APK: Daniel Amos Darn Floor – Big Bite

In onze rubriek APK (= Aanbevolen Persoonlijke Klassiekers) brengen de schrijvers van Mousique hun persoonlijke klassiekers naar voren. Enige missionaire drang is hen daarbij niet vreemd. Ze zijn over deze albums namelijk zo enthousiast dat ze deze van harte aanbevelen. Een verdere discussie in de ‘reacties’ hieronder is dan ook van harte welkom!

darn floor big bite2OPDRACHT

Jij, die ik niet redden kon,
Hoor mij aan.
Begrijp deze simpele taal, ik schaam mij voor een andere.
Ik zweer het, in mij vind je geen woordentover.
Ik spreek zwijgend tot jou, als een wolk of een boom.

Uit: De mooiste van Milosz, vertaald door Jeannnine Vereecken

Na een zevental albums brengt de Californische band Daniel Amos in 1987 Darn Floor – Big Bite uit. Ooit zijn ze begonen als een countryband. Vervolgens maakten ze muziek in de lijn van The Beach Boys en Crosby Stills, Nash & Young. Daarna komen ze onder invloed van new wave bands en ook krautrock. Binnen de hele scene van CCM-artiesten zijn ze al snel een buitenbeentje, niet alleen muzikaal, maar ook tekstueel. Het is intussen middenin de jaren ’80. Het zijn de jaren van Reagan en Bush sr. Er waait een conservatieve en sterk nationalistische wind door Amerika. De televisiedominees zijn niet van de buis te slaan en trekken én verdienen hun miljoenen, met God in hun broekzak; althans, zo lijkt het. Terry Taylor, zanger en liedjesschrijver ziet het allemaal met lede ogen aan. Hij is steeds meer onder de indruk gekomen van het mysterie van God en geloven. Volgens hem weten we meer níet dan wél over God. Metaforen zijn voor hem het meest geschikt om iets over God te zeggen. Taylor staat daarmee in een lange traditie van de zgn. ‘negatieve theologie’ en de mystiek. Ook een dichter als Milosz heeft hij verslonden, die immers de kunst verstaat om in hoogst originele en soms ook provocerende beelden het Geheim te verwoorden. Op een dag leest Taylor in National Geographic over de gorilla Koko. Geleerden hadden deze aap een vorm van gebarentaal aangeleerd om eenvoudige woorden te verbeelden. Toen er op een gegeven moment een aardbeving was, gebaarde de gorilla: ‘Darn’ floor, big bite (‘darn’ is een (bastaard)vloek). Taylor vindt dit een geweldige metafoor voor hoe wij mensen maar zeer moeizaam in staat zijn woorden te vinden voor Gods wereld en wonderen. De titel voor het nieuwe album is geboren en de band begint te musiceren, waarbij Taylor zijn poëtische en beeldrijke teksten schrijft.

De vorige plaat was Fearful Symmetry geweest. Hiermee had Daniel Amos de zgn. Alarma Chronicles afgerond: een immens project van vier platen, met elk hun eigen muzikale sfeer en inhoudelijke gerichtheid. Fearful Symmetry was een nogal romantische plaat geworden met veel synths, samples en andere electronica. Nu bij Darn Floor – Big Bite besluiten ze het muzikale roer om te gooien. Het moet een gitaarplaat worden. Nu hebben ze met Greg Flesch een klasse-gitarist in huis. Hij is wetenschapper bij de NASA, maar wat hij uit z’n snaren tovert, getuigt van een grote ruimtelijkheid en experimentaliteit. Bassist Tim Chandler speelt meer als een gitarist: melodieus en vaak ook heerlijk dissonant. Ed McTaggart drumt daarbij stuwend en vernieuwend. Kortom: de band heeft in klassieke rock-bezetting genoeg in huis om de keyboards (bijna) te kunnen missen. Toen ik het album voor het eerst hoorde, eind jaren 80, vond ik er niet zo veel aan. Ik vond het te arty, te experimenteel en tekstueel kon ik er ook niet zoveel mee. Totdat ik in 2008 de geremasterde versie via de website van de band aanschafte. Het geluid is fantastisch ‘afgestoft’ en het album klinkt zo verschrikkelijk fris. Muzikaal is het ook zo uniek. Natuurlijk hoor je invloeden van Talking Heads, XTC en The Cure, grote bands uit de jaren 80. Dat de Beach Boys en The Beatles grote helden zijn van deze band is ook onmiskenbaar. Het opzwepende van een band als Violent Femmes laat zich ook terughoren. Maar Darn Floor – Big Bite heeft vooral een eigen, geweldig, geluid. Helaas vinden dat in de jaren ’80 niet veel mensen, want het album verkoopt voor geen meter. Dat de bandleden zich daarna ‘verstoppen’ in de humoristische band The Swirling Eddies lijkt hier alles mee te maken te hebben. Deze band doet het commercieel trouwens een stuk beter.

