Iron & Wine: stripped

Over het laatste album van Iron & Wine Kiss each other clean zijn de meningen verdeeld. Er zijn er die er lyrisch over zijn. Maar er zijn er ook die de productie wat overdadig vinden. De liedjes lijken soms te verdrinken in de overdaad aan instrumenten en effecten. Persoonlijk houd ik ook meer van de kale en sobere Iron & Wine uit de begintijd én zoals het klinkt op het restjesalbum Around the Well. Gelukkig komt Sam Beam ons tegemoet in de zgn. 4AD Session. De sessie werd gefilmd in de huiselijke Miloco Recording Studios in Londen. Hier speelt hij vijf liedjes (waarvan drie van Kiss each other clean), alleen op akoestische gitaar. Het gaat om de volgende nummers: Tree bij the River, Biting your Tail, Big burned Hand, Half Moon en Upwards over the Mountain. Zo hoor ik hem graag. In één woord: schitterend. (14 augustus is Iron & Wine te zien in openluchttheater Caprera in Bloemendaal.)

Advertenties

17 gedachtes over “Iron & Wine: stripped

  1. Helemaal eensch! Fraai dit!
    Ik kan eigenlijk helemaal niets met dat laatste album. Dit rustieke werk klinkt goed. Sam Beam heeft gewoon zo’n breekbare en diepe snaren rakende stem, daar moet niet al teveel franje omheen.

  2. Helemaal niets vind ik wel heel sterk uitgedrukt, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik dat laatste album na de eerste weken ook nooit meer gedraaid heeft, maar ja: dat heeft ook met de stapels cd’s te maken, die erna kwamen…

    • Wellicht sterk uitgedrukt, maar ik vond het echt een grote teleurstelling na het prachtige werk ervoor van onze zachtaardige roodbaard. Het klonk als een gooi naar een groter publiek, dat hij verdient overigens.

  3. Wat vond je dan van The Shepherd’s dog? Daar zag je dit proces natuurlijk al aankomen, hoewel daar ook zo’n klein pareltje als Resurrection Fern op stond (één van mijn favorieten).

  4. Prachtplaat zoals veel van zijn vroegere werken. Maar deze nieuwe, ik weet het niet, te frivool, te lichtvoetig….ik schrijf hem nog niet af hoor, maar het is even een cd om over te slaan. Dit akoestische werk hierboven is weer wonderschoon!

  5. Maar wat ik bedoel, is dat je dat wat overdadige ook al op The Sheperd’s Dog zag. Maar je hebt gelijk: daar is het minder frivool en lichtvoetig. Toch blijven de liedjes van Kiss each other clean in akoestische setting fier overeind. De basis is blijkbaar goed!
    Ik vind trouwens dat dubbelalbum Around the Well ook prachtig, die covers van New Order en Postal Service: magnifiek. En ook zo’n nummer als God made the automobile; vorig jaar grijsgedraaid in la voiture dans la douce France.

  6. Ja heerlijk lome automuziek om mee door de Franse landschappen te meanderen…misschien moet er wel een sticker op met “pas op, dit kan uw rijvaardigheid beinvloeden” 🙂
    Ik ga la douce France helaas een jaartje missen, maar volgend jaar gaan we weer eens naar een prachtige boerencamping in het Loire gebied (mezzen zessen)….

  7. Over beïnvloedde rijvaardigheid gesproken: dat ik nooit op een voorganger geknald ben, omdat ik helemaal in zo’n liedje zat, mag een wonder heten… Niet onvermeld mag mijn lieftallige echtgenote blijven, die me tot mijn positieven riep middels een harde kreet. Wel jammer als je zulke fluistermuziek beluistert…
    Ah, de Loire: kastelen bekijken en vergeet de Crémant niet uit de buurt van Saumur: heerlijke bubbeltjeswijn, bijna net zo lekker als Champagne, maar een stuk goedkoper, zodat het prijsverschil weer in digitale natura kan worden omgezet bij de FNAC (altijd mooie aanbiedingen in de zomer). ‘
    Wij zakken – met z’n vijven – wat zuidelijker af naar de Drôme: prachtige natuur, schilderachtige plaatsjes en (in Avignon) twee FNAC’s!
    Le vent nous portera…

  8. Vond z’n laatste album beter dan ‘The Shephperd’s Dog’ die ook niet bepaald kaal was. Resurrection Fern is trouwens ook één van mijn favorieten.

