De duistere schoonheid van Noir Désir

Zomervakantie 2003. Wij bivakkeren in de Franse Bourgogne. Dagenlang zit de (gebrande ) cd Des Visages des Figures van Noir Désir in de cd-speler in de auto. Ik had de cd geleend bij de bibliotheek in Heerhugowaard, die een aanzienlijke collectie popmuziek had. Ik zag de cd daar liggen: ‘Hé, dat is dat bandje van Le vent nous portera, dat prachtige dromerige nummer met dat geheimzinnige clipje erbij.’ Met veel plezier hebben we tijdens die vakantie deze cd gedraaid. Prijsnummer bleef natuurlijk Le vent nous portera, maar de rest was ook zeer goed te verteren.

Terug in Nederland las ik in de krant wat er met de zanger van Noir Désir was gebeurd in Litouwen: een diepdonkere smet op ’s mans blazoen. Sindsdien kon ik niet meer onbevangen naar die prachtige cd luisteren. Toch kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Dit jaar waren we – ik zou bijna zeggen: vanzelfsprekend – weer in Frankrijk. En wat zag ik liggen in de uitverkoopbakken van zo’n hypermarché? Drie oudere cd’s van Noir Désir. Voor het geld hoefde ik het niet te laten. Ik schoof mijn belemmeringen aan de kant en kocht ze. Sindsdien ben ik weer helemaal in Noir Désir. Sterker nog: ik besloot te gaan graven in de geschiedenis van deze band.

In 1985 werd de band in Bordeaux opgericht door zanger Bertrand Cantat, drummer Denis Barthe, gitarist Serge Teyssot-Gay en bassist Frédéric Vidalenc (in 1996 vervangen door Jean-Paul Roy). De band maakte aanvankelijk punk en new wave. Dat is goed te horen op hun eerste album, de ep Où veux-tu qu’ je r’garde (1987). Het is een typische ep, niet alleen vanwege de korte kant, maar ook door de wat dunne productie. Vooral de drums klinken wat vlakjes. Je hoort er de invloeden van The Cure, Joy Division, The Ramones en Echo & the Bunnymen. Toch verraadt het nummer La Rage al de nodige potentie. Ze passen daarin ook het procédé toe, dat ze later nog veel vaker zullen doen: in een nummer wordt de Franse moerstaal afgewisseld met het Engels. Dat heeft iets onweerstaanbaar charmants.

De twee volgende (volwaardige) albums Veuillez rendre l’âme (à qui elle appartient)(1989) en Du ciment sous les plaines (1991) heb ik niet, dus daar kan ik ook niet veel over zeggen. Noir Désir breekt echt door met het album Tostaky (1992). Dat is geproduceerd door Ted Niceley (Fugazi). Hierdoor klinken ze nog internationaler. Vergeleken met de eerste ep hoor je hoe ze gegroeid zijn. Noir Désir heeft altijd muziek gemaakt die echt tijdbetrokken is, niet alleen tekstueel, maar ook muzikaal. We zijn intussen in de beginjaren 90. Het is de tijd waarin bands als Nirvana, the Pixies en The Smashing Pumpkins de dienst uitmaken. Je hoort het allemaal terug op Tostaky, zonder dat het tot eenvoudig kopieergedrag leidt. Tostaky is een plaat vol nietsontziende en compromisloze gitaarrock. Neem het titelnummer (en dan niet de radio edit, maar de albumversie). Ik draaide het pas in de auto, op vol volume. De noise aan het eind deed echt pijn aan de oren, maar wat een fijne pijn! Toch kent het album ook genoeg subtiliteit. Een prachtig voorbeeld is Oublié. Noir Désir heeft zich naar eigen zeggen laten leiden door de componist van de soundtracks bij James Bond, John Barry. Wat ik vooral heel mooi gedaan vind, zijn de drums: subtiele mokerslagen aan het begin en hoe het nummer eindigt in een vertragend tempo: schitterend.

