Recensie: Tank Full Of Blues – Dion

Op Tank Full Of Blues zet Dion (zie hier mijn eerdere voorbeschouwing) de lijn van zijn voorgaande twee albums door. De titel zegt het al: de blues zijn zijn ding geworden. En wat levert dat op? In ieder geval niets vernieuwends. Dit is gewoon recht voor z’n raap blues. En toch is Tank Full of Blues gewoon een erg goede en urgente plaat geworden, wat mij betreft. Een plaat die steeds beter wordt, naarmate ik hem vaker draai. Een plaat die ik ook gerust drie keer achter elkaar kan luisteren. 

Allereerst is Dion muzikaal gezien voortreffelijk bezig. Hij bespeelt zelf met passie en klasse de akoestische en elektrische gitaren. Daarnaast zijn er dan een drummer en een bassist – en dat is de hele bezetting voor dit album. Toch weten zij samen een volle en kraakheldere sound te creëren. En dan Dion’s veelgeroemde stemgeluid: dat is nog net zo soepel en rijk als het altijd was. Er zit misschien een héél klein tikje gruis op, maar voor een 73jarige, die een wild leven achter de rug heeft, mag dat ook wel en het maak het er alleen maar charmanter op.

Het mooie van de plaat is dat je hier een rasartiest hoort, die er bijna een mensenleven op heeft zitten en blijft zingen. Natuurlijk, die komen er steeds meer. Maar Dion covert nauwelijks, schrijft zelf zijn teksten (9 van de 11 songs hier) en zingt ze met overgave. Hij méént wat hij zingt. En nog steeds is hij die straatrat uit de Bronx, Italiaanse macho uit New York City, bravado die geen blad voor de mond neemt. Hij is, wie hij is, like it or not. Dus blikt hij vrijmoedig terug op zijn leven. Dat levert persoonlijke teksten op. Wat opvalt is dat Dion na al die jaren niet cynisch is geworden.  Zijn geloof speelt daarbij een belangrijke rol. Dion klinkt welgemoed, dankbaar, nuchter, wijs. Hij romantiseert niet, klaagt niet, overdrijft niet, verontschuldigt zich niet, dramt niet; je neemt hem maar zoals hij is.

Een paar nummers die opvallen. In het titelnummer, tevens de opener van de cd,  zingt Dion: I got a woman who wants me, I got a woman who really wants me gone. Het gaat over het leven van een muzikant, maar ook over hoe dubbel het menselijk hart soms kan zijn.De volgende track I Read It (In The Rolling Stone) is een ode aan dit fameuze tijdschrift en bevat een knipoog naar zijn vriend Robert Plant. Ride’s Blues is het meest intrigrerende nummer van de cd. Het is opgedragen aan Robert Johnson en het behandelt de legendarische geschiedenis van diens deal met de duivel op een letterlijk kruispunt in zijn leven. Dion bezingt wat er voorafgaat aan dat punt op de Crossroads en de spirituele worsteling en angst die volgen en laat het nummer einidgen vol genade. Zo wordt het een nieuwe mythe. My Michelle is dan weer veel luchtiger en humoristischer. Two Trains is een mooie medley van twee songs van twee bluesgiganten, te weten Still a Fool (Muddy Waters) en Ramblin’ On My Mind (Robert Johnson). I’m Ready To Go is lekkere rockabilly. Dion bezingt hier zijn eigen roeping. Hij is er klaar voor, in dit leven of het volgende. Maar hij heeft het mooiste nummer voor het laatst bewaard: Bronx Poem. Dit is een talking blues vol mooie rijm en woordvondsten, waar menig rapper een puntje aan kan zuigen. Met mooie vondsten als: I have a wife who drives me… sane. Het nummer is gewoon fantastisch gedaan en heeft nog inhoud ook. Dion blikt  terug op zijn eigen leven en plaatst die in de Amerikaanse geschiedenis én de popgeschiedenis. Een soort muzikale versie van Forrest Gump, zeg maar. Dit is Dion, de straatpoët, per excellence. Van de 50’s tot nu – Dion heeft wat te vertellen: zijn levenswijsheid, ingebed in een bad van bluesklanken. Het klinkt als zijn testament.

De hele plaat klinkt gewoon ontzettend geïnspireerd. Zowel in zijn fantastische gitaarspel, als in zijn teksten.  Dion stelt dan ook onomwonden in de liner notes: It’s the work I consider the crown of my career. It’s work I couldn’t keep inside. It’s work that was burning in me till I got it out.