Graag loop ik met u het album nog even nummer voor nummer door. Beat Menace kenmerkt zich door heerlijk dissantie gitaar- en pianoakkoorden. De baslijn kringelt daar wellustig omheen. Het liedje is een scherpe aanklacht tegen de kerk die kunstenaars geen ruimte geeft. Het lijkt me behoorlijk autobiografisch. Strange Animals is muzikaal wat luchtiger, maar tekstueel gaat het over ’s mensen onvermogen om echt te communiceren. Het titelnummer kent een vette bas. Het derde couplet is als een De Profundis:

Illuminate my muddled heart
Sweep the shadows from my mind
So I might imagine wat you are like
And understand the great design.

Earth Household is rechtstreeks ontleend aan een gedicht van Czeslaw Milosz. In het gedicht De Wereld (een naïef gedicht) begint Milosz met het schetsen van een eetkamer. Het bracht Taylor op het idee om de aarde als een huis te tekenen, waarover wij mensen de zorg dragen. Helaas gaat er in dat rentmeesterschap genoeg mis. Dit rustige en melodieuze liedje vond ik altijd al prachtig, vooral door het gebruik van een (jawel!) panfluit. Alleen werd deze mythe wreed verstoord, toen ik in de liner-notes las dat deze ‘fluit’ uit een synthesizer komt. Het liedje doet ook aan The Cure denken, ten tijde van Head on the Door.  Safety Net is een gejaagd nummer, met opnieuw een zeer stuwende bas. Het is ook een prachtig liedje over de vreemde en soms ook verbijsterende genade, die alles te maken hebben met onze eigenwijsheid en hardleersheid. Theologisch gezien is Kohlbrügge hier niet ver… Pictures of the gone World begint zeer ruimtelijk. Op de koptelefoon lijkt het wel een beetje dub! Het schiet heen en weer. Taylor heeft Adam en Eva in een postmoderne setting gezet en het verlangen naar het verloren paradijs is bijna voelbaar. Vervolgens komt er een heuse lovesong (met een soort Hawai-gitaren en een Polynesisch ritme; het lijkt wel wereldmuziek!): Divine Instant. Sterker nog: het gaat over geconsumeerde liefde, over de coïtus dus. Prof. H.W. de Knijff schreef al een prachtige fenomenologie over de seksualiteit in de dikke pil Venus aan de Leiband, maar Taylor heeft er maar een vier-minuten-song voor nodig! De eenwording beschrijft hij daarin als volgt:

But we find ourselves here
It’s the right time for love
In this divine instant
We are time standing still

Deze buitentijdse ervaring doet Taylor ook denken aan de dood, als hij zingt dat hij de schedel in haar lichaam ziet en zou willen sterven in haar armen. Eros en Thanatos liggen dicht bij elkaar, stelde Freud immers al. Tegelijk maakt Taylor het in de liner-notes een stuk lichter als hij humorvol schrijft: ‘I humbly suggest that if any of you guys out there want to get the romantic flame going with your wife tonight, that you just pop this puppy on your stereo, turn to your beloved and innocently say “Those Daniel Amos guys sure are crazy aren’t they? Oh well, I wonder what this song is about… ya have any ideas, sweetheart?” Vanavond eens proberen… Half Light, Epoch and Phase begint met een The Edge-achtige riff, maar dan van het rustige en zachte soort. Prachtige gedaan. Vervolgens zingt Taylor over de spiegel waardoor we in raadsels zien, waar geloof en twijfel door elkaar liggen. Het instrumentale intermezzo in het nummer is als een dans tussen gitaar, bas en hi-hat. The Unattainable Earth is opnieuw geïnspireerd op een gedicht van Milosz. De aarde is ten diepste onbereikbaar. We doorgronden zoveel helemaal niet. Taylor heeft zich er bij neergelegd: My questions right now don’t need all the answers. Het slotlied The Shape of Air is bijna een worshipnummer met heuse communitysinging. In het koor doen diverse partners mee, met daarnaast bevriende collega’s zoals Gene Eugene, Riki Michelle, Mike Stand en Ric Alba. Het lied trilt van verlangen naar een andere wereld en de glimpjes die we er nu soms al van mogen ontdekken. Wat mij betreft heeft Darn Floor – Big Bite zelf al iets eeuwigs. Het is tijdloos en verwijst als een gelijkenis naar iets ‘van meer dan aards geheimenis.’ (Jan Wit)

