nieuwe releases, maart 2012

   

Hier zijn er weer drie: de nieuwe Shearwater, Andrew Bird’s break it yourself en een bijzondere samenwerking: de zanger van Marillion met de toetsenist van Japan en Porcupine Tree.

Onderaan, zoals jullie van mij gewend zijn, nog wat bonus-tips.

Shearwater – animal joy

Jonathan Meiburg is de drijvende kracht achter Shearwater, die de afgelopen jaren indruk maakte met een complexe en ambitieuze trilogie, de drie opeenvolgende platen Paolo Santo, Rook en The Golden Archipelago. Met het nieuwe album Animal Joy en een overstap van het Matador label naar Sub-Pop lijkt de band duidelijk een nieuwe weg ingeslagen. Een aangename weg, kan ik wel zeggen, want waar Shearwater met de Island Arc Trilogy vooral indruk op me maakte raakt het me met deze nieuwe plaat eindelijk eens in het hart.
Het geluid is simpeler en directer, de songs zijn minder complex en het geheel rockt zowaar; toch is er genoeg lyriek om te voorkomen dat het saai wordt. Het roept herinneringen op aan jaren `80 bands als Talk Talk (de zang van Meiburg doet zeer sterk aan die van Mark Hollis denken), maar ook aan de betere emo-rock van de jaren `90. Het zou zomaar eens kunnen dat de band met dit toegankelijke en sterke album een groter publiek gaat aanboren, en het zij ze gegund. Deze komt gegarandeerd in mijn jaarlijstje!

release: 14 febr. 2012

Andrew Bird – break it yourself

Andrew Bird ken ik sinds 2001, toen zijn derde `bowl of fire’ album uitkwam. Een lekker rammelend rocky experimenteel singer-songwriter album, waar de typische Bird elementen al aanwezig waren: sequencers, viool, de wat nonchalante emotioneel geladen stem van Bird. Daarna bewoog de man zich naar een steeds meer gepolijst geluid, uitmondend in het 2009 album Noble Beast, nog steeds een van mijn favoriete singer/songwriter albums, al is het alleen maar om het prachtige fluitje in Oh No, de openingstrack van het album.
Met Break It Yourself begeeft Bird zich wat mij betreft weer iets meer op het experimentele vlak, hoewel het allemaal wel heel Bird-achtig blijft. Desperarion Breeds, Lazy Projector en Hole In The Ocean Floor zijn typische Bird liedjes, wat mij betreft. Maar op een nummer als Dans Caribe wordt duidelijk dat Bird zich niet laat verleiden slechts de platgetreden paden te bewandelen: na een americana-achtig intro komt ineens een afro-beat om de hoek kijken, om vervolgens om te buigen naar soort Ierse folkdans, opgedreven door Bird’s viool. Eyeoneye is weer een lekkere meezinger/meefluiter, en in het folky Lustiana komt Annie Clark aka St. Vincent om de hoek kijken voor een aangenaam duet.
Het meest typerend voor Bird vind ik zijn gave om simpele opbeurende melodietjes te vinden. Dat maakt dat er tussen alle melancholie die hier ook te vinden is toch steeds weer een glimlach op mijn gezicht getoverd wordt. En daar ben ik hem dankbaar voor.

release: 5 maart 2012

Steve Hogarth & Richard Barbieri – not the weapon but the hand

Uit de krochten van de obscure popmuziek hebben we deze bijzondere samenwerking opgegraven. Voor diegenen waarbij deze namen misschien vaag een belletje doen rinkelen (of misschien zelfs helemaal niet) even een korte introductie. Steve Hogarth (aka h) is de zanger van symfo/progband Marillion, hij volgde eind jaren `80 Fish op na het vierde studioalbum van de band. Richard Barbieri was keyboardspeler in Japan (de oude band van David Sylvian) en speelt tegenwoordig in Porcupine Tree.
Barbieri was degene die het initiatief nam tot deze samenwerking. Hoewel, de beide heren hadden eerder al eens met elkaar gewerkt op het eerste solo-album van Steve, Icecream Genius, dus het kwam ook niet helemaal uit de lucht vallen.
Openingsnummer Red Kite lijkt nog een soort lome variant van Marillion, maar A Cat With Seven Souls is echt iets heel anders. Het is moeilijk te plaatsen, het bijzondere toetsenwerk van Barbieri alsmede de haast vocale acrobatiek van H maken het tot iets bijzonders. Een referentie die nog het meest hout snijdt (en die Barbieri zelf ook noemt) is Massive Attack, maar dan in een light-versie ofzo. Naked is dan weer een spooky ambient-achtige track, waarna we met Crack bijna bij Drum&bass uitkomen. Your Beautiful Face is weer erg dromerig. Bij vlagen wordt het album (naar mijn smaak) iets te symfonisch, zoals in Only Love Will Make You Free, maar dat kan ook bijna niet anders, de achtergrond van beide heren in acht genomen, maar overwegend laat het album een goed indruk achter. Audiofiel is het zeker, eigenlijk is de ongelofelijke gelaagdheid en kraakhelderheid van de opnames alleen op een goede geluidsinstallatie of koptelefoon in zijn volle rijkdom te horen.
Al met al een bijzonder album; ik vrees alleen wel dat het voor een selecte groep liefhebbers is.