En hij eindigt met de mooie woorden: Thanks to all of rock and roll’s better angels who inspire us as artists. Thanks be to God, who gave us bodies that respond to a backbeat. Now what am I going to do next?

Nou Dion, in antwoord op die vraag, zeg en hoop ik: North Sea Jazz, please?

13 gedachtes over “Recensie: Tank Full Of Blues – Dion

  1. Tjonge, na de windstilte van vorige week dwarrelen de recensies en vooraankondigingen weer lustig op Mousique.
    Maar wederom een mooie bespreking, Daniel! Ik was op ons avondje al behoorlijk onder de indruk van die talking blues en Dion’s gitaarspel. Dat raakte me meer dan het nummer dat Wim B. me eerder bij hem thuis liet horen. Maar ik ben toch intussen wel getriggerd door Dion’s oeuvre. Daar komt bij dat ’s mans autobiografie zijn liedjes nog eens extra geloofwaardig maakt. Klasse!

  2. Tnx! Ik vind zijn levensverhaal inderdaad fascinerend. Vergelijkbaar met Cash, alleen iets minder ‘heavy’. Ik weet niet wat Wim je heeft laten horen natuurlijk, uit welke periode. Misschien wel zijn CCM tijd?

    • Geen flauw idee meer, want het aantal beluisterde liedjes was maar iets minder dan bij onze legendarische nacht!

  3. OK, misschien weet Wim het nog. Dion heeft trouwens ook echt mindere cd’s gemaakt hoor, dus wees selectief in dat oeuvre.

  4. Ik liet Kees de eerste drie liedjes van The Gospel Years (Ace Records) horen: Center of my life, Still in the spirit en I put away my idols. Daarna luisterde hij naar het machtige The Thunderer (over Hiëronymus van Stridon, de man van de Editio Vulgata, de Bijbelvertaling in het Latijn). Hier http://soundcloud.com/johnnyknowhere/the-thunderer-remix-feat-dion is een aardige remix van dit liedje te horen. De originele uitvoering van Dion spreekt me echter meer aan. The Thunderer staat op Son Of Skip James. Die trouwens ook meer aandacht verdient dan hij krijgt. Luister eens naar zijn Vanguard albums (uit de jaren zestig). Sickbed blues!

    Maar goed, terug naar Dion. Mindere cd’s Daniel? Ik weet het niet hoor, volgens mij speelt de tijdsgebonden receptie hem parten. Veel van zijn werk is feitelijk zeer mooi. Zeker ook het oude werk met The Belmonts. Wat Tank full of blues betreft deel ik je oordeel: het is een werkelijk prachtig album. Dat veel betekend ‘hummetje’ nadat hij de naam van Marilyn Monroe heeft genoemd in Bronx Poem… Tenslotte, het is niet te vinden op Tank full of blues, maar onderstaand liedje kan niet genoeg aandacht krijgen!

  5. Dank voor deze mooie aanvulling! Ik vind zelf zijn jaren negentig werk wat minder klinken, maar heb me er nog lang niet genoeg in verdiept. Het nummer ‘Put Away My Idols’ ken ik overigens nog van de EO-radio van vroeger 🙂

    ‘Son of Skip James’ is idd een geweldig album! In mijn vorige post over Dion heb ik onderaan een overzichtje geplaatst met hoogtepunten uit zijn oeuvre. Kun je je daar een beetje in vinden?
    Zie: https://mousique.wordpress.com/2012/02/10/new-album-dion-voorbeschouwing/#comments

  6. Die Skip James zelf smaakt trouwens ook naar meer. Ik ga die Vanguard albums checken! Gisterenavond was er een fantastische documentaire op TV: Times LIke Deese, over oude blues en gospel en nieuwe hiphop. Aanrader! Het was bij HollandDoc, dus vast nog wel terug te zien.

    • Ah, dom van me. Ik zag die docu aangekondigd staan in de krant en wilde hem opnemen. Vergessen! Wie weet op Uitzending Gemist. Dank voor de tip!

    • Dat hoef je niet elke keer te zeggen hoor, Daniel. Wij weten intussen hoe het werkt bij de blauwe kaders. Dat had je met die vorige lay-out trouwens niet… 😉 Daar zag je altijd elke link duidelijk staan. Tja…

  7. Pingback: mousique’s jaarlijst 2012 | mousique.nl

Reacties zijn gesloten.