APK: Grandaddy The Sophtware Slump

Grandaddy-LP-The-Sophtware-Slump-coverVaak heb ik het op reünies en andere feestpartijen horen zingen: M’n opa uit de serie Ja Zuster, Nee Zuster. In het liedje worden allerlei herinneringen aan de desbetreffende opa opgehaald. Het is een vrolijk liedje, een echte meezinger. Nu geldt dat niet voor mij, want ik heb mijn beide opa’s nooit persoonlijk gekend. Beiden waren al overleden voordat ik geboren werd, de ene opa zelfs drie weken voor mijn geboorte. Ik ben dan ook naar hem vernoemd. Ik ken hem alleen uit de verhalen. Nu is dat toch een prachtig beeld geworden, want vertellen kan met name mijn vader als de beste (hij was dan ook ‘hoofdmeester’). Maar als het over opa’s gaat, dan vervullen mij eerder gemis en weemoed dan de vrolijkheid van dat liedje uit Ja Zuster, Nee Zuster. Tot daar opeens Grandaddy was aan het eind van de jaren ’90 tot halverwege de jaren 2000 met een paar prachtalbums. Deze sloten perfect aan bij die gevoelens van mij, want hun liedjes stroomden over van weemoed en melancholie. In 2006 bracht de band z’n laatste album uit: Just like the fambly Cat. Toen ging zanger Jason Lytle solo verder.

Grandaddy’s debuutalbum Under the Western Freeway (1997) stond vol met charmante, maar ook rammelige liedjes. Je kon horen dat aan het opnameproces niet de meeste tijd was besteed. Maar hoe lo-fi ook, er zaten ook pareltjes bij. Jason Lytle, componist én spil van Grandaddy, was een begenadigd songwriter. Dat was ook daar al goed te horen.
In 2000 kwam The Sophtware Slump uit. Dit was toch andere koek. Het rammelige aspect was zo goed als weg. De liedjes klonken mooier, maar waren ook, bijna stuk voor stuk, sterker. Neem het beginnummer, He’s simple, he’s dumb, he’s the pilot. Het nummer begint met vogelgeluiden. Dan zet een soort clavecimbel in. Het zijn eenvoudige akkoorden. Daar overheen begint Lytle te zingen met zijn wat onvaste stem. Vervolgens komen er een akoestische gitaar en warme (analoge) synthesizerklanken bij, waar overheen een robotachtige stem Lytle begeleidt. In de brigde voegt een piano zich erbij, allerlei piepjes en bliepjes zijn te horen en dan wordt het refrein herhaald, eindeloos herhaald, als een mantra: Don’t give in 2000 man. Het nummer duurt bijna 9 minuten, maar verveelt geen seconde.
Op de cover van het album zien we een prachtig landschap met daarover heen in toetsenbordletters de titel. Het drukt mooi de thematiek van de plaat uit: de spanning tussen natuur en techniek. Beter gezegd: hoe de technocratie steeds meer de natuur bedreigt. Grandaddy ziet het met lede ogen aan. Vandaar de weemoedige sfeer die eigenlijk alle liedjes kenmerkt. Je zou The Sophtware Slump een soundtrack kunnen noemen bij het werk van cultuurcritici als Fukuyama en Postman, die beiden uiterst scherp wezen op de bedreigende kanten van de moderne techniek. Toch doet Grandaddy zelf hier meer dan het hoofd schudden. Je hoort zelfs de pretlichtjes in de ogen als ze in Broken Household Appliance National Forest zingen hoe de natuur weer voet aan de grond kan krijgen bij leegstaande huizen en fabrieken: de bloemen die daar beginnen te groeien, de kikkers die er huizen en de uilen die er in en uit vliegen. Daarnaast is er juist ook mededogen bij die techniek die niet meer voldoet, omdat ze ‘verouderd’ is. Een prachtig voorbeeld hiervan zijn de twee nummers die over Jed gaan: Jed the Humanoid en Jed’s other Poem (beautiful Ground). Jed blijkt een robot te zijn, die samengesteld is uit allerlei keukenonderdelen. Jed blijkt van alles te kunnen leren en uiteindelijk zelfs te kunnen denken. Men is verguld met hem. Totdat hij uit de gratie raakt. Hij vindt ergens een fles drank en giet die naar binnen. Hij blijkt zo menselijk te zijn, dat hij verslaafd raakt en dat wordt z’n dood. Het is prachtig bezongen in Jed the Humanoid, een soort requiem. Jed blijkt zelfs poëzie geschreven te hebben, vol introspectie. In Jed’s other Poem krijgen we er een proeve van, met daarin de hilarische zin: ‘I try to sing it funny like Beck, but it’s bringing me down.’  Zo’n humanoid als Jed deed mij erg denken aan de prachtige animatiefilm, die net een jaar daarvoor verschenen was: The Iron Man  (De IJzeren Reus). Daarin treffen we ook een robot, met volop menselijke trekjes, die maar door weinigen echt begrepen wordt.
Daarnaast vinden we op The Sophtware Slump ook genoeg getob met persoonlijke sores als eenzaamheid en existentiële vertwijfeling. Nee, ook dit is geen vrolijk album. Toch is het bij tijd en wijlen ook een troostvol album. Maar de enige en spaarzame troost vindt Grandaddy – afkomstig uit het landelijke stadje Modesto in Californië – in de natuur. Niet voor niets beginnen een aantal liedjes met vogelgezang… Het mooist komt dit troostrijke aspect naar voren in de pianoballad Underneath the weeping Willow. Of getuigt dit – indachtig het liedje van The Carter Family – van een preoccupatie met de dood?

