Recensie: Reverie by Joe Henry

They’re showing a movie
On the side of the bank
And I’m in love with all of creation

Zo opent het twaalfde album van Joe Henry. Een gevoel van geluk dus. Reverie betekent: mijmering, dagdromen. Reverie is verder een muziekstuk, gecomponeerd voor piano door Debussy. En nu dus ook een album, gemaakt door Joe Henry. En ook op Henry’s Reverie speelt de piano een prominente rol. Maar daarover straks meer. 

Eerst even kort over Joe Henry. Met recht zou je hem een ondergewaardeerd genie kunnen noemen. Ik kende Henry vooral als producer van Solomon Burke, Allen Toussaint en Aaron Neville. De albums die hij onder handen nam van deze artiesten, vielen op zijn minst op. Maar de man heeft ook geproduceerd voor Elvis Costello, Aimee Mann, Loudon Wainwright III en Mose Allison. Just to name a few.

Zijn eigen albums worden steevast bejubeld door critici. Vanaf begin jaren negentig maakte Henry vooral alt country, rootsrock, singer-songwriter, indie en folk. Tegenwoordig zouden we dat Americana noemen, maar dat genre bestond toen nog niet. In 2009 was daar echter een muzikale koerswijziging met het briljante album Blood Under Stars. Een meesterwerk, waarop we ineens een jazz –en blueskant van Henry hoorden. Toch kun je het ook niet écht een jazz- of bluesalbum noemen. Het zijn meer verhalende songs met een jazzy feel, of een bluesarrangement, geaccentueerd door veelvuldig gebruik van blaasinstrumenten. Maar eigenlijk ongrijpbaar.

In zekere zin doet Henry mij daarom aan Tom Waits denken. Het beheersen van verschillende stijlen, de proza en poëzie, de briljante muzikaliteit met verschillende lagen, het rammelende en ongepolijste soms, het niet passen in een genre of hokje. Bij Henry niet de bizarre experimenten van Waits en ook niet die stem natuurlijk. Hoewel ook zíjn stem karakteristiek is. Mousiquant Kees noemde al ergens dat hij de vocalen van Henry wat minder trekt. Ik geef toe, het is even wennen, maar nergens storend. En zingen kán hij wel. Henry is geen Clapton.

Enfin, dan nu Reverie. Het is wederom een meesterwerk. De jazz- en bluesfeel houdt aan op dit album, maar waar je elk moment een zachte saxafoon of tenor verwacht, blijven de blazers dit maal uit. De piano domineert. De nummers zelf zijn werkelijk prachtig, zowel muzikaal als tekstueel. Er zit een gelaagdheid in, die maakt dat je iedere keer weer nieuwe dingen ontdekt. Het is verder een opvallend ontspannen plaat. Niet alleen omdat de nummers allemaal in één keer live zijn ingespeeld en je dat goed kunt horen, maar ook omdat dat gebeurde in Henry’s eigen huis, met de ramen open. En dus horen we buurtgeluiden door de nummers heen. Gelukkig niet te veel en niet te storend; het heeft wel wat. Een jankende hond, fluitende vogels, een optrekkende auto, kinderstemmen, een mauwende kat.

De band bestaat uit topmusici (drummer Jay Bellarose is magnifiek, maar verder noem ik ook Marc Ribot, David Piltch, Keefus Ciancia), die geheel akoestisch spelen. Naast jazz en blues, horen we waltz, tango, flamenco, gospel, country, folk. Het zou een soundtrack kunnen zijn van een film die speelt in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Het klinkt ook gewoon erg autenthiek en sfeervol. Dit is Americana in optima forma, maar hij kan er ook mee naar North Sea Jazz. Ik kan wel nummers gaan noemen, maar het zijn allemaal parels, er is geen beginnen aan. Temeer daar het er maar liefst veertien zijn. De plaat duurt meer dan een uur! Nou goed, dan toch een paar. Heaven’s Escape (Henry Fonda on the Bank of America) is de prachtige opener, gevolgd door het misschien nog wel mooiere Odetta. Room In Arles is zowel een ode aan Vincent van Gogh als een tribute aan Vic Chesnutt. De geweldige ballad Tomorrow Is October, het prachtige duet met Lisa Hannigan op Piano Furnace, het subtiel stuwende Deathbed Versions… ach, laat maar.

