Recensie: The Waterboys An Appointment with Mr Yeats

A Drinking Song

Wine comes in at the mouth
And love comes in at the eye;
That’s all we shall know for truth
Before we grow old and die.
I lift the glass to my mouth,
I look at you, and sigh.

William Butler Yeats

De dichter Yeats en de zanger Mike Scott van The Waterboys hebben een aantal dingen gemeen. Ze komen beiden uit Ierland en ze hebben een grote voorliefde voor natuur, mystiek en spiritualiteit. Scott is al jaren een groot liefhebber van de poëzie van Yeats. Zijn moeder, docente literatuur, bracht hem al heel vroeg in aanraking met Yeats’ gedichten. The Waterboys zelf zetten al eens eerder een gedicht van Yeats op muziek: het prachtige The Stolen Child op het folkalbum Fisherman’s Blues (1988). Vier jaar later werd Scott gevraagd om mee te doen aan een tribute-concert voor W.B. Yeats. Scott dacht dat het de bedoeling was dat de bands en artiesten gedichten van Yeats muzikaal zouden vertolken. Zo had hij ook netjes vier gedichten van Yeats van een melodie voorzien. De teleurstelling was groot toen bleek dat hij de enige was. De rest zong gewoon eigen nummers! Op het album Dream Harder (1993) kwam trouwens zo’n muzikaal Yeats-gedicht te staan: Love and Death.
Maar nu, zo’n twintig jaar na die eerste creatieve inval, is er zelfs een volledig album met alleen maar teksten van Yeats: An Appointment with Mr Yeats. Tegelijk is het muzikaal onmiskenbaar een Waterboys-album geworden. Dat blijkt al direct bij  het eerste nummer The Hosting of the Shee. De opkomende keys, de invallende drums, de strijkers, de meer dan lichte bombast en de wat raspende, maar altijd begeisterde stem van Scott. Het klinkt als een marching song. Blijf hier maar eens bij stilzitten!
Naast rock hebben The Waterboys in hun oeuvre ook altijd een voorliefde gehad voor de folkmuziek. Het sterkste is dat te merken op het al genoemde Fisherman’s Blues (1988) en de opvolger Room to Roam (1990). Maar ook op An Appointment… is gelukkig genoeg van deze kant te ontdekken. Logisch ook, want Yeats zelf was eigenlijk een soort Ierse Grimm die sprookjes en volksverhalen verzamelde en verwerkte in zijn gedichten en toneelstukken. Daarbij sluit muzikaal gezien een folky inslag natuurlijk heel goed aan. Deze kant hoor je goed op News for the Delphic Oracle. Het begint als een wals van een soort harmonie-orkest, om vervolgens uit te waaieren in een mini symfonie, maar wel in folky stijl. Steve Wickham tovert de mooiste klanken uit zijn viool. Scott zelf noemde dit gedicht een ‘passion play in drie delen.’ Yeats laat hier allerlei dichter en filosofen  uit de klassieke oudheid figureren, waarbij de god Pan het hele zaakje behoorlijk weet op te schudden. Dat spelen met allerlei mythische en filosofisch-culturele elementen (vergelijk ‘onze’ Gorter, Marsman en Gerhardt) is Yeats zeer toevertrouwd. In Mad as the Mist and Snow steekt hij zelfs letterlijk de gek met Horatius, Homerus, Plato en Cicero.
Een ander hoogtepunt van de plaat is de single Sweet Dancer. Dit liedje heeft een bedrieglijk eenvoudige melodie, waar Scott zo vaak in grossiert. Ik moest hier ook denken aan Springsteen. Zangeres Katie Kim zingt hier voor het eerst mee. Zij is gezegend met een dun laagje gruis op de stem, dat perfect past bij de vaak heel zintuigelijke teksten én Scott’s stem.
Het bekendste gedicht van Yeats, althans in Ierland zelf, is The Lake Isle of Innisfree. Dit eilandje ergens in één van de Ierse meren wordt bij Yeats tot een soort utopisch paradijs: I will arise and go now, and go to Innisfree/nine bean-rows will I have there,/and a hive for the honey-bee/and a small cabin of clay and/wattles made/and I will live alone in the/bee-loud glade. Je zou hier een mooie Ierse folksong bij verwachten, maar The Waterboys kiezen opvallend voor een soort van delta-blues. Dat pakt goed uit. Opnieuw excelleert hier Steve Wickham op zijn viool.
Yeats was in zijn tijd ook een groot voorvechter van de Ierse onafhankelijkheid en maatschappelijk zeer betrokken. Toen Ierse politici en de Rooms-katholieke clerici weigerden de eisen van de arbeiders om meer vrijheid en gelijkheid in te willigen, schreef hij een vurig gedicht: September 1913. In liner-notes op de site van The Guardian stelt Scott dat dit gedicht ook nu nog alles te zeggen heeft, in een tijd van corrupte bankdirecteuren, draaiende politici en priesters die zich aan kinderen vergrijpen.
Yeats was ook zeer betrokken bij de Ierse vrijheidsstrijd. Daarin vielen ook de nodige slachtoffers. Let the Earth bear witness is een soort In Memoriam voor hen, door Scott verzameld uit een aantal toneelstukken van Yeats: They shall be remembered for ever/They shall be alive for ever/They shall be speaking for ever/They shall hear them for ever. Tegelijk zijn de woorden zo universeel dat ze bijvoorbeeld ook zo toepasbaar zijn op 4 mei bij ons. Scott zelf schreef de muziek in juni 2009. Op dat moment waren in Iran de protesten tegen de corruptie rond de verkiezingen. Het maakte de tekst van Yeats hoogst actueel. In de videoclip wordt dat pijnlijk duidelijk.
Het album eindigt letterlijk feeëriek met The Faery’s last Song. Wat Tolkien en Lewis voor de proza betekenden, deed Yeats voor de poëzie: de Keltische cultuur en spiritualiteit daarin verwerken. In een mythologisch kader komen de grote thema’s aan de orde. Hier zijn dat de vergankelijkheid en het genieten. Twee thema’s die iemand als Prediker ook zo mooi bij elkaar houdt: Memento Mori én Carpe Diem. The Waterboys maken er een prachtig melancholisch liedje van, waarin een ‘virtuele fluitsolo’ (?) en nog één keer Katie Kim, het een extra dromerige sfeer geven.