Muzikaal kun je dit album typeren als synthpop. De keyboards en synthesizers hebben de overhand. Tegelijk is het ook vaak een vorm van space-rock. Je hoort namelijk de nodige ‘space-geluiden’ in de vorm van bliepjes en piepjes, die zo weggelopen lijken uit de synthesizers van Jean-Michel Jarre of Kraftwerk. Daarnaast worden ook de gitaren regelmatig aangewend. Dan wordt er inderdaad ook stevig gerockt. Neem de single Crystal Lake en het korte nummer Chartsengrafs. Daarin vliegen de gitaren nog net niet uit de bocht, maar het scheelt weinig. Door de hoge stem van Lytle doet Grandaddy dan sterk denken aan Neil Young & Crazy Horse. Zelfs het zacht/hard-schema van The Pixies en Nirvana wenden ze aan in het al genoemde  Broken Household Appliance National Forest. Tegelijk is het ook weer behoorlijk anders, dus origineel gedaan. Een laatste inschaling: Grandaddy heeft ook verwantschap met bands als Mercury Rev, Flaming Lips en Sparklehorse. Voor o.a. dit viertal heeft men het woord neo-psychedelica bedacht. Ach, hoe dan ook: het geeft alleen maar aan dat Grandadddy zich niet voor één gat laat vangen. In die zin zijn ze een beweeglijke opa…
Aan het eind van het album volgen er nog twee prachtige nummers, waarin Grandaddy zich van z’n meest dromerige kant laat zien. In Miner at the Dial-A-view is dat zelfs letterlijk, omdat het (deels gezongen, deels spoken word) nummer eindigt met ‘dream, dream, dream,…’ Dit gaat naadloos over in het slotnummer So You’ll aim toward the Sky. Dit nummer heeft een korte tekst:

So You’ll aim toward the sky
and You’ll rise high today
Fly away, far away
Far from pain.

Maar het drukt voor mij bijna perfect het verlangen naar een betere wereld uit. Natuurlijk, het is escapistisch, maar zo herkenbaar. De weemoedige heimwee en het onstilbare verlangen zijn zelden mooier muzikaal neergeslagen dan hier. Ik had het mijn opa graag eens laten horen…

Advertenties

18 gedachtes over “APK: Grandaddy The Sophtware Slump

      • De eerste luisterbeurt heb ik als zeer prettig ervaren. Doet me wat denken aan Eels, alleen is ’t wat minder zwartgallig (hoewel… ik heb de teksten niet echt bestudeerd). Op het moment luister ik veel verschillends op Spotify, dus duurt het lang voor ik een duidelijke mening over één album heb. Zo ben ik ook nog niet uit over St. Vincent. Ook hier zal het nog even duren. Maar vooralsnog fijne muziek.:-)

      • Grandaddy is idd minder zwartgallig dan Eels. Zeker ook niet vrolijk, maar wel wat milder. Bovendien is het ook meer uitgesponnen en meer spacy/psychedelisch. Die soloplaat van Lytle is trouwens ook fraai.

