Recensie: Danger Mouse & Daniele Luppi – Rome

Zomaar twee klassieke en ook huiveringwekkende filmscenes: 1) Een jongen met mondharmonica in mond, handen op de rug gebonden, terwijl op zijn schouders een man staat met zijn hoofd in de strop. De beulen dwingen hem te spelen en uiteindelijk bezwijkt hij onder de last van de man bovenop hem (uit: Once upon a time in the west). 2) Een vrouw ligt in een doodskist onder de grond, vastgebonden. Ze is net ontwaakt en ontdekt haar verschrikkelijke positie. Uiteindelijk weet ze via, haar ooit geleerde, Chinese vechtkunst te ontsnappen (uit: Kill Bill 2). Deze twee filmscenes zijn niet willekeurig gekozen, want beiden gaan gepaard met de onvergetelijke filmmuziek van Ennio Morricone. Brian Burton, alias Danger Mouse, is al jaren zwaar fan van deze Italiaanse grootmeester. Samen met Daniele Luppi, die zijn voorliefde voor muziek van de Italiaanse cinema ook nooit onder stoelen of banken heeft gestoken, maakte hij een hommage aan Morricone. Vijf jaar deden ze over de totstandkoming. Het resultaat, eenvoudig Rome genaamd, mag er wezen.

Nu kennen we Danger Mouse vooral als uitmuntend producer van albums van o.a. Gorillaz, The Black Keys en Sparklehorse (hij schijnt ook de nieuwe U2 te gaan produceren) en als ene helft van Gnarls Barkley en Broken Bells. Bovendien maakt hij samen met Sparklehorse het mooie album Dark Night of the Soul. En hij bedacht ook ooit een prachtig concept: een letterlijke kruising van The Beatles’ White Album en Jay Z’s Black Album. Die kruising werd het fameuze Grey Album. Duidelijk is dat de beste man van vele markten thuis is en dat veel in zijn handen in goud verandert. Maar dat hij verslingerd was geraakt aan de filmmuziek van Ennio Morricone wist ik niet. Maar een mens moet zich ook laten verrassen, toch?

Nu vond ik Rome bij de eerste draaibeurt niet direct opzienbarend. Woorden als ‘muzak’, ‘liftmuziek’ en ‘muzikaal behang’ kwamen in me op. Het enige waar ik van ophoorde waren de liedjes waarin Jack White (jawel, van de opgedoekte White Stripes) zong.

Toen ging ik er eens goed voor zitten en het kwartje begon te vallen. Ik ontdekte dat die albumtitel te maken heeft met de plaats waar het werd opgenomen. In dezelfde studio’s waar Morricone ooit ook zijn fantasische soundtracks opnam. Sterker nog: op Rome speelt hetzelfde orkest en zingt hetzelfde koor uit The Good, the Bad en the Ugly! Dat geeft het album al iets magisch.

Iemand noemde het een soundtrack voor een niet bestaande film. Ik zou zeggen: luister de muziek en maak de film in je eigen verbeelding. Zo zag ik bij het openingsnummer Theme of “Rome” een cowboy aan komen slenteren. De hoed is diep over de ogen geschoven. Zijn gezicht glanst van het zweet en de stoppelbaard. Zijn ogen gaan langs de huizen van het verlaten stadje. Een kraai krast, enz. enz.

Nummers als The gambling priest en The Matador has fallen spreken misschien nog wel meer tot de verbeelding. Prachtig zijn ook de korte interludes, die later als volledige en langere nummers terugkeren. Juist die korte instrumentaaltjes zijn pareltjes, met een hoofdrol voor de celesta (wat heeft dat instrument toch een mooie klank!)

Roman Blue klinkt majestueus. Niet naar Delfts blauw, maar naar het blauw van Lazio Roma, of de azuurblauwe lucht boven een zinderend Rome, gezien vanaf de Engelenburcht. Zoiets. De woordloze zang van de sterrensopraan Edda Dell’Orso gaat door merg een been.

Maar de kers op de taart zijn de zes liedjes die het album kent. De helft neemt Jack White voor zijn rekening. De andere drie regels worden door (jawel!) Norah Jones gezongen. Nu ben ik allesbehalve een fan van deze dame. Sterker nog: haar muziek vind ik nog eens behang. Maar wat ze hier doet, is toch heel fraai. Op een mooie lijzige manier zingt ze zich door de melancholische liedjes heen. Mooi voorbeeld is Black. Nee, vrolijk is het allemaal niet, maar o zo mooi: ‘Cast down it was heaven sent and/to the church, no intent to repent on my knees/just to cry./ Until you travel to that place you can’t come back/where the last painting’s gone and all that’s left is black.‘ Het deed me denken aan de sfeer van zo’n andere filmklassieker: Unforgiven van Clint Eastwood. Ik kan mijn mening over ms. Jones dus gaan bijstellen.

Maar niet voor niets kwam Jack White al bij de eerste luisterbeurt verder dan mijn trommelvliezen. Misschien is hij wel de keizer van dit Rome. Hij schreef ook zelf de teksten van de drie liedjes. Vooral The Rose with the broken Neck en Two against one zijn hartverscheurend. Met in dat laatste liedje de wrange regels: ‘there’s only three/ It’s just you and me againt me. Jack White heeft z’n scheurende gitaar hier even aan de wilgen gehangen. Hij heeft hem ook niet nodig, als Danger Mouse en Daniele Luppi hem bij de hand nemen.

Kortom: Rome is een sfeervol album, dat ik keer op keer weer opzet. Telkens ontdek ik weer nieuwe details. Telkens roept het nieuwe beelden op. Muzikaal kun je ook denken aan Scott Walker meets Calexico meets The last Shadow Puppets.

Tot slot: de cd is ook stijlvol uitgegeven. Er komt geen plastic aan te pas. Mooi stevig karton. Een prachtige typografie. Een mooi opvouwbaar boekje, dat tegelijk een poster is. En binnenin, als je het hoesje openvouwt, veelzeggend een schietschijf. Typerend dacht ik, want elk nummer is raak!

2 gedachtes over “Recensie: Danger Mouse & Daniele Luppi – Rome

  1. Pingback: FilmMousique « mousique

Reacties zijn gesloten.