Na een paar obligate albums – alhoewel, obligaat is bij The Waterboys altijd nog zeer goed verteerbaar; ieder album van hen kent op z’n minst een paar parels – komen The Waterboys met een werkelijk schitterend album. Volgens Wim Boluijt mag Mike Scott nu toch echt samen met die andere Ier, Van Morrison, aan het hoofd van de tafel zitten. In die tafelschikking spreek ik hem niet tegen…

Advertisements

73 gedachtes over “Recensie: The Waterboys An Appointment with Mr Yeats

  1. Mooie recensie zeg! Ik ben een groot liefhebben van Ierland en gefascineerd door de Kelten. Dit smaakt naar nader onderzoek.

    Eén ding: Mike Scott en Van Morrison aan het hoofd van de tafel? Van Morrison vind ik geweldig, dus die mag blijven zitten wat mij betreft. Maar beter is misschien een ronde tafel met gasten als Bono, Sinead O’Connor, Paddy Moloney, Glen Hansard, e.v.a…

    • Nee, wij (toch Wim?) bedoelen gewoon een rechthoekige tafel, met de rest echt op gepaste afstand van Van the Man en Mike Scott. Waarom? Wat mij betreft vanwege de grandeur van de songs van deze klasbakken.

  2. Nou, dan verschillen we daar weer ouderwets van mening! 😉 Hoewel, misschien moet ik die Scott eerst eens goed gaan checken. Maar ja, alsof Bono geen grootse songs geschreven heeft zeg…

    • Zeker, maar toch al weer wat langer geleden…. En Scott blijft ook dichter bij z’n Ierse wortels. Naast die laatste zou ik van The Waterboys het volgende checken:

      – allereerst hun meesterwerk ‘This is the Sea’ (APK!)
      – dan die beide genoemde folkplaten
      – Dream Harder (met een eerbetoon aan C.S. Lewis én Jimi Hendrix)
      – Too Close too Heaven (met restjes uit de opnameperiode van Fisherman’s Blues, maar minstens net zo schoon)

  3. Geweldig stuk Kees! Ook de muziek hierboven smaakt naar meer, hoewel ik er niet direct voor naar de winkel zou rennen. Maar het klinkt verrassend jong en fris.

