Recensie: Danielson – Best of Gloucester County

Dare to be a Daniel
Dare to stand alone! 
Dare to have a purpose firm! 
Dare to make it known

Deze hymn is geschreven aan de hand van de Bijbelse figuur Daniël. Hij durfde alleen te staan middenin een Babylonische cultuur, waar hij als balling terecht gekomen was. Hij bleef trouw aan zijn geloof, zelfs toen de leeuwenkuil dreigde. Danielson a.k.a. Daniel Smith is dit lied ook op het lijf geschreven. Sterker nog, waar begint zijn laatste album Best of Gloucester County mee? Met ‘Opening up the Book of Daniel/The power of dreams so does remind me/Of how to follow my heart! Als je je hart volgt, is het onbelangrijk wat anderen van je vinden. Dan durf je alleen te staan. Zo gaat Daniel Smith al jaren volstrekt zijn eigen gang in de popmuziek én de evangelicale stroming, waar zoveel naäperij, conformisme en uniformisme is (ach, waar niet?!). De eigenzinnigheid van Daniel Smith is ook uiterlijk zichtbaar. Ooit begonnen als onderdeel van The Danielson Famile trad hij samen met zijn zussen en andere familieleden op in dokterspakken. Als Brother Daniel speelde hij solo, gehuld in een bomenpak, met daaraan negen vruchten (symboliserend de vrucht van de Geest)… En als Danielson hulde hij en zijn bandleden zich weer in matrozenpakken, met op de mouwen een drievoudig hart.

Sinds 2006 noemt Daniel Smith zich Danielson. In dat jaar kwam het album Ships uit. Toen kreeg hij eindelijk de erkenning van een wat groter publiek. Daarvoor was Brother Daniel en The Danielson Famile meer voor de liefhebbers van behoorlijk aparte indiepop, freakfolk en gospel music. Dat die schare liefhebbers niet zo groot was, kwam niet in de laatste plaats door de aparte stem van Daniel Smith. Die is hoog, snerpend en niet geheel zuiver. De vergelijking met Kermit de Kikker of Tom Waits op helium is snel gemaakt. Op die stem knappen veel mensen af. Zelf behoor ik wel tot de liefhebbers. Die liefde ontstond door het genoemde album Ships. Die plaat kreeg maar liefst een 9.1 bij het (vaak ) azijnpissende blog Pitchfork. Toen Wim Boluijt er ook nog eens heel positief over schreef, was mijn interesse extra gewekt. Ik kende de familie Smith daarvoor eigenlijk alleen van hun bijdrage aan diverse albums van vriend Sufjan Stevens (vooral op Seven Swans is die bijdrage evident). Maar Ships blies me omver. Zelden had ik zo’n enthousiaste, gedreven én spirituele plaat gehoord. Het album eindigde dan ook zeer hoog in mijn persoonlijke top 10 van 2006. Daarna heb ik meer albums van Daniel Smith c.s. aangeschaft.

Zo tikte ik ook afgelopen zomer Best of Gloucester County op de kop. Omdat mijn aanschaf van cd’s in die periode tot een kleine torenbouw van Babel in mijn kast had geleid, was het album er stilletjes blijven liggen. Wim Boluijt vroeg mij laatst: ‘Wat vind je eigenlijk van die laatste van Danielson?’ Tja, wat vond ik ervan? Eigenlijk heel weinig, want ik had de plaat maar één keer beluisterd en was toen niet erg onder de indruk. Ik werd er niet gelijk door omver gekegeld zoals bij Ships. Intussen zit het album al anderhalve week in mijn cd-speler en komt het er moeilijk uit. Het kan verkeren… Maar ik zal ook direct mijn kaarten op tafel leggen: het album is niet zo exceptioneel goed als Ships, maar het is wel een prima plaat.
Ships zit vol met een metaforiek die sterk nautisch is, zou je kunnen zeggen. Het is alsof Daniel Smith daar de golven van het wassende water wil overstemmen. Meer dan 20 medemuzikanten zorgen voor een vol, soms zelfs bombastisch geluid, maar dan wel een heerlijke bombast. Best of Gloucester County is kleiner, intiemer en dichter bij huis. Gloucester County is de woonplaats van Daniel Smith. Het is het platteland rond Philadelphia (New Yersey). De liedjes zijn aardser. Het gaat over het huiselijk geluk. Daarin komt meermalen de maaltijd voor de dag. Kort gezegd: volgens Daniel Smith is zijn doel om het geluk te zoeken en te vinden in het gewone alledaagse leven. Zo zingt hij in This day is a loaf over het dagelijkse brood en het onbezorgd zijn. Dan kan het er ook heel vrolijk aan toe gaan. People’s Partay is bijvoorbeeld bijna een aanstekelijke carnavalskraker in de goede zin des woords.
Daniel Smith is ook een gelovig man. Het album kent genoeg verwijzingen naar de Bijbel, maar wordt nergens prekerig. Smith houdt het dichtbij zichzelf. In Grow Up leidt dat tot de ontroerende zin: Unless I become like a little child/I will never act like the son that has won./And the child grew and became strong/ Agreements made/The trumpets sounding off and on./Remove every branch/With no fruit in its hands./Then prune all the rest. Give me the best. Please?

