Recensie: Spinvis Tot ziens, Justine Keller

‘Cynisme is als alcohol. Als je jong bent is het belangrijk,  het schept afstand tussen jou en de wereld, en helpt je dingen te doorzien. Maar er komt een punt dat het het bewustzijn  niet meer verruimt, maar gaat vernauwen. Dan moet je proberen het cynisme te laten varen, en moet je op zoek of er niet nóg een trap verder omhoog is, een derde verdieping in het huis, waar je dingen kunt zoeken die wel waarachtig zijn.’

(interview met Erik de Jong, alias Spinvis, in dagblad Trouw van 5 november j.l.)

Na 7 jaar komt Spinvis met een nieuw album. Ik zou die periode niet de kwalificatie ‘magere jaren’ willen geven. Daarvoor heeft hij toen teveel belangwekkende dingen gedaan, waaronder de samenwerkingen met Simon Vinkenoog en ex-Hooverphonic-zangeres Geike Arnaert, in respectievelijk Ja (2005), Ritmebox (2008) en Dorléac (2010). Ook het verzamelalbum Goochelaars en Geesten (2007) kende genoeg fraais. Maar een nieuw Spinvis-album is toch andere koek. Dat voelt wel degelijk aan als een volle korenaar. Maar wel anders dan het vorige album Dagen van Gras, Dagen van Stro (2005). Dat was een muzikaal zeer rijk album. Dit keer heeft Spinvis voor een soberder aanpak gekozen. De nadruk ligt meer op de liedjes zelf. Nu moet ik toegeven, dat die liedjes van Tot ziens, Justine Keller me niet direct pakten. Ze bleven wat rondzoemen in mijn oorschelp. Maar na meerdere keren luisteren hebben ze hun weg gegraven tot diep in mijn gehoorgang om vervolgens de weg naar mijn hart te vinden, alwaar ze zich genesteld hebben.
De albumtitel roept direct al vragen op. Wie is Justine Keller? In een mooi interview dat Erik de Jong gaf bij onze collega’s van Goddeau, verklaart hij die naam zelf: “Justine is geen vrouw, dat is de liefde zelf. Als je twaalf of dertien bent, en je wordt voor de allereerste keer verliefd, klopt je hart zoals het nog nooit heeft geklopt. Je was er wel klaar voor, dacht je, en opeens is het zover. In mijn geval was dat Marthe Keller, een actrice in een Franse televisieserie… (haalt diep adem) Man (lacht). Ik denk dat je dan niet verliefd wordt op een vrouw, maar op dat gevoel, op de liefde zelf.” Justine dus als een personificatie van de liefde, ‘de eerste liefde’ in Bijbelse taal. Deze Justine duikt meermaals in de liedjes op. Direct al in het beginnummer Oostende. Die Belgische kustplaats blijkt de plek te zijn waar hij haar ontmoette en eigenlijk weer wil terugvinden. Dat zal niet lukken blijkens de afscheidsgroet: ‘Tot ziens, tot ziens Justine.’ En dan moet de hele plaat nog volgen… Als een moderne Orpheus zoekt hij haar. Regelmatig duikt ze op als een soort geest,  maar hij krijgt haar niet meer in de armen. Dit geeft het album een onvermijdelijke melancholische toon, iets waar Spinvis altijd al een meester in is geweest.
Zelfs in het wat meer up-tempo electro-nummer Kom Terug, waarin allerlei aanwijzingen (in prachtige metaforen trouwens) worden gegeven om vooruit te kijken, sijpelt de melancholie tussen de kieren.
Vervolgens komt er zo’n typisch Spinvis-pareltje: De grote zon. Misschien waardeer ik hem daar het meest om: van die klein gehouden liedjes. Alleen een tokkelende gitaar en later wat eenvoudige electronica en een zachte drum. Hier wordt de dankbaarheid om de kleine dingen bezongen, om die ander, waar je het mee wagen moet, inclusief alle onzekerheid en twijfels.
Vervolgens komt het fijne electro-achtige en uptempo Heel goed nieuws. Natuurlijk zit hier een flinke dubbele bodem in, want aanvankelijk is het goede nieuws de nepheid en de tijdelijkheid van zoveel. Tot er een kentering in het liedje komt, als het verlangen naar de liefde de overhand krijgt.