    Die tafelschikking lijkt me geheel terecht, tenzij je patat eet ofzo. Maar dat hoeft hier ook niet aan tafel. Ik heb niks tegen U2.Sinead O’Connor en dergelijk, staan hier ook in de kast, maar het is veel duidelijker commerciële muziek. Dus ze mogen netjes aan de andere kant aanschuiven (zitten ze ook aan het hoofd van de tafel). Nee dan zou ik eerder The Pogues dichtbij de grootmeesters zetten…

    • Ik weet niet of het heel gezellig wordt met Shane McGowan aan tafel…
      Ik vind het onderscheid commercieel / niet commercieel in dit geval een beetje vreemd. The Waterboys en van Morrisson maakten ook commerciele muziek, in die zin dat ze graag optraden en platen verkochten. The whole of the moon is zelfs een grote single geweest.
      Een interessantere vraag is wie je graag in je team hebt, voor het geval er een irish pub gevecht uitbreekt. Dan komt Shane wel weer erg goed te pas. En de jongens van Flogging Molly.

      • Skid Row mag ook meedoen aan die pub fight en daarna mogen de dames Enya, Maire Brennan en Mary Black de verliezers troostend toezingen…

      • Ik denk dat iedere muzikant wel platen wil verkopen, maar de manier waarop verschilt. The Waterboys hebben door de jaren heen bewezen geen koerswijzigingen ten gunste van hun portemonnee te maken, terwijl als je in geval van Sinead O’Connor een liedje van Prince wilt gebruiken dat maar één doel heeft. Of in het geval van U2 met gekunstelde beats, flitsende brillen en een plaat met Pavarotti maken er ook niet om liegt. The Waterboys hebben inderdaad precies 1 hit gehad en zijn daarna onmiddelijk een meer folky en ingetogen geluid gaan maken. Ik gooi de handdoek in de ring, want in de pub drink ik liever 🙂

    • Je hoeft echt niet naar de winkel voor dit album, gewoon achter je pc dit album bestellen ;-). The Pogues mogen van mij ook wel in de buurt komen. Hun drie eerste albums heb ik pas in een boxje aangeschaft en het is goede muziek. Alhoewel, zo mooi als die twee folkalbums van The Waterboys wordt het niet.

      • Trouwens, beste jongens: het loopt hier intussen een beetje uit de klauwen. Ik probeer in alle ernst een lans te breken voor het meesterschap van Mike Scott en jullie zijn bezig om een pubfight te organiseren… Het was maar een beeld hoor, die laatste paar zinnen in mijn recensie. Het gaat om het grotere: de kunst van Yeats en The Waterboys. En kunst wil ik Glen Hansard, Enya, Sinead O’Connor en die hele rataplan niet noemen.

    • een held! Met band of acoustisch…hij schrijft mooie liedjes en voert ze fantastisch uit.

      • Held wil ik niet zeggen – ik ben vandaag in een spaarzame bui – maar een paar Frames-albums zijn heel goed te verteren en die soundtrack met die Oosteuropese dame is ook best mooi. Laten we zeggen dat hij net de schoenveters van Mike Scott mag vastmaken…

  4. hahaha!

    hij gaat weer lekker

    Ondertussen zit ik de laatste van The Waterboys te luisteren. Wel goed, niveau ‘The Cost’ van The Frames, zeg maar.Ik heb me nog niet verdiept in de teksten.

    • Kom, kom. De variatie is vele malen groter. The Waterboys beheersen gewoon het brede spectrum van rock, folk, blues en pop. Bovendien is die stem van Scott echt een stuk aparter. Kwestie van Cabral en Messi dus weer.

      • Water lijkt me een essentiëlere levensbehoefte dan zo’n frame. Over frames heeft een andere Mike nog een mooi liedje gezongen trouwens. Zo voel ik me na al jullie onbegrip:

    • Precies, en dat is nu net zo’n frame without a photograph…
      Broederlijk raad ik je aan dit album een kans te geven. Het zal je hart doen huppelen van zielevreugd.

