3 x Black Music (3): Andrae Crouch, Ruthie Foster, Alabama Shakes

Nu ik toch bezig ben, hier opnieuw drie nieuwe releases die je zou kunnen bestempelen als ‘black music’. Hoewel ik me afvraag of we onderstaande artiesten ooit terug zullen zien in deze zwarte lijst. Maar wat mij betreft horen ze daar wel!

Andrae Crouch – The Journey
Om maar te beginnen met de levende legende Andrae Crouch. Crouch (1942) maakt blackgospelmuziek en pioniert al sinds de jaren zestig in dat genre. In 2004 was hij de enige levende gospelartiest (en de derde in de historie) die zijn ster terug zag in de beroemde Hollywood Walk of Fame. Hij was met figuren als Larry Norman, Keith Green en anderen, dan ook een sleutelfiguur in de christelijke muziekwereld en de Jesus-movement van de jaren zestig. Crouch (die ook predikant van de kerk is, die door zijn ouders werd opgericht) doorbrak grenzen met zijn muziek. Zijn songs wisten de weg naar een meer mainstream en blank publiek te vinden. Hij won maar liefst acht grammy awards. Zijn songs zijn gecovered door Elvis Presley en Paul Simon, hij schreef muziek en produceerde voor o.a. Michael Jackson, Madonna, Quincy Jones, Elton John, Diana Ross en vele anderen. Zijn liederen worden in allerlei kerken gezongen. Hij schreef filmmuziek voor The Lion King en Free Willy, maar zijn bekendste nummer is wellicht Maybe God’s Trying to Tell You Something uit the film The Color Purple. De lead vocals zijn daar van Tata Vega, een soulartieste met een dijk van een stem, die altijd terugkeert op Andrae’s albums. Zo ook op zijn jongste cd, The Journey. Het is weer vintage Andrae Crouch. Swingende, traditionele blackgospel, maar ook meer poppy gospel gelardeerd met vleugjes latin en wereldmuziek, een beetje funk, slepende ballads, dramatische anthems, verrassende arrangementen, jazzmuzikanten en verschillende gastvocalisten (de al genoemde Tata Vega, Marvin Winans, Chaka Khan, Kim Burell). Crouch zelf is geen groots zanger. Hij heeft een beetje aparte manier van zingen, af en toe klinkt het bijna verveeld, maar niet op een storende manier. Maar het is daarom niet vreemd dat hij (net als bijv. Kirk Franklin) veel vocalisten invliegt. De productie van dit album was in handen van Luther Hanes, die zorgt voor een cleane en sprankelende sound. Al met al een heerlijke cd van een groot muzikant.

Ruthie Foster – Let It Burn
Ruthie Foster’s nieuwe cd heet Let It Burn. Mijn verwachtingen waren redelijk hoog gespannen, ook omdat ik al wat lovende recensies had gezien. Ik kende haar niet goed, maar ze wordt in meerdere artikelen vergeleken met soul –en jazzsterren als Aretha Franklin, Gladys Knight en Ella Fitzgerald. Let It Burn begint veelbelovend met het zelfgeschreven Welcome Home, waarop The Blind Boys of Alabama meezingen. Veel gospelinvloeden op dit album – The Boys keren in nog twee nummers terug. Veel covers ook, van Adele tot Johnny Cash tot The Band tot Los Lobos tot The Black Keys tot Bing Crosby tot Pete Seeger. Je kunt slechtere invloeden bedenken. Er is een prominente plek weggelegd voor de elektrische gitaar. Dat hoor je niet vaak op een gospel/soulalbum en het pakt soms schitterend uit. Het geeft het album hier en daar ook een bluesfeel. Het is een sympathiek en stijlvol uitgevoerd album, maar de lezer proeft het al, ik ben niet lyrisch. Op de één of andere manier voel ik geen vonk. Ik weet niet waar het aan ligt. Ruthie Foster heeft een mooie stem, hoewel ik de eerder genoemde namen geen vergelijk vind. Op een song als Don’t Want To Know klinkt de gitaar zelfs spannender dan haar stem en redt de solo het nummer van saaiheid. Aan de songs en de muzikanten ligt het niet. Maar het is allemaal net iets te braaf, te weinig boeiend in mijn beleving. Wellicht mis ik iets, gezien de vele positieve recensies.

