A.P.K.: Getz/Gilberto

Naast obscure indie, moeilijke singer-songwriters en vage ambient ben ik ook een groot liefhebber van warme jazzmuziek en bossa-nova. Op dit klassieke album komen die twee werelden op onovertroffen wijze bij elkaar, wanneer twee grootheden, tenorsaxofonist Stan Getz en Bossa-pionier João Gilberto
– correctie: drie grootheden, want ook pianist/componist Antonio Carlos Jobim speelt hier een grote rol; hij schreef in elk geval het gros van de songs op dit album – hun krachten bundelen.

Getz/Gilberto (1964) is niet het enige jazz- of bossa-album dat voor deze categorie in aanmerking zou kunnen komen. Zowel Getz als Gilberto hebben nog vele andere prachtige platen afgeleverd. Maar ik had ook een album van een van de andere grote tenorsax-helden kunnen nemen (bv van Ben Webster of Coleman Hawkins) of een andere bossa-plaat (bv van Caetano Veloso). Maar Getz/Gilberto verdient deze plaats om meerdere redenen.

Ten eerste dus omdat het de perfecte blend van twee stijlen is. Ten tweede omdat de plaat een hoogtepunt vormt in de ontwikkeling van Bossa-nova en van grote invloed is geweest op veel jazz-muzikanten, die sindsdien steeds vaker Braziliaanse invloeden in hun muziek gingen verwerken. Verder is het het startpunt geweest van Astrud Gilberto, die door haar zang op het nummer `the girl from ipanema’ op dit album bekend is geworden. Zij trouwde 5 jaar eerder met João. Niet veel later gingen de twee echter weer uit elkaar en kreeg João een relatie met de zus van Chico Buarque (Heloísa Maria Buarque de Hollanda aka Miúcha), uit welke relatie dochter Bebel geboren is, die tegenwoordig ook niet onbekend is. Bebel vermengt Braziliaanse invloeden in haar lounge-achtige popmuziek.

Maar goed, terug naar het album waar het hier om gaat. De Bossa-nova ontstond rond 1950 in Rio de Janeiro, als een samensmelting van samba en jazz. Terwijl de samba meer `lagere cultuur’ was – zij ontstond in de favelas (zwarte krottenwijken) van Rio – geldt de bossa (die ontstond in het op-stand-milieu langs het Rio’se strand) als een meer complexe en meer intellectuele stijl, die uiteindelijk ook vele westerse jazzmuzikanten en zangers heeft beïnvloed (waaronder zelfs Ella Fitzgerald en Frank Sinatra). En de grote katalysator daarvoor is het album Getz/Gilberto geweest. Stan Getz was met zijn `cool jazz’ al een beroemde jazz-saxofonist, en hij liet zich al enige tijd inspireren door de braziliaanse muziek (duidelijk hoorbaar op zijn LP jazz samba). De drie (Getz, Gilberto en Jobim) bundelden hun krachten in 1963 en de rest is geschiedenis.

Het album opent met de overbekende bossa-klassieker `the girl from ipanema’, hier prachtig en subtiel uitgevoerd, met Gilberto op gitaar en – zoals reeds genoemd – een van de mooiste vrouwenstemmen uit de Zuid-Amerikaanse muziek: Astrud. Na enige tijd valt Getz in met zijn zwoele tenorsax-geluid, met veel lucht gespeeld. Je waant je tegelijkertijd aan het strand van Rio en in een donkere jazz-kroeg. Jobim bespeelt dienstbaar zijn piano, onopvallend maar onmisbaar.

Doralice is een wat meer uptempo bossa-nummer met een hoofdrol voor Gilberto. Zeker op vinyl klinkt dit album trouwens zo ongelofelijk goed: perfect uitgebalanceerd en ruimtelijk geluid, en door bijgeluiden als kleppen, ademen en hier en daar het kraken van een stoel lijkt het alsof je er met je neus bovenop zit.

P’ra machucar meu coração is een heerlijk melancholisch liefdesliedje, de triestigheid druipt er van af. Dit is waarom ik zuid-europese en zuid-amerikaanse muziek zo mooi vind.

Desafinado (betekent zoiets als ontstemd) is weer een bekend bossa-lied. Het was al een grote hit toen Getz het op zijn album jazz samba had gezet, het is later nog vaak gecovered, oa door Ella Fitzgerald.

Corcovado (quiet nights of quiet stars) is ook een klassieker, oa. gecoverd door Miles Davis, Oscar Peterson, Frank Sinatra, Engelbert Humperdinck, Everything But The Girl, Art Garfunkel en (jawel) Woven Hand. Het begint met de Engelse tekst, gezongen door Astrud, waarna João het in het Portugees overneemt. De sax is hier licht en zwanger van sensualiteit.

Só danço samba is inderdaad een samba-achtig dansbaar nummer, met een hele simpele tekst: dans de samba, kom op, dans de samba. waarom? omdat ik niet weet hoe de twist, de calypso of de cha cha cha moet. dans de samba, kom op, dans de samba.

Met O grande amor zitten we weer in de nachtclub. Er is een liefde voor iedere man of vrouw. De liefde is groter dan de mislukkingen, en als die grote liefde je hart wint zal degene die huilt leren vergeven. Zoiets; niet alleen de teks is troostvol.

De plaat besluit met Vivo sonhando (dreamer), nogmaals de perfecte blend tussen bossa en jazz.