34 gedachtes over “APK: Daniel Amos Darn Floor – Big Bite

  1. Wow, wát een goed verhaal! Als alle APK’s zo zijn, hoop ik dat er nog vele volgen! Ik zal er ook ff een aparte categorie van maken, naast ‘digging deeper’ etc.

    Mooi geschreven, Kees. Ik heb het met veel aandacht gelezen. Ik ken DA niet heel goed, maar heb Terry Taylor hoog zitten vanwege Lost Dogs en Swirling Eddies. Uiteraard triggert dit wel om DA te gaan ontdekken. Wellicht vereist dat meerdere luisterbeurten, want ik word niet direkt gegrepen door de drie songs hierboven. Maar ik moet eerlijk zeggen dat dat ook komt door die duidelijke 80’s sound, waar ik heel weinig mee heb…

    Maar goed, ik neem aan dat ze in de jaren negentig ook mooi werk hebben gemaakt?

    • Voor zulke muziek uit de jaren ’80 kun je mij wakker maken! Want het is zo’n prachtige mix van harde ruimtelijke drums, prachtig gitaarwerk van Greg Flesch (die man is echt een tovenaar!) en melodieuze en creatieve baslijnen. En onze Ed McTaggart kan ook geweldig zingen. Die stem van Taylor trek je blijkbaar wel. Daar moet je namelijk ook aan wennen. Hij is één van de allergrootste songwriters of all times, durf ik hier wel te stellen. Bijna alle liedjes van The Lost Dogs zijn ook van zijn hand. Hij kan de cultuur als geen ander peilen en hier de vinger bij leggen. Hij kent de grote schrijvers als Lewis, Flannery O’Connor, T.S. Eliot, Chesterton en Charles Williams, en dus Milosz. Dat merk je in taal en metaforen. Hij is intussen zélf een groot lieddichter.
      Mooie platen die duidelijk wat meer jaren-’90-en-daarna-muziek bevatten, zijn ‘Motorcycle’ en ‘Mr. Buechner’s dream’. Die laatste is zelfs een dubbelcd. Ik doe van beiden een liedje om een idee te geven:

      • ‘Songs of the Heart’ is trouwens ook een prachtige plaat. Zelfs een heuse conceptplaat over Bob en Elsa Beckendorf, een Amerikaans stel dat van alles meemaakt. Ik heb zelf een drie cd-uitgave, met een prachtig boekje erbij. Nog altijd te krijgen via de eigen website. Op ‘Songs of the Heart’ staan ook prachtige liedjes op, zoals deze:

        http://www.danielamos.com/da/songsoftheheart/

      • Eh, dat ging niet goed met dat liedje. De link naar de albumtitels is natuurlijk ook interessant, maar ik bedoelde dit liedje, met een praatzingende Taylor, afgewisseld met een prachtig refrein en een lyrische gitaar:

  2. Kijk, deze twee liedjes trek ik veel beter! Ik ben erg benieuwd naar dat Buechner-album, alleen al omdat ik Buechner zelf ook erg goed vind.
    Dat Terry Taylor geniaal is, lijkt mij buiten kijf. Eén van de meest onderschatte, onbekende artiesten uit de popmuziek.