Alabama Shakes – Boys & Girls
Bij deze nieuwe band, die behoorlijk gehyped wordt momenteel, is die vonk er wel. ‘Onze eigen’ Wim Boluijt vergastte ons in februari al op een voorproefje (die een vermakelijke coversatie in de comments opleverde), maar nu is de cd dus uit. Wat een vette plaat! Hier wel de spanning en urgentie die ik mis bij Ruthie Foster. Waar zit hem dat dan in? Alabama Shakes maakt een mengeling van southern rock, ‘oude’ soul en blues. De vergelijkingen zijn op internet niet van de lucht: The Black Keys, Janis Joplin, Drive-By Truckers, Sharon Jones & The Dap Kings, Tina Turner, Otis Redding. Uptempo rockers wisselen soulvolle ballads af. Maar het grote verschil met Ruthie Foster is de stem van leadzangeres Brittany Howard. Wát een soul, wat een power en wat een vuur! Foster heeft een mooie, gepassioneerde stem, maar o zo onopvallend en braaf vergeleken met Howard. Die stem maakt letterlijk het verschil, want zo heel bijzonder zijn de songs lang niet allemaal. Maar het enthousiasme van zangeres en band maken dat goed. De mooiste vergelijking vond ik deze: Creedence Clearwater Revival met de stem van Etta James. Daar kan ik me wel in vinden. En aangezien ik beiden hoog heb zitten, begrijp je dat de kans groot is (het is gewaagd, in april, dat geef ik toe) dat deze cd in mijn eindejaarslijstje komt.

Hier weer drie clipjes:

Advertisements

11 gedachtes over “3 x Black Music (3): Andrae Crouch, Ruthie Foster, Alabama Shakes

  1. Daniel, allereerst alle waardering voor jouw niet aflatende pleidooien voor de zwarte muziek. Jij blijft waarlijk onze Oboema!
    Nu deel ik dit keer niet helemaal jouw beoordeling van deze drie albums. Laat ik beginnen bij wat we wel delen. Ik vind Alabama Shakes zeker een aanwinst. Onze Wim had het inderdaad al goed gezien! Of beter: gehoord!! Want het visuele aspect is en blijft wat dubieus, als je begrijpt wat ik bedoel.
    Ik vind Ruthie Foster wel een stuk beter dan die gladde gospelsound van de weledele ds Crouch. Dat doet me helemaal niks. Het glijdt langs me af als vers liposuctievet! Nee, Ruthie Foster klinkt een stuk authentieker, althans in dit nummer dan. De rest heb ik niet beluisterd. Dat geldt trouwens voor de meeste van deze drie. Alleen van Alabama Shakes ken ik intussen wat meer nummers. Maar terug naar mevrouw Foster: ik vind die samenwerking met onze blinde negers ook erg fijn. Gelijk maar weer eens hun co-productie met Ben Harper uit de kast getrokken!

    • Aanvulling: Ruthie Foster zojuist beluisterd. Het was wel vroeg, maar misschien wel een prima tijdstip om hier naar te luisteren. Ik vind het echt een heel fraai album. Wat een stem heeft die vrouw! Wat een verschil met onze zingende dominee ook. Dat neigt inderdaad naar kitsch, maar hier zit diepte in! En wat de productie betreft, geef je helemaal gelijk: prachtig! Vergeet naast de gitaar ook het orgeltje niet. Wow! Wie bespeelt dat?

  2. Ruthie Foster is inderdaad heel erg fraai; doet me enigszins denken aan Donald Byrd…is haar hele album zo?

    Crouch vind ik haast kitsch; van die gladde shoppingmall muziek rond Kerst. Sja en Alabama Shakes heb ik al eens wat over geroepen 😉

    Maar dit blijft een erg leuke rubriek!

  3. Ja jongens, ik begrijp heel goed wat jullie bedoelen. Ik zou Ruthie Foster ook graag heel goed vinden. Ik meldde al: ik vind het alleszins een sympathiek album. Alles klopt: stem, productie, songs, the Blind Boys of Alabama, waar ik een groot fan van ben… Ik houd erg van ongepolijste blues en gospel, zoals jullie weten. En toch ontbreekt er hier voor mij een vonk. Of misschien klopt het wel teveel. Heb nog eens verder gelezen; naast de vele lyrische recensies, kwam ik ook deze tegen van Kindamusic: http://www.kindamuzik.net/recensie/ruthie-foster/let-it-burn/22653/ Die betitelt het als ‘dodelijk saai’. Oef! Let wel, ik vind het zeker niet slecht, maar dit zal ik niet vaak draaien.

