APK: Nick Cave & The Bad Seeds – The Boatman’s call (1997)

boatman's callWat maakt een APK een APK? Als meest gedraaid een van de criteria is, komt deze plaat zeker in aanmerking. Vanaf het moment dat the Boatman’s call uitkwam heb ik ‘m een paar jaar helemaal grijs gedraaid. Ik kon de plaat zonder problemen ook vijf keer achter elkaar draaien. En het aparte is dat hij nooit is gaan vervelen. Ik draai the Boatman’s call nog steeds regelmatig en ook nu, ik luister ernaar terwijl ik de recensie schrijf, blijf ik er gretig naar luisteren. Daarom een korte introductie in deze aanbevolen persoonlijke klassieker.

Zoals voor christenen Christus het middelpunt van de geschiedenis is, is the Boatman’s call dat voor het oeuvre van Nick Cave. Met the Birthday Party maakte hij vuige, destructieve muziek. Daarna ging hij platen uitbrengen onder zijn eigen naam en die waren ook van dik hout zaagt men planken. Nick Cave was, zoals hij zelf zei, geobsedeerd door de God van het Oude Testament, en hij schreeuwde de toorn van God uit over het publiek. Daarnaast was hij, zoals de meeste mannen, ook gefascineerd door seks. Dat gecombineerd met de destructieve krachten die in hem huisten, maakten Nick Cave tot de intense artiest die hij was. Zijn teksten bevonden zich meestal op het snijvlak van bijbel, seks en geweld. In zijn lyrics, maar ook in zijn boek And the Ass saw the Angel. Opvallend voor de bijbelkenners waren de vele bijbelse verwijzingen in zijn teksten. Hij kende zijn klassiekers blijkbaar goed. Bijvoorbeeld de titel van zijn boek, die verwijst naar het verhaal van Bileam, maar ook de titel van een plaat als Kicking against the pricks, wat verwijst naar het bekeringsverhaal van Paulus. Of het bekende nummer The Mercy Seat, dat beschrijft wat een ter dood veroordeelde meemaakt als hij op de electrische stoel vastgebonden en geexecuteerd wordt en verschijnt voor God (of niet?). Dat zijn wat voorbeelden uit zijn teksten die er helemaal mee doorkneed waren. Vanaf de heftige beginperiode af zie je Nick Cave steeds milder worden. Hij ontdekt het nieuwe Testament en de genade van Jezus. Dat blijkt al uit platen als de Good Son. Toch volgen er nog heftige, intense platen als I’ll let love in en Murder Ballads, een plaat die mij persoonlijke nogal verontruste.

Na Murder Ballads komt the Boatman’s call uit. Waar hardcore fans het nogal slappe hap vonden, het is namelijk de rustigste plaat die hij ooit uitgebracht heeft, was het voor mij de plaat waarmee ik instapte. Het oudere werk ontdekte ik toen ik ging terugluisteren. En voor mij was het geen slappe hap. Hoewel de plaat muzikaal gezien inderdaad rustig is, is hij dat tekstueel gezien niet. En ook in de wijze waarop Cave zingt schemert regelmatig de nodige dreiging door.

De plaat begint met de tekst:

I don’t believe in an interventionist God
But I know, darling, that you do
But if I did I would kneel down and ask Him
Not to intervene when it came to you
Not to touch a hair on your head
To leave you as you are
And if He felt He had to direct you
Then direct you into my arms

Into my arms, O Lord
Into my arms, O Lord
Into my arms, O Lord
Into my arms

Nick Cave maakt geen gospelmuziek. Hij schrijft vooral over de liefde, maar de bijbelse taal is de vocabulaire die hem tot zijn beschikking staat en waar hij gretig gebruik van maakt. En dit doet hij op een ongelooflijke manier. Elk nummer op deze plaat is sterk, van het gedesillusioneerde People ain’t no good, het ongelooflijke Brompton Oratory, het fascinerende There is a kingdom tot het laatste nummer van de plaat, het aan PJ Harvey opgedragen Green Eyes. Over elk nummer kan ik een lang verhaal schrijven, maar ik houd het hier bij.

Na the Boatman’s call heeft Nick Cave nog een paar mooie platen uitgebracht, als No more shall we part. Ook grijpt hij met Grinderman weer terug op de ouderwetse teringherrie die hij vroeger maakte. Verder heeft hij zich ook gewaagd aan soundtracks, oa het mooie The Proposition, en heeft hij een tweede roman uitgebracht. Voor mij blijft the Boatman’s call echter altijd hét centrale album en als je één ding van deze recensie mee moet krijgen is het dit: kopen die plaat en draaien tot je uiteindelijk oud en verzadigd de ogen sluit.

8 gedachtes over “APK: Nick Cave & The Bad Seeds – The Boatman’s call (1997)

  1. Het is de enige die ik van hem heb. Binnenkort hoop ik in bezit te zijn van ‘No More Shall We Part’. Die milde rustige Cave vind ik geweldig. Bedankt voor je stukje, Daniël (ik zal het echt nooit meer fout spellen nu!). Heb spontaan zin om de plaat weer te draaien. ‘Where Do We Go Now But Nowhere’….. heerlijk treurig.

