review Pull Up Some Dust And Sit Down by Ry Cooder

In de post over de marching bands, ontstond even een sideconversation over de muziek van het Diepe Zuiden van de VS. Als er iemand is die de muzikale veelzijdigheid van het Zuiden belichaamt, dan is het Ry Cooder wel. Samen met bijvoorbeeld iemand als T-Bone Burnett heeft Cooder zich de rootsmuziek van genres uit die regio eigen gemaakt. Maar waar T-Bone zich ‘beperkt’ tot bluegrass, oude fieldsongs en traditionals, country & western en americana (zeg maar Nashville en omstreken), gaat Cooders muzikale smaak nog zuidelijker (Memphis, New Orleans) – en westelijker (Texas, California). In zijn muzikale carriere heeft Cooder zich de afgelopen decennia ontwikkeld van een voortreffelijk slidegitarist, bluesmuzikant en singer-songwriter tot een kenner en veelgevraagd producer op het gebied van Spaanse muziek. Denk aan zijn recente samenwerking met The Chieftains, maar ook natuurlijk aan die legendarische cd van de Buena Vista Social Club.

Zijn eigen recente werk wordt gekenmerkt door een combinatie van vele (sub)stijlen. Van 2005-2008 werkte Cooder aan een trilogie over de geschiedenis van immigranten in Zuid-Californië: te beginnen met het meesterlijke Chavez Ravine, vervolgens My Name Is Buddy en dan tot slot I, Flathead. Muzikaal gezien zijn deze albums een smaakvolle fusion van Americana, Cubaanse son, Tex-Mex, polka’s, Costa Ricaanse folk, Latin jazz, rhumba, bluegrass, rootsrock, blues, Mariachi en nog veel meer.

Tekstueel gezien is die trilogie echter misschien wel net zo opmerkelijk. Als een nieuwe Woodie Guthrie of Pete Seeger vertelt Cooder verhalen en schildert hij de sfeer ten tijde van de Great Depression, de Dust Bowl, maar ook de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw.  Het gaat over eenvoudige mensen die de American Dream najagen, maar botsen op armoede, onrecht, racisme. Qua thematiek vergelijkbaar met Bruce Spingsteen’s The Goast Of Tom Joad, maar qua sfeer heel anders, omdat gezongen wordt vanuit het gezichtspunt van arme Mexicaanse immigranten, in het Engels en het Spaans.

Deze lijn trekt Ry Coorder door op zijn nieuwste cd Pull Up Some Dust And Sit Down. Muzikaal gezien is er weer die hoogstaande en aanstekelijke mix van stijlen (blues, rock, folk, mariachi, ragtime, country, gospel), maar tekstueel gezien vertelt Cooder nu zijn verhalen in het heden. Meer dan al zijn voorgaande werk is Pull Up… een politieke protestplaat geworden. In dat opzicht is hij óók een opvolger van Guthrie, Seeger, Leadbelly en Dylan. Cooder wisselt cynisme, satire en messcherpe aanklachten af. Hij zingt over de oorlogen die de VS voeren, over de verschillen tussen arm en rijk, over het vraagstuk rond illigale immigranten, over Republikeinen en Democraten, over racisme, overheidspropaganda, de financiële crisis, de rol van de media en kapotte dromen.

Het is eigenlijk een album vol woede; een felle aanklacht tegen een onrechtvaardig systeem. Toch heb je dat niet gelijk door. De vrolijke ritmes, de fraaie ballads, de bonte afwisseling van exotische stijlen maken Pull Up… een ultrarelaxt album. In die zin kun je de cd ook prima hebben aanstaan als achtergrondmuziek of tijdens een zomerse barbecue (ik kijk maar even niet naar buiten).