    • Dat dacht ik al. Mr. Buechner’s dream bevat naast zulke perfecte popliedjes ook de avantgarde kant van Daniel Amos. Neem zo’n liedje als ‘Meanwhile’. Dit is ook typisch Daniel Amos, die heerlijke gitaarritmes, tegendraads en daaroverheen die dromerige en tegelijk scherpe stem van Taylor. Dit klinkt ook nog wel als de oude Daniel Amos. Hier te beluisteren (er is geen Youtube-filmpje van):

      http://hypem.com/#!/item/12ysc/Daniel+Amos+-+Meanwhile

    • Met jouw geheugen is helemaal niets mis, broeder. Dit wist ik mij trouwens zelf ook nog vaag te herinneren (maar ja, ik ben iets ouder ;-)).
      Wie weet gaat Wim B. over deze APK ook nog iets zinnigs melden. Hij heeft er genoeg verstand van…

    • Dan moet ik toch ook het titelnummer noemen, omdat Taylor hierin een ontmoeting creëert van zijn (en Buechner’s!) favoriete schrijvers rond de open haard. De lyrics zijn zo beeldend:

      Old Chesterton with his cherubs face
      Greets Lewis by the fireplace
      And Miss O’Connor dressed in southern grace
      Can’t keep up with Mr. William’s pace

      The night concealed
      But love revealed
      The players in this scene
      And Wimsey rides
      The Wizard’s Tide
      In Mr. Buechner’s dream

      Eliot in tweed and smoke
      Laughs at G.K.’s bawdy joke
      And Carroll in his Oxford’s coat
      Pulls a talking rabbit from his cloak

      Arriving late
      Percy gravitates
      To miss Sayers and Mr. Greene
      And Wimsey rides
      The Wizard’s Tide
      In Mr. Buechner’s dream

      • Inderdaad geweldig! Buechner vind ik briljant, Lewis ook, van Elliot heb ik lang geleden eea gelezen. Peter en Daniël zijn lyrisch over O’Connor, die ik dan weer niet ken, net als de andere auteurs.

  3. zo Kees, je legt de lat meteen hoog. ik moet even een hele lange aanloop nemen voor ik mijn APK voor het voetlicht durf te brengen…

    • Nou Peter, ik heb hier ook extra mijn best op gedaan, omdat ik – net als Daniel – vind dat Daniel Amos en Terry Taylor erg onderschat zijn. En om iemand aan te bevelen moet je ook genoeg aanbevelenswaardigs te berde brengen. Zoveel stof zal echt niet elke APK mijnerzijds opleveren. Alhoewel, kort van stof zijn, vind ik best lastig😉

  4. Heren, ik zie uw duistere rede slechts door een spiegel van elektronisch vernuft. Bij het lezen van alle beschouwingen alhier neig ik een enkele keer tot naar het plaatsen van een reactie (niet in de laatste plaats omdat Kees mij hier al eerder toe aangespoord heeft), maar eerder genoemde onbekendheid met aangezicht en ook wel vergezicht verhinderen dit. Soms maar ternauwernood, zoals toen u allen sprak over en van de 77’s. Ik was op de hoogte van Kees’ voornemen om een stuk over DA’s DFBB te schrijven. Na het stuk gelezen te hebben en vervolgens op het door Kees met enige voorzichtigheid geformuleerde appel gestuit te zijn, kan een korte reactie niet uitblijven. Het gaat hier tenslotte om de man (Terry Taylor) die al zo’n kleine dertig jaar een belangrijke plaats in mijn elementair universum inneemt. U kunt de opmerkingen die volgen lezen als aanvullingen op Kees’ analyse van zowel de band als de plaat.

    Waar de theologische duiding voor TT en consorten wellicht wel houdt snijdt (hoewel men naar mijn mening voorzichtig dient te zijn met het bepalen van het wezen van kunst door middel van de theologie), is dit veel minder, en zelfs wellicht nauwelijks, het geval inzake het werk van Ceslaw Milosz. Kees spreekt in verband met deze dichter zelfs van ‘het Geheim’. Dit suggereert meer mystiek dan ik in Milosz’ werk lees. Het voert hier te ver om middels allerhande tekstfragmenten argumenten hiervoor aan te dragen. DFBB is in tekstueel opzicht voornamelijk gebaseerd op Unattainable Earth, een bundel gedichten die in 1986 in de Verenigde Staten (waar Milosz doceerde aan de University of California in Berkely) verscheen. In alle teksten van DFBB kom je verwijzingen of citaten naar deze bundel tegen. Bijvoorbeeld de zin ‘Are armies that march across frozen ground’ uit Safety Net. Kees legt hier in aanvang een verband bloot dat eigenlijk een essay verdient.

