Terugblik op North Sea Jazz 2010

De derde keer North Sea Jazz betekende voor mij voor het eerst twee avonden in plaats van één (hoewel, de zondag duurde van twee tot twee, dan kun je niet meer over een avond spreken). NSJ is een heerlijk festival. Het ademt in alles de liefde voor muziek en qua programmering is het de laatste jaren véél breder dan jazz (en alle variaties daarbinnen) alleen. Niet alleen aanverwante stijlen als soul, r&b, hiphop, funk, blues en gospel komen aan bod, maar ook singer-songwriter, folk, world en rock. Je weet je soms geen raad met het overweldigende aanbod aan topartiesten. Tel daarbij op dat je niet omgeven wordt door wietdampen en duwende, dronken mensen en je begrijpt waarom een dagkaart 80 euro mag kosten. NSJ is voor mij een jaarlijks terugkerend hoogtepunt geworden, waar ik samen met twee broers en een paar vrienden al maanden van te voren naar uitkijk. Het was weer een prachtige editie dit jaar, hoewel op sommige momenten té warm en té druk in het verder stijlvol ingerichte Ahoy.

Highlights waren er genoeg, teveel om op te noemen eigenlijk. E,W & F en Stevie Wonder waren hun geniale zelf, maar boden verder niets nieuws. Verrassend vond ik Norah Jones (foto). Dat haar stem ook live huiveringwekkend mooi is, was één ding, maar ze speelde samen met haar voortreffelijke band vooral americana, folk, pop en countrysongs en bracht zelfs een ode aan Willie Nelson. Een groot deel van het publiek reageerde daar wat minder enthousiast op; ik vond het naar meer smaken. Van Norah zelf spatte het plezier trouwens niet echt af, maar misschien kwam dat wel door de duidelijke voorkeur van het publiek voor haar vertrouwde jazzsongs. Ben Harper en zijn nieuwe band Relentess7 vormden een andere verrassing. Stuwende recht-voor-z’n-raap-rock vulde de Nile, de grootste zaal. Harper excelleerde op zijn lap slide guitar en klonk bij vlagen als Lenny Kravitz. De grootste ontdekking van NSJ 2010 was voor mij Eric Bibb. Hij trad op zaterdag op, uitgerekend de dag dat ik er niet was, maar door het concertverslag op Nederland 3 en via de luisterpaal van radio6, dat ruime aandacht besteedde aan het festival, hoorde ik voor het eerst van zijn muziek. Verder natuurlijk vooral goede jazz gehoord. Het Metrople Orchestra onder leiding van Vince Mendoza en met een aantal gastblazers sprong daar voor mij uit. Tegenvallers waren er ook: Corinne Bailey Ray in de Maas vond ik véél te hard. Bij Elvis Costello was het te druk. En jazzlegende Ornette Coleman had een groep van traditionele Marokkaanse muzikanten om zich heen verzameld, wat verschrikkelijk uitpakte. Op zich een interessante en vernieuwende poging tot een fusion van verschillende stijlen, maar het verzandde in een brei van geluid, waarin Coleman zelf niet eens meer te horen was. Maar al met al was het was het weer volop genieten. Het WK ging ook aan NSJ niet ongemerkt voorbij, maar het festival was waarschijnlijk wel zo’n beetje de enige plek in Nederland waar de avond, met dank aan Stevie Wonder, eindigde in vrolijkheid in plaats van treurnis.