Het aantal muzikanten dat aan dit album meewerkte, is een stuk minder groot dan bij Ships. Zijn vrouw Elin is weer van de partij. Een paar zussen zingen mee, maar de koortjes zijn veel minder prominent. Sufjan Stevens bespeelt op een aantal nummers weer fraai de banjo. Het meest verrassend is Jens Lekman, die op Lil Norge, een duet zingt met Elin, waarna Daniel Smith zelf pas vrij laat bijvalt. Dit is trouwens wel een erg fijn nummer: er zit een soort swing in, die een bepaalde ingetogenheid bewaart. Misschien is dat nog het meest opvallend aan dit nieuwste album. Er zit meer ruimte tussen de noten. Liedjes bloeien wat langzamer open. Het is regelmatig wat rustiger. Helaas zijn niet alle liedjes even sterk. But I don’t wanna sing about guitars heeft een hele grappige titel, maar is muzikaal nogal stuurloos. Hovering above that hill kent een soort trance, die op een gegeven moment ook wat saai wordt.
Aan de andere kant staan er ook genoeg parels op. You sleep good now is een ontroerend mooi liedje over slapeloosheid, met klaterende banjo van Sufjan en de bijna hypnotiserende (!) akoestische gitaar van Smith zelf. Denominator Bluise is een soort communielied, waarin Daniel Smith op zijn manier echt prachtig zingt. Het liedje bloeit open als een wilde bloem in de velden van New Yersey. Over de natuur gesproken… Het slotnummer Hosannah in the Forest stuurt je letterlijk het bos in. Het is evenwel van een diep spiritueel gehalte. De titel is natuurlijk allereerst een grappige variant op de worshipklassieker Hosannah (in the highest). Hier klinkt het ‘hosanna’ uit een (donker) bos. Het enige dat Smith zingt, is: Hosannah, save now! Maar dat getuigt wel van een diepgaande exegese, want eigenlijk ligt dit veel dichter tegen de oorspronkelijke betekenis van ‘Hosanna’ aan dan zo’n knallend lofprijzingslied. ‘Hosanna’ betekent n.l. letterlijk in het Hebreeuws: ‘Red toch!’ Die roep vanuit de diepte, in dit geval vanuit een donker bos (en alles wat zich daar spiritueel en fysiek mee laat associëren), wordt hier aangrijpend door Danielson verklankt. Een waardig en zelfs mystiek slot.

Daarnaast staat er ook genoeg vrolijkheid en feestelijkheid op het album, waardoor het ook zeer afwisselend is geworden. Je moet het wel de tijd geven. Maar durf je af te wijken van gebaande wegen? Wil je wel eens gek doen? Houd je van bands en artiesten als Daniel Johnston, Syd Barret, Captain Beefheart, Larry Norman, Tom Waits, Bob Dylan, Deerhoof, Sufjan Stevens, Half-handed cloud, enz.? Dan dan ben je hier aan het goede adres!

Advertisements

25 gedachtes over “Recensie: Danielson – Best of Gloucester County

  1. Dit is de recensie uit 2006 (deze was niet in Heaven maar op de website Hanx te vinden) waarnaar Kees in zijn uitstekende stuk verwijst:

    Danielson
    Ships
    Sublieme zevende

    Before our time upon a noun, there stood still a ship
    She turns lines, transforms words, to be more than they are when they
    Are alone, on their own, pointing to no one

    Ook bij Danielson is in den beginne het woord. Ship. Van friendship. Partnership. Relationship. Later, in het aanstekelijke Did I Step On Your Trumpet, zal hij het nog een keer zeggen:
    All my ships sailing the nation
    I finally found who I am made out to be