    Kees spreekt van CSNY als één van de invloeden op het zogeheten vroege geluid van DA. Waar de eerste twee platen inderdaad sterk door (outlaw) country beïnvloed zijn, geldt dat het nog altijd fraaie Horrendous Disc uit 1978 meer doet denken aan een band als ELO dan aan CSNY. Overigens, Horrendous Disc werd opgenomen voor Larry Norman’s vermaarde Solid Rock Records. De door Norman veroorzaakte problemen inzake release, rechten en royalty’s zouden het begin van de zowel artistieke als commerciële teloorgang van de blonde zanger betekenen. Daarna volgde ook nog de breuk met Randy Stonehill. Toen ik Sam Phillips in de jaren negentig na een Twee Meter Sessie interviewde en Larry Norman aan de orde kwam, sprak ze bepaald niet lovend over Norman. Maar dit geheel terzijde. U ziet, het loopt toch weer enigszins uit de hand. Wie de raadgevingen van het eigen gemoed in de wind slaat…
    Een laatste opmerking dan maar. De verwijzing naar Violent Femmes (een bespreking van deze band en haar enigmatische voorman Gordon Gano – uitgezonderd Prince is er niemand die zo boeiend over seks en God heeft gezongen als hij – zou op Mousique wel op zijn plaats zijn) begrijp ik niet. Daarvoor heeft noch de muziek, noch de thematiek van de teksten van beide bands in mijn ogen genoeg raakvlakken.

    Al bij al? Lof voor Kees dat hij het opneemt tegen de aan deze band knagende vergetelheid! Maar voordat ik geen weerstand meer kan bieden aan een poging tot het fileren van GMI, de organisatie van het Flevo Festival (ooit maakte ik daar zelf deel van uit), de EO en nog zo wat organisaties die de kwaliteit van deze band zelden of nooit recht hebben gedaan, lijkt het me wijs om te besluiten met een oproep: ga uzelf verdiepen in het oeuvre van DA en Terry Taylor (en dan met name Knowledge & Innocence uit 1986 en A Briefing For The Ascent uit 1989). Dan komt u ook William Blake tegen, bijvoorbeeld. En Randy Stonehill. Nooit zong hij mooier dan in Song Of Innocence.

    Naschrift. Aarzeling besloot voor mij. En in mij. Dus stuurde ik Kees eerst dit stuk toe. Hij reageerde als volgt: ‘En Milosz is volgens mij toch echt mystieker dan jij vindt. Heb je Theologisch Tractaat wel eens gelezen en die gedichten over geloof, hoop en liefde?’ Vervolgens spoorde hij mij opnieuw aan. En ging ik overstag. Met als aanvulling een gedeelte uit Six Lectures In Verse (Lecture V) van Milosz.

    We rejoice at having been spared the misfortune
    Of countries where, as we read, the enslaved
    Kneel before the idol of the State, live and die with its name
    On their lips, not knowing they’re enslaved.
    However that may be, The Book is always with us,
    And in it, miraculous signs, counsels, orders.
    Unhygienic, it’s true, and contrary to common sense,
    But they exist and that’s enough on the mute earth.
    It’s as if a fire warmed us in a cave
    While outside the golden rain of stars is motionless.
    Theologians are silent. And philosophers
    Don’t even dare ask: “What is truth?”
    And so, after the great wars, undecided,
    With almost good will but not quite,
    We plod on with hope. And now let everyone
    Confess to himself. “Has he risen?” “I don’t know.”

    Mystiek? Zo zou ik dit niet willen noemen. Liever spreek ik van een antropologische hoop die bij Milosz altijd alleen maar vorm en inhoud kan krijgen als ze wordt gedeeld door mensen. Mocht u de indruk hebben dat ik met de stilte van de theologen Kees het zwijgen probeer op te leggen, dan zal zijn reactie u stellig van gedachten doen veranderen: ‘En ja, ik kan mijn theoloog zijn ook niet uitdoen als een mantel. Zoals jij jouw filosofische habitat toch erg vaak meeneemt in jouw recensies.’

