Recensie: Leonard Cohen Live at the Isle of Wight 1970

David had het pas over een verrassingsaankoop die hij voor weinig deed. Als één van de ‘vijf gladde steenen uyt de beke, ende leydese in de herders-tassche, die hy hadde, te weten in den sack’ (1 Samuël 17:40 Statenvertaling 1637). Zo’n ‘steen’ kwam ik zelf afgelopen zomer tegen op een Provencaalse markt in Nyons (Frankrijk). Een tijdje daarvoor had ik er Daniël D. al lyrisch over horen spreken, maar toen dacht ik: ‘typisch praat van een fan…’ Maar nu zag ik de prijs bij dat kraampje en ik dacht: ‘ach, waarom ook niet?’ Het betrof Live at the Isle of Wight 1970  van Leonard Cohen.

Nu ben ik niet zo weg van live-albums en van Cohen zijn er ook al ettelijke in omloop. Maar ik zag Daniëls schitterende ogen nog en hoorde ook zijn ode nog in mijn oren klinken. Dat, mét die lage prijs (én een vrouw ver genoeg weg – ze stond bij de stofjes en lapjes), maakte dat ik de koop deed. Nu had ik die maanden aardig wat aangeschaft – dit is een understatement – dus het album verdween op één van de vele stapels in mijn kast. Tot ik gisteren de cd in mijn speler in de auto schoof. En ik werd meegesleept. Dit was anders dan een regulier live-album! Je hoort Cohen op de toppen van zijn kunnen in zijn meest creatieve periode. ’s Avonds keek ik de bijgevoegde dvd en toen was ik helemaal overtuigd van de urgentie van deze live-plaat. Niet vanwege de indrukwekkende muzikale prestaties of de spectaculaire live-show. Nee, er valt wel eens een instrument weg, een box stoort en door de filmbeelden loopt regelmatig een rode streep van boven naar beneden. De camerawisselingen zijn supertraag. Je hoort helemaal niet dat er honderd duizenden mensen aanwezig zijn. Het lijkt eerder in een middengrote zaal opgenomen. Nee, de urgentie zit ‘m in de concrete context van het optreden. We hebben het over het jaarlijkse festival dat op het Engelse eiland Wight gehouden werd. Elk jaar waren er meer toeschouwers gekomen en nu verwachtte de organisatie er 150.000 tot 200.000. Het werden er 600.000! Velen waren zonder kaartje gekomen. De organisatie probeerde deze mensen, die zich op een heuvel verzameld hadden en daar illegaal kampeerden, met hekken buiten te sluiten. Dit leidde tot een flinke oproer. Er werd gereld en brand gesticht. De agressie van dat publiek richtte zich ook op de optredende artiesten. De stoere countryzanger Kris Kristofforson werd uitgejouwd. Zelfs het podium werd aangestoken. Joan Baez, de vreedzame zangeres, stelde voor om met Jimi Hendrix te ruilen, omdat haar liedjes toch niet tot geweld en brandstichting zou leiden. Het gebeurde wel. Intussen was het de vijfde dag van het festival. De spanning was tot een kookpunt opgelopen. Diep in de nacht, of beter: vroeg in de morgen – het was vier uur – werd Leonard Cohen gewekt in z’n trailer: ‘of hij nu wilde optreden.’ Cohen trok een kaki-pak over z’n pyama aan, verzamelde z’n bandgenoten en betrad het podium: met ongekamd haar en een ochtendbaard.
