de meeslepende kracht van muziek

Muziek kan ontroeren. Muziek kan ontzag wekken. Muziek kan troosten. Een van de meest wonderlijke eigenschappen die muziek kan hebben is het vermogen om je mee te slepen, te verheffen boven de sores van alle dag, je mee te nemen naar een ander universum, waar je jezelf voor even kunt verliezen. Muziek kan een soort drug zijn, maar dan zonder verwoestende gevolgen. Althans, dat is niet altijd waar, muziek kan ook dodelijk zijn.

Ik heb zojuist nog eens de film Control van Anton Corbijn gezien, een film over het leven van Joy Division zanger Ian Curtis. Ook de muziek van Joy Division had deze betoverende en meeslepende kracht, maar wel doordat de heren (en met name Ian) er alles in legden wat ze hadden. Totdat Ian niet meer kon, door een combinatie van lichamelijk en geestelijk lijden, de onmenselijke druk van de muziekbusiness en een fatale liefdesgeschiedenis. Ian had alles gegeven, hij was een lege huls en zag geen reden meer om nog verder te leven. Op het hoogtepunt van de roem maakte hij er een einde aan.

Maar even terug naar de muziek; de muziek van Joy Division had die kracht om je mee te nemen naar een andere wereld. Er is een tijd geweest dat Joy Division mijn dagelijks brood was. Er zijn meer van die bands/platen die zo’n betekenis voor mij hebben. Marillion’s Brave was een plaat waarin ik me toentertijd kon verliezen. The Violet Burning’s titelloze album en The Prayer Chain’s Mercury bezaten het vermogen me te laten afdalen in de diepste krochten van mijn ziel, of me op te tillen tot atmosferische hoogten. De muziek van Sigur Ros kan ik zo in dit rijtje plaatsen, met name hun album Agaetis Byrjun heb ik grijs gedraaid. Hetzelfde geldt voor High Violet van The National. En om even terug te komen op de nieuwe Radiohead: The King Of Limbs heeft dezelfde kracht. Nee, het zijn geen duidelijk herkenbare liedjes, en misschien is het ook niet Radiohead’s meest originele werk. Maar het heeft een meeslepende kracht die mij bij mijn lurven grijpt, in extase brengt, en me (bijna) niet meer laat terugkeren naar deze planeet. Wat is er heerlijker om van tijd tot tijd zo’n plaat op te zetten en jezelf helemaal uitzinnig te dansen (liefst naakt, maar dat doe ik dan niet omdat onze gordijnen iets te doorzichtig zijn…) Of, iets minder expressief, het licht uit en helemaal weg zwelgen in de zachte kussens van een warme sofa. Zolang er dit soort muziek gemaakt wordt hebben we geen drugs nodig!

Wat zijn jouw escapistische hoogtepunten? Welke platen brengen jou in vervoering?

5 gedachtes over “de meeslepende kracht van muziek

  1. Mmm, moeilijke vraag weer hoor. Sommige cd’s brachten me vroeger wel in hogere sferen, maar nu niet meer. Te veel gedraaid, of toch veranderd van smaak. ‘k Ga er nog eens over nadenken!