Traditiegetrouw heeft een Spinvis-album zo’n lang nummer, waar het min of meer behoorlijk uit de hand loopt, muzikaal en tekstueel. Op het debuutalbum was dat De staat van narcose (‘Dokter, dokter, ik zie vlekken op de zon!). Maar ik denk vooral aan Lotus Europa, het ruim elf minuten durende nummer op Dagen van Gras, Dagen van Stro. U weet wel: die dubbele vertelling over een auto en een gruwelijk uit de hand lopende affaire in het zwembad. Ook op z’n derde album heeft Spinvis zich uitgeleefd op zo’n nummer. Het is Club Insomnia. Het is een denkbare club waar mensen die lijden aan slapeloosheid elkaar ontmoeten. In het begin hoor je zo’n beat met veel bas, die je altijd als eerste hoort als je nog heel ver van zo’n tent bent. Vervolgens komt er een soort Krautrock-achtige melodie, die maar doordendert. Het is een soort trance, waar je in meegenomen wordt, perfect passend bij dat vage en tegelijk heldere gevoel dat bij slapeloosheid hoort. Het nummer duurt niet eens extreem lang, maar de tekst beslaat wel een hele pagina in het tekstboekje. Die tekst wordt steeds verwarrender, een soort droomsequentie waarin verschillende figuren tegen, maar vooral langs, elkaar heenpraten. Een prachtig zinnetje hieruit wil ik u niet onthouden: In de stilte tussen woorden zit een klein gedicht. Dat is echt zo’n Spinvis-zinnetje. Zo’n terloops zinnetje, waar zijn liedjes vol mee zitten. Spinvis is in Nederland wereldberoemd geworden met de knip-en plaktechniek van het eerste album. Daarop heeft hij tientallen muziekjes van oude en obscure platen verknipt en achter elkaar geplakt. Zo ontstonden zijn liedjes. Later is hij veel meer zelf gaan componeren. Maar tekstueel werkt hij in feite nog steeds met knippen en plakken. In datzelfde interview in Trouw zegt hij daarover ‘Ik hou van terloopse zinnetjes, spreektaal. Daar zet ik mezelf voor open. Als ik naast iemand zit die een mooi terloops zinnetje zegt, dan denk ik automatisch: ksjjj, hebben, die is van mij. En dan kan zo’n zinnetje in een liedje belanden.’ Dat betekent niet dat de liedjes geen coherentie hebben. Integendeel. Maar het betekent wel dat ze iets schetsmatigs hebben, iets onafs. Er zijn genoeg witregels zeg maar. Er blijft genoeg te raden over. Het geeft Spinvis de poëtische zeggingskracht die ik ook vind bij dichters als Joke van Leeuwen of Judith Herzberg.
Terug naar het album. Een oude bekende keert terug in Ronnie knipt zijn haar. Op het debuutalbum was Ronnie nog een jongetje dat schelpen verzamelde en ’s nachts zijn kinderlijke fantasieën had. Nu is hij een jongeman geworden die een meisje heeft ontmoet. Daarvoor moet natuurlijk z’n kapsel goed zitten. Alleen is het te kort uitgevallen en nu is hij tot overmaat van ramp ook nog haar brief kwijtgeraakt, die toch de hele tijd op de tafel bleek te liggen. Wat een kleinmenselijke tragiek weet Spinvis hier weer te ballen in zo’n wederom muzikale parel. Hoe het met Ronnie afloopt? Wie weet op een volgend album…
Begin Oktober is het eerste liedje dat me weinig doet. Het kent een richtingloze melodie. Het enige is dat er tekstueel nog wat te genieten valt, maar het zal het eerste skip-nummer worden. Gelukkig herpakt Spinvis zich direct met het feestelijke We vieren het toch. Dat kent aanvankelijk een onbezorgde melodie, maar muzikaal wordt het steeds ingenieuzer. De tekst spreekt ook weer zeer tot de verbeelding. Justine lijkt aan het eind op te duiken, maar blijkt onbereikbaar te zijn.
Eric de Jong is een erkend liefhebber van Franse muziek. In Jij wint hoor ik zelfs remniscenties aan de componist Eric Satie. Ook Yann Tiersen lijkt er op te duiken. Het geeft het liedje iets weemoedigs én sensueels.
In Koning Alcohol worden de beide kanten van de alcohol heerlijk en eerlijk bezongen, zonder te vervallen in moralisme. Het loopt uit op een soort dronkenmans-jazz. Daarna wordt gas teruggenomen in het sterk melancholische Overvecht. Dit nummer zweefde al geruime tijd over het net, maar dan in een soberder setting. Hier is er een prachtig strijkersarrangement aan toegevoegd. Het geeft het nummer een rijker en nog weemoediger sfeer.
Het slotnummer Tot ziens, Justine Keller is een beetje een vreemde eend in de bijt. De tekst lijkt weggelopen uit een 19e eeuws gedicht en muzikaal is het aanvankelijk juist een zeer eenvoudige slowcore-song, dat zich daarna nog wel ontspint als een mooi stukje kamerpop. Maar dat kan niet voorkomen dat het album een beetje als een kaars uitgaat. Maar daarvoor is er zoveel moois te horen geweest, dat ik het album snel weer op repeat zet. En mijn conclusie kan niet anders luiden dan dat er op de valreep nog een album voor mijn jaarlijstje bijgekomen is.

