Recensie: Genève 1551

De Psalmen behoren tot één van de oudste liederenbundels die er zijn. Het zijn in feite ook gebeden. Maar het is ook poëzie, die tot op de dag van vandaag van grote invloed is op talloze andere poëzie. Boven alles zijn die Psalmen bedoeld om te zingen. Of dat nu in de tempel, de synagoge, de kerk of op de katoenplantage gebeurde. De zangwijze ervan is door de eeuwen zeer divers geworden. Psalmen worden Gregorgiaans gezongen in de rooms-katholieke kerken en kloosters. De manier in de Engelse Anglicaanse kerk lijkt hier op, maar is toch weer anders. En in de Oosters-orthodoxe kerk gaat het weer anders. In de Reformatorische kerken is het Geneefse Psalter van zeer grote invloed geweest. Dit is niet los te zien van Johannes Calvijn, die vond dat de Psalmen niet door kundige koorleden of monniken alleen gezongen moest worden, maar door de hele zingende gemeente, door Jan en alleman. Vandaar dat hij een stel dichters en componisten vroeg om de Psalmen op rijm te zetten en ze van een eenvoudige melodie te voorzien. Aldus geschiedde. Er ontstonden verschillende bundels, die uiteindelijk bij elkaar gevoegd werden; alle 150 Psalmen bij elkaar, gereed om in de kerk gezongen te worden. Eén van de bundels was Pseaumes octantetrois de David. Deze was uitgekomen in het jaar 1551 (houd dit even vast, geachte lezer; als u er nog bent…)

Dit hele Geneefse Psalter is ook naar Nederland getransporteerd, dat in de zestiende eeuw onder grote invloed stond van het calvinisme. Natuurlijk kwam er een Nederlandse berijming. Eerst die van Petrus Datheen. Later de berijming van 1773, de zgn. Oude Berijming en in 1967 de Nieuwe Berijming, maar allemaal op diezelfde Geneefse melodieën. Zelf ben ik daar ook groot mee geworden. Ik leerde ze op school en zondagschool. Ik heb ze zelfs nog iso-ritmisch gezongen, oftewel ‘op hele noten’, langzaam en gedragen. Je kunt ervan vinden wat je wilt, maar het is op zichzelf zeer opmerkelijk dat deze Psalmmelodieën nog steeds breed gezongen worden. Blijkbaar zijn ze ijzersterk, anders hadden ze de eeuwen niet doorstaan.

Gerrit van der Scheer (ex-Bonne Apart en Adept), zijn vrouw Ilse Hamelink en zijn broer Arend-Jan van der Scheer (LPG) kregen het lumineuze idee om deze Psalmmelodieën in een modern indie- en folkjasje te gieten. Ze wilden dat doen op de manier van Grizzly Bear’s Yellow House: atmosferisch, een mix van akoestisch en elektrisch en ‘hemelse’ vocalen. In eerste instantie was het de bedoeling dat ze hun Psalmenproject zouden laten horen op het festival Motel Mozaïque van dit jaar. Ze noemden zichzelf toepasselijk Genève. Het project sloeg echter zo aan, dat men er ook een album van heeft gemaakt. Ook daarvan is de titel veelzeggend: 1551. Het gaat om een zevental Psalmen, die allemaal uit die bundel uit 1551 komen, waarbij één Psalm twee keer terugkomt: als intro en als slotlied. De cd duurt al met al iets meer dan 20 minuten. Je zou het dus met goed recht ook een ep kunnen noemen.

‘Bij snarenspel’ staat er vaak boven een Psalm. Het album begint dan ook veelzeggend met prachtig en rustig gitaargetokkel. Daaroverheen klinkt woordenloze koorzang, waarna een paar teksten worden gefluisterd. Heel mooi gedaan.  Vervolgens klinkt er wat electronische percussie, een eenvoudige gitaarloop en daarover heen die eeuwenoude woorden en melodie van Psalm 71. Dit is een klaaglied en zo klinkt het ook: donker en somber. De bas (!) hier is nog net niet van James Blake-proporties. Vervolgens is Psalm 128 aan de beurt, een zgn. ‘pelgrimslied’, die vaak vol verlangen en weemoed zijn. Halverwege komt er een apart ritme, met een mooie weemoedige electrische gitaar. Het doet me erg denken aan het oudere werk van at the close of every day. Psalm 13 is ook een echt klaaglied en dat laat Genève goed intact. Hier hoor ik zeker invloeden van Grizzly Bear. Aan het eind wordt als een mantra de regel ‘Hoe lang vergeet Gij mij?’ herhaald en herhaald. Aangrijpend.  Het dal is nog niet verlaten, want Psalm 69 vers 1 is eveneens een lied uit de diepte: ‘O God verlos mij, red mij uit de nood/nu het water tot de lippen is gekomen./Ik zak in het slijk, zink weg in diepe stromen.’ Hier doet Genève meer dan wat aparte arrangementen zetten rond een oermelodie. Er wordt een tweede stem aan toegevoegd, die Ilse eerst achter Gerrit aanzingt en vervolgens parallel. Het is een moderne versie van de zgn. ‘bovenstem’! Daarna komt alweer zo’n heftige Psalm: 63 vers 1. Daarin gaat het over David die zijn diepe verlangen naar God uit. Het gaat er over dorst in de woestijn. De backingvocals klinken als zuchten en smachten met droge mond en zeemleren tong. Psalm 98 is het oorspronkelijke Psalter een jubelend loflied. Hier is het een ingetogen, behoorlijk traag luisterliedje. Het past mooi bij de rest van het album, maar ik vind de tegenstelling met de tekst en oorspronkelijke intentie van deze Psalm te groot. Hier klinkt het ook wel een beetje zeurderig en dat zal toch niet de bedoeling zijn van ‘vrolijk zingende stromen, klappende handen en uitgelaten springende bergen’? Genève revancheert zich met het mooie Psalm 77, vers 1. Dat klinkt zelfs naar Gregorgiaans en tegelijk zou het ook zo op album van één of ander free folk bandje hebben gepast. In de verte doet het ook wat denken aan I am Oak.

