Recensie: Panda Bear Tomboy

Soms heb je van die cd’s, die koop je bijna blind. Dat had ik met Tomboy van Panda Bear. In 2007 maakte Noah Lennox, want zo heet hij bij de burgerlijke stand, een weergaloze cd: Person Pitch. Het roemruchte en zeker ook beruchte blog Pitchfork riep dit album uit tot allerbeste album van 2007, zelfs boven Strawberry Jam van Animal Collective, de band waar Lennox drumt en vooral ook één van de creatieve breinen van is. Person Pitch kreeg maar liefst een 9,4. Op de Luisterpaal hoorde ik maanden geleden het nieuwe album, Tomboy, zo tussen neus en lippen door, en ik vond het wel oké. Dus na verloop van tijd schafte ik het aan. Intussen merkte ik dat Pitchfork Tomboy bijna een vol punt lager gaf. Dat is voor Panda Bear/Animal Collective niet al te hoog, want normaal grossiert Pitchfork in 9’s, als het  deze hipsters uit Brooklyn (New York) betreft. Intussen ging ik het album vaak draaien, maar ondanks alle schoonheid (zeker ook op de koptelefoon!) miste ik op één of andere manier de magie van Person Pitch. De ambivalentie kwam ik ook niet te boven.

Tomboy begint sterk met You can count on me. Het is ook vintage Panda Bear: een Beach Boys-achtige zanglijn, met daarin diverse lagen van zijn stem over elkaar heen gelegd, een flinke echo, de drums naar achteren gemixt en een optimistische tekst, die als een mantra herhaald wordt: know you can count on me. Inderdaad, zo kan Panda Bear op me rekenen. Hier lust ik pap van! Ook het titelnummer Tomboy is ijzersterk: een lullige Casio-sound gaat door merg en been en allerlei beginjaren-’80-synthesizer-effecten cirkelen er omheen. Ik meende zelfs exact dezelfde effecten te horen, die Jean Michel Jarre op z’n eerste platen zo vaak liet horen.

Daarna komt het mooiste nummer: Slowmotion. Het biedt een prachtige mengeling van een vette hiphopbeat met dub-effecten (zelfs onderwatergeluiden; wat houd ik daar van!). En dat alles – u raadt het al – in een traag tempo. Het is een loflied op de onthaasting: And when I slow it down/it’s clear just how/it’s what they don’t say/that’s what counts. 

Zoals  gezegd is de invloed van The Beach Boys evident op de melodieën en zangwijze van Panda Bear. In Surfer’s hymn geldt dat ook voor de thematiek. Panda Bear bejubelt het scheren over de golven op zo’n enkele plank. Nu is bekend dat The Beach Boys daar helemaal niets van konden, maar door over surfen te zingen indruk wilden maken op de meisjes. Van Noah Lennox weet ik het in ieder geval niet. De tekst lijkt geloofwaardig: Out on the water/a rider can ready/though waves comes crashing/a good board can steady/I wouldn’t ever want to bet upon the balance on what’s going on/Would I? Would I? Would I? Would I? Het is een vrolijke song, met ook van die typische Animal Collective keyboards. Het geluid van de golven aan het eind brengt je al helemaal in de sfeer.

Tot zover dit ijzersterke begin. Daarna komt de eerste inzakker: Last night at the Jetty’s. Wat een niemendal van een song. Daarom wijd ik er ook verder geen woorden aan. Panda Bear herpakt zich enigzins met Drone. Dan bedoel ik dat qua tekst, want het liedje kent maar drie regels, die keer op keer herhaald worden. Toch duurt het vier minuten, want het tempo is trager dan traag. In de oud-gereformeerde gemeente zouden ze hier nog een puntje aan kunnen zuigen. Toch is het wel spannend gedaan. Het nummer eindigt in (jawel) een paar lange drones, die eindeloos aangehouden worden. Sunn O))) light zeg maar.

Vervolgens komt er weer een minder sterk liedje: Alsatian Darn. Het kent een zwakke melodie en beklijft gewoon niet. Bij Sheherezade weet ik het nog steeds niet. Het is een eerbetoon aan de vertelster van de sprookjes van 1000 en 1 nacht. De sfeer is een vreemde mengeling van Arabisch en Gregorgiaans (als u me nog volgt). Ja, eigenlijk gaat het hier ook meer om de sfeer dan om het liedje. Het is wel apart.

