live: Sufjan Stevens, Bryce Dessner & Nico Muhly – Muziekgebouw Frits Philips, Eindhoven (07-04-2012)

Vorig jaar, 21 mei, zag ik Sufjan Stevens voor het eerst in mijn leven live. Ik durfde me al lange tijd ‘fan’ te noemen, dus dit was een bijzonder moment. Ook was aangekondigd dat deze zaterdag de Dag des Oordeels zou zijn. Dit in combinatie met de muziek van Sufjan gaf het geheel een apocalyptisch karakter. Ik werd volledig van mijn sokken geblazen. Al had ik niet veel concerten gezien, dit kon niet meer overtroffen worden.

Toen op diezelfde dag meteen werd aangekondigd dat Sufjan Stevens samen met Bryce Dessner (gitarist van The National) en Nico Muhly (componist, ook bekend van samenwerkingen met Antony and the Johnsons en Jónsi) op 7 april 2012 een liedcyclus met zeven trombones en een strijkkwartet ten gehore zou brengen, was de keuze snel gemaakt: er moesten kaartjes gekocht worden.

Bijna een jaar en twee Dagen des Oordeels verder was het dan weer zo ver. Ergens vond ik het best spannend. Na vorig jaar kon het eigenlijk alleen maar tegenvallen. Bovendien is Sufjan Stevens niet iemand die in herhaling valt omdat mensen dat graag van hem willen. Waarmee zou hij op de proppen komen?

Voordat de aangekondigde liedcyclus gespeeld zou worden, stond er eerst nog van alle drie de frontmannen een compositie op het programma. Als eerst werd het stuk Quintets van Bryce Dessner uitgevoerd door het Navarra String Quartet en Bryce Dessner zelf met zijn elektrische gitaar. Een mooie combinatie. Een hypnotiserend geheel dat soms een fijne roes met zich meebracht om je vervolgens op te schrikken als de kakofonie van claxons in een verkeersopstopping.

Bryce Dessner verliet na het applaus het podium. Het Navarra String Quartet bleef zitten om Diacritical Marks van Nico Muhly uit te voeren. In het programmaboekje was aangekondigd over dit stuk: ‘De verbindende factor is een monotone ‘zoem’, te horen in de delen 3, 5 en 7, waarin tweede viool en altviool ‘ad infinitum’ een in elkaar grijpend, zich herhalend patroon spelen terwijl daarboven cello en eerste viool lange, grillige lijnen trekken.’ Deze fascinerende zin heeft ertoe geleid  dat ik probeerde de monotone zoem te horen en concludeerde ik dat het moeilijk was om van ‘monotone zoem’ geen ‘monotome zoen’ te maken in de uitspraak. Een moeilijk te spreken woordcombinatie waarbij het belangrijk is eerst de ‘n’ te zeggen, dan de ‘m’ en dus niet andersom. Ik bedacht dat deze woordcombinatie een verwijzing was naar de initialen van Nico Muhly zelf, de componist. Terwijl ik in mijn hoofd bezig was met deze thematiek, moest ik de conclusie trekken dat de muziek zelf me gewoonweg niet pakte. Hoe kunnen je gedachten anders nog zulke bizarre wendingen maken? Ik kan dit muziekstuk noch positief noch negatief beoordelen. Wat niet meewerkte, was het feit dat er vrij snel na de korte muziekstukken geklapt werd. Dit paste niet goed in het geheel. Misschien gebeurde dit omdat het publiek toch voor een groot deel bestond uit mensen die ‘liedjes’ gewend zijn, zoals ik zelf.

Nico Muhly rende het podium op om applaus in ontvangst te nemen, waarna het Navarra String Quartet de eer kreeg om een selectie uit Sufjan Stevens’ Run Rabbit Run te zijn (de orkestrale bewerking van zijn elektronische album Enjoy Your Rabbit). Deze selectie bestond enkel uit het stuk Year Of Our Lord. Zowel de elektronische versie als de orkestrale vind ik het beste nummer (of moet ik compositie zeggen?) van het bijbehorende album. Year Of Our Lord klinkt als goede ambient, een soort laatste moment voor het betreden van de hemel. Het was een mooie opwarmer voor wat er na de pauze zou komen.

