Recensie: Gillian Welch The Harrow & The Harvest

Hier is al eerder melding gemaakt van de Anthology of American Folk Music. Harry Smith ging in de jaren 30 op jacht naar mooie liedjes. Hij zocht daarvoor in het diepste zuiden, op de hoogste bergen en in de dampigste moerassen. Gelukkig is deze schat bewaard en een aantal jaren geleden opnieuw uitgegeven in een prachtige box met maar liefst 6 volle cd’s. Daarop vind je de mooiste blues, bluegrass, country, folk en gospel. Er wordt gezongen over de Heer, over drank, over liefde, moord, ja eigenlijk over alles van het leven. Deze verzameling zou je de oervorm van de popmuziek mogen noemen en ze is van grote invloed geweest op latere artiesten. Iemand die ook helemaal in deze lijn staat, is Gillian Welch.

Het is alweer 8 jaar geleden dat haar vorige album Soul Journey uitkwam. Dat vierde album was eigenlijk de minste van allemaal. Natuurlijk, er stonden een aantal parels op, maar de meeste liedjes beklijfden niet. Kwam dat omdat het album wat over geproduceerd was? Kwam dat omdat er voor Welch-begrippen wel heel veel anderen meespeelden? Waren de liedjes gewoon minder sterk?

In ieder geval heeft Welch 8 jaar kunnen nadenken over het vervolg. Dat is net uit. En het moet gezegd: Welch is terug bij haar vroegere stijl: een kleine instrumentatie. Wat akoestische gitaren, een banjo, een spaarzame mondharmonica en ‘hands and feet’. De enige mede-muzikant is haar man en muzikale partner David Rawling. Zo hoor ik haar ook het liefst, omdat zo die prachtige stem van haar alleen maar meer ruimte krijgt. Gillian Welch heeft één van de allermooiste stemmen van het hele arsenaal zangeressen (naar mijn bescheiden mening). Hij is licht nasaal, zo zuiver en zo intens. Als deze stem zich ook nog paart aan die van Rawlings, lopen dubbele rillingen over mijn rug.

Genoeg inleidende opmerkingen. Laten we snel naar het nieuwe album The Harrow & The Harvest gaan. Ik zei al: haar liedjes staan helemaal in de lijn van de Amerikaanse folkmusic. Niet alleen muzikaal, maar ook tekstueel. Er wordt gezongen over het Oude Westen, maar niet dat van John Wayne, maar meer van Cormac McCarthy en William Faulkner. Het gaat er ruig aan toe. Dat is ook het boeiende van Welch. Ze heeft een lieflijke stem – ze ziet er ook sweet uit! – en als deze lieftallige dame dan zingt So fare you well, my own true love/If you never see me around/I’ll be looking through a telescope/from hell to Scarlet Town – in het openingsnummer Scarlet Town – dan heb je medelijden met die oude liefde… Ook Dark Turn of Mind is zo’n bedrieglijk luisterliedje. Je zou je bijna in slaap laten wiegen, tot je hoort wat ze zingt: You know some girls are bright as the morning/and some girls are blessed with a dark turn of mind. En raad maar wat voor een meisje onze Gillian is… Tja, ze zou over je zingen: I can’t say your name/without a crow flying by; dan zou je toch spontaan naar de fles grijpen?!

The way it goes is een wat meer uptempo-liedje. De melodie is eenvoudig, maar zo doeltreffend. Allerlei tragische levens worden in kort bestek geschetst. Je vraagt je af: wat is de zin van dit alles? En toch everybody’s bying little baby clothes. In dat ene ontroerende zinnetje zit zoveel levensmoed en vertrouwen. Prachtig! Tennessee is ook zo’n pareltje. Alhoewel, het nummer duurt meer dan zes en halve minuut, maar het verveelt geen seconde. Het heeft het mooiste refrein dat ik dit jaar gehoord heb. Down Along the Dixie Line zou zo weggelopen kunnen zijn van Welchs meesterwerk Time (The Revelator). Door elke regel sijpelt hier de heimwee. Six White Horses is een liedje dat z’n muzikale wortels heeft in de Appalachen. Een banjo speelt een paar eenvoudige akkoorden, een mondharmonica valt op een gegeven moment in, handgeklap geeft het ritme aan en boven alles uit die ineengevlochten stemmen van Welch en Rawlings. Zo simpel en tegelijk zo effectief kun je zingen over de dood, want waar zouden anders die zes witte (!) paarden voor staan?!