    • Dat ben ik niet me je eens, Daan. The Shepherd’s Dog vind ik juist een mooi midden tussen de ‘oude en nieuwe’ Iron and Wine. Lovesong of the Buzzard is ook zo’n prachtig liedje. Caroussel niet te vergeten. Hous by the Sea: die xylofoon. Dat gitaarloopje van Boy with a Coin. Het laatste nummer. Nee, The Sheperd’s Dog staat bij mij echt een stuk hoger in de rangorde (ik heb er ook een t-shirt van! alhoewel ik het artwork van Kiss each other clean ook wel heel fraai vind: die linoleum-kunst roept bij mij ook van alles op aan geur en zicht…)

      • Ah, we zijn het een keer niet eens. Dat mag natuurlijk. Het zal de sfeer hier alleen wel goed vergallen.;-) Je beschrijft het wel mooi. De nummers die je noemt vind ik ook erg mooi. Het is lang geleden dat ik ‘m gedraaid heb en ik kan me herinneren dat ik er wat zwakkere nummers op vond staan. Maar op een rustig moment zal ik even de YouTube-filmpjes hierboven checken, want daar gaat dit topic uiteindelijk over.;-)

      • Juist in de verschillen en verscheidenheid schuilt ook veel schoonheid…
        En (hegeliaans gezegd), de synthese zit ‘m inderdaad in die 4AD Session: de hoofdmoot wordt gevormd door liedjes van het laatste album, maar wel op vroeg Iron & Wine-se wijze uitgevoerd!

  9. ik ben ook vooral te spreken over het oude werk. The creek and the craddle, de ep the sea and the rythm en our endless numbered days vind ik echt meesterwerken. Daarna wordt het me iets te gecomponeerd, of hoe ik het ook moet uitdrukken. Hij gaat langgerekt zingen, waarbij je merkt dat ie zijn eigen stem erg kan waarderen, en de platen worden steeds voller qua arrengementen ed. Dan begin ik toch een beetje af te haken. Live doet ie dat nog meer trouwens.
    The B-sides dubbelaar vind ik ook erg goed, maar die is nog erg kaal.
    Een dubbel gevoel dus bij onze bard.

    • Je vergeet en passant nog even de ep Woman King met één van de allermooiste nummers die Sam Beam opnam: Izebel. Woman King is ook een soort brug tussen het sobere en het wat ruigere werk van Iron and Wine. Niet veel later deed hij ook die co-productie met Calexico…

      Wat vind je eigenlijk van die 4AD Session? Zingt hij ook te langgerekt? Misschien is hij wel in de leer geweest bij de ger. gem…

  10. het is altijd een dilemma; de artiest die je leert kennen en die je intens kan raken en de artiest die zich ook doorontwikkeld, misschien een kant op die jij helemaal niet wilt. Ik vind deze sessie wel mooi, maar hoe hij bijvoorbeeld Jesus the Mexican boy zingt….daar komt hij niet meer bij in de buurt.
    Het lijkt wel alsof artiesten op een gegeven moment teveel weten van geluid, productie en van stembeheersing en dan kan het allemaal gepland gaan worden.
    Maar ja, ik kan ook weer erg genieten van geluid, productie en van stembeheersing… Moeillijk.
    Wat Iron & Wine betreft ben ik iig erg gecharmeerd van het oude werk, het nieuwe is zeker mooi en knap en goed, maar raakt me minder.

    • Dat dilemma herken ik wel. Luister maar eens naar de eerste Smog cd’s, of die van Fuck….heerlijk oprechte lo-fi die daardoor heel intiem wordt. Dat rauwe is later verdwenen en soms pakt dat prima uit, maar heel stiekem verlang ik nog wel eens naar die intieme kneutermomenten.

      En ook ik kan genieten van een sterke productie (ik zelfs platen van pure producers, 10cc bv). Iron & Wine’s oudere werk raakt ook mij gewoon meer. Wellicht ook omdat ik hem in zijn uppie op het grote podium van Paradiso een zaal stil heb horen/zien krijgen. Prachtig. Hoewel alleen, ik meen me te herinneren dat er plots nog een roodbaard met een gitaar aanschoof….maar enfin

      • Ach ‘dilemma’… Ik houd het liever op een gezonde spanning. Die beide polen hebben elkaar nodig: authenticiteit en puurheid aan de ene kant; verzorgdheid in productie aan de andere kant. De ene keer slaat het meer door naar de ene kant; de andere keer naar de andere kant.
        Neem Smog/Bill Callahan. Op die eerste cd’s staan prachtige nummers, maar soms is het ook gewoon lelijk. En de productie van zijn solo-albums is prima, maar hij weet het dan ook weer klein te houden op zijn laatste album (en dat met zo’n grootse titel).
        Het is bij mij ook erg afhankelijk van mijn eigen stemming, wat voor type plaat ik opzet, ook qua lo-fi- of hi-figehalte.

Reacties zijn gesloten.