Recensie: Fleet Foxes Helplessness Blues

In mijn studietijd waren er medestudenten die spraken alsof ze geen 18, maar 68 waren. Zo gedroegen ze zich ook: jongemannen op wie de ernst van het komende ambt drukte. Robin Pecknold, de zanger van Fleet Foxes, is geen theologiestudent, maar het is opvallend hoe vaak hij het woord ‘old’ in de mond neemt. Terwijl hij toch maar 25 jaren ‘old’ is. Is hij een jongeman met een oude ziel? Of zou dit verschijnsel te maken hebben met de muziekstijl die Fleet Foxes hanteert? Het is muziek die onbeschaamd klinkt naar de jaren 60 en 70, muziek die al veertig/vijftig jaar oud is. Je kunt Fleet Foxes dus met alle reden een typische retro-band noemen. Toch hoor je mij niet klagen, want uit die tijd stamt ook de slogan van een bekend biermerk: ‘vakmanschap is meesterschap.’ En die slogan maken de jongens van Fleet Foxes meer dan waar. Het zijn meesterlijke muzikanten. Ze zingen hun liedjes vakbekwaam.

Ook op hun nieuwste album Helplessness Blues. Bijna drie jaar deden ze erover om een opvolger van hun succesvolle debuutalbum te voltooien. Dat eerste album was sprookjesachtig, zeker ook qua thematiek. De teksten zijn nu een stuk introverter geworden. Het gaat dus over ouder worden en daarmee in feite over de eindigheid. Prachtig wordt dit bezongen in het kleingehouden Blue spotted Tail. In het refrein klinkt het keer op keer: Why is life made only for to end? Ja, tekstueel is het een behoorlijk donker en somber album.

Muzikaal klinkt het daarentegen regelmatig ook behoorlijk opgetogen, om niet te zeggen uitbundig. Fleet Foxes beheerst nog immer het maken van hemelse melodieën en het zingen van goddelijke harmonieën. Daarin hoor je regelmatig The Beach Boys en Crosby, Stills, Nash & Young terug, en niet te vergeten Simon and Garfunkel. Fleet Foxes put niet alleen uit die Amerikaanse muziekhistorie, maar blijkt ook heel goed geluisterd te hebben naar de Engelse folkpop en – rock van Fairport Convention, Pentangle, Bert Jansch en Nick Drake. Ik moest regelmatig ook denken aan het laatste album van Midlake, waar deze sporen ook zo evident aanwezig zijn. Goed, genoeg over de bronnen en het vergelijkingsmateriaal. De liedjes zelf van Helplessness Blues verdienen nu de aandacht.

Montezuma is vintage Fleet Foxes: de akoestische instrumentatie en de prachtige koortjes. In Beduin Dress is de muzikale sfeer aangepast aan de titel: het klinkt behoorlijk oosters met een arabische fluit en zwevende strijkers. We gaan verderop nog meer oostwaarts als er zich ook Tibetaanse klankschalen in het muzikale palet mengen. Daardoor wordt het ook behoorlijk psychedelisch. Mooi gedaan. Sim Sala Bim is dan weer helemaal in de Engelse folktraditie gemaakt. Batterie Kinzie heeft een heerlijke melodie, maar een gruwelijke tekst: I woke up one morning,/all my fingers rotting./I woke up a dying man,/without a chance. In The Plains/Bitter Dancer klinkt het zelfs naar een middeleeuwse madrigaal. Ik kan het mis hebben, maar tekstueel moest ik erg aan de Gelijkenis van de Verloren Zoon denken, en dan vanuit het perspectief van de Vader. Het titelnummer is misschien intussen bekend door de clip. Een prachtige titel natuurlijk, met ook een heerlijk liedje over ambities en verlangens, die niet waargemaakt kunnen worden. The Cascades is een instrumentaal nummer, dat een beetje voortkabbelt. Het is zeker geen woeste waterval! Maar Fleet Foxes herpakt zich direct met het majestueuze Lorelai. Zelden heb ik zo’n mooie song over menselijke broosheid gehoord: Now I can see how/we were like dust on the window/not much, not a lot. Het volgende nummer Someone You’d admire is opnieuw geen hoogvlieger, maar dat kunnen we wel zeggen van het epische The shrine/an argument. Eigenlijk is dat een soort mini-symfonie. In het eerste deel staat de ik-figuur stil bij zijn eigen gevoelens: zelfreflectie noemen we dat. Maar in het tweede deel wordt het een dialoog en wat voor één! Het gaat het over een ruzie, die totaal escaleert. De stilte daarna is extra pijnlijk, maar die wordt wreed verstoord door een sax, die zo weggelopen lijkt uit het Willem Breuker Kollektief (of als u wilt: bespeeld wordt door John Zorn). Door merg en been gaan de schrille, a-tonale klanken. Diverse recensenten doen hier nogal schamper over: Fleet Foxes willen laten zien dat ze zich ook ontwikkeld hebben, dat ze ook noise kunnen maken, dat ze best avantgardistisch kunnen zijn. Ik vind dat flauwe reacties. Men legt zo ook geen enkele link met de inhoud van het liedje, het drama dat zich daar aftekent en dat iedereen die een gebroken relatie kent (bij zichzelf of anderen), zal herkennen. Daarom hulde aan vorm en inhoud van deze mini-symfonie. Over Blue Spotted Tail had ik het al gehad. Het album eindigt met Grown Ocean waarin Pecknold een droom bezingt, waarin de pracht van de natuur naar voren komt. Het ontwaken is minder fijn. De melodie vergoedt alles.