Al met al vind ik het een intrigerend album. Het is te alternatief en vervreemdend om grote groepen jongeren aan te spreken, die weinig meer hebben met het Geneefse Psalter. Tegelijk vind ik het muzikaal een stuk interessanter dan talloze worship- en lofprijzingsmuziek. Dan heb ik het nog niet over de teksten… Daarbij blijven de Psalmen onvertroffen, in poëtische zeggingskracht, diepte en reikwijdte. Genève weet dit te behouden. Soms dreigt eenvormigheid, dan weer klinkt het wel erg eenvoudig, maar het positieve overheerst. Ik houd ook van zulke moedige projecten. Het album is hier gratis te downloaden. Het is bij het label Samling Recordings ook in zeer gelimiteerde uitgave te krijgen. Hierbij krijg je een schitterende gezeefdrukte poster, ontworpen door Wouter Venema, waarop alle teksten met de hand zijn geschreven. Een waar kunstwerkje!

13 gedachtes over “Recensie: Genève 1551

  1. inderdaad bijzonder, Kees, ik had het volgens mij een keer op de luisterpaal beluisterd.
    dit is hoe je het ook wend of keert duizend maal boeiender dan Psalmen Voor Nu.
    maar of het bruikbaar is als begeleiding voor de samenzang?

    • Psalmen voor Nu begon heel veelbelovend, maar ik ben intussen een beetje afgehaakt. Dichterlijk is het best mooi, maar muzikaal is het soms wel heel dun. Bovendien is meer dan de helft ook meer bandmuziek, dan samenzang.
      En Genève heeft volgens mij nooit de intentie gehad om samenzang te begeleiden. Het is gewoon die eeuwenoude melodiën naar eigen hand zetten. Dat is ze goed gelukt. En inderdaad, het album staat nog eventjes op de Luisterpaal: http://3voor12.vpro.nl/speler/luisterpaal/45009478#luisterpaal.45009478

  2. Ze stonden ook op Flevo. Helaas moeten missen. Ik vind het een bijzondere ep. Ook ik moest denken aan de laatste ‘I am Oak’. Maar na nog maar een paar luisterbeurten kan ik er nog niet een goed oordeel over vellen.

    • Wat I am Oak betreft. Het label Samling Recordings brengt binnenkort een nieuwe release van I am Oak uit, volgens mij op een tape! Er schijnt een kleine revival van de cassettebandjes te zijn. Boeiend.
      Genève geeft zich inderdaad niet direct gewonnen. Bij de derde keer vielen er bij mij een aantal kwartjes (of moet ik zeggen ‘penninkskens’?)

  3. Prachtig Kees!
    Zowel je recensie / wijze les als de muziek! Binnenkort hier op de mat 😉

    Wat ik ook mooie muziek vol poetische/spirituele teksten zijn die van Hildegard Von Bingen en dan met name uitgevoerd door Sequentia.

    • Graag gedaan!
      Als het cdtje bij je op de mat valt, ben je wel in zeer select gezelschap. Ze persten het album in een oplage van 100. Zelf had ik nummer 70…
      De muziek van Hildegard von Bingen is zeker mooi, net als Dowland, Tallis, Des Prez, enz. Vooral The Hilliard Ensemble heeft veel van dit schoons op plaat gezet. Waarbij de samenwerking met Jan Garbarek subliem blijft.
      Goed, nog even en we beginnen hier een aparte rubriek ‘geestelijke muziek’, oftewel ‘Muzikale Fruitmand voor Gevorderden.’

    • Die hadden ze natuurlijk voor jou bewaard, Mr. Darkness… 😉
      Doet me denken aan de zgn. Opwekkingsbundel, een bundel liederen vanuit de Evangelische Beweging. Daar waren ze intussen aanbeland bij 600 en verder en wat moesten ze nu met nr. 666 (immers het getal van het Beest)? Ze sloegen het over! Het gaat dus van 665 naar 667! Typisch staaltje van evangelische bijgelovigheid, zou ik zeggen.
      Om nog even in ‘spirituele’ sferen te blijven: The Spirit That Guides Us ook binnen?

  4. Nee die is er nog niet…
    Wel staat er in mijn weeklijst een link naar dit stuk, omdat ik er niet zoveel over kan zeggen, behalve dan dat ik de muziek ontzettend mooi vind…

  5. Pingback: Recensie: Luik Owls « mousique.nl

  6. Pingback: Recensie: LPG – The Village « mousique.nl

  7. Pingback: Recensie: Herrek – Waktu Dulu | mousique.nl

Reacties zijn gesloten.