Zanger Bertrand Cantat kampt intussen met gezondheidsproblemen. Daarom laat opvolger 666667 Club (1996) een tijd op zich wachten. Hier is opnieuw Niceley de producer. Toch is het geen reprise van Tostaky. Noir Désir bewandelt hier weer nieuwe paden. Direct aan het begin hoor je een saxofoon. Deze mag vervolgens wel helemaal los gaan, maar ik hoor hier toch echt onmiskenbaar jazz-invloeden. Het hele album is wat lichtvoetiger en speelser dan de toch wel zwaar op de hand liggende voorganger. In l’homme pressé gaat het weer richting funk en op het eind vinden we zelfs een paar ballads.

Intussen is Noir Désir wereldberoemd in Frankrijk. Men is onder de indruk van de wilde podiumpresentatie van Cantat en de ruige muziek. Noir Désir is ook compromisloos: de groep weigert grote tournees te doen en interviews moeten worden gehouden met de hele groep en niet alleen met de als charmant bekend staande Cantat. Eindjaren ’90 neent Noir Désir stelling tegen de opkomst van extreemrechts. Ze spelen op politieke manifestaties en spreken zich uit tegen ‘de haat en het racisme’. Cantat zelf is ook zeer geïnteresseerd in literatuur en poëzie. Vooral Rimbaud en Baudelaire – dichters over de zelfkant van het leven- zijn hem zeer lief. Zelf zoekt hij die zelfkant ook op, getuige zijn consumptie van allerlei verdovende middelen en drank. Dat geeft Cantat twee voorspelbare bijnamen: de Franse Jim Morrisson en de Franse Kurt Cobain. Cantat zingt ook mee op het tweede album van 16 Horsepower Low Estate, bij de cover The Partisan (Leonard Cohen). Op 16 Horsepower’s live-cd Hoarse komt Cantat opnieuw opdraven en wel om samen met David Eugene Edwards een verzengende versie van Fire Spirit (Gun Club) te laten horen.

In 2001 komt het album Des visages des figures uit. Het is de kroon op het oeuvre van Noir Désir. Het album heeft een amalgaam van stijlen. Natuurlijk is er nog de harde gitaarrock, evenals de jazz en de funk. Maar ook de eigen Franse chansontraditie hoor je terug in een nummer als Des armes, waarin Cantat op gloedvolle wijze een gedicht van Léo Ferré vertolkt. Het titelnummer kent zelfs modern-klassieke invloeden en niet te vergeten drukt Manu Chao, de Franse folk-zanger van Spaanse origine, een groot stempel op de plaat. Daardoor krijgt het album ook een flinke scheut wereldmuziek mee. Het slotnummer L’Europe is zelfs bijna een soort symfonie en duurt maar liefst 23 minuten! Het is één grote aanklacht tegen het ‘nieuwe’ Europa. Een pamflet op muziek, maar dan wel van grote schoonheid. Dit alles leidt tot het meest internationale album van Noir Désir. Zouden ze hiermee dan eindelijk in de rest van Europa gaan doorbreken en zelfs de grote plas kunnen oversteken? Het eerste gebeurt, maar toch vooral door Le vent nous portera, dat een grote hit wordt. Dit weemoedige en zwoele liedje, met uiterst donkere tekst, slaat bij velen aan. De gitaar wordt trouwens bespeeld door Manu Chao. Het is dan niet meer te stoppen: de zalen worden groter en Noir Désir staat voor een internationale doorbraak.