    • Mooie APK, Daniël!
      Mijn instapmoment was ooit ‘The Good Son’. Die is ook al een stukje rustiger, en heeft ook nog een soort levenslied-twist, als je begrijpt wat ik bedoel: veel meezingers staan er op.
      Ik vind ‘The Boatman’s Call’ ook een hele mooie plaat, maar ik draai hem niet eindeloos. Meestal op zondagavond (en dat zegt ook wel iets). No More Shall We Part vind ik toch iets mooier, wat minder kaal, orkestraler, zwieriger, humoristischer ook.
      Bij dubbelaar ‘Abbatoir Blues/The Lyre of Orpheus’ kwamen trouwens de ingetogen en rockende kant van Cave weer heel fraai samen!

  2. Mijn instapmoment was ‘Abbatoir Blues/The Lyre of Orpheus’, waar ik vooral de ballads geweldig vond. Daarna ‘No More Shall We Part’, wat ik denk ik (net als Kees) zijn beste album vind.
    Nick Cave en Tom Waits vind ik wat dat betreft goed te vergelijken: hun ballads zijn schitterend, hun rockende/experimentele kant trek ik minder.

    ‘The Boatman’s Call’ heeft mij nooit zo kunnen pakken. Maar je hebt wél een mooie APK geschreven! Misschien tik ‘em nog eens op de kop, als ik hem goedkoop zie liggen.

    Ik heb trouwens ook de soundtrack van ‘The Assasiniation of Jesse James by the Coward Henry Ford’. Volledig instrumentaal, maar wat een pracht.

  3. Cave schreef ‘The Boatman’s Call’ toch na het stuklopen van zijn relatie met PJ Harvey? Dat zou de donkere toon, die tegelijk een soort berusting kent, ook kunnen verklaren.

  4. @Daniel: dat moet toch lukken om die cd ergens voor weinig op de kop te tikken. en ik zou het zeker doen, je krijgt er geen spijt van.

    @Daniël: dank voor deze mooie APK. ook voor mij het instapmoment bij Nick Cave en ook wat mij betreft zijn beste plaat (met No More Shall We Part op een goede tweede plek).

    Alleen al die legendarische openingszin: i don’t believe in an interventionist god…
    maar als het gaat om hét liedje, dan kies ik denk ik toch voor `god is in the house’, van No More Shall We Part.

  5. Ik denk dat weinig Cave fans van het eerste uur deze platen delen als APK. Ik vraag me zelf altijd af of het oude werk wel eens echt beluisterd is bij het noemen van deze late werken als APK; overigens zonder oordeel, want ieder z’n meug. Ik ben ingestapt bij The firstborn is dead, zij het vier jaar na verschijnen. Daarna meteen de rest aangeschaft plus albums van zijn nog heftiger bands Birthday Party en Boys Next Door.

    Maar de veelzijdigheid, diepgang, rauwheid en niveau van zijn eerste albums, die echt niet allemaal zo wild zijn, plus het hoge aantal parels die erop te vinden zijn echt onovertroffen. The Good Son vind ik overigens ook sterk en Henry’s Dream ook; het is het begin van Cave die meer de popliefhebbers opzoekt. Daarna wordt het toch wel behoorlijk een Cave-light; geen zwarte koffie, maar koffie met veel melk en suiker. Begrijp me niet verkeerd, ik vind hem dan ook nog steeds goed, maar zeker niet op z’n best. Cave is dan ook clean, leidt een gezinsleventje en maakt veiliger liedjes.

    Ik bedoel luister toch eens naar:

    of een fraaie cover als:

    en de klassieker:

  6. Zo zie je maar weer, dat ‘instapmomenten’ best bepalend zijn. Ik heb trouwens later wel alle vroegere Cave-platen aangeschaft. Ik vind ze intrigerend. Die nummers die jij hier boven neer zet zijn prachtig. Vooral ‘Stranger Than Kindness’ vind ik echt zo mooi en ‘The Mercy Seat’ is ook episch (niet voor niets noemde ik het pas in mijn Liedjes voor de Lijdenstijd). ‘Tupelo’ is ook zeer fraai. En die coverplaat ‘Kicking againt the Pricks’ is ook erg goed. Maarrr … ik draai het door de rauwheid en ongepolijstheid toch wat minder. Het wordt misschien weer eens tijd om die hele vroege discografie door mijn speler te laten gaan…

    • Ja de instapplaat is zeker belangrijk, maar bij zijn negende album instappen (zijn vorige bands buiten beschouwing gelaten) voelt als fan van (bijna) het eerste uur als onrecht voor de beste man.🙂
      Het is de periode waar Cave nog invloedrijk was….nu is hij een fijne singer-songwriter geworden beinvloed door zijn eigen oude werk of zoiets….

      Maar te lezen dat Dänïël (zo genoeg puntjes?) plezier beleeft aan één van de oude helden is sowieso mooi…zeker zo fraai en gepassioneerd verwoord als hier…Laat ik dat niet onvermeld laten!

Reacties zijn gesloten.