  5. Oke, de hele ronde tafel dan wel rechthoekige tafeldiscussie met respectievelijke tafelhoofden mag van tafel. Terwijl ik naar het nummer Don’t Bang The Drum van het album This Is The Sea luister, ontdek ik op Allmusic.com dat die Scott helemaal geen Ier is… Hij is een Schot en heeft z’n groep opgericht in bloody England…

  6. Je bronnen beter raadplegen, broeder. Want ik lees:

    The Waterboys is een van oorsprong Britse en Ierse groep rond Mike Scott die in de jaren tachtig succes hadden en sinds 2000 weer actief is…. Na het verschijnen van This Is The Sea verandert er veel, Wallinger en Wilkinson vertrekken en Mike Scott verhuist naar Dublin. Hij wordt steeds meer beïnvloed door Ierse volksmuziek, country en gospel en dat is te horen op Fisherman’s Blues uit 1988. Het daaropvolgende album Room To Roam (1990) is nog meer Iers getint…

    Iers moet je misschien niet al te genealogisch nemen, maar is van essentieel belang bij The Waterboys/Scott.

  7. Tsja, dan is het de ene bron tegen de andere: Led by the literate singer/songwriter Mike Scott, the group’s sole constant member, the mercurial Waterboys formed in London in 1981. Born December 14, 1958, in Edinburgh, Scotland, Scott first became involved in music as the creator of the fanzine Jungleland and later played in a series of local punk outfits.

    In de jaren tachtig verhuisde de groep naar Ierland, Scott later nog naar New York om dan terug te keren naar Schotland: Soon Scott moved back to Scotland, where he began a lengthy stay at a spiritual commune; there he recorded the folk-tinged Bring ‘Em All In under his own name, apparently putting the Waterboys to rest for good.

    Dat hij zwaar beïnvloed is door Ierse/Keltische muziek, spiritualiteit en poëzie, dat moge inderdaad duidelijk zijn.

    Enfin, hier nog een mooie recensie:

    http://beautifulfreaks.nl/reviews/2011/09/the-waterboys-an-appointment-with-mr-yeats/

      • Je bedoelt Yeats? Die is inderdaad van de vorige eeuw…
        En als je – Scott zijnde – op zo’n leeftijd nog zo’n vitaal album kunt maken, ben je een gezegend mens. Maar goed, ik ben blij met je eerste vier woorden. The blind will see…

      • Dat heb je met die uitwaaierende lijnen hier, op een gegeven moment heb ik geen flauw idee meer waar welke lijn over gaat.

  8. the best of van de Waterboys is nu 3,49 bij play.com. Een leuke introductie. Maar als je maar één cd wilt kopen, zou mss beter this is the sea kunnen nemen.

    • Zeker leuke introductie, maar This is the Sea is het meesterwerk. Alhoewel mijn bovengenoemde tips ook niet te versmaden zijn.

      • Hé gozert, ik ben hier The Waterboys-kenner, ja?! En jouw pre-ocuppatie met aasetende insecten zegt mij ook genoeg. Het is maar goed dat ik vanavond niet kan chatten op DFM, want ik ben niet meer in een milde bui….

  9. @cornelis

    ik heb het nog eens even gecheckt (dat je niet denkt: die kletst maar wat uit zijn nek), maar This Is The Sea is inderdaad bekend materiaal voor mij, met de geweldige meeblèrer The Whole Of The Moon; een waar meesterwerk zou je kunnen zeggen.
    ik heb ook de nieuwe cd even beluisterd, maar waar gedateerdheid bij This Is The Sea geen criterium is (het album dateert tenslotte uit 1985) vind ik dat bij de nieuwste plaat wel een bezwaar. Ik begrijp dat je als diehard-fan je helden nooit loslaat, maar dit is toch echt muziek voor oude mannen. maar dat ben je toch ook, Kees?

    • Fijn dat This is the Sea je nog erg aanspreekt. Ik vind het ook een geweldige plaat, van APK-niveau, maar ik ben het niet met je eens dat ik An Appointment… alleen als diehard-fan waardeer. De beide vorige albums vond ik een beetje obligaat, niet zo urgent, maar hier hoor ik echt weer een gedreven Scott met ook prachtige arrangementen en het hele brede scale bestrijken, wat deze band in huis heeft. Dat hoor je, denk ik, ook niet in één (vluchtige?) beluistering.