Advertenties

26 gedachtes over “A.P.K.: Getz/Gilberto

  1. Tjongejonge, dat zo’n CD hier nog eens mag verschijnenen, en dan ook nog door Peter… 😉 Had ik niet verwacht, maar inderdaad: prachtmuziek! Wordt door mij elke zomer grijs gedraaid. Fantastisch!

      • ik had hem al heel lang op cd hoor, maar gister kon ik voor 3 eurie een (bijna) perfect exemplaar op vinyl op de kop tikken. dat laat je dan niet liggen….

    • Zeker, graag! Dat is ook de reden dat ik de RSS feed in de gaten houd en hier dus regelmatig terugkom. Zo’n 80% van de besproken muziek valt bij mij niet in de smaak (sorry 😦 ). Maar zo nu en dan vind ik hier – naar mijn smaak – echte pareltjes en ontdek nieuwe namen.

  2. Helemaal verrassend vind ik het niet, want draaide je zoiets nu pas ook niet bij Radio Mousique? Of ben ik nu abuis?
    Ik vind dit ook best fijne muziek, maar ik merk dat ik er wel echt voor in de sfeer moet zijn. Tegelijk heb ik liever dit dan van die latere lounge-muziek, die het toch echt niet haalt bij deze mooie gevoelige jazz…

    • helemaal mee eens, die populaire lounge-stroming, dat is allemaal muzak, totaal niet spannend. in deze muziek zit die broeierige spanning wel. en wat is zo’n tenorsax toch een geweldig instrument, nietwaar?

    • komt ie daar dan?

      misschien moet ik er maar eens aan geloven en 1 avondje gaan ofzo. samen is in elk geval gezellig.

  3. Getz is dood en Gilberto stokoud, dus ik denk het niet. Maar er wordt wel vergelijkbare muziek gemaakt. Wij gaan altijd met een hele club, erg gezellig!

    • Ja, een live-album (Getz/Gilberto #2) en ook nog eens 10 jaar later (1975 ofzo) The Best Of Two Worlds. Maar dat had niet zo’n impact als Getz/Gilberto, meer een herhaling van zetten.

    • ik denk dat Daniel best of both worlds bedoeld. dat is met de tweede vrouw van Gilberto (tevens moeder van Bebel) opgenomen.

    • Zelfde klasse dus als Miles Davis, Charlie Parker en John Coltrane, om maar eens wat jazz grootheden te noemen? Dat betwijfel ik dan weer. Of gooi ik nu een rotje in de wel heel fijne sfeer die hier aan het ontstaan is? 😉

      • ik durf dat rijtje best in een adem te noemen met Getz bijvoorbeeld, of Webster of Young, of Hawkins, om er maar eens een paar te noemen.

      • Geen rotje, want het zijn grootheden die ieder toch iets heel anders doen en zoals peTer terecht zegt past dit duo (of trio) prima in de eregalerij. Het leuke van Getz/Gilberto is dat ze juist meer brengen dan 1 genre; ze slaan op natuurlijke wijze een brug tussen jazz en bossanova. Ik houd het meest van de toegepaste jazz, meer dan de traditionele jazz en dit is daar een schitterend voorbeeld van. Als je het naar het nu haalt is Bohren Und Der Club Of Gore (vernoemd naar de band Gore uit Enschede), die een soort ambientjazz maken die eigenlijk de wortels heeft in de metal, daar ook een mooi voorbeeld van. Jazz als bruggenbouwer, dat is waar het enorm spannend is…

  4. Ja, ik denk het wel. Maar nu hoor ik dat er dus ook nog een derde is. Moet ik toch ns gaan checken. Al zal de verrassing eraf zijn, de klasse zal evengoed hoog zijn!

  5. Ik zou Miles Davis ook niet tot de traditionele jazz willen rekenen, want hij sloeg ook bruggen naar funk, rock en soul. Hij vond zichzelf keer op keer uit; spannend genoeg, maar verder begrijp ik het wel. Het is ook wel een smaakkwestie, Ik vind die Getz/Gilberto best fijn, maar eigenlijk ook te veel ‘zwijmelmuziek.’ (en nee, dat is TIM niet…)

    • Nee dat bedoel ik ook niet direct, maar bossanova en jazz liggen verder (miles) uit elkaar dan de genres die jij noemt of zijn wellicht minder logisch bij elkaar. Maar Davis is zeker geen traditional.

      Bossanova hoort te zwijmelen, te zweten…voor die hete Zuid-Amerikaanse nachten, waar je op terasjes tot in de kleine uurtjes de nacht trotseert…

      • Dat zal het zijn: ik ken die Zuid-Amerikaanse nachten niet… 😉 En misschien is het me ook wel weer wat te werelds…
        Aan de andere kant vind ik het wel erg leuk om dit genre hier tegen te komen en zoveel enthousiaste reacties te lezen. Viva la Mousique!!! 🙂

      • op terrasjes !? Op de dansvloer (nou ja dansend op het dorpsplein) en uit puffend op een terrasje toch ? Bossanova is toch dans muziek, er is een dans naar genoemad allezins 🙂

  6. wat een voordeel is bij de (iets) latere jazz is ook dat de opnamekwaliteit zo enorm is verbeterd. deze plaat klinkt echt loepzuiver en rijk, terwijl ik ook een oude plaat van Louis Armstrong heb bijvoorbeeld, prachtig, maar ik zet het toch niet zo vaak op, het klinkt allemaal zo benepen. en toch hoor je daar doorheen de levendigheid die het gehad moet hebben, dat bewijst wel wat een meester het was.

Reacties zijn gesloten.