    • @ Wim: Dank voor je uitvoerige reactie, die werkelijk hout snijdt. Puntsgewijs:

      – ELO lijkt me een hele goede aanvulling als invloedrijke band op DA
      – Violent Femmes kwam ik in mijn speurwerk tegen. Ik vond het in eerste instantie ook wat vergezocht, totdat ik bedacht dat het provocatieve en de verbinding tussen het fysische en metafysische wel iets is wat beide bands delen. Violent Femmes is wel meer teen-angst, zeg maar.
      – Songs of Innocence heb ik nog op tape (!). Een prachtig bijna dromerig album. Randy Stonehill zingt hier prachtig. Sowieso ook een vergeten artiest. Zijn vroegere werk, maar ook ‘Starlings’ is prachtig, totdat hij een clown werd…
      – Jouw interview met Sam Philips (dat was toch voor Aktie?) kan ik me nog herinneren. Hoe muzikale broeders en zusters uit elkaar kunnen groeien; tragisch. Want het waren allemaal grote talenten
      – Die hoop van Milosz is volgens mij echt wel transcendentaal. Mooi hoe hij dat verwoordt in ‘De andere ruimte’:

      Hoe ruim zijn de kamers van de hemel!
      Te betreden langs trappen van lucht.
      Boven de wolken hangen de tuinen van Eden.

      De ziel rukt zich los uit het lichaam en zweeft,
      Ze weet nog: er is hoogte
      En laagte.

      Zijn we het geloof in de andere ruimte echt verloren?
      Zijn Hemel en Hel verdwenen, vergaan?

      Hoe het Heil tegemoet gaan zonder onaardse weiden?
      Waar vindt de bond van de verdoemden een woning?

      Laat ons wenen, weeklagen om het grote verlies.
      Het gezicht met kool schminken, de haren losmaken.

      Smeken, dat de andere ruimte
      Ons wordt teruggegeven.
      Dit doet natuurlijk sterk denken aan die ‘man met de lamp’ van Nietzsche, die ook treurde om de dood van God, om de metafysische leegheid. Toch zie ik hier meer hoop en ook verlangen. Uiteindelijk is het een gebed. Terry Taylor schrijft ergens in de liner-notes van DFBB: ‘The Best prayer is usually ‘Help me!’ en dat lijkt me ook een goede samenvatting voor bovenstaand gedicht.

  5. Zo hallo. Dat zijn nog eens comments. Daar moet ik ff een week voor gaan zitten, om zo’n gedicht te doorgronden en alle herinneringen die nu bovenkomen (Leslie/Sam Philips, Randy Stonehill, Larry Norman…) te verwerken.
    Over artiesten uit die oude doos gesproken: tijdens de afgelopen mousique-avond heb ik de aanwezigen het nummer ‘River On Fire’ van Adam Again laten horen. Die waren daarvan best onder de indruk. Maar ik denk dat ik de heren Boluijt en van den Berg niets hoef te vertellen over Gene Eugene en consorten… Het is eerder een hint om los te barsten in een volgende lofzang op een door de vergetelheid en onderwaardering aangetaste topband…

    • Adam Again was groots. Ik heb ze nog zien optreden op Springrock in Dordrecht: snoeihard en superstrak. De enige woorden die Gene Eugene ons toevertrouwde waren dat de broodjes kroket zo lekker waren in Nederland. Het was net na het verschijnen van ‘Homeboys’, een geweldige funk en rockplaat over het harde stadsleven van Los Angeles. Met daarin de parels van intermenselijke en bovenmenselijke liefde.
      ‘Dig’ is ook een prachtige plaat. Daarop staat ‘River of Fire.’ En niet te vergeten ‘Hopeless, etc.’ Over antropologische én mystieke hoop gesproken…

  6. ‘Homeboys’ en ‘Dig’ heb ik beiden op één cdtje staan; een speciale uitgave die ik ergens voor 5 euro in een christelijk boekhandeltje trof. Over onderwaardering gesproken.

    De muziek van Adam Again vind ik moeilijk te duiden. Je noemt het ‘funk en rock’ en ik begrijp wat je bedoelt, maar het is toch heel anders dan de funk van Bootsy.