      • Jason Lytle is de zanger van Grandaddy. Hij is solo verder gegaan. Zijn eerste en nog enige soloalbum heet ‘Yours Truly, the Commuter’. Deze plaat verscheen in 2009.

  1. Nog twee aanvullingen: – Augustus j.l. kwam er een Deluxe Edition uit van ‘The Sophtware Slump ( http://www.cdwow.nl/CD/grandaddy-sophtware-slump-2cd-deluxe-edition/dp/22469865 )
    – Verder kwam ik bij de collega’s van Kicking the Habit nog een melig filmpje tegen over The Making of The Sophtware Slump. Je ziet hier alleen heel weinig studiomateriaal, maar des te meer meligheid: hoe vis je bijvoorbeeld een zwembad, een fontein en een vijver leeg? En hoe maak je een clip in hartje Los Angeles?

  2. Tjonge, wat een mooie verhalen kun jij schrijven over muziek! Mijn complimenten. Deze muziek is trouwens wel mijn kopje thee. Dit is er eentje om te onthouden! Ik wist het niet, maar neo-psychedelica is volgens mij helemaal mijn ding.

    • Now we’re talking! Sumday is ook een mooie plaat van hen. Wel wat gepolijster. De band had namelijk zo goed geboerd met The Sophtware Slump dat ze allemaal nieuwe synthesizers gingen kopen. Dat hoor je terug op opvolger Sumday, maar juist dat prettige krakerige was daarmee wel weg. Hun zwanezang Just like the Fambly Cat is ook erg mooi. Evenals het hierboven genoemde solodebuut van Jason Lytle.

      Ken je Deserter’s Songs van Mercury Rev? Of The Soft Bulletin van Flaming Lips? Of Good Morning Spider van Sparklehorse? Allemaal schitterende platen in dit genre.

      • Yoshimi is geweldig: dat meisje dat de strijd met evil robots (want die zijn er ook; het lijken net mensen…) aangaat. De laatste van Flaming Lips ‘Embryonic’ kreeg weliswaar bij Pitchfork een 9, maar ik vind hem te freaky en werkelijk alle kanten uitschieten. Het meest houd ik van The Soft Bulletin en Yoshimi…, omdat het daar zo mooi uitgebalanceerd is en toch gek genoeg.

  3. Je geeft me meteen een mooie ‘plunge’ in het genre. Het is bij mij wel begonnen met Mercury Revs Deserter’s Songs die ik van Daniel de W. kreeg die er niets mee kon (ik blij). Hoort Mazzy Star dan ook niet in het rijtje thuis? De rest ken ik allemaal niet.

  4. Mercury Rev en Flaming Lips kan mij ook erg bekoren. Van de eerste vind ik alles mooi, van de tweede vooral The Soft Bulletin, wat echt uit hun ouvre springt wat mij betreft. Maar met Grandaddy heb ik dan weer niet echt een klik, helaas. wel een mooi verhaal, Kees, en dat is altijd leuk om te lezen.

  5. ik heb sumday. Ik vind dat nummer over de robots die in het donker moeten werken (snif) erg leuk. Dat is een soort running gag bij ons in de familie geworden. Ik ben geen hardcore liefhebber, ik ken ze al vanaf het begin, ik had zelfs een promo cassettebandje van hun debuut, maar vond dat iets te kneuterig. Sumday kan ik goed waarderen en als ik dit zo hoor wil ik deze plaat ook nog wel een kans gaan geven.

    • Sumday is ook prachtig. Goddeau schreef daar ooit een zeer lyrische recensie over:
      http://www.goddeau.com/content/view/267 . Ik vind het ook een prachtige plaat hoork, maar The Sophtware Slump is dromeriger, mystieker, melancholischer met meer rafeltjes. Bovendien was het ook mijn instapper bij Grandaddy en ik weet nog heel goed dat ik die cd helemaal grijsdraaide (ik had toen ook nog niet zoveel…)

Reacties zijn gesloten.