Sky heeft Mastodon ook de symfonische rock (of progressive rock) ontdekt. Deze ontdekkingstocht is nog niet ten einde, getuige het laatste album. Daar hoor je de progrock bijvoorbeeld in het al genoemde Dry Bone Valley, maar nog meer in Creature Lives. Om maar even op die songtitel te variëren: wat een creativiteit alhier! Het begint met een Kraftwerkiaanse synthesizer, die steeds meer naar het Pink Floydiaanse neigt. Er wordt wel eens gezegd dat alleen drummer Brann Dailor kan zingen, maar hier geven gitarist Brent Hinds en bassist Troy Sanders hem toch mooi partij! Het klinkt weliswaar niet als een Engels jongenskoor, maar het is wel wonderschoon. Het is ook een ode aan het leven. Dat hadden we ook wel even nodig na al dat dood en verderf!
Direct daarna horen we weer old skool Mastodon met een aaneenschakeling van vette riffs en schreeuwzang in Spectrelight. Het is een verbeten liedje over de mens die ala Nietzsche z’n mannetje wil staan tegenover alle tegenkrachten. Of dat hem lukt? Speciale vermelding verdient hier nog Scott Kelly, brulboei van Neurosis, die hier het toch al niet misselijke nummer vocaal van extra power voorziet.

Mastodon levert met The Hunter opnieuw een klasse album af. Het is misschien wel het meest toegankelijke album geworden. Dat zou ook wel eens te maken kunnen hebben met producer Mike Elizondo. Deze werkte voorheen met (schrik niet!) Maroon 5, Eminem en 50 cent. Hij zorgt in ieder geval voor een open geluid, zonder dat Mastodon inboet aan creativiteit. De liedjes zijn een stuk korter dan voorheen. Maar binnen die liedjes bulkt het van de tempowisselingen (in de vreemdste maatsoorten) en verrassende accenten. Dit heeft alles te maken met het wederom geweldige drummen van Dailor. Hij behoort intussen toch echt tot de top 10 van het huidige drumcorps! Naast het tradionele rockinstrumentarium wordt ook de electronica niet geschuwd. Dit maakt The Hunter tot veel meer dan een obligate metalplaat. Het is gewoon een steengoede rockplaat, waar letterlijk en figuurlijk op een fantastische wijze het leven en de dood bezongen worden. Hoe donker ook, de hoop is niet vervlogen. Het slotnummer The Sparrow bevat zelfs een heuse paranese: Pursue happiness with diligence. Als een mantra wordt het herhaald. Juist tegen de donkere achtergrond is dit de fonkelende diamant aan het fraaie snoer van The Hunter.

29 gedachtes over “Recensie: Mastodon – The Hunter

  1. Die voorkant is toch niet zo monsterlijk? Lijkt meer op Chico Lama met het Droste effect! 🙂
    Ik ben geen Mastodon-fan, maar moet zeggen dat dit inderdaad naar het toegankelijke neigt, zonder overigens een knieval voor de commercie te maken. Minder heftig dan gedacht…

    • Nou, ik denk dat ik liever Chico Lama tegen kom. Wim Boluijt legde een verband met een monster bij Ovidius, maar die moet dat hier maar even toelichten… 😉
      ‘Leviathan’ bijvoorbeeld is inderdaad wel een stuk heftiger en ‘Blood Mountain’ ook, muzikaal dan hè. Toch vind ik die recente prog-invloeden wel erg fijn.

  2. heftige muziek bedoel ik. dit is voor mij normaliter iets te stevig, maar als ik een bui ben dan zou dit prima te pruimen zijn; klinkt vet!

  3. Een kort citaat uit mijn recensie in Heaven: Het met drie tongen getooide oerbeest op de cover doet denken aan de draak van Mars (‘drie tongen sisten tussen een driedubbele tandenrij’ dichtte Ovidius) die door Cadmus wordt verslagen. Ook op The Hunter geeft Mastodon blijk van de liefde voor het mythische verhaal.
    Een prachtige plaat waarbij, inderdaad, de sludge/stoner/doom van voorheen behoorlijk op de achtergrond is geraakt. Debet daaraan zijn de ook door Kees opgemerkte invloeden van symfonische aard (progrock vind ik een naar woord). Nog een citaat uit voornoemde recensie dat verwijst naar Blood Mountain: …de invloed van progressive rock duidelijk traceerbaar (Colony Of Birchmen verwees direct naar The Colony Of Slippermen van Genesis).

    En vooruit, dan ook maar wat meer over Leviathan:

    Drummer Brann Dailor van het kwartet uit Atlanta las het prachtige Moby Dick van Herman Melville. Het verhaal van Kapitein Ahab die zijn schip (de Pequod) en bemanning op het spel zet in de jacht op Moby Dick, de grote witte walvis die hem ooit zijn been afbeet. Moby Dick had reaped away Ahab’s leg, as a mower a blade of grass in the field…. (hoofdstuk 41). Moby Dick, één van de grote werken uit de Amerikaanse literatuur, is het relaas van deze jacht, verteld door een zekere Ishmael (Call me Ishmael). Het boek verscheen voor het eerst in 1851 en bevat naast de taal der zeelieden ook verhandelingen over varen en de walvisvangst. Het gaat over de verhoudingen tussen lager en hoger geplaatsten. Over goed en kwaad. Over hoe verschillende bevolkingsgroepen met elkaar omgaan. Maar bovenal gaat het om een obsessie. Een man die alles geeft voor dat ene. Langzaam maar zeker is de wraak waarop Ahab zint, geen wraak meer, maar een onvermijdelijk met zijn lot verbonden streven dat tot zijn ondergang zal leiden.