Maar dan gebeurt er iets verschrikkelijks. Cantat is zijn nieuwe vriendin, de actrice Marie Trintignant, achterna gereisd naar Litouwen. Ze is daar voor filmopnames. Op een avond, na de nodige drugs en alcohol van grootgebruiker Cantat, krijgt het stel op de hotelkamer ruzie. Dit loopt vreselijk uit de hand. Cantat slaat Trintignant zo hard dat ze in coma raakt. Uiteindelijk overlijdt ze na een paar dagen. Zelfs dagblad Trouw bericht uitgebreid over dit drama. Bert Hiddema wijdt er een heel boek aan: Je t’aime, de blues in Vilnius. Door de hittegolf sterven er in de zomer van 2003 in Frankrijk 15.000 mensen, maar op de voorpagina’s van de kranten staan grote kleurenfoto’s van  Marie Trintignant. Het land is in rep en roer. Cantat wordt tot 8 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Na 1 jaar in een Litouwse gevangenis zit hij de rest uit in een gevangenis in Toulouse. Dagen achtereen liggen papparazzi’s op de loer om maar een glimp van Cantat op te vangen, mocht hij op verlof gaan. Na 4 jaar, in 2007,  komt Cantat vrij, wegens goed gedrag. Met Noir Désir neemt hij direct twee nummers op, waarvan één zeer maatschappijkritisch nummer. Dit splijt Frankrijk opnieuw in tweeën. Er zijn mensen die het niet kunnen verkroppen dat een band die zo goed wist hoe het allemaal moest een zanger in z’n gelederen heeft die verschrikkelijk huiselijk geweld tegen een vrouw gebruikte. De fans maken onderscheid tussen de persoon Cantat en zijn muziek. Je moet dat los van elkaar kunnen zien, zeggen zij. Toch loopt het niet meer in Noir Désir. Er komen interne spanningen. De band raakt op een dood spoor en in december 2010 besluit men te stoppen.

Intussen zit Cantat zelf toch niet stil. Beter gezegd:  De Canadees-Libanese regisseur Wajdi Mouawad, een vriend van Cantat, vraagt hem muziek te componeren én uit te voeren voor een theater-productie. In 2012 zal Cantat hiermee gaan optreden, te beginnen in België. Opnieuw heeft dit tot grote commotie in met name Frankrijk geleid. De protesten uit de hoek van de vrouwenbeweging bijvoorbeeld zijn groot, maar niet alleen daar. Ik begrijp dat wel. Je zou nabestaande wezen van Tritignant. Je zou zelf te maken hebben gehad met zwaar huiselijk geweld. Bovendien blijft het een groot contrast: tussen die betrokken en prachtige teksten van Cantat en diens verschrikkelijke daad. Aan de andere kant: hij heeft z’n straf uitgezeten. Een volwassen maatschappij moet ook rehabiliatie kennen én toepassen. Bovendien moet je kunst toch ook los kunnen zien van de maker? Vent of vorm? stelde Menno ter Braak al. Kan een kunstwerk voor zichzelf spreken, of moet je persé de hele biografie van de kunstenaar meenemen? Anders gezegd: kun je (blijven) genieten van de schoonheid van Noir Désir, los van het leven van de bandleden? Ik denk het wel. Trouwens, zong ooit Sufjan Stevens niet over de crimineel John Wayne Gacy Jr, dat hij in het diepst van z’n gedachten eigenlijk net zo is? Zoiets maakt mild en ik zet maar weer eens het nummer Sober song van het album Tostaky op met daarin de aangrijpende regels:

Oh Lord, hear me please
You have to make me sober
Aspirin, come on please
I don’t want to suffer

……

It’s allright now
but what an awful night
I’m almost reaching the kitchen
I’ll drink water till I die
I’ll drink water till I die
I’ll drink water till I die

22 gedachtes over “De duistere schoonheid van Noir Désir

  1. een heel snelle reactie (ik had gezien dat je de post aan het schrijven was en heb stiekem een beetje meegelezen).
    wow, wat kun jij snel schrijven, zeg, en nog geen onzin ook!
    ik had ook al snel even le vent nous portera op onze luisterpaal gezet, zoals je misschien gezien hebt.