  2. Toen ik voor het eerst actief naar muziek ging luisteren en elpees ging kopen, bracht met name synthesizermuziek mij in hogere sferen. De typische synthesizertapijten die bijvoorbeeld Jean-Michel Jarre of Tagerine Dream neer konden leggen, namen mij helemaal mee. Het grappige is dat ik pas jaren later – na een behoorlijk lang gitaargericht intermezzo – weer graag naar electronische muziek luister. Of deze nu een opzwepende beat kent als Daft Punk of pure ambient is als Brian Eno, ik kan er van in euforie geraken, of juist een bepaalde rust vinden.
    Ik ontdek ook dat bij euforische albums vaak het eerste nummer heel belangrijk was. Zo was ik helemaal verslingerd aan het titelloze album van The 77’s. Ik had dat alleen op tape en draaide dat bijvoorbeeld op mijn walkmen, fietsend in het donker. Dat eerste nummer Do it for love, met die opzwepende drums, die geweldige gitaarpartij en dat bijna community achtige refrein: fietsen werd een feest! De rest van het album is ook niet te versmaden, maar het eerste nummer zet echt de toon. Ik had/heb dat ook met This is the Sea van The Waterboys. Don’t bang the drums: met dat lange intro van blazers en drums… het liefst kneiterhard draaien in de auto en gaan! Ik kan daar nog steeds heel gelukkig van worden.
    Voor mij is muziek die me in hogere sferen brengt vaak een beetje bombastisch, in ieder geval zonder rem gespeeld: Funeral van Arcade Fire, Leviathan van Mastedon en Merriweather Post Pavilion van Animal Collective bijvoorbeeld.
    Escapistische muziek heb ik ook genoeg. Dat kan met veel minder pathos en bombast. Dat kan juist ook heel ijl. Voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld juist die tweede van Sigur Ros met die vierkante haken zeg maar. Gezongen in het ‘hopelandish’, oftewel een niet bestaande taal, lange nummers met als klap op de vuurpijl dat laatste nummer met die beukende drums (zie de live-uitvoering op Heima!). Ander voorbeeld is The Sophtware Slump van Grandaddy. Die beetje lullige keyboards, die onvaste stem van Jason Lyttle en vooral die hemelse melodieën. Ik word er nog steeds door meegevoerd. Hetzelfde geldt voor de verstilde gitaarambient van Stars of the Lid en Machinefabriek.
    Maar dan wordt het weer tijd voor meer geweld: Mogwai kan mij ook intens beroeren, vooral op debuut Young Team en ep My Father My King. De afwisseling van ingetogen en brute erupties vind ik nog steeds adembenemend.
    Maar dan graag weer mooie liedjes: van Sufjan Stevens, van de vroege REM, van Talking Heads. Liedjes met soms maar een enkele zin, gitaarakkoord, strijkersarrangement, die me recht in het hart raken. Wat ik toen had, heb ik gelukkig nog steeds.

  3. Nou, ik zou hier nog ff op terugkomen. Maar ’t blijft lastig om een lijstje te maken van meeslepende of escapistische muziek. Dat komt denk ik vooral omdat je nummers zo vaak kunt luisteren dat je ze op een gegeven moment ‘dooddraait.’ Meeslepend vond ik destijds ‘The Joshua Tree’ en ‘Rattle and Hum’. Nu niet meer; misschien als ik ze een hele poos niet luister.
    Soms word ik overrompeld door muziek: ik loop een muziekwinkel binnen, hoor voor het eerst van mijn leven The Frames (cd ‘The Cost’) en ben verkocht. Of de eerste zinnen op de cd ‘Essence’ van Lucinda Williams: raak. Johnny Cash met zijn American reeks, waarvan de eerste albums me recht in het hart troffen. The Sounds of Blackness met hun eerste cd. Het dromerige van Tanita Tikarham. Springsteen’s ‘The River’. Hiphop die me in haar ban had. Of die eerste keer dat ik North Sea Jazz bezocht, onvergetelijk. Een soort hemel die open ging.

    Enfin, tot een fatsoenlijk lijstje kan ik niet echt komen. Maar ik laat me altijd weer graag verrassen. Bijvoorbeeld door Elbow, dankzij de recensie op dit blog!

  4. Beetje late reactie maar laat toch maar even wat van me horen.
    Meer nog van mijn eigen lijst leer ik weer een heleboel nieuws kennen hier op Mousique :).
    Oude voorbeelden voor mij zijn 77’s, depressief wegzwelgen. Black Peppercorns. Cranberries. Black Crowes.

    Voor mij recenter
    Band of Horses – everything all the time. Essence van Lucinda. Maar ook het door jouw genoemde High Violet eindeloos gedraaid. Verder de onlangs verschenen Phosphorescent en Wye Oak.
    Sigur Ros ben ik nu aan het luisteren. De door jouw aangehaalde titel. Totaal onbekend, maar eerste geluiden klinken heerlijk.

Reacties zijn gesloten.