    Leviathan noemt Mastodon haar tweede album. In het bijbelboek Jesaja vinden we de volgende tekst: Te dien dage zal de Heere met Zijn hard, en groot, en sterk zwaard bezoeken den Leviathan, de langwemelende slang, ja den Leviathan, de kromme, slomme slang; en Hij zal den draak, die in de zee is, doden. De Leviathan is dus een soort zeemonster. Angst inboezemend en ontzagwekkend. Niet voor niets noemde Thomas Hobbes zijn beroemde boek uit 1651 (over de absolute macht van de soeverein, het is welhaast een pleidooi voor dictatuur), Leviathan, naar dit zeemonster. Want altijd weer zijn de zee en het monster dat daar kan huizen, fascinerend en huiveringwekkend tegelijk. En wat zoekt Bill Murray in de film The Life Aquatic? De mysterieuze ‘Jaguar Shark’. Hij wil zijn vriend, die tijdens een vorige expeditie is opgegeten door deze haai, wreken. There’s magic in the water that attracts all men weerklinkt het in I Am Ahab van Mastodon. De walvis, en zeker Moby Dick, is de Leviathan.

    In tien prachtige stukken beschrijft Mastodon het gevecht met de Witte Walvis. Daarbij tillen ze de thematiek als vanzelf (het was niet nodig geweest, maar het tekent hun ruime blik) naar een hoger plan met Iceland (een stuk over Noorse mythologie) en het prachtig akoestische Joseph Merrick (ook wel The Elephant Man genoemd). Strak en hard klinken ze. Maar door de onnavolgbare Brann Dailor (die op meesterlijke wijze net voor of net na groove kan slaan) klinken ze ook los en avontuurlijk. Natuurlijk, in de prachtige productie van Matt Baylis borduren de gitaren met stalen kabels. En ook klinkt er regelmatig een grom.

    • Ja, die bespreking van Leviathan kan ik mij nog herinneren, Wim met als mooiste metafoor: ‘borduren de gitaren met stalen kabels.’ O.a. hierdoor ben ik ooit Mastodon gaan luisteren én waarderen. En Moby Dick staat in mijn top 5 van favoriete romans.
      Heeft Sepultura – weliswaar in het post-Cavalera-tijdperkk – ook niet een album gewijd aan De Goddelijke Comedie van Dante?
      Wim, wat is nu eigenlijk je favoriete Mastodon-album? Ik ga voor Leviathan.

  4. mooi stukje literatuurles, Wim. Moby Dick heb ik vorig jaar nog eens herlezen, wat een meeslepend monumentaal stuk is dat! daar past ook wel dit soort bombastische muziek bij.

    ik kan het wel waarderen wanneer popmuzikanten zich laten inspireren door literaire thematiek. je ziet dit niet zo heel vaak (hoewel in de indie en metalsferen wel wat meer), de meeste popmuziek heeft de diepgang van een regenplas.
    dat was ook een van de redenen dat ik vroeger zo graag naar Marillion luisterde.

  5. Ik zoek altijd muziek die op het snijvlak van literatuur, muziek en filosofie opereert. Deze ligt niet voor het oprapen, maar met het aftasten van de bodem (zulk een zoeken kan al snel ontaarden in ‘elitairisme’) levert vaak iets vruchtbaars op. Ik had vroeger soortgelijke ervaringen met Genesis en Yes. Hun teksten zijn niet zelden episch van karakter. Over episch gesproken: onlangs draaide ik Relayer (van Yes) weer eens. Wat een fraai album is dat toch! Wat hebben de besprekers en bepalers in de loop der tijden daarop toch ten onrechte met de botte zeisen van zever en zeur op ingehakt! En om bij ons thema te blijven: hier spreekt Oorlog en vrede van Tolstoj een woordje mee!

    • Dit is zeker fraai. Ik heb me trouwens nooit herkend in de horde der botte zeisen, die vonden dat met de symfonische rock ongeveer de ergste era in de geschiedenis van de popmuziek was aangebroken. En dat met de punk de heilstijd weer begon. Wat een onzin! Een goed punkliedje is nog niet zomaar geschreven en gezongen… Ze zijn er wel hoor. Maar zo zijn er ook prachtige symfonische platen. En het is toch wel gerechtigheid als ik bands als Mastodon en ook Opeth (zij touren nu samen!) zich hoor laven aan deze bron en ik de horde der botte zeisen in geen velden of wegen zie…

    • Hoi Wim,

      Over providentia gesproken. Sinds kort heb ik dus een platenspeler, aangesloten en wel. Ik vind een doos vinyl op zolder – stond daar meer dan 15 jaar – en wat zit daar o.a. in twee platen van Yes: Fragile en dus Relayer! Genieten hoor.

  6. Wow, zeer interessant, al die literaire verwijzingen! Ja, da’s wel even andere koek dan Andrae Crouch 😉

  7. Yes sir! Binnen! Vinyl 7″, roze, A Spoonful Weighs A Ton (Mastodon/Flaming Lips) en vinyl 7″ Feistodon. Maar ook: Moon Duo Remixes, Shabazz Palaces (Live at KEXP) en Steven Wilson.

    Vanmiddag Arjen Lucassen zien en horen (Record Store Day). Zijn nieuwe album is werkelijk prachtig!!!

    • Man, man, jij bent – om maar even aan te sluiten bij één of meer titels – een ton lichter wat pecunia betreft, maar wel een stuk rijker aan muziek! De mensen bij De Waterput zullen blij zijn met jouw ‘dorst’… Ik zou bijna Augustinus gaan citeren…
      Zal ik eens wat verklappen: deze jongen gaat een draaitafel aanschaffen. Hij begint nu echt teveel te missen 😉

Reacties zijn gesloten.