Aan een analyse van de teksten ga ik al helemaal niet beginnen. Daar ben ik ook nog niet aan toe gekomen. Maar ook daarvoor geldt: ze verdienen aandacht en tijd, het moet landen. Picasso zou een inspiratiebron zijn geweest voor dit album. En zo zou je de teksten ook kunnen typeren: van abstracte schoonheid. Ze zijn doortrokken van een zekere weemoed en verlangen.

Ik weet niet welk album hoger gaat eindigen op mijn jaarlijstje: Henry of Waits. Wat mij betreft zijn ze van hetzelfde hoge niveau.

9 gedachtes over “Recensie: Reverie by Joe Henry

  1. haha, ik zei toch dat jaren 20/30 weer helemaal hot zijn…

    zonder gekheid, deze cd ga ik zeker diggen, want zijn vorige beviel me zeer. inderdaad een onderschat muzikant. maar niet zo groot als Waits, als je het mij vraagt.

  2. Ja, je hebt wel gelijk dat Waits een grotere jongen is dan Henry. Waits is natuurlijk een fenomeen, volstrekt origineel en heeft een groter oevre. En die stem natuurlijk. Maar het zijn beiden geweldige muzikanten. En als ik Reverie naast Bad As Me leg, dan weet ik nog zo net niet wat ik vaker zal luisteren.

    Inmiddels heb ik geloof ik wel hier en in andere posts zo’n beetje m’n halve jaarlijstje al verklapt.

  3. Wederom een mooie recensie, Daniel! Van ook een mooie plaat, is mijn conclusie na deze beluisterd te hebben. Alleen…
    – die stem vind ik nog steeds niet zo beklijvend. Hij lijkt ook een soort vreemd midden te hebben tussen Dylan en Elvis Costello, maar dan minder pregnant, minder beklijvend (om dat woord van Peter maar eens te gebruiken)
    – ik vind de plaat ook iets teveel kabbelen. Mooi al die remniscenties met het verleden, maar ik mis smoel, ballen, eigenheid, zoals inderdaad Waits die wel heeft
    – zelf heb ik Civilians, die is wat brutaler zeg maar.

    Maar jouw verhaal is prachtig en mijn mening is er ook maar één.

  4. Heb de cd al een paar keer geluisterd, maar weet nog niet wat ik er van vindt. Weet niet helemaal waar het aan ligt, maar het blijft niet zo hangen. De kwaliteit druipt eraf, maar het maakt op een of andere manier nog geen indruk.

  5. Niet? Alleen die kwaliteit maakt op mij al indruk. Maar ik viond het ook heerlijke muziek om wat meer op de achtergrond te hebben. Ben nu Meshell Ndgeocello aan het luisteren. Produced by, jawel, Joe Henry. En dat is te horen ook. Prachtig!

  6. Ik kwam binnen bij Fuse (’99), een onbetwist hoogtepunt in de historie van de popmuziek, en heb zijn carrière sindsdien in beide richtingen gevolgd, zowel zijn folky roots als zijn latere jazzy werk. Maar gaandeweg verlies ik steeds meer mijn belangstelling. Het kan dan wel artistiek verantwoord zijn, maar het oor wil ook wat. De kale sombere arrangementen die zijn handelsmerk werden na de aanslagen van 11 september (Scar ’01) duren nu al vijf platen lang. Ik vrees dat Henry niet meer uit zijn depressie komt.

  7. Muzikaal gezien misschien vooral? Ik vind zijn teksten enerzijds zwaarmoedig en melancholisch, maar er klinkt toch ook dankbaarheid voor wat is en hoop voor wat komt in door! (tenminste, dat haal ik er uit :-))

Reacties zijn gesloten.