recensie: God willin’ and the creek don’t rise – Ray Lamontagne & The Pariah Dogs

~~~

I was just kickin’ along the sidewalk,
No one looks you in the eye,
No one asks you how you doin’,
Don’t seem to care if you live or die.

I just got to get me somewhere,
Somewhere that I can feel free,
Get me out of New York City, son,
New York City’s killin’ me.

~~~

In een wereld waar namaak, kitsch en onpersoonlijkheid de dienst lijken uit te maken en identiteit vooral een marketingartikel is, leren we authenticiteit herwaarderen. In een tijd waarin we worden opgejaagd succes te hebben en steeds het nieuwste als eerste (of anders toch als tweede) te willen hebben, laven we ons aan stilte en rust.

En wanneer we dan die betonnen stadsjungle en de ratrace van het moderne gejaagde bestaan ontvluchten en ons terugtrekken in een huisje op de prairie, of gewoon thuis – gordijnen dicht, telefoon eruit, lichten gedimd – dan zetten we de nieuwe cd van Ray Lamontagne op.

Hoewel dit album overwegend rust uitstraalt begint het met een stomend bluesy en funky nummer, Repo Man, van ruim 6 minuten. Lekker donkere tekst over een man die zijn ex niet terug wil nemen als ze weer eens desperaat terugkeert van een van haar vriendjes en haar liever over de knie neemt.
Het tweede nummer `New York City’s Killing Me’ is mijn favoriete. Het is een rustige ballad, met een goede tekst; het zou het lijflied kunnen worden van iedereen die het gejaagde moderne stadsleven (even) wil ontvluchten.
Na een serie introverte Neil Young achtige liedjes sluit het album af met de traditionele voetstamper/knieënkletser `The Devil’s In The Jukebox’.

Lamontagne maakt op deze cd dankbaar gebruik van zijn vaste band The Pariah Dogs, en de cd is volledig aan huis opgenomen. De muzikanten die hij om zich heen heeft verzameld zijn stuk voor stuk veelzijdige en professionele musici, waardoor het een heel consistent en veelzijdig album is geworden met een constante hoge kwaliteit. Het album verveelt nergens, zakt niet in. Het moet je natuurlijk wel een beetje liggen, je moet niet op zoek zijn naar iets hips en je moet de bijzondere stem van Ray pruimen. Voor mij is die vet-zoete stem met het scherpe randje dat zeker, sterker nog: het is een van mijn favoriete stemmen. In een zin: Ray Lamontange heeft een heerlijk en echt goed album afgeleverd.

Advertisements

13 gedachtes over “recensie: God willin’ and the creek don’t rise – Ray Lamontagne & The Pariah Dogs

    • ik heb de laatste track erbij geplaatst, dus kun je alvast een voorproefje nemen…

      peTer

    • Ray ken ik sinds zijn vorige album `gossip in the grain’, wat ik eigenlijk een te poppy (maar geen slecht!) album vond, maar zijn stem sprak me wel heel erg aan.
      Volgens mij las ik op fileunder.nl over deze nieuwe cd, en dan staan er een dag later zomaar ineens een paar songs op je computer (vraag me niet hoe ze daar komen…) en dan laat je je meeslepen door de prachtige tracks.
      Zo kom ik er dus aan, en wat betreft die track, die vind ik op soundcloud.com en is heel eenvoudig in wordpress te embedden. erg handig, maar mogelijk niet helemaal Buma proof op de lange termijn. maar dat zien we dan wel weer, als ze hun energie aan onze kleine blog willen besteden dan horen we het wel en haal ik die tracks er met hetzelfde gemak weer af…

      😉

    • het is een heel afwisselend album eigenlijk, met pop- country- blues invloeden. ondanks de diversiteit aan stijlen toch een geheel. het is gewoon een prachtig album!

  1. Grappig dat je hem zo echt en authentiek noemt. Ik ken hem vanaf ‘Till the sun turns black’, maar dat vroeg ik me bij hem altijd juist een beetje af.
    Maar de muziek is erg mooi. heb hem vorig jaar ook live gezien op het Leffingleure festival.
    Ik ben benieuwd naar deze plaat, ik ga ‘m, zeker na deze recensie, eens goed luisteren.

  2. Heb de cd vorige week gekocht. En ben het met je eens, nr. twee is ook mijn favoriet 🙂 Heerlijk nummer.

    • Deze cd vandaag op de mat. Voor weinig bij cd-wow gekocht. Geen spijt van. Na Trouble Ray’s mooiste, denk ik. Wat een schitterende stem heeft deze man toch! Soul en country tot één vlees, om het maar eens plastisch te zeggen.

Reacties zijn gesloten.