Advertisements

19 gedachtes over “Recensie: Spinvis Tot ziens, Justine Keller

  1. Nou vind ik eindejaarslijstjes altijd erg lastig. Er zijn vaak zoveel releases die ik nog niet (goed) geluisterd heb. Toch ben ik bang dat deze hoe dan ook erg hoog gaat eindigen. Wat een verslavend album, zeg. Die alcohol is voor mij niet eens nodig. Erg moeilijk om een favoriet liedje te kiezen. Dit hele album staat vool parels.

    • Dat hele concept ‘skipnummers’… ik heb er niet heel veel mee. Als een nummer nou echt vreselijk is, snap ik het. Maar skippen doe ik eigenlijk niet als ik gewoon naar een album luister.
      ‘Begin Oktober’ is misschien één van de minste nummers, maar alsnog mooi, naar mijn mening. Vooral dat deel vanaf ‘Er is zoveel te doen’. Zo’n herkenbaar gevoel wordt er dan opgeroepen.:)

      • Skipnummer, skipnummer… Het is voor mij slechts een metafoor om aan te geven dat ik het echt een niemendalletje vind als liedje. En dan dus vooral melodisch. Ik luister meestal ook hele albums, alhoewel ik graag ook ‘shufle’ op mijn iPod… Dan krijg je de meest absurde combinaties! As I lay dying na Olafur Arnalds of zoiets.

      • Het was een metafoor dus. Prima hoor.;) Jammer dat je het een niemendalletje vindt.
        Shuffle kan best grappig uitpakken, ja.:-)

        Overigens ben ik dit vergeten te zeggen: goede recensie, Kees! Leuk dat je ook vaak inhoudelijk ingaat op alba.

  2. Kees is weer op dreef. Eric trouwens ook. ik ga er nog wel eens een keer voor zitten, het klinkt lekker, maar ook mij grijpt het nog niet echt. geduld.

    • Ik zal het direct veranderen, Daan. Je bent echt een baas als het over Spinvis gaat. ‘Baas’ is een positief begrip trouwens…

      • Als je het woord ‘baas’ zo gebruikt als mijn leeftijdsgenoten ben je wel erg bij de tijd op jouw 84-jarige leeftijd. Goed dat je het veranderd hebt. Als het over Spinvis gaat, ben ik in ieder geval fan. Ik ben ook bij zijn optreden op 22 november in Tivoli.:)

  3. Maar deze oude man heeft wel kinderen en die leren hem the streetwise language.
    Dat wordt vast een mooi concert in ‘thuishaven’ Utrecht. Hij speelde er ook al bij Plato:

  4. Inmiddels heb ik het album eens een paar keer uitgebreid beluisterd, er staan weer een paar fijne liedjes op: Oostende, Heel Goed Nieuws, Kom Terug, Koning Alcohol, Overvecht.

    Over de teksten: van diepgang kun je de Jong niet beschuldigen, het is eerder altijd een verzameling (schijnbaar) willekeurige herinneringen vol melancholie, schetsmatig gebracht, als een impressionistisch schilderij. Teksten als polaroid-foto’s. Charmante kiekjes, ze raken je vluchtig, maar beklijven nooit echt.