release: 27 febr. 2012

tot slot nog een aantal tips:

       

12 gedachtes over “nieuwe releases, maart 2012

  1. Een fraai trio Peter!

    Shearwater vond ik ook erg goed. Ik weet alleen nu al -door de vele andere toppers- dat deze mijn jaarlijstje niet gaat halen.

    Andrew Bird heb ik wat moeite mee. Maar dat komt ook omdat ik het geniale Andrew Bird & The mysterious production of eggs als standaard neem.

    Die laatste is een grote verrassing! Prachtig! Ik ben met Marillion gestopt na Hogarthy, maar als ik dit hoor moet ik daar wellicht eens op terugkomen….

    • ik ben het met je eens wat betreft Andrew Bird. Die heeft die plaat idd niet meer overtroffen. Eigenlijk vind ik datzelfde met Shearwater. Hun Winged Life uit 2004 is wat mij betreft niet meer overtroffen.

      • Die Meiburg doet zijn beroep vaak eer aan: ornitholoog als hij is…
        ‘Winged Life’ is zeker prachtig, maar ik zie de bloei toch echt bij ‘Rook’.

      • ik moet jullie ook wel gelijk geven wb Andrew Bird. maar dat neemt niet weg dat dit een aardige plaat is, het is voor mij in elk geval geen teleurstelling.

      • ik houd meer van hun folky kant. Rook heb ik ook, maar niet vaak gedraaid. Is me toch iets te symphonisch…

      • Ik ben juist ook niet vies van mooie prog- of symfonische rock. Ach, we hebben altijd die ene van Soulfly nog als iets gezamenlijks!🙂

  2. Zeker een mooi drietal!

    Ik lees bij veel recensenten dat dit het beste album van Shearwater is. Daar ben ik het niet mee eens. Het is zeker goed, maar ik vind vooral ‘Rook’ echt weergaloos! Daar zijn de Talk Talk-remniscenties trouwens ook niet van de lucht. Tot aan de hoes: http://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/3/3d/Shearwater_rook.jpg

    Andrew Birds ‘Noble Beast’ heb ik ook, zelfs in een mooie dubbeluitvoering. Zo prachtig is dit album niet, maar het blijft wel een creatieve gast!

    Dat laatste album ken ik niet. Ik vind het nummer wel erg sfeervol en tegelijk een beetje spooky. Ik mag dat wel.

    • Binnenkort ook een recensie op mijn bescheiden blog van die laatste!🙂

      Maar ieder zijn favoriete Shearwater album toch? Ik vind deze laatste net wat completer, net wat steviger en net wat pakkender. En het gaat om meer dan alleen die Talk Talk associatie…

      • Zeker mag iedereen z’n favoriete Shearwateralbum hebben. En er is ook meer dan de Talk Talk associatie. Alleen is die door de stem wel heel pregnant…
        Bij het voorlaatste album ‘The Golden Archipelago’ noemde Meiburg zelf ‘The Final Cut’ van Pink Floyd als grote invloed. Volgens hem is dit album vaak onderschat, maar groots qua liedjes en geluid. Dat is natuurlijk ook weer een mening, maar het is duidelijk dat Shearwater door meer dan Talk Talk beïnvloed is.

        Enne… ik ben benieuwd naar jouw bespreking van ‘Not the weapon but the hand’!

  3. Goed bezig Peter! Ik ben erg benieuwd naar dat project van de zanger van Marillion. Shearwater is prachtig. De nieuwe Bird pakt me nog niet helaas. Onderaan heb je Fanfarlo genoemd. Een heerlijk album is dat. De laatste tijd kom ik er niet zo aan toe, maar ergens vind ik dat ik ‘m nog moet bespreken hier. Evenals de nieuwe Perfume Genius. Hemels klinkt ie!

  4. Pingback: mousique’s jaarlijst 2012 | mousique.nl

Reacties zijn gesloten.