Planetarium, zo heet het stuk dat vandaag in wereldpremière zou gaan. ‘Planetarium onderzoekt, in klank en onderwerp, de onderlinge afhankelijkheid van harmonie en disharmonie in het universum.’ Je moet het maar aandurven. De spanning steeg toen de zaalverlichting dimde. Ik besloot verantwoordelijkheid te nemen en  ‘ssst’ te roepen.  Dit werd vervolgens overgenomen uit verschillende hoeken van de zaal. Een stuk meligheid die gelukkig niet bleef aanhouden toen de muzikanten het podium opliepen. Beschaafd publiek in Eindhoven. Het hardst werd er geapplaudisseerd toen Sufjan Stevens opkwam (zou men vooral voor hem komen?). Midden op het podium zat hij bij twee microfoons met links van hem Nico Muhly achter de keyboards en rechts van hem Bryce Dessner met zijn gitaar. Achter hen stond links het Navarra String Quartet, in het midden de drummer en rechts het New Trombone Collective uit Nederland.

Planetarium kent een rustige opening met Neptune. Sufjan Stevens was verantwoordelijk voor de zang, die in dit openingsnummer niet altijd even zuiver was. Was hij niet goed bij stem? Waren het de zenuwen? Dat laatste is waarschijnlijk, want Sufjan herstelde zich goed in de rest van de avond. Ook kon hij regelmatig eventuele valse zangmomenten wegwerken met het autotune-effect. Inmiddels lijkt dit officieel een nieuwe hobby van hem te zijn die regelmatig terugkeerde in de refreinen van de liedjes (of die dingen die het meest op refreinen leken). Elf planeten werden bezongen. Boven het podium hing een soort grote zwarte ballon waarop projecties verschenen van deze planeten. Na Neptunus was Jupiter aan de beurt. Dit was meteen het hoogtepunt van de avond (zie voor deze twee eerste liedjes het filmpje beneden). “Jupiter is the loneliest planet.” Het nummer spookt nu al dagen in mijn hoofd. Ver weg doet het denken aan het mooie Vesuvius van The Age of Adz.

Op de liedjes was duidelijk de stempel van Sufjan Stevens aanwezig: in de lijn van The Age of Adz en klinkend als The BQE met zang. Een wat ongemakkelijke ‘thank you’ van Sufjan na Jupiter werd beantwoord met gegrinnik uit de zaal. Wanneer de man gaat praten, is dat altijd een beetje grappig. Vorig jaar vertelde Sufjan al dat hij in het verleden dacht dat hij een Star Child was. Nu geloofde hij dit niet meer. Ikzelf had wel sterk mijn twijfels aan zijn aardse afkomst na dit eerste optreden van hem. Wie anders moest er eens liedjes schrijven over ons eigen zonnestelsel? Vorig jaar kletste Sufjan aardig wat in de ruimte, nu waren het vooral Nico Muhly en Bryce Dessner die zo nu en dan wat zeiden. Korte melige onenigheden over het al dan niet planeet-zijn van Pluto bijvoorbeeld. Erg spraakzaam waren ze verder niet.

Muhly en Dessners spraken meer, Sufjan was degene die in de liedjes het hoogste woord voerde. Niet in de ruimte, maar over de ruimte zingen. Het lieflijke van Venus, het aardse van de Aarde en Mars als ‘oorlogsplaneet’. Bryce Dessner lichtte toe: “Mars is probably the most insane planet, so this piece is pretty weird.” Je moet er gek genoeg voor zijn. Mars als god van de oorlog ging gepaard met geluiden van geweren. “In a future, there will be no war”, zong Sufjan. Hij houdt zich in het lied vast aan liefde, geduld en meer deugdelijkheden te midden van het oorlogsgeweld. Een mooie aardse houding.

Elf prachtige muziekstukken over ons eigen zonnestelsel. Het is te hopen dat we dit in de toekomst nog op een album terug gaan horen. Het zou zonde zijn als we het voor altijd moeten doen met de YouTube-filmpjes die voor nu overblijven. Het maakt de beleving van dit spektakel heel anders dan het Age of Adz-concert van vorig jaar. Nadat Mercurius bezongen was, barstte er een enorm applaus los. Het hele collectief betrad nog één keer het podium. Helaas geen toegift. Daar was deze avond gewoonweg niet voor bedoeld. Popmuziek en klassieke muziek ontmoetten elkaar. Een euforisch Chicago of de gekkigheid van Impossible Soul was niet op zijn plaats geweest. Hoewel velen dit natuurlijk graag hadden gewild.

Heeft dit net zoveel indruk gemaakt als zijn show van vorig jaar? Helaas niet. Hoewel de liedjes er om vroegen, ben ik niet zo van planeet Aarde verwijderd geweest als toen. Dit heeft ook te maken met het feest van herkenning dat deze laatste keer ontbrak. Een wereldpremière werd deze avond uitgevoerd. De liedjes zelf waren de verrassing. Het verrassende aspect van vleugels, danseressen, kippenpakken en ballonnen ontbrak. Vorig jaar stond ik met mijn mond open voor het podium, dit keer heb ik toch regelmatig op het puntje van mijn stoel gezeten. Het was zeer goed.