    Het nummer ‘Worldwide’ op Dig vind ik trouwens ook geweldig.

    • ‘Homeboys’ is meer funk dan ‘Dig’ en ‘Ten Songs of Adam Again’ is weer meer funk dan ‘Homeboys.’ Let op die wah-wah gitaartjes en die plukbas, maar niet op de James Brown en George Clinton manier. Iets minder dansbaar, iets blanker misschien. Ze schoven steeds meer op richting rock, hele zware rock zelfs. Het werd ook steeds donkerder en depressiever. Ik heb me ook altijd afgevraagd wat nu de doodsoorzaak van Gene Eugene was…
      ‘Worldwide’ is zeker een prachtnummer, in al z’n eenvoud. Die tekst is ook prachtig: ‘The Spirit weeps for all of us…’

  7. Wikipedia:

    Gene Andrusco died in his sleep on March 20, 2000 in his studio. Friends said that Eugene hadn’t been feeling well in recent weeks and complained of headaches the day before his death. Eugene divorced singer Riki Michele in 1994, but the two remained close until the time of his death.

    Gene Eugene pionierde trouwens ook met christelijke hiphop – daar lijkt toch weer een verbinding met z’n funkliefde te liggen.

    • Die Eugene was ook een groot man achter de knoppen in de studio. Wikipedia weet ons te melden dat hij dat deed bij de volgende albums (en dan zullen er nog wel vergeten zijn):

      Various Production/Recording Credits
      Everything Is Now, The Holidays, 1988, Producer
      Outdoor Elvis, The Swirling Eddies, 1989, Mixing, Engineer, Vocals, Guitars and Keyboards
      World Theatre, World Theatre, 1989, Producer, Mixing
      Back From Euphoria, The Reign, 1989, Producer, Guitar, Mixing
      Live Bootleg ’82, Daniel Amos, 1990, Final Mix Engineer
      Wonderama, Randy Stonehill, 1991, Executive Producer
      Human Condition, Human Condition, Image Records 1991, Producer++
      Grieve, Sincerely Paul[1](the band is now called SLIDE), 1991, Mixing
      Kalhöun, Daniel Amos, 1992, Engineer
      MotorCycle, Daniel Amos, 1993, Piano & Engineer
      Stories, Randy Stonehill, 1993, Recorded by Gene Eugene
      Forum, Undercover, 1994, Engineer, Mixing, Executive Producer
      Drowning with Land in Sight, The 77s, 1994, Executive Producer
      BibleLand, Daniel Amos, 1994, Piano, Mixing, Engineer, Executive Producer
      Eve, Over the Rhine, 1994, various recording and mixing
      Zoom Daddy, The Swirling Eddies, 1994, Mixing, Engineer, Guitar, Vocals and Keyboards
      Tom Tom Blues, The 77s, 1995, Executive Producer
      Songs of the Heart, Daniel Amos, 1995, Keyboards, Mixing, Engineer, Executive Producer
      Sacred Cows, The Swirling Eddies, 1996, Mixing, Engineer, Guitars, Vocals and Keyboards
      Aunt Bettys, Aunt Bettys, 1996, Producer, Engineer
      Missile Toe, Pspazz, 1996, Producer, Engineer, Mixing
      Americana, Starflyer 59, 1997, Producer, vibraphone, organ
      The Fashion Focus, Starflyer 59, 1998, Producer, keyboards, bass guitar
      John Wayne, Terry Scott Taylor, 1998, Mixing, Keyboards
      Simulcast, Kosmos Express, 1998, Producer
      Attack of the Screamin’ Rays, The Screamin’ Rays, 1999, Keyboards
      Everybody Makes Mistakes, Starflyer 59, 1999, Producer, keyboards
      Cush, Cush, 2000
      When Worlds Collide: A Tribute to Daniel Amos, Various Artists, 2000, Engineer
      Imaginarium: Songs from the Neverhood, Terry Scott Taylor, 2002/2004, Recording and Mixing, Bass, Keyboards, WahWah, Percussion

  8. Het mooiste album van Adam Again is Perfecta (1995). Eugene bezingt hier het naderende einde van zijn huwelijk met Riki Michelle (ook lid van de band). Volgens mij heeft deze band alles wat REM ook heeft en is ze tevens de funk deelachtig. Opmerkelijk.