    Een aangrijpend verhaal (de bandnaam was haast profetisch). Ik had nog nooit van de band gehoord, maar het nummer le vent nous portera klinkt in elk geval erg mooi en heeft ook een leuke videoclip.

    ik weet niet of ik het helemaal eens ben met de visie die veel mensen hebben om de vent los te zien van de vorm. zeker wanneer je als band/zanger je zo nadrukkelijk uitspreekt tegen geweld, racisme, ed. dan ben je na zo’n actie als van Cantat niet meer geloofwaardig. natuurlijk verdient iedereen een tweede kans, maar de gevolgen van zijn daad worden niet meer uitgewist. een van de gevolgen is dat de band nadien eigenlijk geen bestaansrecht meer had en dat heeft zich dus ook gewraakt.

    maar iedereen kan een fout maken, de vraag is of je daarna gelouterd wordt, werkelijk tot inzicht komt. dat is slechts weinigen gegeven, en het is hoe dan ook voor zo iemand een hard gelach, behalve als ie geen geweten heeft. je zou maar moeten leven met het feit dat je zoiets op je geweten hebt…

    • Mooie reactie Peter! Je raakt precies het dilemma. Ik laat dat dan ook maar staan.
      Le vent nous portera is wel een beetje een uitschieter in het genre van Noir Désir. Ik bedoel dat in muzikale zin – volgens mij had Manu Chao hier ook een zeer grote vinger in de pap. Maar het blijft een prachtnummer en een mooi clipje. Over profetisch gesproken. De laatste regels van dat nummer luiden – vertaald – ‘Terwijl het getij stijgt/(en) ieder opnieuw de balans opmaakt/breng ik jouw stof weg/naar de diepten van mijn duisternis’ …

  2. Interessant stukje, Kees. Ik kende de band nog niet. De Leonard Cohen-cover van 16 Horsepower met hem erbij kende ik dan weer wel.
    Voor de rest kan ik van kunst best genieten los van het leven van de kunstenaar. Toch weet ik niet of ik bepaalde kunst zou kopen als ik niet achter het leven van de kunstenaar kan staan. Alleen is het geval van Noir Désir discutabel. Ik neem aan dat dhr. Cantat ook niet trots is op zijn daad.

    • Bertrand Cantat deed direct na zijn dood een zelfmoordpoging en legde zich naast zijn geliefde neer: een zwarte versie van Romeo en Julia. Dat zegt al genoeg. De poging lukte niet. Hij zat dus zijn straf uit en betaalde de familie Tritignant ook een forse schadevergoeding evenals de filmmaatschappij. Dit zegt ook wat. Ik heb trouwens dat boekje van Bert Hiddema besteld, nu maar voor 5,99 bij Bol.com!

      En ja, kunst en de kunstenaar erachter – vooral als diens leven niet zo voorbeeldig is – zal altijd wel een lastig punt blijven. Intussen staat mijn cd- en boekenkast redelijk vol met kunstenaars waar wel wat of meer mis aan is. Goede kunst wordt ook wel regelmatig geboren uit diepe pijn en ellende (alhoewel dat weer geen garantie is).

      • Van het weekend las ik het boek van Bert Hiddema: ‘Je t’aime, de blues in Vilnius’ over de liefde tussen Cantat en Trintignant en de fatale ontknoping. Het is een ware page-turner met een dramatisch einde. Wat mooi gedaan is door Hiddema, is dat hij het boek fraai lardeert met teksten van Noir Désir. Dat geeft die liedjes een nog zwarter randje en het boek een verdieping. Nu dus in de ramsj bij Bol.com: http://www.bol.com/nl/p/nederlandse-boeken/je-t-aime/1001004002408166/index.html

  3. Je gaat toch ook niet bij iedere artiest die je goed vindt eerst de artiest tegen het licht houden alvorens je de muziek koopt of niet? Er zijn veel artiesten waar wel wat mis mee is (drugs, alcoholmisbruik, geweld, geestelijk in de war), maar daar plukt de luisteraar vaak de vruchten van. In het geval van Noir Désir zou het bij mij geen enkele rol spelen. Ik keur moord af, maar het is geen Charles Manson of Adolf Hitler. En zou het hebben uitgemaakt als Cantat wel achter deze moord had gestaan? Maakt dat zijn kunst van ervoor tot mindere platen? Er zitten natuurlijk wel nuances in, maar in sommige gevallen moeten we niet iemands hele leven reduceren tot die ene daad; hoewel iedereen dat voor zich moet weten. Misschien doet Bon Iver ooit nog iets vreselijks, of gaat de Innocence Mission de fout in. Toen ik nog in de punkmuziek zat had je een geweldige -qua muziek dan- band, maar die zong alleen maar over het Derde Rijk, de ubermensch en het feit dat Joden, homo’s en zigeuners dood moesten. Kijk dat trek ik dan echt niet…maar daar waren de foute gedachten ook meteen evident.