    Hij wordt wel afgeschilderd als een dwaas man, deze Daniel Smith. Vanwege zijn onconventionele platen. Vanwege zijn onconventionele teksten. Zo beschuldigde Billy hem ervan (in de zesde klas) dat hij op zijn trompet was gaan staan, ze was immers behoorlijk plat? Het werd een liedje. Vanwege zijn onconventionele belijden van het christelijk geloof. Waar Nederland de uitermate verwerpelijke hel & verdoemenistaal van David Eugene Edwards nog altijd als fraai proza ziet (mocht een Moslim de dingen zingen die Edwards zingt, het land zou te klein zijn), lijkt het veel fijngevoeliger en meer fijnzinnig spreken van Smith niet te worden opgemerkt. Net als vriend en geestverwant Sufjan Stevens (ook op Ships te horen), ziet Danielson veeleer op de vruchten van zijn geloof dan op zijn geloof an sich. Niet voor niets trad hij eerder op in een boompak. Het gaat hen om de relaties die we met anderen hebben. En als u daar een oud gezang als All You Need Is Love bij wilt halen: u slaat de spijker op z’n kop. Net als de heilige Brendaan in de zesde eeuw met zijn schip vanuit Ierland op zoek ging naar het Beloofde Land der Heiligen, laat Danielson zijn schip (met aan boord een heleboel mensen waaronder de eerder genoemde Sufjan, de Deerhoof, Serena Maneesh, Why?, Half-handed Cloud en Soul-junk) op meesterlijke wijze door de woelige wateren van onze tijd varen. Om het anders te zeggen: Ships evenaart Illinois van Sufjan Stevens. In zekere zin overtreft het dit album, daar waar het expressie en experiment betreft, zelfs. Het duurt een tijdje voor je dat ontdekt. Want Danielson spaart zichzelf, en daarmee de luisteraar, bepaald niet. Wat gezegd moet worden moet gezegd. Zoals het gezegd wil worden. Danielson zingt alle kanten op. Hoog en laag en breed en smal. Daar kunt u kriegel van worden. Tot u hem hoort zingen over zijn dochter van vijf. Overal in huis hoort hij ‘papa’. Als een kind, zijn kind, wil hij zijn. Of later als u een zin als time is men’s problem opvangt. Of I got no sense of time, the second hand slaps me o so silly. En dan die boeken in Bloodbook On The Halfshell. They can’t be understood by simpletons like me. Denken doe je dan. En luisteren. Drie weken doe ik dat nu al. En nog altijd groeit het album. Even dacht ik dat dit Ships zich laat vergelijken met de eerste twee fameuze albums van Andy Pratt. Maar nee, dat gaat niet op. Misschien wel als het gaat om een volstrekt unieke emotionele openheid, maar niet als het gaat om het muzikaal idioom. Danielson gebruikt eigenlijk alles. Progrock (in Oor werd in dit verband terecht op Rush gewezen). Folk. Country. Rock. Broadway. Big Band. Zonder ook maar een moment niet als Danielson te klinken. En dat is gezien de complexiteit van muziek en mensen een hele prestatie. Op dit zijn beste album is Danielson kwetsbaar als altijd. Maar de wijze waarop hij deze kwetsbaarheid en twijfel deelt en mededeelt is van ongekende klasse en grootheid. Wie er oren naar heeft weet na deze plaat dat hij of zij ook wel eens op een trompet heeft gestaan… (Wim Boluijt)

    • Dank Wim, wat een prachtige recensie was en is dat toch! (en we gaan niet weer beginnen over die David Eugene Edwards… ;-))
      Goed dat je hem hier weer eens plaatst. Doen we er gelijk dat heerlijk aanstekelijke ‘trompettennummer’ bij:

      • Trouwens, ik was toch wel in de bomen met Hanx en Heaven. Achteraf had ik het kunnen weten, want op Hanx stonden ook je mooiste verhalen, als ik zo vrij mag zijn…

  2. Denominator Bluise, is dat een verwijzing naar Denomination Blues van Washington Phillips?

  3. tja, ik vind het wel charmant, maar ben nog niet helemaal overtuigd. Ik heb zelf een plaat van Danielson en daar draai ik af en toe anderhalve minuut van…
    En om toch nog iets te zeggen over Dave Eugene: volgens mij werd hij vooral gewaardeerd om zijn muzikale intensiteit. Tekstueel werd hij vooral gezien als curiositeit.

  4. Wie weet…
    Bij Danielson is het een communielied, maar het gaat het ook over het overstijgen van de verschillen en de eenheid:

    It is the hour
    We are the Bride
    The parts + the power
    One Spirit the Guide

    The fullness of you who fills everything
    In every way

    Since we live by the Spirit
    Let us keep in step
    The weak we cannot live without
    Let’s not be proud
    Let’s instead rejoice + be glad
    For the Wedding of the Lamb has finally come

  5. Dat lijkt me de meest rake typering (van DEE) tot nu toe. Ik had/heb geen zin in een nieuwe discussie, maar wilde ook de recensie niet aanpassen. 🙂 Heb je Ships ook?

  6. O ja Daniël, jij was toch ook liefhebber van The Welcome Wagon? Dan ken je vast ook deze geweldige cover die ze ooit maakten van een nr. van … jawel: Danielson:

Reacties zijn gesloten.