    Jullie kritiek op Crouch had ik verwacht. Misschien was het ook net ff niet het goede clipje. Ik begrijp de kwalificaties ‘glad’ en ‘kitsch’, vanuit jullie smaak geredeneerd. Toch doet dat album mij meer dan dat van Ruthie Foster. Ik vind het ‘uplifting’, vrolijk, sprankelend en van grote klasse. Ik houd van de jazzy invulling van de instrumenten bij Crouch. Je hoort dat het topmuzikanten zijn. En Crouch is echt een genie. Er zijn recent ook nieuwe albums verschenen van twee zwaargewichten in het genre, Fred Hammond en Marvin Sapp. Ik zal het jullie niet aandoen die ook te bespreken. Wat mij betreft ook van hoge kwaliteit, maar ze missen de brille en de variatie van Andrae. en daarom heb ik die wel meegenomen.

    Kees, ik ben trouwens nog wel benieuwd wat jij als enige andere hiphopliefhebber binnen onze redactie van de nieuwe De La Soul vindt (zie vorige review)?

  4. Misschien is het euvel bij Foster wel dat ik het haast té authentiek vind. Ergens voelt het voor mij een soort gezochte rauwheid en is het daardoor op een bepaalde manier juist ook glad en gemaakt en allemaal te kloppend. Zoiets…

    • Ach Daniel, draai je niet in zoveel bochten joh. Ik waardeer je juist om je eigen mening én smaak. Alleen deel ik hem niet altijd ;-).
      Ik zal De La Soul nog wel even checken… Eerst in het spoor van Mastodon, want er wacht een begrafenis…

  5. Nou ja, ik wring me niet in allerlei bochten. Ik probeer te duiden wat ik niet boeiend vind aan die cd van Ruthie Foster, terwijl er overal lyrische recensies verschijnen. Maar het lukt me niet om het goed onder woorden te brengen geloof ik.
    Dat we elkaars smaak niet altijd delen, dat was al langer bekend 😉 Zo heb ik echt helemaal niets met Mastodon, al heb je weer een mooie recensie geschreven. Daar kan ik dan wel weer van genieten!

    Sterkte bij de begrafenis…

    • Dank je.
      Ik verbaas me zelf soms ook wel over mijn eigen smaak hoor. In ieder geval mijn eigen vrouw. Ze zei gisteren: ‘dat had ik jaren geleden toch niet kunnen denken, dat jij zulke muziek zo mooi zou vinden.’ De schat! Ooit hield ze van Depeche Mode en Tears for Fears, ging ze zelfs nog mee naar Springrock. Dat is voltooid verleden tijd. Ach, gelukkig biedt mijn muzikale spectrum ook ruimte voor gevoelige liedjes en neo-klassiek. De indie en hiphop deel ik met zoonlief, de soul met dochterlief en de rest met mijn alter ego!

  6. Ja, een brede smaak kan je niet ontzegd worden Kees! Nu nog de jazz… Da’s ook weer een wereld op zich.

  7. Allereerst: moge de profetische kwaliteiten van mijn roepstem waar het Alabama Shakes betreft tot overpeinzing en (indien nodig) inkeer nopen!

    Dan Ruthie Foster. Ik luister al twee maanden naar dit album. Met Daniel deel ik de fascinatie voor Let It Burn, maar anders dan hij, ben ik wel geraakt door Foster. Ter verdediging van zijn standpunt: hij is zeker niet de enige die het album wat al te kabbel en babbel vindt! Zo heeft de a-typische cover van Ring Of Fire al heel wat voor de kiezen gehad. Te traag en merkwaardig zijn de vriendelijke varianten van deze kritiek.

    Daniel laat onvermeld dat de grote William Bell op Let It Burn te horen is (You Don’t Miss Your Water, door hemzelf geschreven).

    Mooi is ook de uitvoering van Set Fire To The Rain van Adele. Daarnaast heeft een album dat een cover van een liedje van John Martyn bevat (in dit geval Don’t Want To Know van het meesterlijke Solid Air uit 1973) altijd een streepje voor. Al moet worden gezegd dat Foster er niet in slaagt om Martyn naar de kroon te steken.

    Het Hammond B3-orgel wordt bespeeld door Ike Stubblefield. De Blind Boys doen vier keer mee en daarom mag hun bijdrage aan dit album, hoe wezenlijk ook, niet als kenmerkend worden beschouwd. Tenslotte: Foster zingt – hoe toepasselijk in deze dagen – ook over The Titanic. Een goede reden om weer eens de aandacht op Blind Willie Johnson te vestigen.

  8. Klopt Wim! Bedankt voor je aanvullingen en verdediging! Wb. You Don’t Miss Your Water: ik vind het origineel van William Bell beter. Dat geldt voor de meeste covers op deze cd. En het zijn er nogal wat…
    Doen de Blind Boys zelfs vier keer mee? Ik had drie keer geteld… Van mij had hun bijdrage in elke song gemogen, net als op dat album van Ben Harper. Maar goed, mooi dat jij wel positef bent over dit album!

Reacties zijn gesloten.