    Kees, het zal mijn filosofische inslag zijn, maar ik maak een onderscheid tussen mythe en transcendentaal. Het voert te ver om dat hier nader te beschouwen. Ik meen in Milosz’ teksten een ‘geaard geloof’ (wel een stekker maar geen snoer, wel stroom maar geen verbinding, tenzij een dwarsverbinding) te ontwaren. Maar, eerlijk is eerlijk, ook jij slaat een spijker op de kop.

    Dan nog even over DA. Onder het hardlopen bedacht me zojuist dat de opmerking over Greg Flesch een aanvulling verdienen. De eerste gitarist van Daniel Amos, Jerry Chamberlain, had namelijk een rock ’n ‘roll/new wave ‘aanslag des gitaars’ (sorry, ik liep even vast in mijn betoog en dan is het schijnbaar putten uit de rijkelijk gevulde bron der Tale Kanaäns altijd een oplossing). Daarom klinken de albums voor de komst van Greg Flesch meer op het scherpst van de snede. Het is geen toeval dat Taylor in New Car! van Doppelgänger (hun beste album, denk ik) luidkeels roept: “Rock on, Jerry!” Op dit album weerklinkt vooral de invloed van T. S. Eliot (in Hollow Man).

    Dit is T. S. Eliot (uit het eerste deel van The Hollow Men):

    We are the hollow men
    We are the stuffed men
    Leaning together
    Headpiece filled with straw. Alas!
    Our dried voices, when
    We whisper together
    Are quiet and meaningless
    As wind in dry grass
    Or rats’ feet over broken glass
    In our dry cellar

    Shape without form, shade without colour,
    Paralysed force, gesture without motion;

    Those who have crossed
    With direct eyes, to death’s other Kingdom
    Remember us — if at all — not as lost
    Violent souls, but only
    As the hollow men
    The stuffed men.

    Dit is Daniel Amos (het begin van Hollow Man):

    We are the empty men, we are the masked men
    Resting together, cavity, stuffed with straw
    Figure, without shape, shadow, without nuance
    Impotent power, the empty men
    Movement, without action
    All who have gone with true vision
    To death’s higher dwelling, may recall us here
    Not as ‘damned, destructive ghosts
    But only as the empty men
    Simply as the masked men

    Terry Taylor wilde oorspronkelijk T. S. Eliot’s The Hollow Men op muziek zetten, maar daarvoor kreeg hij van de rechthebbenden geen toestemming. Overigens is Eliot ook aanwezig in The Unattainable Earth van DFBB:

    Gestures freeze in the air
    Filled by those born later
    Dead men spoke words here
    Heard before and after

    Tenslotte, dat Horrendous Disc aan ELO doet denken is voor een groot deel te danken aan toenmalig DA-toetsenist Mark Cook.

    • Hé Wim, ik meldde toch al eerder dat jij er echt verstand van hebt!😉 We hadden die APK gewoon samen moeten schrijven… Hoewel, zo met deze comments wordt het toch ook een mooie mousique-o-theek (vergeef me dit lelijke woord).
      Doppelgänger is ook schitterend. Helaas heb ik die Alarma Chronicles alleen op tape. Ik behoorde niet tot de gelukkigen die de ooit uitgegeven verzamelbox wist te bemachtigen. Op E-bay doet dat ding nu honderden dollars. Tja, er zijn grenzen…
      Welke gitarist heeft nu eigenlijk jouw voorkeur? Bij mij is dat Greg Flesh. Maar laten we echt die bassist Tim Chandler ook niet vergeten. Op de koptelefoon viel me nog op hoe inventief hij bast!

    • ‘Perfecta’ is zeker een mooie plaat, hoewel ik hem ook wel erg donker vind. Begrijpelijk qua thematiek natuurlijk. ‘Dig’ vind ik wat lichter van toon (muzikaal en tekstueel), hoewel dat voor Adam Again-begrippen natuurlijk wel weer relatief is. Ze houden nu eenmaal van mineur (en ik ook).

  9. Pingback: APK: The Choir – Circle Slide « mousique.nl

  10. Pingback: Recensie: Daniel Amos – Dig Here Said The Angel | mousique.nl

Reacties zijn gesloten.