  5. @ Peter: dat zijn inderdaad stuk voor stuk hele mooie liedjes op het album.
    Wat het gebrek aan diepgang van de teksten betreft, dat ben ik niet met je eens. Allereerst zit er juist in die bijna achteloze en terloopse zinnetjes heel veel diepgang. Een kleine bloemlezing:

    – ‘de geschiedenis herhaalt zich nooit, maar rijmt altijd een keer’ (uit ‘Oostende’)
    – ‘ik ben een twijfelaar, maar jij nog meer dus dat zijn er twee’ (uit: ‘De grote zon’)
    – ‘in de stilte tussen de woorden zit een klein gedicht’ (uit: ‘Club Insomnia’)
    – ‘jij wint argeloos moeiteloos als een kind win jij terrein’ (uit: ‘Jij wint’)
    – ‘Koning Alcohol is van de partij, valt nooit uit zijn rol, houdt de cijfers bij, hij geeft geen commentaar, hij maakt beloftes waar en mijn ogen oud en liegt dat hij barst.’ (uit: ‘Koning Alcohol’)

    Het zijn zinnetjes met zoveel zeggingskracht, net als regels uit een goed gedicht, die bij je blijven haken. Vooral dat liedje over alchol vind ik meesterlijk in de typering van de meervoudigheid van dit genotmiddel.
    Zeker hebben zijn liedjes iets schetsmatigs en onafs. Maar dat vind ik juist het sterkte: het biedt zoveel ruimte voor de eigen verbeelding. Er zitten zeg maar genoeg witregels in. Dat vind ik iets anders dan ‘niet beklijvend.’ Integendeel. Zulke zinnetjes blijven juist aan mij kleven. Zijn liedjes zijn trouwens bijna allemaal ook verhalen. Maar dan veel minder logisch en chronologisch. Ik vond ergens een mooie omschrijving hiervan:

    ‘Er zijn mensen die zeggen dat Spinvis abstracte liedjes schrijft. Dat is een misverstand. Een groot misverstand zelfs. Er zijn weinig concretere verhalenvertellers in de Nederlandse popmuziek dan Erik de Jong. Hij is zich alleen zeer bewust van verhaaltechnieken, hoe je brein informatie verwerkt tot een geheel. Alle details in zijn liedjes – van de foto van Marvin Gaye in een café in Oostende tot een glas wijn op de rand van het bad – betekenen iets, alleen zijn de puzzelstukjes niet compleet, en worden ze in een onlogische volgorde aangereikt.’

    • ha, ik dacht zomaar al dat je het niet met me eens zou zijn…
      het zijn inderdaad meesterlijke vertelseltjes die de Jong ons voorschotelt, zeer plastisch en semi-poetisch ook nog. jammer dat het zo vaak cliche-beelden zijn, dat wel. een dichter zou ik hem niet willen noemen (maar ja, ik had ook al een mening over The Innocence Mission in dit verband, dus dat zal je niet verbazen), een verhalenverteller is ie zeker. hij speelt met je verbeelding en weet heel goed welke foefjes werken. het voorbeeld van Koning Alcohol is heel sterk (“soms laat ie drie maanden niets van zich horen, en dan stuurt ie een ansichtkaart: hoe het met me gaat, hoe het met me gaat, hoe het met me gaat…”), dat vond ik ook, maar op andere momenten kan ik hem niet volgen of vind ik het te voor de hand liggend. regelmatig komt ie met mooie vondsten, maar als ik Erik zelf moet geloven heeft ie die dus ook niet zelf bedacht, maar overal en nergens opgetekend uit toevallig voorbijzwevende monden…

      dit is overigens geen kritiek, want wat ie doet doet ie gewoon goed. basta.

      • Ach, wat is poëzie? Daar kunnen we al een heel blog over vullen. Niet alles van Spinvis is poëzie, maar wel veel poëtisch en dan op de manier van een Toon Tellegen of Joke van Leeuwen, die ook het alledaagse origineel kunnen verbeelden en vaak ook absurdistisch maken.
        Niet heel Spinvis’ liedjes zijn ‘gejat’ van voorbijgangers. Hij pakt zulke zinnetjes en zet ze in een ander verband. Het is meer een soort samplen met taal, maar daardoor en daar overheen maakt hij wel zijn originele tekst.
        En spelen met clichés is ook weer een kunst…

  6. Pingback: Video: Spinvis Kom Terug « mousique.nl

  7. Pingback: live: Spinvis – Paradiso (11-02-2012) « mousique.nl

  8. Pingback: Spinvis: tot ziens Justine Keller 04-12-2013 CCHA | mousique.nl

Reacties zijn gesloten.