Drie jaar geleden was het debuutalbum een sensatie. In menig jaarlijstje van 2008 eindigde Fleet Foxes ook in de allerhoogste regionen. De nieuwigheid is er intussen natuurlijk van af, maar de zgn. ‘moeilijke tweede’ is opnieuw een prachtig album geworden. Ook deze gaat zeker mee naar Frankrijk straks. Hij is nu al niet uit mijn cd-speler te krijgen. Waarom? De reden geven de mannen van Fleet Foxes zelf in hun uitgebreide dankwoord. Na al die namen – wat hebben ze toch veel vrienden! – is het slotwoord voor de luisteraars: mostly thanks to you for listening, watching, singing along, and all that stuff that makes it worth doing. Until next time… Perfect getypeerd: liedjes van Fleet Foxes hoor je niet alleen, maar zie je ook! En… er zal ook zeker meegezongen worden in auto Van den Berg!

Advertisements

18 gedachtes over “Recensie: Fleet Foxes Helplessness Blues

  1. Hmm, die associatie had ik nog niet bedacht. Stipe’s stem is wel wat krakeriger en Pecknolds stem wat meer van koper, als je begrijpt wat ik bedoel. Ik vind vooral dat slot van het liedje heel mooi: alleen die stemmen, met een paar belletjes. Live schijnen ze ook heel goed te zijn, heb ik van horen zeggen.

  2. Mooie recensie. Zit erover te denken om deze nog even gauw te bestellen voor ik naar Frankrijk ga. Heb ‘m al wat luisterbeurten gegeven op Spotify. De laatste drie nummers vind ik misschien wel de mooiste. ‘Blue Spotted Tail’ vind ik echt schone eenvoud!

    • Grappig, de vorige van Fleet Foxes ging drie jaar geleden ook mee naar Frankrijk. Toen ik deze nieuwe afgelopen zondag in de auto draaide, vroeg één van de kinderen: had je dit niet ooit in Frankrijk? Ik vind dat altijd fascinerend hoe muziek en omgeving een symbiose kunnen aangaan.
      Heb je trouwens die eerste? Die is ook heel mooi – hij is ook verkrijgbaar in dubbeluitvoering, met de Sun Giant ep erbij.
      Bij cd-wow is de nieuwste nu ook niet duur…

      • Ik heb de eerste cd in dubbeluitvoering. Prachtig. Ik was bang dat een tweede Fleet Foxes te veel hetzelfde zou zijn, maar met hun tweede album hebben ze het zeer goed aangepakt.
        Grappig dat je het hebt over de symbiose die muziek en omgeving kunnen aangaan, want uitgerekend in het boekje van het eerste Fleet Foxes-album staat een stukje geschreven over dat fenomeen.:-)

      • Dat laatste wist ik niet. Voel ik die gasten blijkbaar toch aardig aan (alhoewel ik geen baard heb).

  3. ik heb de cd tijdens mijn vakantie ook binnengekregen, bij terugkomst lag ie op de mat me aan te staren (stop me in de cd-speler, stop me in de cd-speler!)

    het is wederom een prachtig album, misschien wel mooier dan de eerste; in elk geval lijkt ie wat rijker/afwisselender

    • Ha Peter! Back in town?
      Ik heb al gehoor gegeven aan de roep van de cd en hij gaat zeker mee naar Frankrijk, waar hij zich in de cd-lade van de speler in onze auto heel fijn zal voelen en wij met hem!

  4. Pingback: Video: Fleet Foxes The Shrine/An Argument « mousique

  5. Pingback: Jaarlijstjes 2011 « mousique

    • Zekers. Fijn zomerplaatje ook.
      Ken je ook de platen van J. Tillman, de drummer van FF? Heerlijke westcoast, folk en singer songwriter. Wel in jouw straatje, vermoed ik…

Reacties zijn gesloten.