Voor de mensen die vinden dat het in deze recensie erg veel over Sufjan Stevens gaat: mijn excuses. Ik wil de inbreng van Bryce Dessner en Nico Muhly niet bagatelliseren. Maar ik ben een fan en blijf een fan tot in eeuwigheid. Op aarde, zoals in de hemel… en op Mars, Jupiter, Venus, etc.

Amen.

Advertenties

6 gedachtes over “live: Sufjan Stevens, Bryce Dessner & Nico Muhly – Muziekgebouw Frits Philips, Eindhoven (07-04-2012)

  1. Mooi verslag, Daan. Ook wel zo eerlijk om toe te geven dat je dit als fan geschreven hebt! Aan ‘objectiviteit’ doen we hier natuurlijk ook niet ;-)!
    Ik heb trouwens zowel ‘Enjoy Your Rabbit’ en ‘Run Rabbit Run’, maar eerlijk gezegd is dat meer om collectionistische redenen, dan dat ik het nu zo vaak draai. Vorige week, in mijn klassieke periode, draaide ik die laatste van Osso weer eens. Maar ik word ook pas echt geraakt door dat slotnummer: ‘Year Of Our Lord’. Wat is dat toch een prachtig nummer! De rest vind ik te springerig en te weinig melodieus.
    De nummers op dat filmpje zijn trouwens wel erg mooi. Wat mij betreft zet onze Sufjan dit wel op een album. Ik zou dat kopen – en niet alleen om collectionistische redenen!

    • Bedankt voor je reactie, Kees! ‘Run Rabbit Run’ heb ik nog niet in mijn collectie. ‘Enjoy Your Rabbit’ wel. Daar vind ik ‘Year of the Dragon’ en ‘Year of the Dog’ ook mooie momenten. Sowieso vind ik het album niet verkeerd. Alleen zitten er gewoon te veel storende momenten in.
      Ik ben me wel wat meer in Nico Muhly aan het verdiepen op het moment. Dat is toch wel de moeite waard!
      En dit Planetarium zou een heel mooie toevoeging zijn aan de albumcollectie Kees. Zeker aanschaffen als dat mogelijk gaat zijn. En nog een tip: ga die man live zien als hij weer in de buurt is! Heb je hem trouwens al eens live gezien, Kees?

      • Non, ik weet het: een gebrek aan mijn muzikale opvoeding. Maar het gaat het een keer gebeuren, wat ik je brom!

  2. Mooi verslag Daan, geeft goede indruk! En mooi dat jij een zaal tot stilte maant! 🙂

    • Dank je, Daniel! Nou heb ik de zaal uiteindelijk niet stil gekregen, maar de artiesten zelf bij opkomst. Dit nadat ik een kakafonie van ge-‘ssst’ veroorzaakte. 😉 Wel erg prettig dat het publiek zelf zo beleefd was.

  3. Mooi verslag inderdaad!!!

    Nico Muhly kan ik je zeer aanbevelen, alleen is lang niet alles zo gemakkelijk te behappen. Naast hand- en spandiensten voor onder meer Björk, komt deze klassiek geschoolde, jonge componist met Speaks volumes, waarop bijvoorbeeld Antony te horen is. Ook met Antony werkt hij omgekeerd dikwijls samen. Zijn andere reguliere werken Mothertongue en I Drink The Air Before Me zijn best pittig door te komen; ik vind ze mooi, maar het is doorwrochten neoklassiek.
    Als je van het genre houdt zijn de soundtracks Joshua en The Reader ook dik in orde.

    Een werk apart is weer A Good Understanding, maar daar zegt hij zelf veel interessantere dingen over dan ik:

    “A Good Understanding was written for Tim Brown and the choir of Clare College, Cambridge with the generous cooperation of John Scott and the Boys of Saint Thomas Church Fifth Avenue. A Good Understanding, with texts culled from two psalms, was originally designed to share a program with Rutter’s expansive and expressive Mass of the Children. The piece unfolds episodically ““ short choral phrases alternating with longer instrumental interludes. The first half of the text is typical psaltry praise-making: outlining agreements, explaining the rules; the music is, accordingly, severe but practical. The second half of the text begins, “The fear of the Lord is the beginning of wisdom / a good understanding have all they that do his commandments.” I find the idea of “a good understanding” to be an especially exciting reward for following the rules; the boys sing pulsed syllables and long descants to celebrate the covenant while the choir sings a lilting, repetitive refrain. – Nico Muhly”

Reacties zijn gesloten.