  10. Ik heb alle drie de albums nu één keer beluisterd (dus ook Fisherman’s Blues) en ik kan ze alle drie (nu al) erg waarderen, nog zonder echt op de teksten te letten. Misschien betekent dat, dat ik ook een oude man aan het worden ben, maar dat boeit me eigenlijk niet zo. Het is de mousique die telt.

    • Right bro! Zijn we het wéér eens. ‘Dream Harder’ ook beluisterd? Daarmee kwam Mike Scott ‘keihard’ terug na een periode dat de band helemaal uit elkaar gevallen was. Hij heeft trouwens ook een paar solo-albums gemaakt, die ook erg mooi zijn. Vooral ‘Bring ‘em all in.’

  11. Pingback: APK: Into The Music by Van Morrison « mousique

  12. Vanmorgen ook weer naar ‘A rock in the weary land’ (2000) geluisterd. Deze zou ik in het bijzonder aan hen willen aanbevelen, die Scott van ‘ouderdom en gezapigheid’ betichten. Hier rockt hij er ouderwets (!) op los, met tegelijk toch ook nieuwere ritmes en dito instrumentatie. Bovendien staan er ook een paar onvervalste meezingers op, die je ook niet meer uit je hoofd krijgt.
    Tekstueel gebeurt er ook weer van alles. Prachtig is ‘Dumbing down the world’, niet zozeer vanwege de melodie, maar vanwege de inhoud. ‘Recorded in hell’ staat er humorvol onder in het tekstboekje en vervolgens worden Screwtape en alle andere duivels uit Lewis’ “Screwtape Letters” als zanger en muzikanten genoemd. Ook voert hij een stokoude dominee Rev. Isaiah Shelton in in het liedje ‘His Word is not his Bond’. Kortom: ook een gaaf album.
    Hier zo’n meezinger (excuses voor die rare plaatjes uit Brugge; er stond geen andere versie op Youtube)… Onberijpelijk eigenlijk waarom The Waterboys nooit stadions konden vullen.

  13. Zojuist de lp ‘This Is The Sea’ voor drie euro gekocht! En de cd ‘Motherland’ van Nathalie Merchant voor 5 euro. Bij het tweedehands platenzaakje bij mij (en Peter) om de hoek. Niet slecht toch?

    • Helemaal niet slecht, Daniel! Platen om te koesteren én te draaien! The Waterboys op vol volume s.v.p. Laat maar bangen die drums!

    • Ha, Nathalie Merchant’s Motherland! Terwijl jij dit album kocht draaide ik voor mijn studenten Henry Darger en vertelde ik ze (in het kader van outsider art, psychiatrie en volwaardig burgerschap) over het leven en werk van deze bijzondere kunstenaar.

      • Ach mensen, wat is dat toch een prachtig liedje… De tranen schieten spontaan in mijn ooghoeken als ik er alleen al aan denk.
        Enne Wim, college ook digitaal???
        Vandaag staat het toeval weer in z’n hemd!

    • Had ik ook niet hoor Daniel, maar evengoed is het wel een mooi liedje. Meester Wim gaat ons er vast meer over vertellen. Wij hangen aan zijn lippen (ik heb n.l. ook geen zin om te googlen).

  14. Henry Darger was een stille, terugetrokken levende man uit Chicago. Hij werkte jaren en jaren als schoonmaker in een ziekenhuis. In zijn vrije tijd tekende hij merkwaardige maar schitterende tekeningen die als illustratie dienden bij zijn verhaal over een aantal princessen die hij de Vivian Girls noemde. Zij vochten tegen de kindslavernij. Zijn kunst wordt gerekend tot de outsiderkunst (volstrekt unieke, in een zeker isolement gemaakte kunst die nauwelijks of geen aansluiting vindt bij bestaande kunststromingen). Pas toen Darger (die in zijn verhalen een soort superheld is, Captain Darger, die de Vivian Girls beschermt) naar een verpleeghuis ging, vond zijn hospita alle schrijfsels en tekeningen. Merchant’s liedje is een eerbetoon. Net als de naam van de Vivian Girls (de band).

  15. Pingback: Jaarlijstjes 2011 – laat je stem horen! « mousique

Reacties zijn gesloten.