Nee, Welch zingt niet over de huidige financiële crisis en onze belevingscultuur, maar wel over een boer die z’n akker ploegt. Hij zingt z’n ezel toe: Hard times ain’t gonna rule my mind no more. En zou houdt hij de moed er in. Het spreekt me meer aan dan de eeuwige glimlach van Rutte en de bezwerende woorden van De Jager… Alleen, die boer raakt op een gegeven moment de kluts kwijt. Hij vergeet het lied. En op een gegeven dag is zijn ezel weg. Zo tragisch kan het zijn. Toch roept Welch iedereen op het lied over te nemen en te blijven zingen dat hard times ain’t gonna rule my mind. Ik draag dit lied dan ook op aan alle Grieken en Spanjaarden, om er maar een paar te noemen.

Ook Silver Dagger past helemaal in de lijn van Time (The Revelator). De melodie doet wel heel erg aan My dixie Darling van The Carter Family denken, maar beter goed gejat dan slecht verzonnen, toch? Het slotakkoord wordt veelzeggend gevormd door The Way the whole Thing ends. Het is een in en in droevig liedje, maar toch tovert het een glimlach op mijn gezicht als ik dat prachtige gitaarspel van David Rawlings hoor. Die laatste paar hoge tonen – jammer dat het zo kort duurt – ze beitelen groeven in mijn ziel.

De aandachtige lezer heeft gemerkt dat ik geen liedje overgeslagen heb. Dat is met reden. Er staat namelijk geen slecht liedje op. Alle tien zijn ze goed, meer dan goed zelfs. Het moet gek lopen wil dit album niet heel hoog eindigen in mijn jaarlijstje. Dit album vormt een prachtige mengeling van Welchs oudste werk en haar meesterwerk Time (The Revelator). En om terug te komen op het begin. Deze liedjes zijn van een tijdloze schoonheid. Ze zouden zo op de Anthology of American Folk Music passen. Het voordeel is dat op dit album de liedjes níet begraven liggen onder een dikke laag ruis!

Is er dan niets aan te merken? Jawel, twee dingetjes. Het tempo van de liedjes is bijna overal behoorlijk laag. Dat maakt het voor mij tot typische avondmuziek (Welch zou, denk ik, goedkeurend knikken, indachtig haar dark turn of mind). Het tweede minpuntje is de wel erg spaarzame uitvoering van de cd. Hij behoort niet tot  de goedkoopste cd’s bij de platenboer (op het internet of in de winkel) en als het (overigens schitterende) hoesje dan alleen uit een simpel kartonnetje bestaat, met wel heel weinig informatie, dan is dat wel heel erg vintage jaren 30 (u weet wel: de crisistijd). Ach, misschien noopt dit wel tot ‘creatief met koffie’ worden:

Advertisements

6 gedachtes over “Recensie: Gillian Welch The Harrow & The Harvest

  1. Nou één liedje dan toch wel overgeslagen: The Way It Will Be! Niet bepaald één van de minsten ook. Ik ben naar aanleiding van deze prachtige recensie haar album eens gaan luisteren -want zoals vaker hier, kende ik haar alleen van naam- en wat een prachtalbum! Deze koffie is vloeibare nostalgie in een hoogwaardig kopje gegoten. Helemaal mijn kopje thee eh koffie…

    • Zo, da’s nog eens close reading van een recensie! Dank voor de complimenten JW en nu heel rap ook de andere albums aanschaffen (alleen Soul Journey zou je over kunnen slaan). Time (The Revelator) is echt ook zo mooi.

  2. Op 7 november speelt Gilian Welch in Paradiso. Dat mag gerust sensationeel heten, want ze doet ons kikkerlandje zo gemiddeld één keer in de tachtig jaar aan. Ik overweeg om er heen te gaan. Nog andere gegadigden??

  3. Pingback: Jaarlijstjes 2011 « mousique

Reacties zijn gesloten.