Friendship Bracelet kent weer van die typische Animal Collective-effecten, maar is wederom een zwak liedje. Ik begon er zelfs van te dommelen. Gelukkig heeft Panda Bear nog een letterlijke nabrander: Afterburner. Hier zit flink pit in. Het is bijna techno, maar dan wel heel atmosferisch. Het deed me een beetje denken aan het Duitse Gas. Loop over loop wordt gestapeld. Hier hoor je de knopjeskunstenaar van Animal Collective.

Noah Lennox woont in Lissabon. In het slotnummer Benfica bezingt hij de gelijknamige legendarische voetbalploeg uit Lissabon. Intussen is het daar wel vergane glorie. De tijden van Eusebio c.s. liggen ver achter ons. FC Porto won ook dit jaar weer alle prijzen in Portugal, tot ergernis van de Benfica-supporters. Ik heb het idee dat Lennox er ook één is. Terwijl hij het supportersgezang als deken neerlegt, zingt hij daar strijdlustig overheen: Some might say that/to win’s not all that’s about/it’s just not something to say/but there’s nothing more true/or natural than wanting to win/ there’s nothing more than life/nothing more to life. Mooi gedaan.

Mijn cd kent nog een bonusnummer: The Actress Remix van Surfer’s hymn. Hierin wordt de tien minuten toch nog overschreden (dat was op Person Pitch meermalen het geval, maar op Tomboy houdt Panda Bear het met de liedjes aanmerkelijk korter). De remix weeft verder aan de techno-sound die al in Afterburner klonk. Een niet onaardige poging.

Pandaberen zijn een beetje wonderlijke beesten vind ik. Ze hebben iets aandoenlijks, om niet te zeggen iets mythisch, maar ze maken ook een ongeloof slome indruk. Zo’n dubbel gevoel houd ik ook aan deze Panda Bear over. Aan de ene kant is het een prachtig voorbeeld van chillwave, Beach Boys in een psychedelisch bad, mooie effecten en telkens weer nieuwe details die opvallen. Maar aan de andere kant zijn de liedjes niet altijd sterk, wordt het soms gewoon slaapverwekkend. Nee, deze Tomboy (= robbedoes) maakt zijn naam niet altijd waar.

p.s. nog iets over de hoes – omdat we daar de laatste tijd op Mousique zo fijn over deliberen; die is oerlelijk. Ik heb het idee dat het een kwartiertje heeft gekost om het artwork te verzorgen. De gegevens zijn minimaal. Er is wat met houtskool geschetst. En dat was het. Nou goed, één positief punt: de hoes is behoorlijk klimaat-neutraal. Er zit geen splinter plastic in verwerkt. Zo eindigen we toch nog positief…

Advertenties

10 gedachtes over “Recensie: Panda Bear Tomboy

  1. Da’s toch aardig van die Peter: links boven kun je Tomboy integraal beluisteren. Doet vermoeden dat hij het ook wel wat vindt… (zou toch merkwaardig zijn, gezien alle remiscenties aan The Beach Boys…)

  2. @Kees,

    je moet het meer als een service zien…

    ik heb het eens beluisterd en moet zeggen dat het wel intrigerende muziek is. maar ik krijg ook een beetje last van mijn zenuwen, ik weet niet wat het is. niet helemaal mijn ding, denk ik.

      • Zeker uit die docu, waar aan het eind die grizzly beer de filmmaker opvreet…

        Of bedoel je toch die gasten uit Brooklyn?

      • ja, dat is natuurlijk meesterlijk, die docu. helaas kun je zoiets maar een keer doen…

        nee, ik bedoel die gasten uit Brooklyn inderdaad.

      • Die zijn ook een stuk vreedzamer, ze zingen zelfs in een godshuis:

        spreekt me meer aan dan hetzelfde liedje in die automobielenreclame…

  3. Dat kan ik me voorstellen van die zenuwen. Dan moet je maar helemaal niet aan Animal Collective gaan beginnen, want dat is nog een stuk jachtiger en stuiterender.
    Dank voor de service en goed dat die Doug Burr er nu op staat. Hoewel één nummertje wel weer een beetje summier is, zei de kniesoor…

  4. vind ik ook, maar meer is er niet te vinden op soundcloud. dat heb je met van die obscure artiesten he…

Reacties zijn gesloten.