Elvis Perkins (in Dearland)

Een oeuvre hoeft niet groot te zijn om toch veelzeggend te zijn. Denk aan de schilder Vermeer (niet meer dan 45 schilderijen maakte hij). Neem de schrijver Nescio met een paar werken. En wat te denken van Anne Frank?!
Het oeuvre van de 35-jarige Elvis Perkins is ook niet groot: twee albums en een ep. Toch is het groots te noemen. Dat is althans mijn recente ontdekking. Ik had wel eens van de man gehoord. Een muziekvriend noemde zijn naam regelmatig. Ik kwam hem tegen met een liedje op Awake my Soul (het prachtige tribute-album aan Sacred Harp muziek; daarover komt binnen afzienbare tijd ook nog een bijdrage), maar verder kende ik hem niet.

Tot ik zijn debuutalbum Ash Wednesday voor weinig zag liggen bij de Fnac in Parijs. Op de terugreis draaide ik de cd in mijn auto, maar het ging mijn ene oor in en het andere uit. Dat had meer met de omstandigheden – auto vol met vrouw en kinderen, een te laag volume en te druk verkeer – dan met de kwaliteit van het album te maken. Dat ontdekte ik toen ik er thuis eens goed voor ging zitten én de nodige achtergronden over Perkins te weten kwam.

Elvis Perkins is de zoon van Anthony Perkins. Voor de filmkenners: de acteur die zo weergaloos de creep Norman Bates in Hitchcock’s Psycho speelt. Anthony was een groot Elvis Presly-fan, vandaar dat zijn zoon de naam Elvis ontving. In 1992 overleed Anthony Perkins aan de gevolgen van aids. Zijn zoon Elvis was toen 17 jaar oud. Zijn moeder, Berry Berenson, een verdienstelijk fotografe, zat op een dag na 9 jaar later in één van de vliegtuigen die zich in de Twintowers boorde. Dat was op een dinsdag, 9 september. De woensdag erna dwarrelde de as neer in New York. Het verklaart de titel van het album: Ash Wednesday. Toch kwam het album pas uit in 2007. Perkins had blijkbaar al die tijd nodig om zijn requiem te schrijven. Die verwerking hoor je er in terug.

Tegelijk is de albumtitel ook een verwijzing naar Aswoensdag, waarmee de veertigdagentijd voor Pasen begint, de tijd van vasten en inkeer. Het album kent aan de ene kant ook een introspectieve sfeer. Het gaat over de dood, over eenzaamheid en verdriet.  Muzikaal hoor je de invloeden van Nick Drake  en Leonard Cohen. Maar aan de andere kant is het soms ook uitbundig. Neem het nummer May Day! (oftewel het s.o.s.-teken; sprekend in de setting van 9/11). Het klinkt bijna carnavalesk. Perkins haalt de mosterd duidelijk ook uit New Orleans en de Balkan. Het doet ook regelmatig denken aan Neutral Milk Hotel, of recenter: Beirut en Hawk and a Hacksaw. Soms komen deze beide kanten – het ingetogene en expressieve – ook samen, zoals in het prachtige openingsnummer While you were sleeping, waarin hij over zijn moeder zingt (of toch niet? Nog zoiets bij die Perkins: zijn teksten zijn niet altijd even duidelijk, surrealistisch soms; het is regelmatig echte poëzie). Het begint ingetogen, totdat de blazers het overnemen. Een mooie uitvoering, die hij ooit bij Letterman deed, vind je hieronder:

Hier valt ook de manier van zingen van Perkins op. Hij doet niet aan mooi en netjes zingen. In die zin lijkt hij ook op Jeff Mangum van Neutral Milk Hotel. Het is wel zwierig en krachtig.

Na dit prachtige debuutalbum ging Perkins toeren. Hij nam drie bandleden mee: Brigham Brough (bas, saxofoon en vocals), Wyndham Boylan-Garnett (orgel, gitaar, harmonium, trombone en vocals) en Nick Kinsey (drum, percussie, banjo, klarinet en vocals). Zij noemden zich Elvis Perkins in Dearland. Als deze band namen ze ook een album op. Daarop wilden ze graag de spontane en losse wijze van musiceren, zoal ze die live ontwikkeld hadden, op plaat vastleggen. Zo gezegd, zo gedaan.  Je kunt dat het debuutalbum van Elvis Perkins in Dearland noemen, maar het draagt toch vooral onmiskenbaar de sporen van Elvis Perkins zelf. Hij schreef alle liedjes. Toch is er wel een verschil met Ash Wednesday. Muzikaal kent het inderdaad een wat grootser en ritmischer geluid, maar ook tekstueel is het minder donker. Nog steeds gaat het veel over de dood, zoals in Hours last Stand en 123 goodbye, maar er klinkt toch ook hoop in door. Muzikaal hoor ik invloeden van oude gospels en jazz. I’ll be arriving doet zelfs denken aan Tom Waits, maar dan een aantal octaven hoger en minder drammerig. Soms lijkt er wel een hele brassband door de studio heen te marcheren. In prijsnummer Doomsday klinkt die brassband eerst als een rouwband, zoals je die in New Orleans bij begrafenissen hoort. Maar na een kleine minuut gaat het een paar versnellingen hoger en wordt het dansen. Terwijl het over Doomsday gaat! Juist dat paradoxale vind ik prachtig in Elvis Perkins’ muziek. Hieronder zie je ze dit nummer spelen in één of andere sessie.

 

Doomsday werd in 2009 aanleiding om nog een ep met de gelijknamige titel uit te brengen. Vanzelfsprekend staat hier dit nummer op, twee keer zelfs. Allereerst in de bekende versie, maar ook nog een keer als Slow Doomsday; slepend en schurend: prachtig! Verder staat er nog een nieuw eigen nummer op: Stay Zombie Stay en een aantal covers, waarbij vooral Weeping Mary van ontroerende schoonheid is.  Op het al genoemde Awake my Soul had Perkins al bewezen wel raad te weten met traditionale religieuze muziek, dat bewijst hij met deze negro-spiritual des te meer. Ook hier weer twee kanten: een gedragen begin met daarna de versnelling, waarbij je spontaan moet denken aan The Swan Silvertones of The Blind Boys of Alabama.

We zijn intussen al weer ruim 2 jaar verder. Er is nog niets bekend over een nieuw album. Ik ben niet de enige die er naar popelt. Tot dan kunnen we het doen met zijn kleine, maar o zo fijne oeuvre.

Advertenties

4 gedachtes over “Elvis Perkins (in Dearland)

  1. Great, great!
    dankzij Daniel ken ik deze artiest sinds kort ook, en dat maakt mijn leven er niet armer op…

    mooie en uitgebreide recensie, zo’n verhaal voegt ook wat toe voor de liefhebber die meer wil weten. thanx, Kees!

    • Credits gaan inderdaad uit naar Daniel D., die mij aanspoorde om Ash Wednesday nog eens te beluisteren en laten we ook muziekvriend Wim Boluijt niet vergeten, die het al jaren geleden over Perkins had.

  2. Mooi artikel!
    Het nummer op awake my soul is idd erg mooi. Grappig hoe hij in zijn typische stijl zo’n nummer weet te coveren.
    Je artikel maakt me ook benieuwd naar de ep, die ik nog niet heb geluisterd.

    • Hij heeft zeker een typische stijl. Perkins is een – om maar dat vervelende woord te gebruiken – singer-songwriter, die zich allesbehalve met fluisterstem vastklampt aan een akoestische gitaar en piano. Hij heeft iets onvoorspelbaars en daar houd ik van.
      Die ep is echt een kleinood.

Reacties zijn gesloten.