    • Helder punt JW. Tegelijk merk ik dat jij dus ook wel grenzen trekt, en wie niet? Ik denk trouwens wel dat het voor de mensen in Frankrijk nog wel wat anders ligt, zeker voor de direct betrokkenen van die vrouw. En ik snap Peter ook wel een beetje met zijn punt dat Cantat in zijn teksten wel heel goed wist wat anderen moesten doen. Zo trad hij bijvoorbeeld ooit op in Syrië in een protestconcert tegen het lot van de Palestijnen in Israël, maar repte met geen woord over het regime van Assad. Weer zoiets. Maar goed, het lijkt me na bovenstaande duidelijk dat ik Noir Désir nog wel degelijk draai en geniet van hun prachtige platen.

      p.s Ik ben trouwens wel benieuwd welke fouten Innocence Mission zou maken… de aardappelen aan laten koken of drie steken laten vallen bij het breien?

  4. Natuurlijk trek ik grenzen, maar de dingen die ik zelf niet zou doen, bepalen niet per se de grens die ik voor een ander trek. Net zo min dat ik aan de drugs of drank ga door Winehouse of Brood. Het verschil zit hem toch wel in het feit of Cantat al zijn hele leven zou zingen over iedereen die hij uit wilde roeien of dat hij een ernstige fout maakt. Dat alles staat mijns inziens ook los van het feit dat hij voor een bepaald volk wel opkwam en in de tijd dat Assad nog algemeen geaccepteerd was niet als roeper in de woestijn er tegenin ging. Ergens houden we ook wel van de boefjes tussen de artiesten (en nee, dan bedoel ik niet de moordende). Maar enfin, Noir Désir is een geweldige band!

    Ik zou het de Innocence Mission inderdaad nooit vergeven als ze een steekje laten vallen, laat staan de aardappels laten verpieteren…

    • NEE, The Innocence Mission zou nooit de fout in gaan. .
      Aaahh… wat zou ik graag aardappels eten bij het echtpaar Peris. Volgens mij zijn die niet te versmaden.

      • Ja ja Daan. Was dat woord fan niet ooit afgeleid van ‘fanaticus’? Nog even en je gaat ons vertellen hoe graag je de wc-potten bij de familie Peris schoon zou willen maken!

  5. mee eens; een Cantat vergeven we een moord nog, maar wanneer het echtpaar Paris een steekje laat vallen is dat heel andere koek…

    • Inderdaad, want bij The Innocence Mission leggen we de lat – om met Jochem Myjer te spreken – héél héél hoog! (dat was je intussen toch wel duidelijk?)

    • Er komt nog eens een tijd dat je alleen al bij het noemen van The Innocence Mission alleen maar stralend kunt glimlachen en niets meer hebt te zeggen. Dat einde is volgens mij nabij!

  6. gister heb ik de cd nog opgezet. kwam omdat ik hem 2e hands (als nieuw) zag liggen bij de Plaatboef voor 7,50 terwijl ik hem een paar weken eerder nog voor 15 had aangeschaft. de inflatie gaat wel snel bij deze band, maar dat zegt niets over de kwaliteit natuurlijk…

    • Dom van mij dat ik daar niet direct aan dacht. En dan te bedenken dat jij een jaar geleden al half het licht zag!

    • YV, welke liedjes bedoel je? We hebben het hier op deze site namelijk over zoveel liedjes, ook in deze comments op Noir Désir.

  7. Pingback: Recensie: Détroit – Horizons | mousique.nl

Reacties zijn gesloten.