Cooder verpakt zijn woede in vrolijkheid, zou je kunnen zeggen. Maar gelukkig is er ook ruimte voor humor. Hilarisch qua tekst en tegelijkertijd muzikaal ongelooflijk goed uitgevoerd is bijvoorbeeld het bluesnummer John Lee Hooker For President. Cooder ís Hooker. Dezelfde boogie woogie blues, de foot stomp, zelfs de stem is treffend nagedaan. Een mooi eerbetoon aan deze blueslegende dus. Maar dan de tekst:

I want everybody to know I’m strictly copastatic, I ain’t Republican or Democratic. I got a new program for the nation. It’s gonna be groove time, a big sensation. Every man and woman gets one scotch, one bourbon and one beer, three times a day if they stay cool. Little chillens gets milk, cream and alcohol, two times a day if they stay involved in school. Now boogie chillen.
Now I want nine fine lookin’ womens sittin’ on the Supreme Court. Their big legs, their tight skirts drive me out of my mind. And when I need a judgment they gonna give it to me right on time.
They call me on the phone sayin’ , Johnny, we disagree on which one of us you like best.
I said honey, you all equally fine under the law.
I’m sharp and up to date. Jimmy Reed, Vice President, Little Johnny Taylor, Secretary of State. I got the foreign policy numbers 444, domestic spending goin’ up, continental clothes, Stetson hats, everybody’s on the dance floor
All you backbilers and syndicators, hear what I say. I ain’t gonna stand for
No trash talking and double dealin’ . IfI catch you messin’ ‘round the White House I might cut you, I might shoot you, I just don’t know. And there’s one point
I really want to prove.If you vote for John Lee Hooker you know you gonna groove. Don’t be fooled by the Republican, don’t pity the Democratie, vote John Lee Hooker and everything gone be mellow, knocked out, copastatic.

Een ander bluesnummer, Lord, Tell Me Why, is tekstueel gezien veel snijdender en cynischer:

Lord tell me why a white man ain’t worth nothing in this world no more
Lord tell me how you ‘spect me to stand up tall and proud
[…]
Lord tell me when a white man’s gonna be all right again
Please fix it Lord they took back everything we been working for

En zo spreekt de titel van de vrolijke meezinger No Banker Left Behind voor zich, wordt in de aanstekelijke waltz El Corrido de Jesse James een verhaal verteld over Jesse James die (in de hemel!) plannen smeedt om terug te keren naar de aarde om de bandieten van Wall Street op zijn eigen wijze te mogen aanpakken, handelt de haak-maar-in-polka Christmas Time This Year over soldaten die in bodybags terugkeren en gaat de stevige rocker Quick Sand over illegale immigranten die de grens met Arizona proberen te passeren. Het album sluit af met (het ironisch bedoelde?) No Hard Feelings, een lieflijke ballade.

Wat moet ik verder nog vertellen over deze plaat? Alleen misschien nog dat een aantal oude bekenden meedoen, zoals Flaco Jiminez en Jim Keltner (drummer van Tom Waits). Veel gebruikte instrumenten zijn accordeon, mandoline, banjo, trompet en uiteraard gitaar, waarop de meester zelf het voortouw neemt.

Voor mij is Pull Up… één van de vrolijkste en tegelijkertijd meest urgente platen van 2011. Een aparte combinatie.

Advertenties

13 gedachtes over “review Pull Up Some Dust And Sit Down by Ry Cooder

  1. Mensenlief, mijn verlanglijstje is weer gegroeid. Ik had hem ergens al vaag voorbij zien komen, maar door jouw prachtige recensie is het verlangen naar de fysieke aanwezigheid van dit album in mijn kast alleen maar groter geworden.
    ‘Chavez Ravine’ en ‘My name is Buddy’ zijn prachtige conceptplaten, ook nog eens heel mooi uitgegeven. Die ‘I Flathead’ heb ik dan weer niet. Maar een goeie en vrolijke protestplaat kan er altijd bij! Keltner is trouwens meer een sessiemuzikant dan de specifieke drummer van Waits. Hij heeft honderden albums volgedrumd.

  2. Kees, gelet op ons beider voorliefde voor oude Amerikaanse muziek, vroeg ik mij af of jij naast je beroemde rode box ook materiaal van Leadbelly hebt?

    • Nee, maar wel van één van zijn navolgers: Jack White… 😉
      Ik ben ook iets minder van de blues hoor.

    • Jij zegt het. Soms ben ik het overzicht ook wel eens kwijt. Ik ben ook meer van Hank Williams en The Carter Family.

  3. Pingback: Jaarlijstjes 2011 – laat je stem horen! « mousique

  4. Pingback: Dubbelrecensie: Bruce Springsteen – Wrecking Ball « mousique.nl

Reacties zijn gesloten.