In plaats van direct te zingen begint hij te vertellen. Over z’n vader die hem op 7-jarige leeftijd meenam naar het circus. De kleine Leonard hield helemaal niet zo van het circus, maar wel van één moment: als het helemaal donker werd en iedereen gevraagd werd om een lucifer aan te steken. Dat vraagt Cohen vervolgens ook aan al die duizenden toeschouwers voor het podium – opgefokt, dronken, stoned of moe als ze zijn -: om een lucifer aan te steken, zodat ze elkaar kunnen zien, zodat ze elkaar in het licht kunnen zetten. Het is een magisch moment. Ik vind het zelfs een eschatologisch moment, vergelijkbaar met de zwaarden die tot ploegscharen zullen worden omgesmeed. Want de lucifers die eerst dienden om de zaak in de fik te steken, zijn nu een soort vredeslichtjes geworden. Vervolgens begint Cohen te zingen, één van zijn bekendste nummers: Bird on a Wire. Hij zingt het langzaam, superlangzaam, maar het werkt electrificerend. De mensen worden meegesleept en er daalt een soort rust over de festivalweide.
Een ander magisch moment vindt plaats als Cohen als een profeet zegt: ‘They have surrounded the Island.’ En voegt hij er aan toe: ‘op een dag hebben we het land voor onszelf, maar nu zijn we nog niet sterk genoeg.’ Het mooie is dat hij niet zegt wie die ‘zij’ en ‘wij’ zijn. Of het nu om de relschoppers of de organisatoren met hun beveiligingsmensen gaat, iedereen kan zelf de schoen aantrekken, die bij hem past. Prachtig is ook het moment als Cohen het liedje The Partisan opdraagt aan Joan Baez en de strijd die zij voert. Een geweldloze strijd met woorden en muziek. Cohen is een bondgenoot daarin. Het bijzondere van Cohen is, dat het allemaal veel minder expliciet, maar mystieker, spiritueler, meer visionair is.
De liedjes die Cohen speelt, zijn vooral afkomstig van zijn eerste albums Songs of Leonard Cohen en Songs from a Room. Daar zitten klassiekers bij als het al genoemde Bird on a Wire en Suzanne en So long, Marianne. Zij, en al de andere songs, worden intens gezongen, alsof Cohen ze voor zich ziet gebeuren. De gelegenheidsband, die The Army (!) was gaan heten speelt niet opvallend, maar dienend. Zo komt de stem van de bard des te beter uit.
De bijgeleverde dvd, de live-registratie van regisseur Murray Lerner, is prachtig. Ook omdat het gelardeerd is met latere interviews met betrokkenen als Kris Kristofforson, Joan Baez en producer Bo Johnston. Zoals gezegd zijn de live-beelden geen spektakelstuk geworden (alsof dat zou passen bij zulke intieme en doordringende liedjes van Cohen), maar het is wel prachtig gefilmd. Lerner filmt vaak in close-ups en dat werkt heel goed. Je zit Cohen – en ook de andere muzikanten – vaak bijna letterlijk op de huid. Lerner maakt ook gebruik van handmatige camera’s. Als Cohen z’n indringende boodschap vertelt over het eiland dat omsingeld is, zie je de camera extra trillen. Het kan niet anders dan dat de filmer zelf ook geraakt is! Ik ontdekte trouwens nog één ding. Ik had altijd gedacht dat de fluit in One of us cannot be wrong een neusfluit was, maar Cohen blijkt dat geluid – als een padvinder – uit zijn eigen handen te halen!

We hadden het hier nog niet zo lang geleden zomaar opeens over favoriete live-albums. Ik noemde toen dit album niet. Daar denk ik nu anders over…

Advertisements

4 gedachtes over “Recensie: Leonard Cohen Live at the Isle of Wight 1970

  1. Inderdaad verbazingwekkend knus lijkend. Als je had gezegd dat het ergens in een klein theatertje is opgenomen zou ik je ook geloofd hebben. Mooi.

  2. I couldn’t agree more…Mooi verhaal, Kees.
    Je moet trouwens zelf ook een beetje gaar en moe zijn, laat op de avond, dan komt het het beste binnen. Overdag kan de plaat wel een beetje lam overkomen.

  3. Als het overdag is met striemende regen op de autoruit, komt de muziek ook prima binnen, kan ik je uit eigen ervaring vertellen. Maar ik begrijp je punt. Nu vind ik Cohen sowieso meer avond- dan overdagmuziek.

Reacties zijn gesloten.